| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Bedrijventerrein Drechthoek II |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | Omgevingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1884.TAMDRECHTHOEKII-VAS1 |
Hoofdstuk 22c is van toepassing in het gebied van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Bedrijventerrein Drechthoek II, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1884.TAMDRECHTHOEKII-VAS1 vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/.
Het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, is niet van toepassing in het gebied, bedoeld in artikel 22c.1, behalve voor zover het gaat om de besluiten, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder e, f, n, o en p van de Invoeringswet Omgevingswet.
De volgende artikelen van hoofdstuk 22 zijn niet van toepassing in het gebied, bedoeld in artikel 22c.1:
Aan de regels van dit hoofdstuk 22c wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Voor dit hoofdstuk 22c gelden de begripsbepalingen uit:
Het geluid, uitgedrukt als de geluidbelasting Lden, door een rijksweg of een provinciale weg op een geluidgevoelig gebouw bedraagt niet meer dan 50 dB.
Het geluid, uitgedrukt als de geluidbelasting Lden, door een gemeenteweg of waterschapsweg op een geluidgevoelig gebouw bedraagt niet meer dan 53 dB.
Het geluid, uitgedrukt als de geluidbelasting Lden, door een rijksweg of een provinciale weg op een geluidgevoelig gebouw bedraagt niet meer dan 60 dB.
Het geluid, uitgedrukt als de geluidbelasting Lden, door een gemeenteweg of waterschapsweg op een geluidgevoelig gebouw bedraagt niet meer dan 70 dB.
Subsubparagraaf 22c.2.1.2.1 is van toepassing op het geluid door activiteiten, anders dan wonen, op een bedrijventerrein.
Subsubparagraaf 22c.2.1.2.1 is niet van toepassing op het geluid waarvoor bij maatwerkvoorschrift is bepaald dat het niet representatief is voor een activiteit.
De waarden voor het geluid door een activiteit als bedoeld in artikel 22c.10 gelden:
Als de afstand tussen de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht en een geluidgevoelig gebouw kleiner is dan de afstand bedoeld in lid 1, onder a of b, geldt de waarde in afwijking van lid 1 ter plaatse van dat geluidgevoelig gebouw.
De waarden voor het geluid op een afstand, bedoeld in lid 1 onder a en b, gelden op een of meer punten waar het geluid representatief is liggend op een hoogte van 4 meter boven het plaatselijke maaiveld.
De waarden voor het geluid ter plaatse van een geluidgevoelig gebouw, bedoeld in lid 2, gelden:
Bij het verrichten van een activiteit is het geluid niet meer dan de waarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT, bedoeld in tabel 22c.10a.
Tabel 22c.10a:
| 07.00 - 19.00 uur | 19.00 - 23.00 uur | 23.00 - 07.00 uur | ||
| Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT | 50 dB(A) | 45 dB(A) | 40 dB(A) | |
Bij het verrichten van een activiteit is het geluid niet meer dan de waarden voor het maximale geluidniveau LAmax, bedoeld in tabel 22c.10b.
Tabel 22c.10b:
| 07.00 - 19.00 uur | 19.00 - 23.00 uur | 23.00 - 07.00 uur | ||
| Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen | 70 dB(A) | 70 dB(A) | ||
| Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden | 65 dB(A) | 65 dB(A) | ||
Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 22c.9, lid 2, gelden, in afwijking van lid 1 en lid 2, de waarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT en voor het maximale geluidniveau LAmax, bedoeld in respectievelijk tabel 22c.10a en tabel 22c.10b, verhoogd met 5 dB(A), voor zover het gaat om een geluidgevoelig gebouw dat gelegen is op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein of in het gebied 'Bedrijventerrein - Drechthoek II' bedoeld in artikel 22c.14.
Subsubparagraaf 2.1.3.1 is van toepassing op de geur van activiteiten, anders dan wonen, op een bedrijventerrein.
Subsubparagraaf 2.1.3.1 is niet van toepassing op de geur waarvoor bij maatwerkvoorschrift is bepaald dat het niet representatief is voor een activiteit.
De waarden voor de geur door een activiteit als bedoeld in artikel 22c.13 gelden:
Als de afstand tussen de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht en een geurgevoelig gebouw kleiner is dan de afstand bedoeld in lid 1, onder a of b, geldt de waarde in afwijking van lid 1 ter plaatse van dat geurgevoelig gebouw.
De waarden voor de geur op een afstand, bedoeld in lid 1 onder a en b, gelden op een of meer punten waar de geur representatief is liggend op een hoogte van 1,5 meter boven het plaatselijke maaiveld.
De waarden voor de geur ter plaatse van een geurgevoelig gebouw, bedoeld in lid 2, gelden:
Er is een gebied 'Bedrijventerrein - Drechthoek II', waar de regels van deze subparagraaf 22c.3.1.1 gelden.
In het gebied 'Bedrijventerrein - Drechthoek II' gelden specifiek:
In het gebied 'Bedrijventerrein - Drechthoek II' zijn alleen de volgende activiteiten toegestaan, mits wordt voldaan aan de daarbij behorende regels:
Er is een archeologisch aandachtsgebied 'Waarde - Aandachtsgebied archeologie - Middelhoge verwachting', waar de regels van deze subsubparagraaf 22c.3.2.1.1 gelden.
Ter bescherming en veiligstelling van archeologische waarden is in het archeologisch aandachtsgebied 'Waarde - Aandachtsgebied archeologie - Middelhoge verwachting' subsubparagraaf 22c.4.2.3.31 van toepassing.
Er is een beperkingengebied 'Waterstaat - Beperkingengebied waterkering', waar de regels van deze subparagraaf 22c.3.3.1 gelden.
Ter bescherming van regionale waterkeringen is in het beperkingengebied 'Waterstaat - Beperkingengebied waterkering' subsubparagraaf 22c.4.2.4.1 Waterkering van toepassing.
Subsubparagraaf 22c.4.1.1.1 is van toepassing op het bouwen en gebruiken van een bouwwerk, een gebouwerf of een ander stuk grond.
Degene die een bouwactiviteit of gebruiksactiviteit verricht is verplicht om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
De plicht bedoeld in het eerste lid houdt in ieder geval in dat locaties slechts worden bebouwd of gebruikt onder de voorwaarde dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk en artikel 22.26 worden verbonden over artikel 22c.22.
Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de eis in artikel 22c.22, tweede lid mits dit geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving.
Bij het stellen van maatwerkvoorschriften of het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning neemt het college de 'Herziening Nota Parkeernormen 2018' of diens rechtsopvolger in acht.
Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk of artikel 22.26 kan worden verbonden.
In deze paragraaf 22c.4.2 worden regels gesteld over het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning, die is vereist op grond van dit hoofdstuk en artikel 22.26.
Subparagraaf 22c.4.2.2 is van toepassing op het toelaten van een geluidgevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt in een geluidaandachtsgebied van:
Subparagraaf 22c.4.2.2 is eveneens van toepassing op het toelaten van een geluidgevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt in een geluidaandachtsgebied als bedoeld in artikel 12.7 lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Subparagraaf 22c.4.2.2 is niet van toepassing op het toelaten van een geluidgevoelig gebouw voor een duur van niet meer dan tien jaar, op voorwaarde dat:
De waarden voor het geluid door infrastructuur gelden:
Subsubparagraaf 22c.4.2.2.27 is van toepassing op het toelaten van een nieuw geluidgevoelig gebouw binnen het geluidaandachtsgebied van een weg.
Een nieuw geluidgevoelig gebouw wordt alleen toegelaten, als wordt voldaan aan de standaardwaarde voor geluid door infrastructuur die specifiek geldt voor het betreffende gebied volgens afdeling 22c.3.
