| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Linderweg 5 Eckelrade |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1903.TAMOP22h6251NG5-VG01 |
Preambule:
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Linderweg 5 Eckelrade en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22h]) van het Omgevingsplan van de gemeente Eijsden-Margraten. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het Omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
Voor dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) geldt:
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het Omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en Bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:
het omgevingsplan van de gemeente Eijsden-Margraten.
het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Linderweg 5 Eckelrade met identificatienummer NL.IMRO.1903.TAMOP22h6251NG5 van de gemeente Eijsden-Margraten.
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren.
een bouwperceel waarop geconcentreerde bebouwing ten behoeve van één agrarisch bedrijf is toegestaan.
het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren.
een bedrijf dat geheel of in overwegende mate is gericht op het verlenen/leveren van goederen en diensten waarbij gemechaniseerd loonwerk ten behoeve van land-, tuin-, bos-, of natuurbouw wordt verricht en houtachtige producten worden opgeslagen en verwerkt, zoals landschapsonderhoud (landscaping), landschapsinrichting, boomverzorging, fruitteeltloonwerk en een loonwerkbedrijf; of waarbij gebruik wordt gemaakt van het telen van gewassen, grondgebonden agrarische bedrijfsvoering of het toepassen van andere land-, tuin-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking.
antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.
installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur met bijbehorende bevestigingconstructie ten behoeve van telecommunicatie, radio en televisie en andere vormen van communicatie waar een antenne-installatie voor benodigd is.
uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak
beroeps- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend
bebouwing, zoals aanwezig en toegestaan (legaal gerealiseerd) op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning.
een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat een functionele eenheid vormt met, ondergeschikt en dienstbaar is, aan een hoofdgebouw.
de grens van de aanduiding 'bijgebouwen'.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.
perceel dat als uitgangspunt dient bij het toetsen van een bouwwerk aan de regels van dit plan en het Bbl.
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
een voor mensen toegankelijke buitenruimte op het dak van een gebouw.
het bedrijfsmatig te koop/huur aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop/verhuur, het verkopen en/of verhuren van goederen aan personen die die goederen kopen/huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
een omheining of erfafscheiding bestaande uit één of meerdere evenwijdig aan elkaar lopende of haaks op elkaar staande draden met een onderlinge afstand van ten minste 20 centimeter.
kinderopvang die plaatsvindt in een gezinssituatie, na tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau. Een geregistreerde gastouder verzorgt de opvang op het eigen woonadres of op het adres van één van de ouders. Als de opvang bij de ouders plaatsvindt, kunnen daar ook kinderen van andere ouders worden opgevangen.
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste gebouw valt aan te merken.
het binnen de woning bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband.
een bouwlaag die is gelegen op ten minste 2,00 m achter de doorgetrokken gevels van een hoofdgebouw, met een hoogte van maximaal 3,50 m.
ruimtelijke verschijningsvorm van de bestaande bebouwing, die wordt bepaald door de situering, de aansluitende terreinen, de bouwmassa's, de gevelindeling en de dakvormen.
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang,
gedeelte van één of meer bouwwerken op een perceel met dezelfde bestemming, met ten minste één verblijfsruimte bestaande uit een of meer op dezelfde bouwlaag gelegen aan elkaar grenzende ruimten anders dan een toilet-, bad-, technische of verkeersruimte.
graslanden, waarbinnen zich een half-natuurlijke graslandvegetatie van enige omvang bevindt. Hieronder vallen niet graslanden, gedomineerd door cultuurgrassen.
een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
ruimte(n) in een gebouw, die geheel is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt (uitmaken) van de daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen.
De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid.
De regels in afdeling 22.2 van het omgevingsplan, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Linderweg 5 Eckelrade, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1903.TAMOP22h6251NG5 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
In aanvulling op respectievelijk in afwijking van artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen.
de kortste afstand van het zijdelingse bouwwerkperceel tot enig punt van het op dat bouwwerkperceel voorkomend vergunningsplichtige bouwwerk.
tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren.
vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen.
vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
de afstand tussen de scheidende vloerdelen, gemeten van bovenkant afgewerkte vloer tot bovenkant afgewerkte vloer.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
de verticale projectie van het gehele bouwwerk, op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,50 meter.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Agrarisch - Bedrijf.
Een als Agrarisch - Bedrijf aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met de daarbij behorende voorzieningen.
