Inhoudsopgave
Artikel 3 Recreatie - Dagrecreatie
Artikel 4 Waarde - Archeologie
Artikel 6 Algemene gebruiksregels
Artikel 7 Algemene afwijkingsregels
Artikel 8 Algemene wijzigingsregels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen
|
|
plan: |
|
|
het bestemmingsplan Sneek - De Potten - waterskibaan met identificatienummer NL.IMRO.1900.2015oostBPwaterski-vast van de gemeente Súdwest-Fryslân; |
|
|
|
|
|
bestemmingsplan: |
|
|
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; |
|
|
|
|
|
aanduiding: |
|
|
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; |
|
|
|
|
|
aanduidingsgrens: |
|
|
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; |
|
|
|
|
|
aanleggen: |
|
|
het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, gedurende de tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een recreatief verblijf op of in de omgeving van het vaartuig; |
|
|
|
|
|
bebouwing: |
|
|
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; |
|
|
|
|
|
bestemmingsgrens: |
|
|
de grens van een bestemmingsvlak; |
|
|
|
|
|
bestemmingsvlak: |
|
|
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; |
|
|
|
|
|
bouwen: |
|
|
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; |
|
|
|
|
|
bouwgrens: |
|
|
de grens van een bouwvlak; |
|
|
|
|
|
bouwperceel: |
|
|
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; |
|
|
|
|
|
bouwperceelgrens: |
|
|
een grens van een bouwperceel; |
|
|
|
|
|
bouwvlak: |
|
|
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; |
|
|
|
|
|
bouwwerk: |
|
|
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; |
|
|
|
|
|
dagrecreatie: ontspanning in de vorm van sport, spel en verblijf, zonder dat daarbij sprake is van overnachting; |
|
|
|
|
|
gebouw: |
|
|
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; |
|
|
|
|
|
horeca: een bedrijf dat in zijn algemeenheid gericht is op het verstrekken van nachtverblijf, op het verstrekken en/of ter plaatse nuttigen van voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie; |
|
|
|
|
|
kampeermiddel: |
|
|
een mobiel en/of demontabel kampeermiddel en/of vast kampeermiddel dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; |
|
|
|
|
|
ligplaats innemen: |
|
|
het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dat doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, anders dan voor aanleggen; |
|
|
|
|
|
mobiel- en/of demontabel kampeermiddel: |
|
|
|
|
|
|
|
|
ondergeschikte horeca: een aan de bestemming ondersteunende horecavoorziening, waaronder terrassen, waarbij geen sprake is van een zelfstandige horeca; |
|
|
|
|
|
peil:
|
|
|
|
|
|
seksinrichting: |
|
|
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; |
|
|
|
|
|
vaartuig: |
|
|
naast het begrip vaartuig in gebruikelijke zin van het woord, een vaartuig zonder waterverplaatsing, een casco, een vaartuig in aanbouw en een vaartuig dat de geschiktheid tot varen of drijven heeft verloren, dan wel overblijfselen daarvan; |
|
|
|
|
|
vast kampeermiddel: |
|
|
een stacaravan, trekkershut of ander recreatief verblijf, welke naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven en al dan niet direct steun vindt in of op de grond en daardoor als bouwwerk is aan te merken. |
Artikel 2 Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
|
|
de bouwhoogte van een bouwwerk: |
|
|
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; |
|
|
|
|
|
de bebouwde oppervlakte: |
|
|
van een bouwperceel, bebouwingsstrook, bebouwingsvlak of ander terrein wordt gemeten buitenwerks en 1 m boven peil, met dien verstande dat de grondoppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken worden opgeteld; |
|
|
|
|
|
de bedrijfsvloeroppervlakte (b.v.o.): |
|
|
wordt gemeten binnenwerks, met dien verstande dat de totale vloeroppervlakte van de bouwlagen ten dienste van kantoren en overige bedrijfsruimten met inbegrip van de daarbij behorende magazijnen en overige dienstruimten wordt opgeteld; |
|
|
|
|
|
de breedte van een gebouw: |
|
|
tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels; |
|
|
|
|
|
de dakhelling: |
|
|
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; |
|
|
|
|
|
de goothoogte van een bouwwerk: |
|
|
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; |
|
|
|
|
|
de inhoud van een bouwwerk: |
|
|
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; |
|
|
|
|
|
de oppervlakte van een bouwwerk: |
|
|
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. |
Bij de toepassing van het bepaalde in het plan ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden afwijkingen ten gevolge van meetverschillen buiten beschouwing gelaten, mits dat meetverschil, mede gelet op de aard en omvang van hierdoor toegelaten of toe te laten (bouw)werken of werkzaamheden, als van zeer beperkte betekenis moet worden aangemerkt.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Recreatie - Dagrecreatie
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Recreatie - Dagrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
-
een bestaande recreatieplas, op de gronden ter plaatse van de aanduiding "water";
-
dagrecreatie;
en tevens voor:
-
verblijfsrecreatie ten behoeve van een jaarlijks evenement (de Sneekweek);
-
een waterskibaan, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van recreatie - waterskibaan";
-
een kanoroute, ter plaatse of binnen een afstand van 10 m van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – kanoroute",
alsmede voor:
-
ondergeschikte horeca-activiteiten ten behoeve van toegestaan gebruik zoals opgenomen in lid 3.1 onder b tot en met d,
met de daarbij behorende:
-
groen- en speelvoorzieningen;
-
verkeers- en verblijfsvoorzieningen.
3.2 Bouwregels
-
Voor het bouwen van gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
-
gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
-
gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van een waterskibaan;
-
de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 175 m2;
-
de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 5,5 m.
-
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
-
steigers en/of vlonders ten behoeve van een waterskibaan en/of ondergeschikte horeca-activiteiten zijn toegestaan tot een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 250 m2 en een bouwhoogte van niet meer dan 1,5 m;
-
ten hoogste 5 palen ten behoeve van een waterskibaan zijn toegestaan met een bouwhoogte van niet meer dan 14 m;
-
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheiding mag niet meer bedragen dan 2,5 m;
-
er mogen geen lichtmasten en/of daarmee vergelijkbare voorzieningen worden gebouwd;
-
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m.
3.3 Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik in strijd met de bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
-
het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het bouwen en/of oprichten van lichtmasten en/of daarmee vergelijkbare voorzieningen voor het creëren van kunstmatige lichtbronnen;
-
het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het creëren van geluid door middel van geluidsinstallaties.
Artikel 4 Waarde - Archeologie
4.1 Bestemmingsomschrijving
4.1.1 Algemeen
De voor ‘Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de (verwachte) archeologische waarden.
4.1.2 Voorrangsregeling
In geval van strijdigheid gaan deze regels vóór de regels die ingevolge andere regels op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
4.2 Bouwregels
Op de voor ‘Waarde - Archeologie’ aangewezen gronden mogen, in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald, geen bouwwerken worden gebouwd.
4.2.1 Uitzonderingen
Het bepaalde in 4.2 is niet van toepassing op:
-
bouwwerken en voorzieningen ten behoeve van instandhouding en bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden;
-
bouwwerken met een oppervlakte van niet meer dan 50 m², waarbij de bodem niet op een grotere diepte dan 0,3 m zal kunnen worden verstoord;
-
bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is;
-
bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend en waarbij een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van de gronden, die blijkens de aanvraag (zullen) worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld.
4.3 Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Afwijken
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 4.2 en kan worden toegestaan dat wordt gebouwd ten dienste van en conform de (basis)bestemming.
4.3.2 Afwegingskader
a. Een in 4.3.1 genoemde afwijking kan slechts worden toegestaan indien daartegen uit hoofde van de bescherming van de archeologische waarde geen bezwaar bestaat, hetgeen kan blijken uit een rapport waarin de archeologische waarde van de gronden in voldoende mate is vastgesteld.
b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het toestaan van de afwijking zullen worden verstoord, kunnen een of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen:
1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
2. de verplichting tot het doen van opgravingen;
3. de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.
