Op 27 mei 2015 heeft de Afdeling uitspraak gedaan in de beroepen tegen het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Winschoten’ van de gemeente Oldambt. Onder meer is beroep aangetekend door Bosma Bedden en Haardencentrum Winschoten.
Door Bosma Bedden is betoogt dat voor het perceel Transportbaan 28 in het bestemmingsplan ten onrechte de bestemming ‘Bedrijventerrein – 3.1’ is opgenomen. Aangevoerd wordt dat reeds sinds 2007 een beddenzaak ter plaatse is gevestigd, wat was toegestaan op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan. De Afdeling heeft hierin geoordeeld dat het vestigen van de beddenzaak onder het voorgaande bestemmingsplan was toegestaan. De Afdeling overweegt dat bestaand legaal gebruik in het algemeen dienovereenkomstig dient te worden bestemd en dat de raad bij de vaststelling geen rekenschap heeft gehouden met het feit dat het bedrijf als legale detailhandelsvestiging dient te worden aangemerkt. Geoordeeld wordt dat het bestreden besluit niet met vereiste zorgvuldigheid is voorbereid, met tot gevolg dat de Afdeling het besluit vernietigd heeft voor zover dit ziet op de bestemming ‘Bedrijventerrein – 3.1’ ter plaatse van het perceel Transportbaan 28.
Haardencentrum Winschoten heeft betoogt dat ten onrechte de bestemming ‘Detailhandel – Detailhandel volumineus’ is toegekend aan het perceel Transportbaan 4. Aangevoerd is dat de detailhandelsmogelijkheden daardoor beperkt worden, nu alleen volumineuze detailhandel mogelijk is. Door de Afdeling is geoordeeld dat, naast detailhandel in vuurwerk, reguliere detailhandel niet is toegestaan. De Afdeling stelt dat de winkelformule, waarvoor in 2003 vrijstelling is verleend, dient te worden aangemerkt als perifere detailhandel op grond van de regels van het bestemmingsplan. Nu alleen volumineuze detailhandel mogelijk is en perifere detailhandel conform de gebruiksmogelijkheden van de verleende vrijstelling niet, is het bestreden besluit genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. De Afdeling heeft daarom het besluit voor dit planonderdeel vernietigd.
Naast het voorgaande beroep heeft Haardencentrum Winschoten ook beroep aangetekend tegen de bestemming van het perceel Transportbaan 26. De gegeven bestemming ‘Bedrijventerrein – 3.1’ is niet correct, aangezien als sinds 1992 op dit perceel een groot- en detailhandel in haarden, kachels en aanverwante producten is gevestigd. Ten onrechte is volumineuze detailhandel ter plaatse niet toegestaan. De Afdeling stelt vast dat de raad zich onvoldoende op de hoogte heeft gesteld van de activiteiten die ter plaatse worden verricht, waardoor het bestreden besluit in zoverre niet is voorbereid met de vereiste zorgvuldigheid. Het bestaand legaal gebruik dient in het algemeen dienovereenkomstig te worden bestemd. De Afdeling heeft daarom het besluit voor dit planonderdeel vernietigd.
Op 25 januari 2016 heeft de gemeenteraad een nieuw bestemmingsplan vastgesteld. De twee appelanten van Transportbaan 26 en 28 hebben tegen dit reparatieplan beroep ingesteld, omdat zij het nog steeds niet eens zijn met de wijze waarop de raad hun volumieuze detailhandelsbedrijven heeft bestemd.
Op 19 oktober 2016 heeft de Afdeling de beroepen gegrond verklaart. Om definitief een einde te maken aan het geschil dat sinds de vaststelling van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Winschoten" op 26 juni 2013 tussen partijen bestaat heeft de Afdeling zelf bepaalt dat de percelen Transportbaan 26 en 29 de bestemming "Detailhandel - Detailhandel Volumineus" hebben. Deze uitspraak treedt wat betreft de vernietigde onderdelen in plaats van het besluit van de gemeenteraad van 25 januari 2016.