In deze regels wordt verstaan onder:
1.1 Plan
het bestemmingsplan ‘Capelleweg 1 Oude- Tonge - 2020’ met identificatienummer
NL.IMRO.1924.OTCapelleweg1.BP30 van de gemeente Goeree- Overflakkee.
1.2 Bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij
behorende bijlagen.
1.3 Aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge
de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze
gronden.
1.4 Aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5 Aan huis verbonden beroep
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridische,
medisch, therapeutisch, kunstzinnig, vastgesteldtechnisch of hiermee gelijk te stellen
gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daar bijbehorende bouwwerken,
met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend.
1.6 Agrarisch hulp- en nevenbedrijf
een bedrijf, gericht op het verlenen van diensten en/of het leveren van dieren of
goederen aan agrarische bedrijven, dan wel op het verwerken, opslaan en/of
verhandelen van dieren of producten, die afkomstig zijn van agrarische bedrijven.
1.7 Agrarisch bedrijf
een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van
gewassen en/of het houden van dieren; nader te onderscheiden in:
- akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, met uitzondering van sierteelt en bosbouw; onder akker- en vollegrondstuinbouw wordt mede witlofteelt verstaan;
- grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee geheel of nagenoeg geheel op open grond;
- fruitteelt: de teelt van fruit op open grond;
- bollenteelt: de teelt van bollen.
1.8 Atelier
Werkplaats voor beeldende kunst.
1.9 Bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Bestemmingsplan - Capelleweg 1 Oude- Tonge
1.10 Bebouwingspercentage
het percentage van de oppervlakte van een bouwperceel, dat mag worden bebouwd.
1.11 Bed & breakfast
een activiteit waarbij het verstrekken van logies en ontbijt plaatsvindt in de woning of
woonschip en ondergeschikt is aan de woonfunctie.
1.12 Bedrijf
elke onderneming of gedeelte van een onderneming, welke een organisatorisch
zelfstandige eenheid vormt en als zodanig gericht is op de productie of de afzet van
goederen of de verlening van diensten; organisatorisch zelfstandige eenheden als hier
bedoeld, welke door of vanwege de overheid worden geleid, worden voor de toepassing
van deze planregels eveneens als bedrijf aangemerkt.
1.13 Bedrijfsmatige activiteiten
bedrijfsmatige activiteiten - geen dienstverlening zijnde - en ambachtelijke verzorgende
bedrijvigheden, geheel of overwegend door middel van handwerk
1.14 Bedrijfs- of dienstwoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bedoeld voor de
huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de
bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw of het terrein, noodzakelijk moet
worden geacht.
1.15 Bedrijfsgebouw
een gebouw dat noodzakelijk is voor de uitoefening van ter plaatse toegestane (bedrijfs-)
activiteiten, hieronder wordt geen bedrijfs- of dienstwoning verstaan;
1.16 Bedrijfsmatige activiteiten
bedrijfsmatige activiteiten - geen dienstverlening zijnde - en ambachtelijke verzorgende
bedrijvigheden, geheel of overwegend door middel van handwerk.
1.17 Bestaand
- bestaande bouwwerken: bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als vastgesteld, dan wel mogen worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning;
- bestaand gebruik: bestaand ten tijde van het in werking treden van het bestemmingsplan.
1.18 Bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
1.19 Bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak van gronden met eenzelfde bestemming.
1.20 Bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel
bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of
ander bouwwerk met een dak.
1.21 Bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het
vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of
veranderen van een standplaats.
1.22 Bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
1.23 Bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke
hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit
gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor woonfuncties geschikt of geschikt te
maken is.
1.24 Bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar
behorende bebouwing is toegelaten.
1.25 Bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel
1.26 Bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels
bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
1.27 Bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij
direct hetzij indirect, met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of
op de grond.
1.28 Categorie
een groep bedrijfsactiviteiten, die een gelijke of nagenoeg gelijke invloed hebben op een
nabij gelegen of omringende woonomgeving;
1.29 Dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw.
1.30 Dakkapel
een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich boven de dakgoot bevindt,
waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie
in het dakvlak is geplaatst.
1.31 Dakopbouw
een ondergeschikte constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich boven de
dakgoot bevindt waarbij deze constructie deels boven de oorspronkelijke nok uitkomt en
de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) van het dak is (zijn)
geplaatst.