4.3.3 Vergunning niet vereist
Een in 4.3.1 genoemde vergunning is niet vereist indien:
a. op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld;
b. het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt gebruikt.
4.3.4 Verplichtingen
Aan een in 4.3.1 genoemde vergunning kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg de volgende voorwaarden worden verbonden:
a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
b. de verplichting tot het doen van opgravingen;
c. de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.
4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.4.1 Verbod
Het is in onderstaande gevallen verboden om zonder een omgevingsvergunning een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden op gronden over een oppervlakte van 50 m² of meer uit te voeren of te laten uitvoeren:
a. het verzetten van grond (afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen, diepwoelen) op een diepte van meer dan 0,3 m onder maaiveld;
b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van reeds bestaande drainage;
c. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
d. het aanbrengen van verhardingen en/of verharde oppervlakten anders dan een bouwwerk;
e. het aanbrengen van ondergrondse leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
f. het beplanten van gronden met diepwortelende bomen en struiken.
4.4.2 Uitzondering op verbod
Het in 4.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
a. in het kader van archeologisch onderzoek en opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige;
b. die het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;
c. die reeds in uitvoering zijn dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan;
d. waarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingswet;
e. ten dienste van de in 4.2.1 genoemde bouwwerkzaamheden;
f. die de archeologische waarde niet onevenredig aantasten, hetgeen kan blijken uit een door burgemeester en wethouders geaccordeerd rapport waarin de archeologische waarde van de gronden in voldoende mate is vastgesteld.
4.4.3 Toelaatbaarheid
a. De in 4.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
b. Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een vergunning kan advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige.
4.5 Wijzigingsbevoegdheid
4.5.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming van het gebied wijzigen dan wel laten vervallen:
a. indien de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft;
b. indien andere wettelijke regelen daartoe aanleiding geven.
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6 Algemene gebruiksregels
Tot een gebruik in strijd met de bestemmingen wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijvingen, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
-
het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;
-
het gebruik van gronden ten behoeve van standplaatsen voor kampeermiddelen.
Artikel 7 Algemene afwijkingsregels
|
|
Het bevoegd gezag kan, mits geen een onevenredige aantasting plaatsvindt van: |
|
|
|
|
|
|
|
|
met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
met dien verstande dat er geen windturbines mogen worden gebouwd. |
|
|
|
|
|
De in sub a bedoelde omgevingsvergunningen kunnen uitsluitend worden verleend indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing . |
Artikel 8 Algemene wijzigingsregels
|
|
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: |
|
|
|
|
|
|
|
|
het plan wijzigen: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De onder a bedoelde wijzigingen worden slechts toegepast indien: |
|
|
|
|
|
|
Artikel 9 Overige regels
|
|
Algemene Plaatselijke Verordening: |
|
|
Ten aanzien van het houden van evenementen verzet het bestemmingsplan zich niet tegen het gebruik van gronden en bouwwerken voor dat doel, mits daarvoor op basis van de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening een evenementenvergunning kan worden verleend danwel kan worden volstaan met een kennisgeving. |
|
|
|
|
|
Verordeningen ten aanzien van aanleggen en ligplaats innemen van vaartuigen: |
|
|
De aanwezigheid van aanlegplaatsen en ligplaatsen is in algemene zin in de daarvoor in aanmerking komende bestemmingen begrepen; de regeling ten aanzien van plaats, tijdsduur en dergelijke wordt nader bepaald in gemeentelijke verordeningen. |
|
|
|
|
|
Waterschap: |
|
|
Bij activiteiten waarbij ook belangen van het waterschap een rol spelen, vindt overleg plaats met het waterschap. De keur van het waterschap is onverminderd van toepassing. |
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 10 Overgangsrecht
10.1 Overgangsrecht bouwwerken
|
|
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. |
|
|
|
|
|
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. |
10.2 Overgangsrecht gebruik
|
|
Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. |
|
|
|
|
|
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. |
|
|
|
|
|
Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. |
|
|
|
|
|
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. |
Artikel 11 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als:
“Regels van het bestemmingsplan Sneek - De Potten - waterskibaan".