Op of in deze gronden mogen worden gebouwd:
en de daarbij behorende andere bouwwerken, welke qua aard en afmeting bij deze bestemming passen, met dien verstande, dat:
In aanvulling op artikel 6.3 is het verboden om zonder omgevingsvergunning de bouwgrenzen te overschrijden.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 wordt alleen verleend als:
met dien verstande dat:
In aanvulling op artikel 6.3 is het verboden om zonder omgevingsvergunning bedrijfsgebouwen met een goothoogte groter dan 6.50 m te bouwen.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.3 wordt alleen verleend als:
met dien verstande, dat:
In aanvulling op artikel 6.3 is het verboden om zonder omgevingsvergunning de maximale inhoud van de bedrijfswoning te vergroten ten behoeve van de huisvesting van de rustende boer.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.5 wordt alleen verleend als:
met dien verstande dat:
In aanvulling op artikel 6.3 is het verboden om zonder omgevingsvergunning de maximale hoogte van andere bouwwerken, daaronder begrepen windenergie-installaties, te vergroten.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.7 wordt alleen verleend als:
met dien verstande, dat:
In aanvulling op artikel 6.3 is het verboden om zonder omgevingsvergunning de maximale inhoud van mestopslagplaatsen te vergroten.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.9 wordt alleen verleend als:
met dien verstande, dat:
In aanvulling op artikel 6.3 is het verboden om zonder omgevingsvergunning de oppervlakte aan boogkassen te vergroten.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.11 wordt alleen verleend als:
Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:
Het (doen/laten) gebruik(en) van de bestemming ‘Agrarisch bedrijf' overeenkomstig de bepalingen in artikel 6.2 is uitsluitend toegestaan als de landschappelijke inpassing overeenkomstig Bijlage 2 'Landschappelijk inpassingsplan' bij de regels, binnen 2 jaar na inwerkingtreding van het plan, is uitgevoerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden.
Van het landschappelijk inpassingsplan als vermeld in artikel 6.5.2 kan op ondergeschikte onderdelen - zulks ter beoordeling van Burgemeester en Wethouders - gemotiveerd worden afgeweken.
In aanvulling op artikel 6.5 is het verboden om zonder omgevingsvergunning boerderijverkoop, bewerking van agrarische producten en/of daarmee qua aard en omvang gelijk te stellen activiteiten uit te voeren.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.5.1 wordt alleen verleend als:
met dien verstande dat:
In aanvulling op artikel 6.5 is het verboden om zonder omgevingsvergunning
en/of daarmee qua aard en omvang gelijk te stellen activiteiten aan te beiden.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.7.3 wordt alleen verleend als:
In aanvulling op artikel 6.5 is het verboden om zonder omgevingsvergunning kamperen op de boerderij en/of daarmee qua aard en omvang gelijk te stellen activiteiten aan te bieden.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.7.5 wordt alleen verleend als:
met dien verstande dat:
In aanvulling op artikel 6.5 is het verboden om zonder omgevingsvergunning een bed and breakfast en/of daarmee qua aard en omvang gelijk te stellen activiteiten te faciliteren.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.7.7 wordt alleen verleend als:
met dien verstande dat:
In aanvulling op artikel 6.5 is het verboden om zonder omgevingsvergunning vakantieappartementen en/of daarmee qua aard en omvang gelijk te stellen activiteiten te exploiteren.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.7.9 wordt alleen verleend als:
met dien verstande, dat
In aanvulling op artikel 6.5 is het verboden om zonder omgevingsvergunning het stallen van kampeermiddelen tot een maximum van 50 kampeermiddelen dan wel ten behoeve van de opslag van materialen, anders dan inherent aan het toegelaten gebruik toe te laten.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.7.11 wordt alleen verleend als:
In aanvulling op artikel 6.5 is het verboden om zonder omgevingsvergunning huisvesten van arbeidsmigranten op de bouwkavel binnen het bouwvlak te realiseren.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.7.13 wordt alleen verleend als:
met dien verstande dat:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Agrarisch met waarden.
Een als Agrarisch met waarden aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies en activiteiten:
alsmede:
Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd.
Het bouwverbod uit artikel 7.3.1 geldt niet voor kleinschalige recreatieve voorzieningen (zit- en schuilgelegenheid, picknickplaatsen) en voederbergingen of voederruiven voor wild, voor zover deze geen onevenredige afbreuk doen aan het agrarisch gebruik en de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, met dien verstande dat:
Het bouwverbod uit artikel 7.3.1 geldt niet voor omheiningen en/of erfafscheidingen, uitsluitend in de vorm van draadomheiningen en/of draaderfafscheidingen, met dien verstande dat:
Het bouwverbod uit artikel 7.3.1 geldt niet voor bestaande, in het verleden op legale wijze tot stand gekomen bebouwing, welke in de bestaande situering, vorm en omvang mag worden gehandhaafd.
