In deze regels wordt verstaan onder:
plan:
het
bestemmingsplan Loenen aan de Vecht –
geconsolideerd met identificatienummer
NL.IMRO.1904.BPLoenenadVechtCON-GC01 van de gemeente Stichtse
Vecht.
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
aanduiding:
een
geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid,
waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het
gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
achtererf:
de gronden die behoren bij een hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevelrooilijn.
achtererfgebied:
erf achter de
lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1,0 m achter de voorkant en van
daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk
gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf
achter het hoofdgebouw te komen.
achtergevelrooilijn:
de denkbeeldige lijn in het verlengde van de achtergevel van het hoofdgebouw.
afhankelijke woonruimte (i.v.m. mantelzorg):
een
onderdeel van het hoofdgebouw of een bijbehorend bouwwerk bij een
woning dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en
waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg
gehuisvest is.
afvalinzamelsysteem:
geheel
of gedeeltelijk onder peil gelegen bouwwerken/voorzieningen ten behoeve
van de inzameling van huishoudelijk afval, glas en dergelijke.
agrarisch beheer:
het
beheren en onderhouden van gronden, gericht op het voortbrengen van
producten en behoud en herstel van het cultuurlandschap en
natuurwaarden door middel van het telen van gewassen en/of het
(hobbymatig) houden van dieren. Intensieve vormen van agrarische
productie en (boom)kwekerijen zijn niet toegestaan.
ambachtelijk en verzorgend bedrijf:
een
bedrijf voor de uitvoering van producerende en/of verzorgende
ambachten, waar voor een belangrijk deel in handwerk goederen worden
vervaardigd, verwerkt, bewerkt, geïnstalleerd of hersteld,
voornamelijk direct ten behoeve van de uiteindelijke gebruiker en/of
verbruiker.
ambulante handel:
de
verkoop en het te koop aanbieden, alsmede de uitstalling daarvan, van
waren aan consumenten buiten vestigingen. Onder ambulante handel wordt
mede verstaan (week)markten, standplaatsen buiten de markten en het
venten.
antenne-installatie:
installatie
bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan
niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende
bevestigingsconstructie.
archeologische waarde:
de
aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de
studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke
aanwezigheid of activiteit uit oude tijden.
architectonische waarde:
de
authentieke kenmerken in de uiterlijke verschijningsvorm van bouwwerken
welke eigen zijn aan een bepaalde kunsthistorische stijlperiode of een
bouwvorm, welke karakteristiek is aan gebouwen uit een bepaalde streek,
waarbij in hoofdzaak gelet wordt op onder meer de uitwendige hoofdvorm
van een gebouw, bepaald door grondoppervlak, goothoogte, dakhelling,
nokrichting en -hoogte en de gevelindeling.
atelier:
werkplaats
van een beeldend kunstenaar, waarbij detailhandel als ondergeschikte
nevenactiviteit van ter plaatse vervaardigde producten is toegestaan.
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
bebouwingspercentage:
de
gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, in procenten
van de oppervlakte van dat bouwperceel. In geval van meerdere eigenaren
wordt het percentage naar rato van het oppervlak van het in eigendom
zijnde perceel bepaald.
bed and breakfast:
een
activiteit ondergeschikt aan een woning die gerund wordt door de
eigenaren tevens bewoners van de betreffende woning, die in hoofdzaak
bestaat uit het verstrekken van toeristisch nachtverblijf voor korte
tijd en waarbij het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de
logerende gasten (daaraan) ondergeschikt is.
bedrijf:
een
inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen,
vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van
goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis
verbonden beroepen daaronder niet begrepen.
bedrijf aan huis:
een
bedrijf of het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen
van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van
handwerk dat niet krachtens milieuregelgeving vergunnings- of
meldingsplichtig is, waaronder een kappersbedrijf, dat door de
gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bouwwerk
wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie
behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met
de woonfunctie in overeenstemming is. Detailhandel, horeca,
kinderdagverblijven, seksinrichtingen, prostitutie, koeriersbedrijven
en (personen)transport vallen hier niet onder.