In afwijking van artikel 22c.28 kan het nieuwe geluidgevoelige gebouw ook worden toegelaten als:
Bij de toepassing van het eerste lid worden de geluidbeperkende maatregelen in aanmerking genomen die financieel doelmatig zijn en waartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.
Bij de toepassing van het eerste lid wordt het gezamenlijke geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw bepaald en in de omgevingsvergunning bedoeld in artikel 22c.24 vastgelegd.
Subparagraaf 22c.4.2.3 is van toepassing op het toelaten van activiteiten in een aandachtsgebied archeologie.
Subsubparagraaf 22c.4.2.3.1 is van toepassing op het bouwen van bouwwerken en het uitvoeren van werkzaamheden met een gezamenlijke oppervlakte van 2500 m2 of meer, indien dit gepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm beneden het maaiveld.
De activiteit wordt alleen toegelaten, als:
Tot de gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 22c.69 en artikel 22.35 van het omgevingsplan behoort in elk geval een rapport waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld.
Aan een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 22c.32, aanhef en onder b, kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval voorschriften worden verbonden, die inhouden een plicht tot:
Subsubparagraaf 22c.4.2.4.1 is van toepassing op het toelaten van activiteiten in het 'Waterstaat - Beperkingengebied waterkering'.
De activiteit wordt alleen toegelaten, als daardoor geen belemmeringen ontstaan voor de instandhouding, het onderhoud of de versterking van de regionale waterkering.
Paragraaf 22c.4.3 gaat over het gebruiken van een bouwwerk, een gebouwerf of een ander stuk grond.
Subsubparagraaf 22c.4.3.2.1 gaat over de volgende bedrijfsmatige activiteiten:
De volgende gebruiksactiviteiten zijn niet toegestaan:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk, een gebouwerf of een ander stuk grond te gebruiken voor de activiteiten zoals bedoeld in artikel 22c.39 onder a met een bruto-vloeroppervlak van minder dan 500 m2.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22c.42 kan alleen worden verleend als de vestiging van het bedrijf op de betreffende locatie noodzakelijk wordt geacht, rekening houdend met:
Subparagraaf 22c.4.3.3 gaat over het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, in de vorm van:
Een bouwwerk, een gebouwerf of een ander stuk grond gebruiken voor de doeleinden omschreven in artikel 22c.44 is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bebouwingsaccent'.
Subparagraaf 22c.4.3.4 gaat over het gebruik voor doeleinden van algemeen nut, waaronder:
Een bouwwerk, een gebouwerf of een ander stuk grond gebruiken voor de doeleinden omschreven in artikel 22c.46 is toegestaan.
Subparagraaf 22c.4.3.5 gaat over het bedrijfsmatig verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet rechtstreeks te woord gestaan en geholpen wordt.
Subparagraaf 22c.4.3.6 gaat over:
Tabel 22c.51:
| Nevenactiviteit | Max. oppervlak gronden | Max. vloeroppervlak in bebouwing |
| veehandelsbedrijven; africhtingsbedrijven voor paarden | - | 400 m2 |
| veearts; hoefsmederij | - | 400 m2 |
| recreatieve paardenhouderij | 1.200 m2 voor een paardenbak, binnen het bouwvlak | 400 m2 |
| ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten | - | 400 m2 |
| verkoop streekeigen producten, boerderijwinkel | - | 100 m2 |
| kinderboerderij | - | 400 m2 |
| kano-, roeiboot- of fietsenverhuur | - | 400 m2 |
| kleinschalig kamperen | 2.500 m2 | 50 m2, uitsluitend t.b.v. sanitair/ opslag |
| recreatief nachtverblijf (bed & breakfast) | - | 200 m2 |
| kampeerboerderij | - | 400 m2 |
| kleinschalige horecagelegenheid | - | 100 m2 |
| museum/ tentoonstellingsruimte | - | 100 m2 |
| kunst- of antiekhandel | - | 400 m2 |
Paragraaf 22c.4.4 gaat over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken.