In aanvulling op artikel 7.3 is het verboden om zonder omgevingsvergunning tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, waaronder begrepen containervelden, boogkassen en regenkappen te realiseren.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 wordt alleen verleend als:
met dien verstande, dat:
In aanvulling op artikel 7.3 is het verboden om zonder omgevingsvergunning hagelnetten op te richten.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.3 wordt alleen verleend als:
met dien verstande dat:
In aanvulling op artikel 7.3 is het verboden om zonder omgevingsvergunning een schietboom te realiseren.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.5 wordt alleen verleend als:
met dien verstande dat:
Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:
In aanvulling op artikel 7.5 is het verboden om zonder omgevingsvergunning militaire oefeningen te houden.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.6.1 wordt alleen verleend als:
In aanvulling op artikel 7.5 is het verboden om zonder omgevingsvergunning kamperen op de boerderij en/of daarmee qua aard en omvang gelijk te stellen activiteiten toe te laten.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.6.3 wordt alleen verleend als:
met dien verstande dat:
In aanvulling op artikel 7.5 is het verboden om zonder omgevingsvergunning bedrijfswegen ter ontsluiting van agrarische bouwkavels of veldkavels aan te leggen.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.6.5 wordt alleen verleend als:
Het is verboden op of in de gronden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het in 7.7.1 bepaalde is niet van toepassing voor:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.7.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in lid 7.2 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de eerst bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 6.
Een als Waarde - Archeologie 6 aangewezen locatie heeft als functie de instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen.
Gebouwd mogen worden bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn.
Voor het bouwen ten behoeve van de overige op deze locatie aanwezige functies is bouwen uitsluitend toegestaan, voor zover het betreft:
Hierbij zijn de desbetreffende regels behorende bij die functie van toepassing.
Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Het verbod, als bedoeld in artikel 8.5.1, is niet van toepassing indien:
Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de in artikel 8.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waterstaat-Erosie.
Een als Waterstaat-Erosie aangewezen locatie heeft als functie het bestrijden en voorkomen van:
Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:
Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Het in 9.4.1 bepaalde is niet van toepassing voor:
De werken of werkzaamheden als bedoeld in 9.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 9.2 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - Landschapselement.
Een als Waarde - Landschapselement aangewezen locatie heeft als functie de instandhouding en herstel van de in het buitengebied aanwezige kleine landschapselementen en de daarmee samenhangende landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede het daarmee samenhangende waterbergend vermogen van de grond.
Het is verboden op of in de gronden, met daarop een klein landschapselement of steilrand, zoals aangeduid op de kaart kleine landschapselementen (Bijlage 1 Kleine landschapselementen bij de regels), zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Het in 10.3.1 bepaalde is niet van toepassing voor:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Binnen het bodembeschermingsgebied Mergelland is duurzaam behoud van kwetsbare functies en waarden een als bijzondere bescherming van de bodem noodzakelijk. Het streven is naar een kwaliteit van bodem, grondwater en landschap die voldoet aan de eisen die de aanwezige bijzondere biotische, abiotische en cultuurhistorische waarden stellen. Daarbij dient rekening gehouden te worden met dan wel afstemming te worden gezocht met het beleid ter zake van de Provinciale Milieuverordening Limburg en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg.
Binnen het grondwaterbeschermingsgebied mag worden gebouwd voor zover dat op grond van de onderliggende bestemming is toegestaan en met inachtneming van de voorwaarden, zoals die door de Provinciale Milieuverordening Limburg worden gesteld.
Binnen de 'milieuzone - spuitvrije zone' is het gebruik maken van chemische gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen of andere verspuitbare- of drift veroorzakende middelen die leiden tot schadelijke effecten op het goed woon- en leefklimaat, niet toegestaan.
Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken:
Voor zover de locaties van de artikelen 6 en 7 samenvallen met de locaties van artikel 8 tot en met 10, gelden primair de regels van artikel 8 tot en met 10.
Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen artikel 8 tot en met 10, geldt dat gelet op het totaalbeleid, waarden gericht op het instandhouden of ontwikkelen van het groene karakter en het voorkomen van bebouwing voorgaan boven waarden met bebouwing. In concrete wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de functies:
Uitzondering hierop, in de vorm van nevenschikking, is mogelijk, wanneer compensatie van eventueel verlies aan kwaliteit is gegarandeerd.
Het bevoegd gezag toetst bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan de volgende regels: