| Plan: | De Westereen - Recreatiewoningen passantenhaven |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1891.BpWePassantenhaven-VA01 |
Aan de zuidwestzijde van De Westereen, tussen de Swemmerloane en de Lange Reed ligt een passantenhaven. De gemeente wil graag een passende invulling voor deze locatie die tot dusver in eigendom was van de gemeente Dantumadiel. Met de ontwikkeling wil de gemeente de recreatief/toeristische doelstelling voor De Westereen graag verstevigen. Initiatiefnemer heeft een plan ingediend voor de realisatie van maximaal 9 recreatiewoningen en een receptiegebouw met indoor speelgelegenheid/ berging. Ook wil de initiatiefnemer de bestaande schuur bij de woning aan de Swemmerloane 7 afbreken en op een andere locatie op zijn erf een nieuwe schuur bouwen. Alhoewel deze gronden een recreatieve bestemming en een woonbestemming hebben, is de realisatie van het project op basis van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk. De gemeente wil medewerking verlenen aan dit initiatief. Dit bestemmingsplan vormt het juridisch-planologische kader waarbinnen de recreatiewoningen en de verplaatsing van de schuur kunnen worden gerealiseerd.
Het plangebied ligt in het zuidwesten van De Westereen, aan de Swemmerloane. Hier ligt een passantenhaven aan vaarweg De Zwemmer, direct ten noorden van de plaatselijke watersportvereniging, en daarbij een woning met het adres Swemmerloane 7. De begrenzing van het plangebied is in het zuidwestelijke deel afgestemd op de kadastrale perceelsgrenzen van de woning, aansluitend op het perceel Swemmerloane 6. Ter hoogte van de passantenhaven vormt de Lange Reed de noordoostelijke afscheiding van het plangebied. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1. In figuur 1.2 is een luchtfoto van het plangebied opgenomen.
Figuur 1.1 De ligging van het plangebied
Figuur 1.2 Luchtfoto plangebied (bron: pdok.nl)
Het plangebied is geregeld in het bestemmingsplan De Westereen-kom, dat is vastgesteld op 2 juli 2013. Het westelijk deel van het plangebied heeft hierin de bestemming 'Wonen'. De aangrenzende tuin heeft de bestemming 'Tuin' en het oostelijk deel van het plangebied heeft de bestemming 'Recreatie'. Binnen de recreatiebestemming is de aanduiding 'jachthaven' opgenomen. Het bouwen van recreatiewoningen is niet voorzien binnen deze bestemming. De huidige schuur bij de woning aan de Swemmerloane 7 is binnen de bestemming 'Wonen' gebouwd. De schuur is buiten het bouwvlak gebouwd maar wel binnen het bestemmingsvlak. De beoogde plek van de schuur is voorzien in de bestemming 'Tuin'. Het bouwen van een schuur is binnen deze bestemming niet toegestaan. Een fragment van de verbeelding van het bestemmingsplan met het plangebied is opgenomen in figuur 1.3.
Figuur 1.3 Fragment geldend bestemmingsplan (ruimtelijkeplannen.nl).
Om nieuwbouw van de schuur juridisch-planologisch te kunnen regelen, moet de bestemming 'Tuin' ter plekke van de beoogde locatie van de nieuwe schuur, worden gewijzigd naar de bestemming 'Wonen' omdat binnen de woonbestemming de bouw van een schuur wel is toegestaan. Op de locatie waar nu een schuur staat, wordt een tuinbestemming gelegd om te borgen dat op deze locatie vrij geen bebouwing is toegestaan. De nieuwe schuur komt in plaats van de oude schuur. Om de realisatie van recreatiewoningen te kunnen regelen, moet er een bouwvlak worden toegevoegd ten behoeve van de bouw van recreatiewoningen waarbij er ook verblijfsrecreatie mogelijk wordt. De functieaanduiding 'jachthaven' vervalt. In het voorliggende bestemmingsplan is deze wijziging geregeld.
Na dit hoofdstuk wordt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van het plan gegeven. Daarbij wordt ingegaan op de gewenste ontwikkeling en op de ruimtelijke en functionele inpassing daarvan in de bestaande structuur. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het van belang zijnde beleidskader, waarna in Hoofdstuk 4 een toetsing aan de milieu- en omgevingsaspecten volgt. Wanneer deze van toepassing zijn, worden daarbij de uitgangspunten voor het bestemmingsplan genoemd. In Hoofdstuk 5 volgt een toelichting op de werking van het bestemmingsplan en de daarin opgenomen regeling. Het laatste Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, waarbij aandacht wordt besteed aan de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de kadastrale percelen 4357, 6223, 6225 en het zuidwestelijk deel van perceel 6387, begrensd door de Lange Reed, alle gelegen ten zuidwesten van De Westereen. (zie figuur 2.1)
Figuur 2.1 Ligging kadastrale percelen (bron: Basisviewer Rho)
Momenteel is het oostelijk deel van het plangebied in gebruik als passantenhaven met daaromheen een ongebruikte groenstrook en het westelijk deel van het plangebied betreft een woonlocatie. Het plangebied wordt aan de noordzijde ontsloten door middel van de Swemmerloane. Deze gaat over in de Lange Reed die rondom het jachthavengebied loopt. De parkeergelegenheid voor de passantenhaven wordt via de zuidoostzijde ontsloten via de Lange Reed. De woningen aan de Swemmerloane 6 en 7 worden via het terrein van de passantenhaven ontsloten op de Swemmerloane. Een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving is weergegeven in figuur 2.2.
Figuur 2.2 Luchtfoto van het plangebied (bron: Basisviewer Rho)
Initiatiefnemer is met het gewenste project winnaar van een prijsvraag voor de ontwikkeling van het terrein rondom de jachthaven. Daarbij is het initiatief getoetst aan diverse criteria. Belangrijk was dat de initiatiefnemer bij de ontwikkeling woont en dat het plan meerwaarde heeft voor het dorp. Daarnaast ging de voorkeur uit naar recreatie en een plan met ruimtelijke kwaliteit. Op deze criteria scoorde het plan van initiatiefnemer het hoogst waarop de planologische procedure is ingezet.
Het initiatief betreft de realisatie van maximaal 9 recreatiewoningen rondom de passantenhaven. Hiertoe wordt de grond door de gemeente Dantumadiel verkocht aan de initiatiefnemer. De woningen worden met een onderlinge afstand van bijna 7 meter haaks op de waterlijn geplaatst en hebben een oppervlakte van circa 30m2. De woningen hebben een maximale bouwhoogte van 6 meter en een maximale goothoogte van 3,5 meter.
Figuur 2.3 Impressie ontwerp recreatiewoning (bron: Achterbosch Architecten)
Aan de zuidzijde van de passantenhaven wordt ook een gebouw gerealiseerd ten behoeve van receptie, opslag, beheer en dergelijke. In dit receptiegebouw wil initiatiefnemer op termijn ook een indoor speelplaats en berging realiseren. De bebouwing vormt samen met de woningen een omzoming van het water. Een impressie van de gewenste recreatiewoningen is in figuur 2.3 opgenomen. Figuur 2.4 bevat een impressie van de plattegrond van het plangebied. Het schetsontwerp is als Bijlage 1 toegevoegd.
Figuur 2.4 Situatietekening
Naast de realisatie van recreatiewoningen is de initiatiefnemer van plan om de bestaande schuur ten zuiden van de huidige woning aan de Swemmerloane 7 te vervangen door een nieuwe schuur ten westen van de woning. Hiermee wordt de privacy van de woning ten opzichte van de passantenhaven versterkt en ontstaat er aan de zuidzijde een grotere tuin. In figuur 2.4 is de gewenste ligging van de schuur aan de zuidoostzijde van het perceel weergegeven.
Voor de woning aan Swemmerloane 7 is vorig jaar een omgevingsvergunning verleend voor aanbouwen en verbouwen. Dit plan is nog niet uitgevoerd, omdat de initiatiefnemer eerst de recreatiewoningen langs de haven wil realiseren. Het is op dit moment nog niet duidelijk of de vergunde aan- en verbouw wordt gerealiseerd. In het vergunde plan werd de maximaal toegestane bebouwing met een klein percentage overschreden, maar de gemeente heeft het plan wel goedgekeurd. De verleende vergunning is in dit bestemmingsplan gerespecteerd omdat deze situatie vanwege de verleende vergunning als een bestaande situatie wordt gezien.
In de nieuwe situatie neemt de oppervlakte aan ondergeschikte bebouwing toe tot 181 m2. Bij recht is op een bouwperceel met een oppervlakte van meer dan 1.000 m2 niet meer dan 10% van de oppervlakte van het bouwperceel aan ondergeschikte bebouwing toegestaan, tot een maximum van 200 m2. Het bouwperceel is 1.794 m2. Uitgaande van 10% aan ondergeschikte bebouwing mag er in totaal 179m2 aan ondergeschikte bebouwing op het perceel worden gerealiseerd. In de nieuwe situatie is de combinatie van de uitbouw aan de woning (52m2) en de nieuwe garage/berging (129m2) iets groter dan de toegestane oppervlakte, namelijk 181m2, maar vanuit ruimtelijk oogpunt is dat aanvaardbaar.
Natuurinclusief bouwen
Het ontwerp van de recreatiewoningen is nog niet volledig uitgewerkt. Wel geldt een natuurlijke bouwstijl als uitgangspunt. Initiatiefnemer is van plan om waar mogelijk biobased te bouwen om de natuurlijke uitstraling van de recreatiewoningen te waarborgen. In het beeldkwaliteitsplan (Bijlage 2) worden daarvan impressies weergegeven.
Het plan voor de recreatiewoningen haakt in op de recreatief/toeristische netwerkvorming en op de dorpsvoorzieningen in De Westereen. Niet alleen de verblijfsrecreant, maar ook de dagrecreant wordt bediend. Hiermee wordt de potentie van De Swemmer als recreatief vaarwater goed benut.
Ontwikkeling recreatiewoningen
De ontwikkeling van de passantenhaven met recreatiewoningen draagt bij aan de recreatieve functie van de haven. De recreatiewoningen zijn rondom de haven gesitueerd, zodat ze een omzoming van de haven vormen en daarmee een passende afronding van de haven vormen. Qua hoogte en ruimtelijkheid passen de recreatiewoningen binnen de groene en waterrijke omgeving. In onderstaande figuur is een impressie van de plaatsing van de woningen rondom de haven weergegeven.
Figuur 2.5 Impressie situering woningen rondom haven
Inpassing in het landschap
Het plangebied maakt deel uit van het deelgebied Noordelijke Wouden wat gedeeltelijk een heideontginningsgebied is. Kenmerkend voor dit gebied zijn de kleinschaligheid en de hoge dichtheid aan opstrekkende percelen die het landschap richting geven. Verder zijn de grensbeplanting van houtwallen en singels kenmerkend. In het plangebied zijn deze kenmerken echter niet of nauwelijks herkenbaar aanwezig doordat het gebied in het verleden is ingericht als jachthavengebied. Het plangebied vormt hierdoor, net als de zuidelijk gelegen watersportvereniging, een “kamer” in de kenmerkende singelstructuur en is daarmee een op zich staand onderdeel van dit heideontginningsgebied. De ontwikkeling wordt ingepast binnen de bestaande kamerstructuur waarbij het water van de passantenhaven wordt gevolgd. In figuur 2.6 is de ligging van de 'kamers' binnen de opstrekkende structuur van het heideontginningsgebied weergegeven.
Figuur 2.6 Ligging van het plangebied in het omliggende landschap
De kamer waarin het plangebied ligt, wordt aan de buitenzijde van de kavel omzoomd door de Lange Reed en een forse bomenstructuur, waardoor deze enigszins aan het zicht onttrokken wordt. Binnen de kavel worden de woningen zodanig geplaatst dat de zichtlijnen naar het water behouden blijven, maar door de inrichting met gevarieerd groen blijft en het gebruik van natuurlijke materialen, wordt de natuurlijke uitstraling behouden. In de regels is het behoud van de bestaande landschappelijk inpassing geborgd.
Verplaatsing schuur
Door de schuur te verplaatsen van de locatie ten zuiden van de woning aan de Swemmerloane 7 naar de locatie ten oosten van de woning, wordt er een goede overgang gecreëerd tussen de woonfunctie en de recreatieve functie van de passantenhaven. De plaatsing van de schuur op deze wijze biedt de eigenaar meer privacy en biedt aan de zuidzijde ruimte voor een grotere tuin. De schuur is op de nieuwe locatie goed in te passen binnen de bestaande groenstructuur.
Beeldkwaliteitsplan
Ten behoeve van de ontwikkeling is een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin de vestiging van maximaal 9 recreatiewoningen wordt ingepast en gemotiveerd. Belangrijke uitgangspunten zijn daarbij het behoud van openheid en ruimte. Uitgangspunt van het beeldkwaliteitsplan is dat deze kwaliteiten behouden blijven bij de realisatie van maximaal 9 kleine recreatiewoningen. Het beeldkwaliteitsplan wordt tegelijkertijd met het bestemmingsplan vastgesteld en is voor de volledigheid als Bijlage 2 bij deze toelichting opgenomen.
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI.
Conclusie
De ontwikkeling in het plangebied raakt geen rijksbelangen zoals verwoord in de NOVI. Het betreft een kleinschalig initiatief waarbij de recreatiewoningen met zorg in de omgeving zijn ingepast. In het beeldkwaliteitsplan is dat uitgewerkt.
Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Bovendien hoeft de Laddertoets alleen te worden uitgevoerd als de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. Als de Ladder niet van toepassing is, moet in het plan worden gemotiveerd waarom er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Toetsing
De realisatie van accommodaties voor recreatie gelden als een stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling bedient een bovenregionaal verzorgingsgebied want de recreatiewoningen bieden ruimte voor mensen van buiten de regio. Bovendien is er sprake van een nieuwe ontwikkeling, al sluit de ontwikkeling aan op de bestaande recreatieve functie van de passantenhaven en hebben de gronden in het geldende bestemmingsplan al een recreatieve bestemming.
Volgens de laddertoets moet worden aangetoond dat er behoefte is aan de voorgenomen ontwikkeling en dat deze ruimtelijk efficiënt wordt ingepast. Vanuit de gemeente Dantumadiel bestaat behoefte aan versterking van de recreatief/ toeristische verblijfsfunctie in De Westereen. Het plan biedt deze gewenste versterking en is ruimtelijk goed inpasbaar, zoals is onderbouwd in paragraaf 2.3 en in het beeldkwaliteitsplan. Het plangebied sluit vanwege de ligging aan de Nije Feart aan op andere recreatieve functies in De Westereen, zoals de jachthaven ten zuiden van het plangebied. Het project profiteert van de ligging aan het aanwezige water. De locatie leent zich bij uitstek voor de realisatie van dit project en de gemeente heeft dit gebied aangewezen als ontwikkellocatie voor recreatieve functies. Door de wijze waarop de recreatiewoningen langs het water zijn gesitueerd wordt de aanwezige ruimte efficiënt benut en bij het ontwerp en de situering van de woningen is beoogd de recreanten voldoende privacy te geven. Dankzij de steigers bij de afzonderlijke woningen kan elk recreant profiteren van de ligging aan het water. Daarmee is sprake van efficiënt ruimtegebruik.
Conclusie
Hiermee voldoet de ontwikkeling aan de Ladder en is voldoende gemotiveerd dat de beoogde ontwikkeling ruimtelijk goed inpasbaar is en de ruimte efficiënt wordt gebruikt.
Omgevingsvisie Fryslân
De provinciale Omgevingsvisie, De Romte Diele, is op 23 september 2020 door Provinciale Staten vastgesteld. Veel provinciaal beleid, programma’s en projecten raken de Friese leefomgeving waarin mensen wonen, werken, zich verplaatsen, elkaar ontmoeten en recreëren. In de Omgevingsvisie staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. Het is geen blauwdruk voor hoe Fryslân er over 20 à 30 jaar bij ligt. Wel geeft de visie de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Samen met verschillende organisaties, inwoners en ondernemers in Fryslân geeft de provincie nu invulling aan deze visie. Dit gebeurt in programma’s, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels.
De provinciale Omgevingsvisie vervangt het strategisch beleid van de provincie in het Streekplan, Milieubeleidsplan, Waterhuishoudingsplan en het Verkeer- en vervoerplan. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven:
De Omgevingsvisie ziet recreatie in combinatie met kwaliteitsverbetering als kans voor nieuwe vitaliteit van Fryslân en de provincie zet daarom in op de versterking van de recreatiesector. Bovendien wil de provincie de recreatieve vaarwerken verbeteren en de voor Fryslân kenmerkende waterrecreatie versterken. De ontwikkeling in het plangebied draagt bij aan de leefbaarheid en vitaliteit van de omgeving van het plangebied door het bieden van extra recreatiemogelijkheden.
In de Omgevingsvisie De Romte Diele wordt ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Daartoe wordt in het ontwerp rekening gehouden met natuurlijke maatregelen met een positief ecologisch effect. Als uitgangspunt geldt natuurinclusief bouwen. Daarop is in paragraaf 2.2 en in het beeldkwaliteitsplan nader ingegaan.
Verordening Romte 2014
In de Verordening Romte Fryslân (vastgesteld op 25 juni 2014) stelt de provincie regels aan de provinciale belangen. Deze regels moeten in gemeentelijke plannen worden vertaald. Voor dit plan zijn de volgende artikelen uit de verordening relevant:
Bundeling
Ten aanzien van bundeling stelt de verordening dat in een ruimtelijk plan voor een landelijk gebied geen bouw- en gebruiksmogelijkheden mogen worden opgenomen voor nieuwe stedelijke functies. In dit plan wordt de bouw van recreatiewoningen en de bouw van een nieuwe schuur toegestaan. Op hoe zich dit verhoudt tot de recreatiewoningen wordt onder het kopje 'ruimtelijke kwaliteit' ingegaan. Ten aanzien van de bouw van de nieuwe schuur bestaan geen bezwaren. Er worden immers geen nieuwe bebouwingsmogelijkheden toegestaan doordat de woon- en tuinbestemmingen worden 'uitgewisseld'. In de planregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen met betrekking tot de sloop van de bestaande schuur. Hiermee wordt geborgd dat er geen sprake is van het toevoegen van bebouwing aan het landelijk gebied.
Ruimtelijke kwaliteit
Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit stelt de verordening dat de plantoelichting van een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf moet bevatten waarin, indien nodig, wordt aangegeven hoe het plan binnen het landschap past en er moet invulling worden gegeven aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zoals die per deelgebied zijn omschreven in de structuurvisie Grutsk op 'e Romte.
Het plangebied maakt deel uit van het deelgebied Noordelijke Wouden. Kenmerkend voor dit gebied zijn de kleinschaligheid en de hoge dichtheid aan opstrekkende percelen die het landschap richting geven. Verder zijn de grensbeplanting van houtwallen en elzensingels kenmerkend. Ook kent het landschap een dicht netwerk van kleinschalige infrastructuur (zandpaden en sloten) en veenontginningsdorpen met verspreide bebouwing of dun bebouwde linten met een grillig verloop. Het plangebied betreft een terrein waarin deze kenmerken niet of nauwelijks herkenbaar aanwezig zijn, onder andere doordat het gebied in het verleden is ingericht als jachthavengebied. De passantenhaven en de jachthaven vormen, zoals ook aangegeven in paragraaf 2.3, als het ware 'kamers' in dit landschap. Het plangebied wordt aan de noord- en oostzijde omzoomd door een bomenstructuur. Binnen deze ruimte wordt de openheid geborgd door de woningen zodanig te plaatsen dat de zichtlijnen richting het water behouden blijven en door gevarieerde lage en hogere begroeiing wordt de natuurlijke uitstraling geborgd. Daarmee versterkt de gewenste ontwikkeling de onderbroken structuur van het landschap en wordt er ruimtelijke kwaliteit toegevoegd.
Recreatiewoningen
Ten aanzien van recreatiewoningen stelt de verordening dat een nieuw complex van recreatiewoningen uitsluitend kan worden toegestaan in, aansluitend aan of nabij een recreatiekern, tot een maximum aantal van 50 recreatiewoningen. De Westereen is in de verordening niet aangewezen als recreatiekern en de ontwikkeling ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Omdat de ontwikkeling op dit punt niet voldoet aan het beleid uit de Verordening, kan een ontheffing worden aangevraagd op grond van hoofdstuk 10 van de Verordening.
Het verlenen van een ontheffing is mogelijk als:
Met het verlenen van de ontheffing kan de provincie voorschriften verbinden als de betrokken provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. Daarbij wordt gedoeld op voorschriften met betrekking tot beeldkwaliteit en landschappelijke, cultuurhistorische, archeologische en natuurlijke waarden. De ontheffing moet zijn verleend voordat het bestemmingsplan dat afwijkt van deze verordening, door de gemeenteraad of door Burgemeester en Wethouders ter inzage wordt gelegd.
Voor de gewenste ontwikkeling moet daarom bij de provincie een ontheffing worden aangevraagd. In de Omgevingsverordening Fryslân 2021 worden daarvoor in artikel 2.15 mogelijkheden geboden die passen bij het initiatief om een nieuwe recreatieve voorziening te realiseren, aansluitend op een bestaande recreatieve voorziening buiten het bestaand stedelijk gebied. De OVO treedt pas in werking dan na de inwerkingtreding van de Omgevingswet maar de voorwaarden uit de OVO worden als voorwaarden gehanteerd bij het verzoek om ontheffing van de Verordening.
Daarom moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
De gemeente Noardeast-Fryslân heeft een ontheffing aangevraagd waarbij op deze voorwaarden is ingegaan. De gewenste ontwikkeling draagt bij aan de doelstellingen van Gastvrij Fryslân en levert een bijdrage aan de groei van recreatie en toerisme met name van toeristen die de Friese wateren willen beleven. De recreatiewoningen langs de passantenhaven bieden een jaarrond locatie. Omdat een dergelijke functie nog niet in de regio aanwezig is, is het een aanvulling op het aanbod in de regio. Verder wordt bij de realisatie van de recreatiewoningen ingezet op een duurzame ontwikkeling met gebruik van natuurlijke materialen. In het beeldkwaliteitsplan wordt daar uitgebreid op ingegaan.
De provincie heeft de ontheffing op 21 november 2023 verleend (bijlage 3).
Vaarwegenverordening Fryslân
In de Vaarwegenverordening Fryslân is onder andere het beheer geregeld van de provinciale vaarwegen en zijn regels opgenomen voor de veiligheid op het water.
Omdat het plangebied grenst aan de Nije Feart is de Vaarwegenverordening Fryslân van toepassing. Er moet in principe rekening worden gehouden met een onderhoudszone van 5 meter vanaf het water. In dit bestemmingsplan worden binnen deze zone geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt.
Conclusie
Het plan sluit aan bij het beleid zoals neergelegd in de Omgevingsvisie. Ten aanzien van de provinciale verordening wordt ten behoeve van de realisatie van het plan ontheffing aangevraagd van de Verordening Romte 2014 op grond van de mogelijkheden die worden geboden in de nieuwe verordening die in werk zal treden als de Omgevingswet ingaat.
Structuurvisie Buitengebied Dantumadiel & Kollumerland c.a. 2010-2020
De structuurvisie van de gezamenlijke gemeenten Dantumadiel en Kollumerland bevat de gemeentelijke visie op de ontwikkeling van het buitengebied globaal tussen 2010 en 2020. Ten aanzien van recreatie vermeldt de visie dat recreatie een steeds belangrijkere functie krijgt in het buitengebied en een belangrijke bijdrage levert aan het inkomen dat hier verworven wordt. De gemeenten willen initiatieven op het gebied van recreatie en toerisme ondersteunen als deze passen binnen het landschap. Verder streeft de gemeente naar het verhogen van het aantal toeristische overnachtingen. Daarbij wordt voornamelijk ingezet op kleinschalige en extensieve vormen van verblijfsrecreatie.
De ontwikkeling in het plangebied is kleinschalig van aard en draagt bij aan de recreatieve ontwikkeling van de regio en past dan ook binnen het gemeentelijke beleid uit de structuurvisie.
Welstandsnota Dantumadiel (herziening 2016)
Het welstandsbeleid van de gemeente Dantumadiel is vastgelegd in de Welstandsnota. Het plangebied is gelegen in een welstandsvrij gebied. Hier wordt geen welstandstoets uitgevoerd. Algemeen uitgangspunt is dat de nieuwe bebouwing moet passen binnen het ter plaatse aanwezige bebouwingsbeeld.
Om de ontwikkeling goed in te passen, wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Hiermee worden de aanwezige kwaliteiten van het plangebied, de openheid en ruimte langs het water, geborgd.
Visie Toerisme en Recreatie Noordoost-Fryslân 2020-2030
De samenwerkende gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, Noardeast-Fryslân en Tytsjerksteradiel hebben sameNoordoost- n een totaalvisie ontwikkeld op het gebied van Toerisme en Recreatie. Deze is verwoord in de Visie toerisme en recreatie Noordoost-Fryslân 2020-2030. De Westereen wordt in deze visie niet specifiek benoemd. Wel wordt benoemd dat de gemeente het aantal overnachtingen in de regio met 50% wil opschroeven, meer binnen- en buitenlandse vakantiegasten wil verwelkomen en de werkgelegenheid in de sector naar een hoger niveau wil brengen. De ontwikkeling van de recreatiewoningen aan de passantenhaven levert hieraan een bijdrage.
Visie Waterrecreatie Noardeast-Fryslân
Het toekomstbeeld en de strategische visie Waterrecreatie Noordoost-Fryslân 2025 verwoordt hoe de gemeente de ontwikkeling van waterrecreatie voor ogen heeft. Het doel van de visie is om te komen tot een aantrekkelijk watersportgebied waar waterrecreanten met plezier (langer) verblijven en meer bestedingen aan de wal doen. Om een aantrekkelijk watersportgebied te realiseren, moeten initiatieven en ontwikkelingen van ondernemers en overheden goed afgestemd worden en op elkaar aansluiten. Samen moeten zij de kansen die de regio biedt, verzilveren en de recreatieve sector versterken. Om vanuit een gemeenschappelijk perspectief te kunnen werken is de Visie waterrecreatie opgesteld.
Ten aanzien van De Westereen noemt de visie geen specifieke punten, maar wel wordt beschreven dat er behoefte is aan plekken van waaruit de recreant het ' achterland' kan verkennen. De recreatiewoningen bieden daarvoor een uitstekende mogelijkheid. De ontwikkeling is dan ook passend binnen de uitgangspunten zoals verwoord in de visie.
Conclusie
Het plan is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid en draagt bij aan de ontwikkeling van recreatieve voorzieningen in de gemeente.
Bij het doorlopen van een ruimtelijke procedure moet rekening worden gehouden met mogelijke verplichtingen op grond van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de bijlage bij het Besluit m.e.r. is vastgelegd wanneer een milieueffectrapportage (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) moet plaatsvinden. Hierbij gelden drempelwaarden. In onderdeel D (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Qua oppervlakte ligt de drempelwaarde op 100 hectare. Ten aanzien van woningen ligt de drempelwaarde op een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen.
Toetsing
Het initiatief omvat de realisatie van maximaal 9 recreatiewoningen langs een bestaande passantenhaven en dus bestaande stedelijke structuur. Er kan daarvoor worden aangesloten op de bestaande infrastructuur. Het betreft een kleinschalige ontwikkeling die geen directe relatie heeft met andere percelen of andere functies in de omgeving. Het project heeft beperkte invloed op de omgeving en de mogelijk verkeersaantrekkende werking van de recreatiewoningen is beperkt.
Conclusie
De omvang van het plan is dermate beperkt dat het project niet kan worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Een m.e.r.-beoordeling is niet aan de orde. Overigens blijkt uit de beoordeling in de navolgende paragrafen dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden.
De regels ten aanzien van de omgang met archeologische waarden zijn opgenomen in de Erfgoedwet. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld.
Toetsing
Voor de gemeente Dantumadiel wordt gebruik gemaakt van de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE). Uit deze kaart blijkt dat er in het plangebied een kleine kans is op het aantreffen van archeologische resten. Voor zowel de periode ijzertijd - middeleeuwen als de periode steentijd - bronstijd geldt dat bij ingrepen groter dan 5.000 m2 wordt geadviseerd een archeologisch onderzoek uit te voeren.
In 2006 is ten behoeve van de aanleg van de passantenhaven een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er in het plangebied geen archeologische indicatoren zijn en dat nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Voor de volledigheid is het rapport als Bijlage 4 toegevoegd.
Conclusie
De ontwikkelingen in het plangebied van dit bestemmingsplan blijven onder de 5.000m2. Er is daarom op basis van het archeologiebeleid geen noodzaak tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Bovendien blijkt uit de conclusies van het in 2006 uitgevoerde onderzoek dat er geen archeologische vondsten worden verwacht in het plangebied. Voor de uitvoering van het plan blijft de meldingsplicht van kracht; als er archeologische resten worden aangetroffen, moet dit bij het bevoegd gezag worden gemeld.
Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik.
Toetsing
Gezien het historische gebruik van de bodem wordt niet verwacht dat de grond niet geschikt is voor de realisatie van recreatiewoningen. Uit informatie van het Bodemloket blijkt dat er voor de woning en het water in de Passantenhaven is aangetoond dat de gronden voldoende zijn onderzocht/gesaneerd.
Conclusie
Op het moment dat de woningen gerealiseerd worden moet door middel van een verkennend bodemonderzoek worden aangetoond dat er geen belemmeringen zijn voor het toekomstig gebruik van de locatie en dat er geen risico's voor de volksgezondheid ontstaan.
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden.
Toetsing
Ter hoogte van de locatie waar de schuur wordt gebouwd heeft vroeger een puinreed gelegen (zie onderstaande figuur); deze cultuurhistorische waarde is bekend maar betekent geen belemmering voor de ontwikkeling in het projectgebied; Het pad is niet meer zichtbaar aanwezig en ter hoogte van het water is dit pad ook al verdwenen (blauwe stippellijn in onderstaande figuur). Verder zijn er in het plangebied geen bijzondere cultuurhistorische waarden.
Figuur 4.1 Fragment Cultuurhistorische kaart Fryslân
Conclusie
Vanuit cultuurhistorie is er geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.
Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierin zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantsoorten samengebracht in één wet. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Daarnaast geldt per provincie een uitwerking van regels op het gebied van natuurbescherming in de provinciale verordening.
Gebiedsbescherming
Gebiedsbescherming gaat om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. In de provinciale verordening worden gebieden die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) beschermd.
Natura2000-gebieden
Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden liggen op grote afstanden. Het gaat om de Groote Wielen (8,5 kilometer), het Lauwersmeer (12,5 kilometer) en de Waddenzee (17 kilometer). Ondanks dat het plangebied niet in een Natura 2000-gebied is gelegen zou de ontwikkeling wel kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden in de omgeving. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) moet beoordeeld worden of het plan leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van de beschermde habitats en de habitats van soorten binnen de Natura 2000-gebieden. Hiertoe is een stikstofberekening voor de aanlegfase en de exploitatiefase uitgevoerd. Het stikstofonderzoek is opgenomen in Bijlage 5. Hieruit blijkt dat stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt tijdens de verschillende fases.
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Ten aanzien van het NNN mag een plan geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte. De Nije Feart, die aan de westzijde aan het plangebied grenst, is onderdeel van het NNN. Doordat er in de huidige situatie al sprake is van een jachthaven en passantenhaven met de daarbij horende aantrekkende werking van vaarverkeer, is het niet aannemelijk dat de realisatie van recreatiewoningen een negatief effect zal hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. De recreatiewoningen zullen er wel voor zorgen dat passanten langer in het gebied blijven. Gezien de huidige functies in het plangebied, wordt niet verwacht dat de uitvoering van dit bestemmingsplan tot extra effecten leidt op het NNN.
Soortenbescherming
Voor de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden voor het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. De bescherming van gebieden en van soorten en hun verblijfplaatsen is geregeld in de Wet natuurbescherming.
Het plangebied waar de recreatiewoningen en het receptiegebouw worden gerealiseerd, betreft een stuk grasland zonder specifieke functie. De nieuwe schuur wordt gerealiseerd op het terrein bij de woning aan de Swemmerloane 7. De recreatiewoningen, het receptiegebouw en de schuur worden gerealiseerd binnen de bestaande structuur van singels en watergangen. Er worden ten behoeve van de aanleg van de recreatiewoningen, het receptiegebouw en de nieuwbouw van de schuur geen bomen gekapt en in de huidige situatie is er alleen maar gras op de percelen waar ontwikkelingen plaatsvinden. Dit gebied wordt intensief beheerd. Het gebied heeft dan ook geen habitateigenschappen die relevant zijn voor beschermde soorten om zich er te vestigen. Daarom kan op voorhand worden bepaald dat er geen noodzaak is tot het uitvoeren van een quickscan flora en fauna.
Na het oprichten van de nieuwe schuur zal de oude schuur worden gesloopt. De schuur bestaat uit betonelementen en heeft een betonnen ondervloer. De buitenkant is bekleed met hout en het dak bestaat uit een houten constructie met golfplaten erop. De golfplaten zijn van binnenuit zichtbaar zodat hier geen ruimte is voor nest- of verblijfruimte van beschermde soorten. Verder wordt de schuur intensief gebruikt waarmee de aanwezigheid van beschermde soorten kan worden uitgesloten.
Het plangebied wordt aan de noord- en oostzijde omzoomd door boomsingels langs de Lange Reed die mogelijk dienst doen als vliegroute voor vleermuizen. De afstand tussen deze boomsingel en de voorziene recreatiewoningen bedraagt circa 15 meter. Tussen de bomen en het plangebied loopt de doorgaande weg Lange Reed. Een eventuele vliegroute van vleermuizen zal parallel aan de bomen lopen richting het water van de Nije Feart en niet richting de passantenhaven. Het is dan ook niet aannemelijk dat de realisatie van de recreatiewoningen een essentiële vliegroute zal verstoren.
Ter versterking van de biodiversiteit in het plangebied worden er natuurlijke oevers gerealiseerd. Daarnaast wordt diverse beplanting toegevoegd tussen de woningen zodat de biodiversiteit in het plangebied kan toenemen.
Conclusie
Omdat er ter plekke van de nieuwe ontwikkelingen sprake is van intensief beheer en gebruik, kan de aanwezigheid van ecologische waarden op voorhand worden uitgesloten. Omdat eventuele vliegroutes van vleermuizen parallel aan bomenrijen en niet richting het water lopen, en bovendien op ruime afstand ligt zal de ontwikkeling geen essentiële vliegroutes verstoren. Vanuit ecologie is er geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, LPG en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen.
Kader
Voor externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico's (PR) en groepsgebonden risico's (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Desondanks hebben overheden en betrokken private instellingen een inspanningsverplichting om te voldoen aan deze oriënterende waarde en dient een toename van het GR bestuurlijk te zijn verantwoord.
Toetsing
In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart van de provincie Fryslân bekeken. Hieruit valt op te maken dat er in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen en/of transportroutes of transportleidingen voor gevaarlijke stoffen voorkomen.
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan.
Ten aanzien van geluidshinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidshinder in de toekomst. Omdat er geluidgevoelige objecten in het plangebied worden gerealiseerd, is voor het onderhavige plan alleen geluidshinder als gevolg van wegverkeerslawaai van belang. In de wet is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft, waar aandacht aan geluidshinder moet worden besteed. De Wgh onderscheidt geluidsgevoelige objecten enerzijds en niet-geluidsgevoelige objecten anderzijds.
Toetsing
Binnen het plangebied worden geen geluidsgevoelige functies mogelijk gemaakt. De wegen rondom het plangebied zijn niet zoneplichtig, omdat er een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Op de omliggende wegen is bovendien geen sprake van een hoge verkeersintensiteit, waardoor een goed woon- en leefklimaat te garanderen is in de recreatiewoningen.
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de nieuwe woning geen sprake is van onaanvaardbare geluidhinder door wegverkeerslawaai.
In de Wet milieubeheer (2016) zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd.
Toetsing
Uit de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2025) blijkt dat in de omgeving van het plangebied sprake is van een zeer goede luchtkwaliteit. Plannen die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan luchtverontreiniging zijn op grond van het besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden.
Conclusie
Het realiseren van kleine projecten zoals de realisatie van de recreatiewoningen in het plangebied valt onder het besluit NIBM. Het plan heeft geen significant effect op de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Er zijn er geen belemmeringen voor het plan vanuit dit aspect.
Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën.
Toetsing
In de nabijheid van het plangebied zijn geen bedrijven gevestigd die vanuit milieuzonering een belemmering vormen voor de ontwikkeling in het plangebied. De recreatiewoningen zelf worden niet gezien als hinder veroorzakende functie in het kader van milieuzonering. Bovendien zijn de recreatiewoningen voorzien op een afstand van 30 meter tot de dichtstbijzijnde woningen op de Swemmerloane 6 en 7 waarmee de ontwikkeling op ruime afstand ligt van gevoelige functies en het niet aannemelijk is dat er hinder door wordt ondervonden.
Conclusie
De recreatieve voorzieningen worden op ruime afstand van de woonfunctie gerealiseerd. Bovendien is er in de huidige situatie al sprake van een recreatieve bestemming en een recreatieve voorziening (passantenhaven). Door de ontwikkeling in het plangebied nemen eventueel nadelige gevolgen op de woonfunctie van de woningen aan de Swemmerloane niet verder toe.
Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit.
Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. Voor het plan is de normale watertoetsprocedure van toepassing, omdat de ontwikkeling nabij hoofdwatergangen plaatsvindt. Daarom heeft overleg met het Wetterskip plaatsgevonden. De afspraken die tijdens dit overleg zijn gemaakt, zijn in deze waterparagraaf verwerkt.
In de Leidraad Watertoets staan de uitgangspunten waarmee bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De beschrijving van de wateraspecten sluit zoveel mogelijk aan bij de indeling van het Waterbeheerplan en de Leidraad Watertoets in de thema's Veilig, Voldoende en Schoon.
Veilig
Naast de verdedigingswerken moet worden ingezet op aanpassingen in de ruimtelijke ordening en calamiteitenbeheersing. Er is in dit verband sprake van meerlaagse veiligheid, dit staat voor Veiligheid in drie lagen. In het kader van ruimtelijke ordening is vooral laag 2 van belang. Het gaat er dan om dat de ruimte op een duurzame manier wordt ingericht. Bijvoorbeeld door geen gevoelige functies te realiseren op plekken die kunnen overstromen.
Peilbeheer
Het plan raakt een regionale waterkering en ligt vrij voor de boezem. Dit betekent dat het plangebied niet door een boezemkade is beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Het is van belang om rekening te houden met de droogleggingsnorm of het maatgevend boezempeil. Om toekomstige wateroverlast tegen te gaan moet voldoende hoog worden gebouwd. De recreatiewoningen worden binnen de boezem geplaatst op een hoogte van minimaal +0,20 NAP. De leggerkaart wordt na uitvoering van het plan aangepast.
Voldoende
Klimaatadaptie
In het kader van klimaatadaptie adviseert het waterschap om bij de inrichting van het plangebied te anticiperen op hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en mogelijk overstroming door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. Het planbied ligt in een voldoende groene omgeving. Ook is er voldoende waterberging aanwezig doordat hier in het verleden een inham (haven) is aangelegd.
Compensatie
Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak voor een deel wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Het dempen van water en/of watergangen moet volledig gecompenseerd worden. Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen. Compensatie is nodig bij een toename aan verharding van meer dan 1.500 m2 in het landelijk gebied en 200 m2 in het stedelijk gebied.
Omdat het plangebied binnen de boezem ligt geldt normaal gezien een watercompensatie 5% watercompensatie. Bij de realisatie van dit plan wordt de bestrating rondom de beschoeiing verwijderd om een natuurlijke oever te maken. Dit is goed voor de infiltratie van regenwater, biodiversiteit, onderlinge privacy (riet tussen de woningen) en de natuurlijke uitstraling van het gehele terrein. Bij het aanvragen van de watervergunning wordt aangegeven hoeveel m2 verharding er verminderd of vermeerderd wordt.
De regenwaterafvoer wordt niet aangesloten op het riool en er worden geen dakgoten toegepast. Daardoor kan regenwater op het terrein binnen de boezem infiltreren. Hierdoor is er geen watercompensatie nodig. Bestrating, wegen, paden worden bij voorkeur in halfverharding uitgevoerd waardoor waterinfiltratie mogelijk blijft.
