direct naar inhoud van Artikel 14 Leiding - CO2
Plan: N470 2012
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1926.bp000120037-4001

Artikel 14 Leiding - CO2

14.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - CO2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor ondergrondse transportleiding voor CO2 en daarbij behorende voorzieningen.

14.2 Bouwregels

Voor het bouwen op en in de gronden als bedoeld in lid 14.1, gelden de volgende bepalingen:

  • a. ten behoeve van deze bestemming mogen bouwwerken worden gebouwd, met een bouwhoogte van maximaal3 m;
  • b. ten behoeve van de andere, daar voorkomende bestemmingen mag, met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, ook onder of boven peil, niet wordt uitgebreid en gebruik gemaakt wordt van de bestaande fundering.
14.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 14.2, onder b, ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de desbetreffende andere bestemming van deze gronden, mits:

  • a. daardoor de integriteit en werking van en de veiligheid met betrekking tot de leiding niet worden geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten, en
  • b. ter zake daarvan vooraf schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder is ingewonnen, waartoe deze gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld.
14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
14.4.1 Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de gronden als bedoeld in lid 14.1, de hierna aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
  • d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  • e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
14.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht

Het in sublid 14.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden:

  • a. in het kader van het normale beheer en onderhoud betreffende de transportleiding of betreffende de andere daar voorkomende bestemmingen;
  • b. die graafwerkzaamheden zijn als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten;
  • c. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan:
    • 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist;
    • 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.
14.4.3 Toelaatbaarheid van werken en werkzaamheden

Werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid 14.4.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door de uitvoering daarvan, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen:

  • a. de integriteit en werking van en de veiligheid met betrekking tot de leiding niet worden geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten, en
  • b. ter zake daarvan vooraf schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder is ingewonnen, waartoe deze gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld.