| Plan: | Krammerdijk 5, Achthuizen |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1924.AHZKrammerdk5-BP30 |
Op 28 september 2017 is het bestemmingsplan 'Windpark Oostflakkee' vastgesteld. Dit is een partiële herziening op het bestemmingsplan 'Buitengebied Oostflakkee'. Dit bestemmingsplan maakt de bouw van 8 windmolens mogelijk bij Achthuizen, aan de zuidzijde van het eiland Goeree-Overflakkee. In de directe omgeving van de windmolens staan verschillende burgerwoningen en bedrijfswoningen behorend bij agrarische bedrijven. Drie woningen die direct nabij de windmolens zijn gelegen, zijn aangekocht door Windpark Oostflakkee en hebben in de partiële herziening de gebiedsaanduiding 'bedrijfswoning bij windturbinepark' gekregen. Hierdoor maken de woningen deel uit van de inrichting van het windmolenpark en vormen geen belemmering voor de realisatie van de windmolens.
Figuur 1 | Locatie plangebied (bron: www.zeeland.nl)
Ook de woning Krammerdijk 5 te Achthuizen (zie figuur 1), in eigendom van Windpark Oostflakkee, heeft de gebiedsaanduiding 'bedrijfswoning bij windturbinepark' toegewezen gekregen. Achteraf is dit niet nodig gebleken, omdat ter plaatse van Krammerdijk 5, ondanks de bouw van de windturbines, sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De woning is niet benodigd voor de bedrijfsvoering van het windturbinepark en het voornemen is deze woning te verkopen. De gebiedsaanduiding vormt een belemmering voor de verkoop van de woning. Om de gebiedsaanduiding van het perceel te kunnen verwijderen, is een wijziging van het bestemmingsplan nodig. Dit bestemmingsplan voorziet hier in.
In het bestemmingsplan 'Buitengebied Oostflakkee' is voor Krammerdijk 5 en het naastgelegen perceel Krammerdijk 3a één aanduiding 'aantal wooneenheden: 2' opgenomen. Om te voorkomen dat er onduidelijkheid bestaat over het aantal toegestane woningen op de percelen Krammerdijk 3a en 5, is er voor gekozen om ook het perceel Krammerdijk 3a in dit bestemmingsplan op te nemen en niet alleen Krammerdijk 5.
De gemeente hanteert bij nieuwe plannen een gewijzigde regeling voor de toegestane oppervlakte aan erfbebouwing bij woningen op basis van de oppervlakte van het perceel. Deze regeling is in dit plan overgenomen, zodat er meer bouwmogelijkheden zijn ten aanzien van erfbebouwing.
Het plangebied bestaat uit de precelen Krammerdijk 3a en 5 te Achthuizen, aan de zuidoostzijde van het eiland Goeree-Overflakkee (zie figuur 2). Het betreft de percelen, kadastraal bekend, gemeente Oostflakkee, sectie L, nummers 354 en 355 . De percelen worden aan de noord- en oostzijde begrensd door agrarische gronden. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Krammerdijk. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door het perceel Krammerdijk 3.
Figuur 2 | Het plangebied (bron: www.scheldestromen.nl, bewerking Juust BV)
Het doel van dit bestemmingsplan is de gebiedsaanduiding 'bedrijfswoning bij windturbinepark' van het perceel Krammerdijk 5 te verwijderen, zodat het perceel als regulier woonperceel verkocht kan worden en de woning als reguliere woning gebruikt kan worden.
Dit bestemmingsplan bestaat uit deze toelichting, regels en een verbeelding. Deze toelichting bestaat naast dit inleidende hoofdstuk uit vier hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het initiatief toegelicht en de daarbij horende juridische regeling. Hoofdstuk 3 beschrijft het geldende beleidskader. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de verschillende milieuaspecten beoordeeld. In hoofdstuk 5 wordt tot slot de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.
Het plangebied ligt in het buitengebied van het eiland Goeree-Overflakkee. In het plangebied staan twee vrijstaande woningen. De aanduiding 'bedrijfswoning bij windturbinepark' geldt enkel voor het oostelijke perceel, Krammerdijk 5 (zie figuur 3). Omdat in het onderliggende plan 'Buitengebied Oostflakkee' voor beide percelen één aanduiding 'aantal wooneenheden: 2' is opgenomen, is er voor gekozen beide percelen in dit bestemmingsplan op te nemen. Op deze manier wordt voorkomen dat er onduidelijkheid ontstaat over het aantal toegestane woningen.
Figuur 3 | Huidige situatie (bron: www.zeeland.nl)
De feitelijke situatie blijft onveranderd. Door het verwijderen van de aanduiding 'bedrijfswoning bij windturbinepark' kan de woning Krammerdijk 5 als reguliere woning worden gebruikt. De woning op het perceel Krammerdijk 3a is al een reguliere woning. Hier wijzigt niets.
De gemeente hanteert een nieuwe regeling voor de toegestane oppervlakte aan erfbebouwing bij woningen op basis van de oppervlakte van het perceel. Deze regeling is in dit plan overgenomen, zodat op de percelen meer bouwmogelijkheden zijn ten aanzien van erfbebouwing. Bij percelen groter dan 300 m2, zoals hier aan de orde is, mag maximaal 150 m2 aan erfbebouwing worden gebouwd.
In dit bestemmingsplan zijn voor het overige de bestaande regels uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Oostflakkee' opgenomen.
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Oostflakkee' en voor het perceel Krammerdijk 5 geldt tevens het bestemmingsplan 'Windpark Oostflakkee'. Deze bestemmingsplannen zijn respectievelijk vastgesteld op 16 oktober 2014 en 28 september 2017. Het bestemmingsplan 'Windpark Oostflakkee' betreft een partiële herziening welke een aanvullende werking heeft op het bestemmingsplan 'Butiengebied Oostflakkee'.
De gronden hebben in het bestemmingsplan 'Buitengebied Oostflakkee' de bestemming 'Wonen-1' met de aanduiding 'aantal wooneenheden: 2'. Voor het perceel Krammerdijk 5 geldt tevens de aanduiding 'Bedrijfswoning bij windturbinepark' op basis van het bestemmingsplan 'Windpark Oostflakkee'.
Figuur 4 | Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
De plangrens van het onderhavige bestemmingsplan volgt de bestemmingsgrens van de geldende bestemming 'Wonen-1', tevens de grens van de aanduiding 'aantal wooneenheden: 2'. De regels die zijn opgenomen in dit bestemmingsplan sluiten volledig aan bij het bestemmingsplan 'Buitengebied Oostflakkee'. Met dit bestemmingsplan geldt voor het plangebied een zelfstandig bestemmingsplan dat zowel het bestemmingsplan 'Buitengebied Oostflakee' als het bestemmingsplan 'Windpark Oostflakkee' vervangt.
In de Wet ruimtelijke ordening met bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van de gemeente, provincies en het rijk,. In de ministeriële 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening' hierna (Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP 2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen, die tot doel heeft om te komen tot een geüniformeerde en gestandaardiseerde opzet van bestemmingsplannen in Nederland. Deze methodiek is onverkort gevolgd. Het bestemmingsplan is daarbij tevens digitaal vervaardigd en is daarom ook digitaal raadpleegbaar via internet.
Naast het feit dat de bestemmingen, aanduidingen en weergave van de verbeelding gestandaardiseerd zijn, vloeit de redactie van de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. De beleidsmatige inhoud van het bestemmingsplan is niet gestandaardiseerd. De gemeente behoudt haar vrijheid ten aanzien van de inhoud en vormgeving aangaande de toelichting.
Verbeelding
De verbeelding geeft de bestemmingen weer. Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie-, en maatvoeringsaanduidingen aangegeven worden, waarbinnen een aantal specifieke bouwregels en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. De topografische ondergrond die gebruikt is als basis voor de verbeelding heeft geen juridische status.
De plangrens op de verbeelding van het onderhavige plan volgt de in het bestemmingsplan 'Buitengebied Oostflakkee' geldende bestemmingsgrens voor 'Wonen-1'. Voor het gehele plangebied geldt de bestemming 'Wonen-1'.
Regels
Algemeen
De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken:
- Hoofdstuk 1 Inleidende regels
- Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
- Hoofdstuk 3 Algemene regels
- Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Inleidende regels
Begripsbepalingen en Wijze van meten
De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte etc. moeten worden gemeten.