bedrijfsgebouw:
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.
bedrijfsvloeroppervlak:
de
totale vloeroppervlakte van kantoren, winkels, instellingen of
bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige
dienstruimten.
bedrijfswoning:
een
woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts
bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar
gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is.
begraafplaats:
een locatie waar overledenen worden begraven dan wel worden bijgezet in een urnenmuur of urnenveld.
beperkt kwetsbaar object:
-
verspreid
liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee
woningen per hectare, dienst- en bedrijfswoningen van derden,
sporthallen,
zwembaden en speeltuinen;
-
kantoorgebouwen,
hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet
onder de definitie voor kwetsbare objecten, onder c, vallen;
-
sport-
en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden,
voor zover zij niet onder de definitie voor kwetsbare objecten, onder
d, vallen;
-
objecten
die met de onder a en b genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde
van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar
verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de
mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die
objecten geen kwetsbare objecten zijn;
- objecten met een
hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of
elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor
zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij
een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen
van dat ongeval.
beroep aan huis:
een
dienstverlenend beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op
administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig,
ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de
gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bouwwerk
wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie
behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met
de woonfunctie in overeenstemming is. Detailhandel, horeca,
kinderdagverblijven, seksinrichtingen, prostitutie, koeriersbedrijven
en (personen)transport vallen hier niet onder.
beschermd monument:
een
onroerend monument, aangewezen op grond van artikel 3 van de
Monumentenwet als beschermd monument, en ingeschreven in het door het
rijk bijgehouden rijksmonumentenregister.
beschermd dorpsgezicht:
gebied
dat door de toenmalige ministers van Cultuur, Recreatie en
Maatschappelijk Werk en van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
bij besluit van 4 augustus 1966 is aangewezen als beschermd
dorpsgezicht in de zin van artikel 35 van de Monumentenwet 1988.
bestaande situatie:
- bij bebouwing:
een legaal bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het
ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan
worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen,
waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van de terinzagelegging is
ingediend, tenzij in de regels anders bepaald;
- bij gebruik: het
legale gebruik dat bestaat op het moment dat het plan rechtskracht
heeft verkregen, danwel nadien kan worden gebruikt krachtens een
verleende vergunning, tenzij in de regels anders bepaald.
- Het aantal
woningen of wooneenheden zoals aanwezig op het moment van
terinzagelegging van het ontwerp van het plan, dan wel nadien kunnen
worden gerealiseerd krachtens dit bestemmingsplan en/of
afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in dit
bestemmingsplan;
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak.
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
bijbehorend bouwwerk:
een
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op
hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet
tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
bijzondere woonruimte:
woonruimte
waarin, al dan niet zelfstandige, woningen zijn opgenomen met
gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een bejaardenhuis,
woonzorg-complex of daarmee gelijk te stellen voorziening.
boatsaver:
een al dan niet drijvende voorziening ter opslag en overkapping van een boot.
bouwen:
het
plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of
veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of
gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak.
bouwlaag:
een
boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw dat door
op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of
balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met
uitsluiting van onderbouw en zolder indien deze lager zijn dan 2,1 m en
niet normaal beloopbaar zijn.
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolgde de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel.
bouwvlak:
een
geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar
ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen
zijnde zijn toegelaten.
bouwwerk:
elke
constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander
materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden,
hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond.