Het is verboden om een activiteit zoals aangewezen in artikel 22c.52 te verrichten, tenzij in deze paragraaf 22c.4.4 anders is bepaald.
Voor de toepassing van de regels in deze afdeling worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten:
Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.
In het bijzonder worden de volgende zaken als volgt gemeten:
De regels in deze subparagraaf 22c.4.4.2 zijn van toepassing op bouwactiviteiten binnen het werkingsgebied 'Bedrijventerrein - Drechthoek II'.
Subparagraaf 22c.4.4.2 gaat over het bouwen van een hoofdgebouw.
Voor het bouwen van hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kavelgebied noord' en 'overige zone - kavelgebied zuid' gelden de volgende regels:
De omgevingsvergunning voor het bouwen wordt alleen verleend als het hoofdgebouw toelaatbaar is volgens de regels in paragraaf 22c.4.2 Thematische beoordelingsregels omgevingsvergunning.
Voor het bouwen van hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - wonen' gelden de volgende regels:
De omgevingsvergunning voor het bouwen wordt alleen verleend als het hoofdgebouw toelaatbaar is volgens de regels in paragraaf 22c.4.2 Thematische beoordelingsregels omgevingsvergunning.
De regels in deze subparagraaf 22c.4.4.3 zijn van toepassing op bouwactiviteiten binnen het werkingsgebied 'Bedrijventerrein - Drechthoek II'.
Subparagraaf 22c.4.4.3 gaat over het bouwen van bijbehorende bouwwerken.
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kavelgebied noord' en 'overige zone - kavelgebied zuid' gelden de volgende regels:
De omgevingsvergunning voor het bouwen wordt alleen verleend als het bijbehorend bouwwerk toelaatbaar is volgens de regels in paragraaf 22c.4.2 Thematische beoordelingsregels omgevingsvergunning.
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - wonen' gelden de volgende regels:
| max. inhoud | max. oppervlak | max. goothoogte | max. bouwhoogte | |
| aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en aangebouwde overkappingen behorende bij de woning | 50 m2 | de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 25 cm tot een maximum van 4 m | 5 m | |
| vrijstaande bijgebouwen en vrijstaande overkappingen behorende bij de woning | 3 m | 5 m | ||
| aan- en uitbouwen en vrijstaande bijgebouwen en overkappingen, inclusief de woning | 750 m3 |
met dien verstande dat:
De omgevingsvergunning voor het bouwen wordt alleen verleend als het bijbehorend bouwwerk toelaatbaar is volgens de regels in paragraaf 22c.4.2 Thematische beoordelingsregels omgevingsvergunning.
De regels in deze subparagraaf 22c.4.4.4 zijn van toepassing op bouwactiviteiten binnen het werkingsgebied 'Bedrijventerrein - Drechthoek II'.
Subparagraaf 22c.4.4.4 gaat over het bouwen van andere bouwwerken dan de bouwwerken bedoeld in subparagraaf 22c.4.4.2 en subparagraaf 22c.4.4.3.
Voor het bouwen van overige bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kavelgebied noord' en 'overige zone - kavelgebied zuid' gelden de volgende regels:
De omgevingsvergunning voor het bouwen wordt alleen verleend als het bouwwerk toelaatbaar is volgens de regels in paragraaf 22c.4.2 Thematische beoordelingsregels omgevingsvergunning.
Voor het bouwen van overige bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - wonen' gelden de volgende regels:
De omgevingsvergunning voor het bouwen wordt alleen verleend als het bouwwerk toelaatbaar is volgens de regels in paragraaf 22c.4.2 Thematische beoordelingsregels omgevingsvergunning.
Paragraaf 22c.4.5 gaat over het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in deze paragraaf 22c.4.5 worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Subparagraaf 22c.4.5.2 is van toepassing in het archeologisch aandachtsgebied 'Waarde - Aandachtsgebied archeologie - Middelhoge verwachting'.