Bestemmingsregels
Wonen-1
Voor het gehele plangebied geldt de bestemming 'Wonen-1'. Deze gronden zijn bestemd voor wonen met bijbehorende voorzieningen zoals erven en tuinen, toegangswegen, paden en parkeervoorzieningen op eigen terrein. Er zijn binnen het bestemmingsvlak maximaal twee woningen toegestaan met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4,5 meter en 8 meter. De inhoud van de woning mag niet meer bedragen dan 750 m3. Naast wonen is op de gronden onder voorwaarden de uitoefening van beroep of bedrijf aan huis toegestaan. De gewijzigde erfbebouwingsregeling die nu binnen de gemeente wordt gehanteerd, is overgenomen.
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijv. in het geval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen.
Algemene bouwregels
Dit artikel bevat een aantal algemene bepalingen ten aanzien van reeds bestaande maten zoals afstanden, hoogten, oppervlakten en volumes van bestaande bouwwerken. Daarnaast zijn er regels opgenomen voor het vergroten van de inhoud van een woning en regels ten aanzien van aangrenzend terrein.
Algemene gebruiksregels
In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken.
Algemene afwijkingsregels
In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij omgevingsvergunning af te wijken van de regels van het plan voor bijvoorbeeld het oprichten van bouwwerken voor algemeen nut en het afwijken van maten die in de bouwregels zijn opgenomen.
Algemene wijzigingsregels
In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden, zoals het overschrijden van bestemmingsgrenzen.
Algemene procedureregels
In dit artikel is aangehaald welke regels aan de procedure ten grondslag liggen.
Overige regels
In dit artikel zijn regels opgenomen betreft de verwijzing naar andere regelgeving in dit plan.
Overgangs- en slotregels
In deze regels is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.
Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte
Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte vastgesteld (SVIR). Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Hiernaar wordt gestreefd middels een krachtige aanpak die gaat voor een excellent internationaal vestigingsklimaat, ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt.
Het onderhavige bestemmingsplan is enkel bedoeld voor het verwijderen van een aanduiding. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het Rijksbeleid staat dit niet in de weg.
Omgevingsvisie Zuid-Holland en Omgevingsverordening Zuid-Holland
In de 'Omgevingsvisie Zuid-Holland' en 'Omgevingsverordening Zuid-Holland' beschrijft de provincie Zuid-Holland haar doelstellingen en provinciale belangen.
Met het omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkeling en een goede leefomgevingskwaliteit. De provincie zet in de Omgevingsvisie in op veel thema`s welke niet allemaal relevant zijn in het kader van dit bestemmingsplan. De volgende thema`s zijn relevant:
Garanderen in voldoende mate van windvang en zicht op historische windmolens
De provincie draagt zorg voor het garanderen (in voldoende mate) van vrije windvang van en zicht op historische windmolens in Zuid-Holland. Dit doet de provincie om te zorgen voor een beter beschermd, benut en beleefbaar cultureel erfgoed.
Verstedelijking en wonen
De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat woningen daar worden gerealiseerd waar de behoefte zich manifesteert. Het uitgangspunt daarbij is dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd. Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Daarnaast gaat het over woningen zo te bouwen, in samenhang met investeringen in infrastructuur, werklocaties en een aantrekkelijke groenblauwe leefomgeving dat dit bijdraagt aan de maatschappelijke opgaven en transities waar de provincie voor staat. Woningbouw als de enige of primaire oplossing voor de sociaal-economische vitaliteit is in de ogen van de provincie geen duurzame lange termijn strategie.
Differentieer de woningvoorraad
Een aantrekkelijk leef- en vestigingsklimaat biedt mensen keuzevrijheid in woonomgevingen en heeft een woningvoorraad die aansluit op de behoefte.
Kwaliteitskaart
In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Op het gebied van wonen zet de provincie in op voldoende (bouwen naar behoefte) en passende woningen voor verschillende doelgroepen, bij voorkeur naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied.
In het kader van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid wordt getoetst aan de kwaliteitskaart. Deze bestaat uit een viertal lagen met bijbehorende richtpunten. Om te kunnen bepalen of een ontwikkeling past bij de gebiedskwaliteit, onderscheidt de provincie de kwaliteit van gebieden in categorieën en onderscheidt de ruimtelijke ontwikkelingen naar hun mate van impact op de omgeving.
De ruimtelijke ontwikkeling betreft een ontwikkeling die aangemerkt kan worden als 'inpassen'. De ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en voorziet niet in een wijziging op structuurniveau. De ontwikkeling past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart.
Hierna wordt per laag op de richtpunten ingegaan.
Laag 1 - De ondergrond
Rivierdelta complex - Jonge Zeeklei
Zoals overal in Zuid-Holland heeft het water en het menselijk handelen grote invloed gehad op de geomorfologie van dit deel van de provincie. Het land in de delta is vergroot door aanleg van dijken rond droogvallende gronden.
De gronden in het Deltacomplex bestaan overwegend uit kleigronden. Dit zijn voedselrijke, draagkrachtige gronden. De deltawateren zijn onderdeel van het deltacomplex. De estuariene dynamiek is een belangrijk natuurlijk gegeven. Nauw verbonden met de deltawateren zijn d eniet ingepolderde, buitendijkse kleigronden. Dit betreft de slikken, (bekade) gorzen, grienden, wilgenbossen en de uiterwaarden langs de rivieren. Het zijn natuurlijke landschappen waar ruimte is voor dynamische processen:
Richtpunt:
Water als structuurdrager
Het watersysteem beslaat zowel het oppervlakte- als het grondwater en is daarmee zeer bepalend voor het functioneren van de provincie in al haar facetten. Daarmee is het watersysteem ook medebepalend voor de ruimtelijke kwaliteit en vormt het een structuurdrager van de Zuid-Hollandse identiteit.
Het water in Zuid-Holland kent vele verschijningsvormen: grote rivieren, deltawateren, (boezem)vaarten, kanalen, veenstroompjes, sloten en plassen. Dit water vertelt veel over de geschiedenis van Zuid-Holland en de kunde op het gebied van waterbeheersing. Wonen of recreëren op of langs dit water is een waarde voor veel inwoners en bezoekers. Over de belangrijkste vaarwegen worden mensen en goederen vervoerd. Ook natuurwaarden hangen nauw samen met de kwaliteit en kwantiteit van water.
Richtpunten:
Laag 2 - De cultuur- en natuurlandschappen
Zeekleipolderlandschap
Een zeekleipolder is qua oorsprong een ronde opwaspolder (oorspronkelijk opgeslibde en daarna ingepolderde eilandjes in getijdenwater) of langgerekte aanwaspolder (aangeslibd en ingepolderd land tegen bestaandepolders) en daarna omgeven door dijken. De kreken in deze polders (herkenbaar door microreliëf en een kronkelige loop) en beplante dijken zijn belangrijke structurerende elementen. Er is een grote mate van openheid met contrasten tussen buitendijkse natuur en strak verkavelde agrarische polders. De dorpen liggen als compacte kernen in het landschap, veelal op het kruispunt van een dijk en een kreek aan de rand van een polder. Overige bebouwing ligt langs de dijken en spaarzaam in de polders zelf.
Er zijn kenmerkende contrasten tussen de regelmatige patronen in de polder van wegen en verkaveling en de kronkelige kreken te vinden. Havenkanalen vormen plaatselijk bijzondere elementen, waarbij ontwikkelingen langs de kanalen de ruimtelijke en recreatieve relatie tussen dorp en open water versterken.
Richtpunten zeekleipolders algemeen:
Laag 3 - Laag van de stedelijke occupatie
Verspreide kassen buiten de glastuinbouwgebieden
Solitaire glastuinbouwbedrijven buiten de glastuinbouwgebieden hebben door hun omvang veelal grote invloed op hun omgeving. Indien de kassen daadwerkelijk in gebruik zijn als glastuinbouwbedrijf, passen zij in beginsel binnen het agrarisch karakter van het landschap. Als kassen in het buitengebied hun tuinbouwfunctie verliezen, en hergebruikt worden voor andere functies (zoals caravanstalling), dan is de functie niet meer in overeenstemming met de verschijningsvorm en is sprake van ongewenste aantasting van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. Sanering van de kassen heeft dan prioriteit. Wanneer een dergelijke ontwikkeling zich voordoet in bijvoorbeeld stads- en dorpsranden, waar de invloed van de kas op (de kwaliteit van) de omgeving beperkt is en sanering niet bijdraagt aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, is hergebruik of herontwikkeling voor een nadere, passende functie bij uitzondering mogelijk.
Richtpunt:
Figuur 6 | Uitsnede kwaliteitskaart (bron: www.ruimteplannenzuidholland.nl)
Conclusie
Het onderhavige plan betreft enkel het verwijderen de aanduiding 'bedrijfswoning bij windturbinepark'. Hiermee worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het provinciale beleid staat dit niet in weg.
Eilandvisie Goeree-Overflakkee
Op 12 februari 2015 heeft de gemeenteraad van Goeree-Overflakkee de toekomstvisie voor de gemeente vastgesteld. Centraal in de visie staan behoud en versterking van de leefbaarheid en van de identiteit van het eiland, de eilanditeit. De visie schetst Goeree-Overflakkee als eiland van rust en ruimt waar mensen naar volle tevredenheid wonen werken en recreëren. Vanuit de visie zijn zes strategische kernthema's geformuleerd als de leidraad voor de toekomst. Deze thema's hebben elk een toetsvraag. Deze kernthema's fungeren als zeef voor alle beleidsplannen, beleidsvoornemens en initiatieven, zodat toekomstige plannen altijd binnen de Eilandvisie vallen.
Het betreft enkel het verwijderen de aanduiding 'bedrijfswoning bij windturbinepark'. Ter plaatse is sprake van een goed woon- en leefklimaat. De woning kan daardoor als reguliere woning gebruikt worden en hoeft geen onderdeel te vormen van het windturbinepark. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het gemeentelijk beleid van de gemeente Goeree-Overflakkee staat dit niet in de weg.
Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien deze beleidsvelden dan ook naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling wordt dan ook onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Het is van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden.
Archeologie
In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit
verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het
bodemarchief met zorg ontsloten te worden. In juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet
vervangt diverse wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. In de
Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe Nederland omgaat met roerend cultureel erfgoed, wie
welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt.
Ter plaatse van het plangebied geldt geen archeologische dubbelbestemming waaraan getoetst moet worden. Daarnaast worden er geen nieuwe bouwmogelijkheden toegevoegd ten opzichte van de huidige planologische situatie. Dit aspect vormt geen belemmering voor het onderhavige plan.
Cultuurhistorie
Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. De Erfgoedwet heeft zes
wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed vervangen waaronder de Monumentenwet
1988. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het wettelijk verplicht om in de toelichting van
een bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met in het gebied aanwezige
cultuurhistorische waarden of monumenten rekening is gehouden.
Cultuurhistorisch waardevolle objecten in of in de directe omgeving van het plangebied, waarmee in het plan rekening moet of kan worden gehouden, zijn niet aanwezig.
Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Sommige activiteiten die planologisch mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving.
Geluid
Het plangebied ligt in de directe omgeving van het (te realiseren) windturbinepark Oostflakkee. De afstand van het plangebied tot de dichtstbijzijnde windmolen bedraagt circa 400 meter. In het kader van bedrijven en milieuzonering is ten aanzien van windmolens het aspect geluid van belang. In de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' zijn diverse categorieën opgenomen voor windmolens op basis van de wiekdiameter waarbij een wiekdiameter van 50 meter het grootste is. De windmolens van het Windpark Oostflakkee hebben een diameter groter dan 50 meter, waardoor in dit geval de publicatie niet van toepassing is.
In het kader van het bestemmingsplan 'Windpark Oostflakkee' waarin de windturbines worden mogelijk gemaakt, is onderzoek uitgevoerd naar de geluidemissie van de te bouwen windturbines (zie Bijlage 1). Windturbines vallen onder het activiteitenbesluit. Volgens het activiteitenbesluit is de maximaal toegestane waarde ter plaatse van geluidsgevoelige objecten 47 dB Lden (Day-Evening-Night) en 41 dB Lnight. Uit dit onderzoek blijkt dat met mitigerende maatregelen aan de windmolens de woningen op de percelen Krammerdijk 3a en 5 voldoen aan de geluidsnormen. De te nemen geluidbeperkende maatregelen zijn standaard beschikbaar op alle windturbines die in Nederland verkrijgbaar zijn.