1.32 Detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen,
verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor
gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of
bedrijfsactiviteit, waaronder een tuincentrum.
1.33 Erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een
hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat
gebouw.
1.34 Gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met
wanden omsloten ruimte vormt.
1.35 Hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de
geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het
perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
1.36 Kantoor
voorzieningen gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel,
architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, niet zijnde
openbare dienstverlening, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate
rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
1.37 Kassen:
bouwwerken, geheel of grotendeels van glas of ander doorschijnend materiaal (ten
behoeve van de agrarische bedrijfsvoering) met een bouwhoogte van 1.50 m. of meer;
1.38 Kavel
de bij een bestaand of te realiseren gebouw behorende gronden, samenvallend met de
eigendomsgrens of met de grens van het gehuurde.
1.39 landschappelijke waarde:
de aan een gebied toegekende waarden in verband met de waarneembare
verschijningsvorm van dat gebied;
1.40 manege:
een bedrijf dat gericht is op het lesgeven in paardrijden aan derden en daarvoor paarden
en/of pony's houdt, zulks in combinatie met een of meer van de navolgende activiteiten
of voorzieningen, het in pension houden van paarden en pony's, horeca-activiteiten
(kantine, foyer e.d.), logies- en of verenigingsaccommodatie, een verkooppunt voor
paardrijartikelen en het houden van wedstrijden of andere evenementen;
1.41 mestsilo:
een bouwwerk dat kennelijk is bestemd voor de opslag van dunne dierlijke meststoffen;
1.42 molenbiotoop
aangewezen gebied waarbinnen het zicht op de molen en de vrije windtoetreding
beschermd worden.
1.43 niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering:
een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk in gebouwen plaatsvindt;
1.44 Nutsvoorzieningen
voorziening ten behoeve van het openbaar nut, zoals ten behoeve van de levering van
elektriciteit, gas, drinkwater en telecommunicatiediensten, alsmede ten behoeve van
riolering en afvalinzameling.
1.45 Ondersteunende horeca
horeca waarbij de horeca-activiteit ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit.
1.46 Overkapping
een constructie die maximaal drie wanden heeft waarvan er maximaal twee tot de
constructie behoren.
1.47 Paardenfokkerij of -houderij
een uit bedrijfseconomisch oogmerk opgezette fokkerij of houderij voor paarden;
1.48 Paardenstalling
het houden van paarden en pony's ten behoeve van verhuur en eigen gebruik, alsmede
het bieden van gelegenheid aan derden om hun paarden en pony's in pension te stallen
en te weiden; onder paardenstalling worden geen paardrijscholen en maneges verstaan;
1.49 Paardrijschool:
een bedrijf dat gericht is op het lesgeven in paardrijden aan derden en daarvoor paarden
en/of pony's;
1.50 Peil
- voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van de kruin van die weg;
- in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;.
1.51 Permanente bewoning
het gebruik van een ruimte, daaronder begrepen kampeermiddelen, chalets, stacaravans
en recreatiewoningen, als woonadres als bedoeld in de Wet Gemeentelijke
Basisadministratie Persoonsgegevens (Wet GBA);
1.52 Plattelandswoning
een woning in de vorm van een voormalige agrarische bedrijfswoning, die bewoond mag
worden door een persoon of diens huishouden die geen functionele binding heeft met het
nabijgelegen agrarisch bedrijf, waartoe de woning in het verleden als bedrijfswoning
heeft behoord.
1.53 Prostitutie
het zich ten behoeve van een ander tegen vergoeding beschikbaar stellen tot het
verrichten van seksuele diensten.
1.54 Staat van Bedrijfsinrichtingen
de Staat van Bedrijfstypen behorende bij dit plan.
1.55 Voorgevel
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als
belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.
1.56 Voorgevelrooilijn
de lijn, welke aansluit aan de ligging van de voorgevels van de bestaande
hoofdgebouwen en een zo gelijkmatig beloop overeenkomstig de weg heeft.
1.57 Waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede water aan- en/of afvoer,
waterberging en waterkwaliteit;
1.58 Werk
een werk, geen gebouw of bouwwerk zijnde.
1.59 Woning
een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden.
1.60 Woongebouw
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar
gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid
beschouwd kan worden.