De regels over aanlegactiviteiten in deze subparagraaf 22c.4.5.2 zijn specifiek gesteld met het oog op de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
Subparagraaf 22c.4.5.2 gaat over de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteiten bedoeld in artikel 22c.72 te verrichten.
Het eerste lid is niet van toepassing als:
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de werken of werkzaamheden toelaatbaar zijn volgens de regels in subparagraaf 22c.4.2.3.
Subparagraaf 22c.4.5.3 is van toepassing in het 'Waterstaat - Beperkingengebied waterkering'.
De regels over aanlegactiviteiten in deze subparagraaf 22c.4.5.3 zijn specifiek gesteld met het oog op de bescherming van de waterkering.
Subparagraaf 22c.4.5.3 gaat over de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteiten bedoeld in artikel 22c.77 te verrichten.
Het eerste lid is niet van toepassing als:
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de werken of werkzaamheden toelaatbaar zijn volgens de regels in subsubparagraaf 22c.4.2.4.1.
Subparagraaf 22c.4.5.4 is van toepassing op handelsreclame op of aan een gevel van een bouwwerk.
Subparagraaf 22c.4.5.4 gaat over het aanbrengen en voeren van handelsreclame op of aan een gevel van een bouwwerk.
Paragraaf 22c.4.6 is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet.
Paragraaf 22c.4.6 is niet van toepassing op:
Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk.
Het tweede lid geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in paragraaf 22.3.7 van het omgevingsplan.
De regels in deze paragraaf 22c.4.6 zijn gesteld met het oog op:
Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de subparagrafen 22c.4.6.2 tot en met 22c.4.6.5.
Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in artikel 22c.84.
Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over een milieubelastende activiteit zijn de instructieregels in paragraaf 5.1.4 en artikel 5.165 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.
Subparagraaf 22c.4.6.2 is van toepassing op het geluid door activiteiten op een bedrijventerrein.
Subparagraaf 22c.4.6.2 is niet van toepassing op:
Bij het verrichten van de activiteit wordt voldaan aan de waarden voor geluid door activiteiten zoals bepaald in subsubparagraaf 22c.2.1.2.1 Geluid door activiteiten bedrijventerrein.
Voor de toepassing van subparagraaf 22c.4.6.2 worden als één activiteit beschouwd meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die:
Subparagraaf 22c.4.6.3 is van toepassing op de geur door activiteiten op een bedrijventerrein.
Subparagraaf 22c.4.6.3 is niet van toepassing op:
Op het bepalen van geur door activiteiten is de Nederlandse Technische Afspraak 9065 van juni 2023 van toepassing.
Bij het verrichten van de activiteit wordt voldaan aan de waarden voor geur door activiteiten zoals bepaald in subsubparagraaf 22c.2.1.3.1 Geur door activiteiten bedrijventerrein.
Als milieubelastende activiteit wordt aangewezen het mechanisch bewerken van rubber, kunststof, papier, karton, textiel, bont, leer, kurk, hout of houtachtig materiaal en steen.
Subsubparagraaf 22c.4.6.5.1 is van toepassing op het in werking hebben van een energieopslagsysteem: een systeem voor het opslaan van energie die op een bepaald moment wordt geproduceerd voor gebruik op een later tijdstip om onevenwichtigheden tussen energievraag en energieproductie te verminderen.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk, een gebouwerf of een ander stuk grond te gebruiken voor de doeleinden omschreven in artikel 22c.94.
Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de activiteit geen nadelige gevolgen heeft voor de veiligheid in de omgeving daarvan. Bij de beoordeling wordt voor risico's van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio's, rekening gehouden met het belang van:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 22c aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van de regels van hoofdstuk 22c, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 1, een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 1, met maximaal 10%.
Lid 1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 22c, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met de voorheen geldende regels, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 22c en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het plan strijdige gebruik, bedoeld in lid 1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat hoofdstuk strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in lid 1, na het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 22c voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Lid 1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met de voorheen geldende regels, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.