Slagschaduw
Windturbines veroorzaken slagschaduw. In het activiteitenbesluit zijn normen beschreven hoeveel schaduw een winturbine mag veroorzaken op een schaduwgevoelige bestemming. In het kader van het bestemmingsplan 'Windmolenpark Oostflakkee' is een slagschaduwonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 2). Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van Krammerdijk 3a en Krammerdijk 5 niet aan de normen voldaan kan worden. Daarom zijn er maatregelen getroffen door middel van een stilstandvoorziening. Deze voorziening zorgt er voor dat de turbine stil komt te staan wanneer er overlast van slagschaduw plaatsvindt. Met deze maatregelen wordt ter plaatse van het plangebied voldaan aan de normen. Dit aspect vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.
Om het risico uit te sluiten, dat mensen gezondheidsproblemen krijgen als gevolg van een langdurig verblijf op verontreinigde grond, dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie.
Het plangebied maakt reeds een gevoelige functie mogelijk en heeft reeds een woonbestemming. De bodemkwaliteit hoeft niet opnieuw beoordeeld te worden.
De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving.
Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van een gevaarlijke inrichting. Zier hiervoor ook onderstaande uitsnede van de risicokaart. Op het perceel Krammerdijk 8 is een propaantank aanwezig met een plaatsgebonden risiciocontour van 20 meter (PR10-6). Dit perceel is op ruim 300 meter afstand van het plangebied gelegen en vormt geen belemmering. Ook ligt er geen onderdeel van het basisnet in de omgeving van het plangebied.
Figuur 7 | Uitsnede risicokaart (bron: www.risicokaar.nl)
Een windturbinepark betreft geen risicovolle inrichting in het kader van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Windturbines kunnen wel resulteren in een risicoverhoging van nabijgelegen Bevi-inrichtingen. Uit het onderzoek behorende bij het bestemmingsplan 'Windpark Oostflakkee' blijkt dat er geen risico's zijn voor gebouwen, waaronder de woning op het perceel Krammerdijk 5. In Bijlage 3 is de risico-analyse opgenomen die in het kade r van de realisatie van het windpark is uitgevoerd. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.
Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai.
Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt.
Het plan heeft geen betrekking op wegverkeerslawaai. Er is sprake van een reeds bestaande woning. Ook heeft dit bestemmingsplan geen gevolgen voor de verkeersaantrekkende werking. In het kader van het Activiteitenbesluit is onderzoek uitgevoerd naar het geluidsniveau van de windturbines. In paragraaf 4.3 van deze toelichting wordt daar nader op ingegaan.
In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt.
In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en/of leidingen. Dit aspect vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht.
Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In onderhavig plan is slechts sprake van het verwijderen van een aanduiding ter plaatse van een bestaande woning, omdat de woning niet tot het windpark behoort. Er wordt met dit plan geen nieuwe ontwikkeling mogelijk gemaakt die gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit. Dit aspect vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.
De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven.
Dit bestemmingsplan voorziet uitsluitend in het kunnen gebruiken van de bestaande woning als reguliere woning en niet als woning die deel uitmaakt van het windmolenpark. Er vindt geen sloop en nieuwbouw plaats of andere activiteiten die effecten zouden kunnen hebben op flora en fauna. Het aspect natuur vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen.
Het onderhavige plan maakt geen nieuw bebouwd oppervlak mogelijk. De situatie op het perceel blijft onveranderd. Het aspect water vormt geen belemmering voor dit plan.
Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd.
Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk ten opzichte van de huidige planologische situatie. Ten aanzien van het aspect verkeer en parkeren blijft de bestaande situatie onveranderd.
Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.
Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs.
Dit bestemmingsplan maakt geen nieuw bouwplan mogelijk. De bestaande woningen worden als zodanig bestemd. De verplichting voor het opstellen van een exploitatieplan is dan ook niet van toepassing.
Vooroverleg
Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio.
Inspraak
Conform de Wet ruimtelijke ordening is het niet verplicht om een inspraakprocedure te volgen. Gezien de aard van dit bestemmingsplan is ervoor gekozen geen inspraakprocedure te volgen.
Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan
Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.