direct naar inhoud van Artikel 8 Algemene bouwregels
Plan: Bestemmingsplan Multifunctionele Accommodatie Bisonspoor
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1904.BPmfabisonspoorMKB-OH01

Artikel 8 Algemene bouwregels

8.1 Algemeen

De in deze regels opgenomen bepalingen ten aanzien van bouwgrenzen zijn niet van toepassing voor wat betreft overschrijdingen met betrekking tot:

  • a. stoepen, stoepranden, toegangsbruggen en funderingen;
  • b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, indien de overschrijding van de voorgevelrooilijn niet meer dan 17 cm bedraagt;
  • c. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, erkers, balkons, galerijen en luifels, mits zij de voorgevelrooilijn met niet meer dan 50 cm overschrijden;
  • d. ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden;
  • e. hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voor zover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand de voorgevelrooilijn met meer dan 1 m overschrijden;
  • f. vlaggenmasten, antennemasten en schoorstenen, die deel uitmaken van een gebouw, welke uitsluitend binnen een bouwvlak zijn opgericht en de voor dat gebouw toegestane maximale hoogte met niet meer dan 5 m overschrijden;
  • g. dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, lichtkoepels, luchtbehandelings- en liftinstallaties welke niet hoger zijn dan 3,50 m en geen grotere oppervlakte hebben dan 40% van de vloeroppervlakte van de bovenste laag van het gebouw, waarop zij worden geplaatst;
  • h. afscheidingen en ballustrades ten behoeve van de daktuin/dakterras welke niet hoger zijn dan 2 m;
  • i. voorzieningen ten dienste van het opwekken van duurzame energie, welke niet hoger zijn dan 3m;
  • j. bergbezinkbasins (dan wel andere waterstaatkundige werken) ten behoeve van de opvang van water (waaronder rioolwater) mogen worden gebouwd en aangelegd zowel boven- als ondergronds.
8.2 Ontheffing

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen ten behoeve van het overschrijden van de bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, met maximaal 1,5 m, indien het betreft:

  • a. overbouwingen ten dienste van de verbinding van twee gebouwen;
  • b. toegangen van bouwwerken;
  • c. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen;
  • d. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen;
  • e. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken;
  • f. balkons en galerijen;
  • g. luifels, reclametoestellen en draagconstructies voor reclame;
  • h. hijsinrichtingen, laadbruggen, stortgoten, stort- en zuigbuizen;
  • i. kelderingangen en kelderkoekoeken.
8.3 Vervangende maatbepaling

De maten (goothoogte, hoogte, vierkante meter, kubieke meter) van bestaande gebouwen
(waaronder begrepen herbouw of verbouw van deze gebouwen dan wel uitbreiding van het bestaande gebouw binnen het bestaande bouwvlak) zoals deze bestonden op het tijdstip van ter inzage leggen van het ontwerp, voor zover deze ruimer zijn dan in deze regels is bepaald, geldt de bestaande maat als vervangende maat. Deze vervangbare maat geldt niet als de bestaande gebouwen illegaal zijn gebouwd, dan wel niet in overeenstemming waren met het vorige bestemmingsplan. Bestaande gebouwen die worden beschermd door het bouwovergangsrecht van het vorige bestemmingsplan worden geacht in overeenstemming te zijn met het vorige bestemmingsplan.

8.4 Ondergronds bouwen
  • a. Ondergrondse bouwwerken mogen worden gerealiseerd binnen de aangegeven bouwvlakken en binnen de direct omringende erven waar de bijgebouwen mogen worden opgericht, enkel onder de gebouwen die daar zijn of worden opgericht; indien onder de bestemming is aangegeven dat ondergronds bouwen niet is toegestaan, mag niet ondergronds worden gebouwd.
  • b. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 7.4 onder a ten behoeve van ondergrondse bouw buiten de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
    • 1. de hoogte van kelders bedraagt maximaal 10 cm beneden peil;
    • 2. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens en de openbare weg bedraagt ten minste 1 m, met dien verstande dat in geval van kelderbouw in belendende percelen in de zijdelingse perceelgrens mag worden gebouwd;
    • 3. Kelders mogen niet worden voorzien van een dakraam of lichtkoepel.
    • 4. Ondergrondse bouwwerken die meer dan 1 meter buiten het buitenwerk van het bovengronds gelegen gebouw worden gerealiseerd tellen mee in de oppervlakteregeling voor bijgebouwen.
8.5 Wegverkeerslawaai/industrielawaai
  • a. De geluidsbelasting vanwege het wegverkeer of industrielawaai van gebouwen met geluidgevoelige functies mag niet hoger zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarden of de verleende hogere (grens)waarde.
  • b. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van geluidgevoelige ruimten in woningen in verband met de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer of industrielawaai.
  • c. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde onder a voor het bouwen van woningen en maatschappelijke voorzieningen binnen een hindercontour vanwege industrielawaai, een en ander uitsluitend indien de bedrijfssituatie van de op het terrein aanwezige bedrijven zulks toelaten en op basis van de vergunningen en/of op basis van milieuwetgeving.