Inhoudsopgave
Artikel 10 Algemene aanduidingsregels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen
Aan artikel 1 van het bestemmingsplan Woonvelden Deinum-Oost (Gebiedsontwikkeling fase 2) van de gemeente Menameradiel met identificatienummer NL.IMRO.1908.BPDnmOostFase2-0401, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 mei 2016 worden de volgende begrippen toegevoegd. Dit met inachtneming van het bepaalde in artikel 12, lid 12.1 van dit plan.
In deze regels wordt verstaan onder:
1.1 plan (nieuw)
De Partiële herziening Bestemmingsplan Woonvelden Deinum-Oost (gebiedsontwikkeling Fase 2) met identificatienummer NL.IMRO.1908.PHBPDnmOostFase2-0401 van de gemeente Menameradiel;
1.2 bestemmingsplan (nieuw)
de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels.
Artikel 2 Wijze van meten
Voor zover gronden binnen deze partiële herziening zijn gelegen, zijn de regels van artikel 2 van het bestemmingsplan Woonvelden Deinum-Oost (Gebiedsontwikkeling fase 2) van de gemeente Menameradiel met identificatienummer NL.IMRO.1908.BPDnmOostFase2-0401, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 mei 2016 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 6 Woongebied
Voor zover gronden met de bestemming ‘Woongebied’ onderdeel uitmaken van dit plan, zijn
de regels van de bestemming 'Woongebied' opgenomen als artikel 6 in het bestemmingsplan Woonvelden Deinum-Oost (Gebiedsontwikkeling fase 2) van de gemeente Menameradiel met identificatienummer NL.IMRO.1908.BPDnmOostFase2-0401, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 mei 2016 van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het voorliggende plan.
De bestemming 'Woongebied' opgenomen als artikel 6 in het bestemmingsplan Woonvelden Deinum-Oost (Gebiedsontwikkeling fase 2) van de gemeente Menameradiel met identificatienummer NL.IMRO.1908.BPDnmOostFase2-0401, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 mei 2016 worden als volgt aangepast:
6.2 Bouwregels
6.2.1 Algemeen
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
|
|
alle gebouwen en overkappingen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; |
|
b. |
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' wordt het woonveld van west naar oost ontwikkeld. |
6.2.2 Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
|
a. |
als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd; |
|
b. |
het aantal hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; |
|
c. |
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' worden de hoofdgebouwen vrijstaand, halfvrijstaand of in rijen van maximaal vier aaneen gebouwd; |
|
d. |
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' worden de hoofdgebouwen vrijstaand gebouwd; |
|
e. |
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' worden de hoofdgebouwen vrijstaand, halfvrijstaand of in rijen van maximaal vier aaneen gebouwd; |
|
f. |
in afwijking van het bepaalde onder e mogen de hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' ook in rijen van maximaal zeven aaneen worden gebouwd; |
|
g. |
ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' wordt de voorgevel van een hoofdgebouw in de voorgevelrooilijn gebouwd, met dien verstande dat indien de bouw in rijen van meer dan 3 aaneen gebouwde woningen plaatsvindt ten minste 60% van de aaneen gebouwde woningen in éénzelfde rij in de gevellijn ter plaatse van de aanduiding "gevellijn" worden gebouwd; |
|
h. |
de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt aan de vrijstaande zijde van het hoofdgebouw ten minste 3 m; |
|
i. |
de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw bedragen niet meer dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; |
|
j. |
in afwijking van het bepaalde onder h i mogen de daken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' ook plat worden afgedekt; de bouwhoogte bedraagt in dat geval maximaal 7 m. |
6.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoning
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:
|
a. |
bijbehorende bouwwerken of uitbreidingen daarvan mogen uitsluitend in het achtererfgebied worden gebouwd; |
|
b. |
de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan:
|
|
c. |
voor een bijbehorend bouwwerk op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw geldt dat indien de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk meer dan 3 m is, het dak wordt voorzien van een schuin dak, waarbij de dakvoet niet hoger dan 3 m mag zijn, de daknok wordt gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55 graden, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule:
|
|
d. |
de afstand van bijbehorende bouwwerken tot openbaar toegankelijk gebied mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; |
|
e. |
de ligging van een verblijfsgebied als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 mag in geval van meer dan één bouwlaag uitsluitend op de eerste bouwlaag worden gerealiseerd; |
|
f. |
een bijbehorend bouwwerk mag niet worden voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; |
|
g. |
de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan:
|
6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde,
|
a. |
de bouwhoogte van erf- of perceelsafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; |
|
b. |
de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m. |
6.3 Afwijken van de bouwregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van:
-
het bepaalde in lid 6.2.1 onder b in die zin dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' ook op locaties mag worden gebouwd die afwijken van de ontwikkelingsrichting van het woonveld als genoemd in lid 6.2.1 onder b;
-
het bepaalde in lid 6.2.2 onder h in die zin dat de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrens aan de vrijstaande zijde ten minste 1 m mag bedragen;
-
het bepaalde in lid 6.2.2 onder j in die zin dat een grotere bouwhoogte van ten hoogste 7,5 m voor plat afgedekte woningen is toegestaan, met dien verstande dat een hogere bouwhoogte uitsluitend wordt toegestaan indien deze wordt aangevraagd in het geval van plaatsing van zonnepanelen op het platte dak.
De met rood en doorhalen aangegeven teksten zijn vervallen.
De met blauw en vet aangegeven teksten zijn toegevoegd.
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 10 Algemene aanduidingsregels
Voor zover gronden onderdeel uitmaken van dit plan, zijn de 'Algemene aanduidingsregels' opgenomen als artikel 10 in het bestemmingsplan Woonvelden Deinum-Oost (Gebiedsontwikkeling fase 2) van de gemeente Menameradiel met identificatienummer NL.IMRO.1908.BPDnmOostFase2-0401, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 mei 2016 van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het voorliggende plan.
De 'Algemene aanduidingsregels' opgenomen als artikel 10 in het bestemmingsplan Woonvelden Deinum-Oost (Gebiedsontwikkeling fase 2) van de gemeente Menameradiel met identificatienummer NL.IMRO.1908.BPDnmOostFase2-0401, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 mei 2016 worden als volgt aangepast:
10.1 vrijwaringszone - vaarweg beheer
10.1.1 Bouwregels
Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - vaarweg beheer' gelden, ten behoeve van het beheer van de vaarweg en de kade, de volgende regels:
|
a. |
in een strook van 10 m, gerekend vanaf de kade: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
b. |
in een strook van 10 m tot 20 m, gerekend vanaf de kade: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
c. |
in afwijking van het bepaalde in lid a en b is de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan indien deze bouwwerken noodzakelijk zijn in verband met het scheepvaartverkeer of ten behoeve van het beheer. |
10.2 vrijwaringszone - vaarweg zichtlijn
Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - vaarweg zichtlijn' gelden, in het belang van de veiligheid van het scheepvaartverkeer, de volgende regels:
|
|
er mogen geen gebouwen worden gebouwd; |
|
|
|
|
|
er mogen geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten dienste van het scheepvaartverkeer; |
|
|
|
|
|
er mag geen beplanting worden aangebracht in de vorm van struiken, bomen en andere opgaande beplanting. |
10.3 vrijwaringszone - onderhoudsstrook
Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - onderhoudsstrook' geldt, ten behoeve van de beeldkwaliteit en het beheer en onderhoud van de vaarweg en de kade, de volgende regel:
-
op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - onderhoudsstrook' mogen geen omgevingsvergunningvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 2, bijlage II Besluit omgevingsrecht worden gebouwd.
De met blauw en vet aangegeven teksten zijn toegevoegd.
Artikel 12 Overige regels
12.1 Van toepassing verklaring
Voor zover gronden onderdeel uitmaken van dit plan is het bestemmingsplan Woonvelden Deinum-Oost (Gebiedsontwikkeling fase 2) van de gemeente Menameradiel met identificatienummer NL.IMRO.1908.BPDnmOostFase2-0401, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 mei 2016 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestemmingsplan Woonvelden Deinum-Oost (Gebiedsontwikkeling fase 2) van de gemeente Menameradiel met identificatienummer NL.IMRO.1908.BPDnmOostFase2-0401, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 mei 2016 worden als volgt aangepast:
-
de tekstdelen welke in dit plan rood en doorgehaald zijn weergegeven, zijn in de regels van het bestemmingsplan Woonvelden Deinum-Oost (Gebiedsontwikkeling fase 2) van de gemeente Menameradiel met identificatienummer NL.IMRO.1908.BPDnmOostFase2-0401, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 mei 2016, vervallen;
-
de tekstdelen welke in dit plan blauw en vet zijn weergegeven, zijn aan de regels van het bestemmingsplan Woonvelden Deinum-Oost (Gebiedsontwikkeling fase 2) van de gemeente Menameradiel met identificatienummer NL.IMRO.1908.BPDnmOostFase2-0401, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 mei 2016, toegevoegd;
-
ter plaatse van de in dit plan opgenomen gebiedsaanduiding "vrijwaringszone - onderhoudsstrook", is de verbeelding van het bestemmingsplan Woonvelden Deinum-Oost (Gebiedsontwikkeling fase 2) van de gemeente Menameradiel met identificatienummer NL.IMRO.1908.BPDnmOostFase2-0401, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 mei 2016, aangevuld.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 13 Overgangsrecht
13.1 Overgangsrecht bouwwerken
-
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
-
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
-
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
-
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het gestelde in sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
-
Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
13.2 Overgangsrecht gebruik
-
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
-
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
-
Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
-
Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 14 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als:
“Regels van de Partiële herziening Bestemmingsplan Woonvelden Deinum-Oost (gebiedsontwikkeling Fase 2)”.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 2 maart 2017