Grondwateronttrekking
Voor het (tijdelijk) onttrekken van grondwater is een vergunning of melding nodig. Ook op het lozen van onttrokken grondwater is de meldingsplicht van toepassing.
Schoon
Afvalwater en regenwatersysteem
Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. Het uitgangspunt is dat het perceel wordt aangesloten op het gemeentelijk rioleringsstelsel. De regenwaterafvoer wordt niet aangesloten op het riool en er komen geen dakgoten. Hierdoor kan regenwater op het terrein infiltreren of worden afgevoerd op de naastgelegen watergangen.
Waterkwaliteit
De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. In dit geval zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke (bouw)materialen.
Vervolg
Waterwet
Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet tijdig een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet.
Procedure
Dit bestemmingsplan wordt in het kader het vooroverleg gecommuniceerd met Wetterskip Fryslân.
Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang.
In of nabij het plangebied lopen geen hoofdleidingen of -kabels. Vanuit dit omgevingsaspect is er dan ook geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.
Dit hoofdstuk gaat in op de juridische vormgeving van het bestemmingsplan. Daarbij wordt in eerste instantie ingegaan op de algemene afspraken die hiervoor (landelijk) zijn gemaakt. Vervolgens wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit specifieke bestemmingsplan, door de gehanteerde bestemming toe te lichten.
Dit bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden.
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd. In de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
Recreatie
Het terrein waar de recreatiewoningen worden gerealiseerd, krijgt net als in het geldende bestemmingsplan de bestemming 'Recreatie'. De regeling is inhoudelijk afgestemd op het geldende plan. Ook zijn in de bestemming bijbehorende functies zoals water, groen en parkeervoorzieningen mogelijk. Ten behoeve van de bouw van recreatiewoningen zijn bouwvlakken opgenomen waarin de recreatiewoningen moeten worden gebouwd tot de beoogde goot- en bouwhoogte van maximaal 3,5 en 6 meter waarbij er sprake moet zijn van een kap. Voor het gebouw aan de zuidzijde dat ten behoeve van receptie, beheer en opslag wordt gerealiseerd, is ook een bouwvlak opgenomen. Binnen dit bouwvlak is een aanduiding opgenomen waarbinnen de voorgenoemde functies kunnen worden gerealiseerd.
Tuin
De tuin rondom de woning aan de Swemmerloane 7 behoudt de bestemming Tuin met uitzondering van de locatie waar de schuur wordt geplaatst. Daar wordt een woonbestemming gelegd. Op de locatie waar de schuur nu staat vervalt de woonbestemming en wordt de tuinbestemming neergelegd. De regeling is inhoudelijk afgestemd op het geldende bestemmingsplan.
Wonen
De woning en de beoogde schuur aan de Swemmerloane 7 zijn geregeld in de bestemming 'Wonen'. Ook deze bestemming is inhoudelijk afgestemd op de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan. De aanwezige woning is hierbij geregeld binnen het bouwvlak. De gezamenlijke oppervlakte van ondergeschikte bebouwing is bij een bouwperceel van meer dan 1000 m2, waarvan hier sprake is, maximaal 10% van het oppervlak van het perceel en maximaal 200 m2. Het perceel is ongeveer 1780 m2 groot; op basis hiervan mag maximaal 178 m2 aan bijgebouwen worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 6 meter. De regeling bevat een voorwaardelijke verplichting die borgt dat de oude schuur binnen een jaar na realisatie van de nieuwe schuur moet worden gesloopt.
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
Dit bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die een belangrijke maatschappelijke impact hebben. De bestemmingsplanprocedure geeft iedereen de mogelijkheid op de ontwikkeling te reageren door een zienswijze in te dienen. De gemeente houdt hier in de besluitvorming rekening mee.
Vooroverleg
Over het voorontwerp van dit bestemmingsplan vindt vooroverleg plaats met diensten van Rijk en Provincie en eventueel andere betrokken instanties. Er zijn reacties binnengekomen van Brandweer en Wetterskip die geen aanleiding geven het plan te wijzigen. Naar aanleiding van de overlegreactie van de provincie is het plan op een aantal punten aangevuld. De ingekomen reacties zijn in Bijlage 7 opgenomen. Naar aanleiding van de reactie van de provincie is een ontheffing van de Verordening aangevraagd en is het plan op een aantal punten aangevuld.
Zienswijzen
Vervolgens is het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. In de reactienota (Bijlage 8) is een samenvatting van de zienswijzen en de gemeentelijke reactie opgenomen. Naar aanleiding van de zienswijze van de provincie is het behoud van de bestaande landschappelijke inpassing in de regels geborgd. Verder is in het kader van de vaststelling een stikstofberekening uitgevoerd met de meeste recente versie van Aerius-calculator.
Vaststelling
Het bestemmingsplan is vervolgens, op 23 september 2025, door het college gewijzigd vastgesteld.
Het bestemmingsplan wordt vervolgens gepubliceerd en gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegd in het kader van de beroepsmogelijkheid bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).
Financiële haalbaarheid
De ontwikkeling is een particulier initiatief. Het perceel is door de initiatiefnemer reeds aangekocht van de gemeente Dantumadiel. In de verkoopovereenkomst is opgenomen dat het plan binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan moet zijn uitgevoerd. De plan- en procedurekosten en de kosten voor de uitvoering van het plan zijn voor rekening van de aanvrager. De financiële haalbaarheid van het plan is niet in het geding.
Grondexploitatie
Doel van de grondexploitatieregeling is het inzichtelijk maken van de financiële haalbaarheid en het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden.
Dit bestemmingsplan maakt bouwplannen in de zin van het Bro mogelijk. In dergelijke gevallen dient een grondexploitatieplan opgesteld te worden tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In dit plan is het kostenverhaal geregeld in een overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Hierin is onder andere het planschadeverhaal geregeld. Verder worden de plankosten via leges op de initiatiefnemer verhaald. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en wordt van het vaststellen van een exploitatieplan afgezien.