buitenplaats:
een
historische buitenplaats is aangelegd. Zij kan deel uitmaken van een
landgoed. Het geheel wordt met name gevormd door een, eventueel thans
verdwenen, in oorsprong versterkt huis, kasteel, buitenhuis of
landhuis, met bijgebouwen, omgeven door tuinen en/of park met
één of meer van de volgende onderdelen, zoals grachten,
waterpartijen, lanen, boomgroepen, parkbossen, (sier)weiden, moestuinen
en ornamenten. De samenstellende delen, een ensemble vormend, van
terreinen (met beplanting), lanen, waterpartijen en waterlopen,
gebouwen, bouwwerken en tuinornamenten zijn door de opzet of ontwerp
van tuin en park en het (utilitair) gebruik historisch en
architectonisch met elkaar verbonden en vormen zo een onlosmakelijk
geheel. Onderdeel van een historische buitenplaats vormen die gebouwen,
bouwwerken en tuinornamenten, die compositorisch deel uitmaken van het
ontwerp en de opzet en inrichting van de tuin- en/of parkaanleg dan wel
dienen voor gebruik in samenhang met de oorspronkelijke bestemming.
cultuurhistorische waarde:
de
aan een (samenstel van) bouwwerk(en) of gebied toegekende waarde in
verband met het beeld dat door het gebruik in de loop van de
geschiedenis is ontstaan, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in
de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of
wegenpatroon en/of de architectuur.
detailhandel:
het
bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten
verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de
goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de
uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
dienstverlening/maatschappelijke dienstverlening:
een
(naar openingstijden) met een winkel vergelijkbare onderneming die is
gericht op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek
rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en
wordt geholpen, zulks met uitzondering van horecaondernemingen en
seksinrichtingen/prostitutie.
erf:
een
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is
gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht
ten dienste van het gebruik van dat gebouw, voor zover de bestemming
deze inrichting niet verbiedt.
erotisch getinte vermaaksfunctie:
een
vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van
voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder
begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal.
evenement:
een
één of meerdaagse voor het publiek toegankelijke
verrichting van vermaak zoals sportmanifestaties, concerten,
bijeenkomsten, voorstellingen, thematische beurzen en markten.
extensief recreatief medegebruik:
recreatief
gebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen en
daarmee gelijk te stellen activiteiten (met uitzondering van rust- en
picknickplaatsen met bijbehorend meubilair), dat geen specifiek beslag
legt op de ruimte, behoudens ruimtebeslag door voet-, fiets- en
ruiterpaden.
galerie:
ruimte voor het exposeren en verkopen van kunstwerken.
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
geluidsgevoelig object:
woningen, alsmede gebouwen, terreinen en ruimten als bedoeld in de Wet geluidhinder.
gestapelde woning:
een
woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven
elkaar gelegen woningen omvat, waarbij per woning een zelfstandige
toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau,
gewaarborgd is.
hoofdgebouw:
een
gebouw dat, gezien zijn bestemming, vorm of gebruik, als het
belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt.
hoogtescheidingslijn:
een
op de verbeelding binnen een bouwvlak aangegeven lijn waarmee de
scheiding tussen twee binnen dat bouwvlak aangegeven hoogteaanduidingen
wordt weergegeven.
horeca(onderneming):
een
onderneming die in zijn algemeenheid is gericht op het verstrekken van
nachtverblijf, het verstrekken en/of ter plaatse nuttigen van voedsel
en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie.
De
volgende specifieke vormen worden onderscheiden, waarbij in het kader
van dit bestemmingsplan geen discotheken of (soft)drugverstekkende
gelegenheden zijn toegestaan. Bij de begrippen is een
categorie-indeling aangegeven welke in de regels wordt gebruikt:
Categorie h1: (winkel)ondersteunende horeca waaronder verstaan wordt:
een
onderneming, die qua openingstijden vergelijkbaar is met
detailhandelsvestigingen, althans geen latere sluitingstijd dan 21.00
uur heeft, zoals een dagcafé, lunchroom, koffiecorner en
ijssalon;
Categorie h2: bed & breakfast, pensionbedrijf waaronder verstaan wordt:
een
activiteit ondergeschikt aan een woning die gerund wordt door de
eigenaren tevens bewoners van de betreffende woning, die in hoofdzaak
bestaat uit het verstrekken van toeristisch nachtverblijf voor korte
tijd en waarbij het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de
logerende gasten (daaraan) ondergeschikt is;
Categorie h3: hotel waaronder verstaan wordt:
een
onderneming, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van
nachtverblijf en eventueel het ondergeschikt exploiteren van
zaalaccommodatie en het ondergeschikt verstrekken van voedsel en
dranken;
Categorie h4: restaurant/eetcafé waaronder verstaan wordt:
een
onderneming, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van
maaltijden voor gebruik ter plaatse en waarbij het verstrekken van
dranken (daaraan) ondergeschikt is; alsmede tot het exploiteren van een
ondergeschikte zaalaccommodatie;
Categorie h5: cafetaria/snackbar waaronder verstaan wordt:
een
onderneming gericht op het verstrekken aan de verbruiker van al dan
niet ter plaatse bereide, kleine etenswaren, welke al dan niet ter
plaatse kunnen worden gebruikt;
Categorie h6: zaalaccommodatie waaronder verstaan wordt:
een
onderneming, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van
gelegenheid tot het houden van bruiloften en partijen, alsmede tot het
houden van congressen, conferenties en andere vergaderingen en waarbij
het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is;
Categorie h7: café/bar waaronder verstaan wordt:
een
zelfstandige, niet geheel of gedeeltelijk deel uitmakend van een hotel,
restaurant of zaalaccommodatie voorkomende bedrijvigheid, die in
hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter
plaatse en waar het verstrekken van maaltijden daaraan ondergeschikt is;
Categorie h8: discotheek/dancing waaronder verstaan wordt:
een
uitgaansgelegenheid bestaande uit één of meerdere bars en
een plek waar je kunt dansen op of luisteren naar (live)muziek.
huishouden:
persoon of groep personen die een huishouding voert, niet zijnde (bedrijfsmatige) kamerbewoning/kamerverhuur.
huishouding:
regeling van het huishouden, familieleven, huisgezin.
jongerenontmoetingsplek (JOP):
een speciaal ingerichte plek in het openbaar gebied waar jongeren rond kunnen hangen.
kamerbewoning/kamerverhuur:
het
gebruik van een hoofdgebouw of met het hoofdgebouw verbonden
bijbehorende bouwwerken door meer dan één zelfstandig
huishouden.
kantoor:
een
gebouw, dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden
en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van
(semi)overheidsinstellingen, het bankwezen en naar de aard daarmee
gelijk te stellen instellingen / het bedrijfsmatig verlenen van
diensten waarbij afnemers niet of slechts in ondergeschikte mate
rechtstreeks te woord worden gestaan en geholpen.
kap:
een
gesloten bovenbeëindiging van een bouwwerk waarbij bij een
horizontale projectie ten minste 50% van het gebouw wordt afgedekt met
hellende dakvlakken.
karakteristiek:
een
onroerend monument, gebouw, bouwwerk of beplanting aangemerkt als
karakteristiek vanwege de karakteristieke waarde in het straatbeeld,
zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
waarde, en waarvan het behoud van belang is.
kelder:
een grotendeels ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorend bovengronds bouwwerk.
kelderingang:
een constructie die dient voor de toegang tot een kelder.
kelderkoekoek:
een
uitgebouwde constructie van beperkte omvang aan de buitenzijde van de
kelderwand die dient voor daglichttoetreding en/of ventilatie van de
kelder. Als uitgebouwde bak wordt het ook wel een lichtkolk of
vossengat genoemd, een lange doorgaande koekoek ook wel een wolfskuil.
kwetsbaar object:
-
woningen, niet zijnde woningen als bedoeld bij de definitie voor beperkt kwetsbare objecten;
-
gebouwen
bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de
dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals:
-
ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen;
-
scholen;
-
gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen;
-
gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals:
-
kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m2 per object;
-
complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1.000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd;
- kampeer- en
andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50
personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen.
landschapswaarden:
de
aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of
cultuurhistorisch en/of ecologisch en/of geomorfologisch opzicht.
ligplaats:
een plaats voor het aanleggen van vaartuigen.
maatschappelijke voorzieningen:
culturele,
educatieve, medische, sociale en levensbeschouwelijke voorzieningen,
alsmede (buitenschoolse) kinderopvang, alle met bijbehorende
praktijkruimten, voorzieningen ten behoeve van openbare
dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten
dienste van deze voorzieningen.
mantelzorg:
het
anders dan bedrijfsmatig bieden van zorg aan een of meer leden van een
huishouding, die hulpbehoevend is of zijn op het fysieke, psychische
en/of sociale vlak.
natuurwaarden:
de aan een gebied eigen zijnde ecologische waarden.
nevenactiviteit:
een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel omvang (m2), omzet (€) als de effecten op het woon- en leefklimaat.
normaal onderhoud, gebruik en beheer:
een
gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van
objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het
bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt.
nutsvoorzieningen:
gebouwde
dan wel ongebouwde voorzieningen ten behoeve van algemene
nutsdoeleinden zoals de watervoorziening, afval, energievoorziening of
het (tele)communicatie-verkeer.
objecten met cultuurhistorische waarde:
bebouwing
met cultuurhistorische waarde waaronder naast het hoofdgebouw tevens de
(aangebouwde) voormalige bedrijfsgedeelten vallen die, gelet op de
oorspronkelijke functie en bouwwijze, een wezenlijk onderdeel uitmaken
van de oorspronkelijke (bedrijfs)bebouwing; hieronder vallen niet
latere aan- of uitbouwen (erfbebouwing) zonder cultuurhistorische
waarde.
oever:
waterkant langs rivieren, meren, kanalen enz..
ondergeschikte functie:
functie die ondergeschikt is aan de hoofdfunctie.
ondergeschikte detailhandel:
detailhandel
vanuit vestigingen/voorzieningen die als hoofdactiviteit geen
detailhandel hebben en waarvan de detailhandelsfunctie in ruimtelijk,
functioneel en inkomenswervend aantoonbaar ondergeschikt en gelieerd is
aan de hoofdfunctie.
ondergeschikte horeca:
horeca
vanuit vestigingen/voorzieningen die als hoofdactiviteit geen horeca
hebben en die in ruimtelijk en functioneel opzicht duidelijk
ondergeschikt en gelieerd is aan de hoofdfunctie zoals een kantine bij
een sportaccommodatie.
overkapping:
een
bouwwerk op het erf van een gebouw of standplaats, dat strekt tot
vergroting van het gebruiksgenot van het gebouw of de standplaats en
dat, voor zover gebouwd vóór (het verlengde van) de
voorgevel van een gebouw, geen tot de constructie zelf behorende wanden
heeft en, voor zover gebouwd achter (het verlengde van) de voorgevel
van een gebouw, maximaal drie wanden heeft waarvan maximaal twee tot de
constructie behoren.
overtuin:
een
(particuliere) tuin, veelal (van oorsprong) behorend bij een
buitenplaats, met een zekere cultuurhistorische en landschappelijke
waarde, vanwege de oriëntatie op zowel de Vecht als de
(voormalige) buitenplaats, het herenhuis of het buitenhuis.
perceelsgrens:
een grenslijn tussen bouwpercelen onderling.
perifere detailhandel:
detailhandel
in brand- en explosiegevaarlijke stoffen en detailhandel in
ABC-goederen (auto's, boten en caravans), tuincentra, bouwmarkten,
detailhandel in grove bouwmaterialen, keukens en sanitair alsmede
woninginrichting waaronder meubels, die vanwege de omvang en aard van
de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig hebben voor de
uitstalling (en uit dien hoofde niet binnen de aangewezen
winkelconcentratiegebieden gevestigd kunnen worden).
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding.
recreatie:
vrijetijdsbesteding
die in hoofdzaak is gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals
wandelen, trimmen, fietsen, paardrijden, vissen, zwemmen, roeien,
kanoën etc.
seksinrichting:
een
voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of
in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden
verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een
seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een
(raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in
combinatie met elkaar.
speelterrein:
een
terrein dat erop gericht is om in de openlucht speel- en
recreatiemogelijkheden te bieden en waarop speelvoorzieningen kunnen
worden geplaatst.
speelvoorziening:
een voorziening, die erop gericht is om in de openlucht speel- en recreatiemogelijkheden te bieden.
standplaats:
een
plek in het openbaar gebied waar ambulante handelaren een dagdeel, dag
en/of een aantal dagen per week waren kunnen verkopen.
straatmeubilair:
bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts-)voorzieningen, zoals:
-
verkeersgeleiders, verkeersborden, lichtmasten, zitbanken en bloembakken;
-
telefooncellen, abri's, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame (inclusief de reclame zelf);
-
kleinschalige
bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud
van niet meer dan 50 m³ en een hoogte van niet meer dan 3 m,
waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie,
energievoorziening en brandkranen;
- (ondergrondse) afvalinzamelsystemen.
steiger:
een constructie langs of dwars op een oever die als aanlegplaats voor schepen dient.
streefpeil:
het reglementair vastgestelde waterpeil dat door de beherende instantie wordt nagestreefd.
terras:
een
buiten de besloten ruimte van een inrichting liggend deel van een
horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar
tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.
volumineuze detailhandel:
detailhandel
in goederen, die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot
oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals de verkoop van auto's,
boten, caravans, woning- en tuininrichtingsartikelen, grove
bouwmaterialen, keukens en sanitair.
voorerf:
de gronden die behoren bij een hoofdgebouw en gelegen zijn voor de voorgevelrooilijn.
voorgevel:
de
naar het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het
een gebouw betreft met meer dan één naar het openbaar
gebied gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te
worden aangemerkt.
voorgevelrooilijn:
de denkbeeldige lijn in het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw.
vrijstaand:
bebouwing waarbij de gebouwen aan beide zijden niet tegen een al dan niet op een ander bouwperceel gelegen gebouw zijn gebouwd.
waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen
die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer,
waterberging en waterkwaliteit., waaronder duikers, stuwen, gemalen,
inlaten en voorzieningen ten behoeve van berging en infiltratie van
hemelwater.
(kunst)werk:
bouwwerk,
geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of
infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een
tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te
stellen voorziening.
woonschip:
elk
vaar- of drijftuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als
of te oordelen naar zijn constructie en/of inrichting uitsluitend of in
hoofdzaak bestemd is tot als hoofdbewoning geldend dag- en/of
nachtverblijf van één of meer personen.
woning/wonen/wooneenheid:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
woonzorgvoorzieningen:
Een complex van
bebouwing dat bestemd is voor mensen die vanwege hun hoge leeftijd
en/of fysieke beperkingen (waaronder ook dementie/alzheimer worden
gerekend), behoefte hebben aan ondersteuning bestaande uit zorgwoningen
en een zorginstelling (verpleeghuis) in combinatie met ondersteunende
voorzieningen voor de gebruikers zoals een gezondheidscentrum, een
medische hulppost, ruimtes voor dagbesteding, dienstverlening,
detailhandel en horeca.
zijerf:
de
gronden die behoren bij een hoofdgebouw en gelegen zijn achter de
voorgevelrooilijn en vóór de achtergevelrooilijn.
zorginstelling:
een organisatie die onder de Kwaliteitswet zorginstellingen (KWZ) valt, zoals een verpleeghuis.
zorgvoorziening:
een
uitvalsbasis voor (medische) zorgverlening en dienstverlening op het
gebied van (medische) zorg zoals zorgservicepunten, kinderdagopvang en
naschoolse opvang, bureau voor jeugd en gezin, consultatiebureaus en
verhuur van hulpmiddelen.
zorgwoning:
Een
woning/wooncomplex die/dat bestemd is voor mensen die vanwege hun hoge
leeftijd en/of fysieke beperkingen (waaronder ook dementie/alzheimer
worden gerekend), behoefte hebben aan ondersteuning, waar zij geheel
zelfstandig, in groepsverband of onder algehele verzorging kunnen
wonen. De woning is afgestemd op de betreffende doelgroep(en) en de
mate van zorg die nodig is.