| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1884.TAMADERWEG8-VAS1 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Aderweg 8 in Roelofarendsveen is als nieuw hoofdstuk 22f opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Kaag en Braassem. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22f van het omgevingsplan van de gemeente Kaag en Braassem. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22f' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22f' gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen met identificatienummer NL.IMRO.1884.TAMADERWEG8-VAS1 van de gemeente Kaag en Braassem.
Het omgevingsplan van de gemeente Kaag en Braassem;
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
De grens van een bestemmingsvlak.
Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de functie en het feitelijk gebruik van het gebouw of het terrein.
Hieronder worden begrepen:
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
De grens van een bouwvlak.
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor functies uit de functieomschrijving geschikt of geschikt te maken is.
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Een grens van een bouwperceel.
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
De grens van een functievlak.
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie.
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Eén of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is.
Een aantal door eerstegraads familie- of vergelijkbare band aan elkaar gerelateerde personen, dat gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van dezelfde gemeenschappelijke voorzieningen en de gezamenlijke toegang in één wooneenheid (zoals een gezin of een gezin met inwonende familieleden) die continue een eenheid vormt.
Door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan.
Een voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
Een omgevingsplanactiviteit bestaande uit:
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal één wand en een (overwegend) gesloten dak.
De geometrisch bepaalde lijn, die de grens vormt van het plan.
Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
Een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, dat bedoeld is om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden bewoond.
Een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch en/of pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
Bouwwerk in en boven het water bedoeld als aanlegplaats voor vaartuigen (aanlegsteiger) of als kleinschalige dagrecreatieve voorziening, zoals zwem- of vissteiger.
De verbeelding van het TAM-omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Aderweg 8, Roelofarendsveen'.
Een onderkomen bedoeld voor tijdelijk recreatief verblijf van personen die elders hun hoofdverblijf hebben; hieronder vallen onder andere kampeermiddelen, stacaravans, chalets en recreatiewoningen.
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken van het bepaalde in 3.1 tot en met 3.8 van dit artikel.
De afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
Tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren.
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, mits de goot niet meer dan 75 cm loodrecht uitsteekt ten opzichte van de gevel.
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Vanaf peil tot aan de buitenzijde van het dak en tussen de buitenwerkse maten van de draagconstructie, waarbij overstekken tot 0,75 meter niet worden meegeteld bij de berekening van de inhoud.
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
De gebruiksoppervlakte volgens NEN 2580.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid onder a van de Omgevingswet te verrichten voor zover het gaat om:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Groen'.
De voor 'Groen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan.
De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is niet meer dan 2 m.
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 'Groen' genoemde functies van de gronden.
Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het plan gelden de volgende regels:
Het is verboden op of in de gronden met de functie 'Groen' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit werken en werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren:
De werken en werkzaamheden, zoals bedoeld in 7.5.1, zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de landschappelijke inpassing niet onevenredig wordt aangetast, hetgeen door de aanvrager aangetoond dient te worden.
Het verbod van 7.5.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden die:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'.
De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
Op deze gronden mag uitsluitend ten dienste van de functie worden gebouwd en gelden de volgende regels:
| max. oppervlak | max. aantal | max. inhoud | max. goot- hoogte | max. bouw- hoogte | |
| verblijfsrecreatieve onderkomens | 90 m² bouwop- pervlakte (incl. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) | 76 | 3,5 m | 6 m | |
| verblijfsrecreatieve onderkomens | 90 m² vloeropper- vlakte (incl. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) | 68 | 3,5 m | 6 m | |
| verblijfsrecreatieve onderkomens | 60 m² vloeropper- vlakte (incl. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) | 22 | 3 m | 4 m | |
| bijgebouwen bij verblijfsrecreatieve onderkomens | 50% van het hoofdgebouw | 3 m | gelijk of lager dan het hoofd- gebouw, tot maximaal 5 m | ||
| overige gebouwen, waaronder bedrijfswoningen (incl. aan- en bijgebouwen en overkappingen) | gezamenlijk oppervlak max. 1100 m2, waarvan max. oppervlak per gebouw (geen bedrijfswoning zijnde) 250 m2 | max. 2 bedrijfs- woningen | 750 m³ per bedrijfswoning (inclusief aan- en bijgebouwen) | 4,5 m | 8 m |
| aan- en bijgebouwen en overkappingen | 3,5 m | 4,5 m | |||
| erf- en terrein- afscheidingen: - voor de voorgevelrooilijn - elders |
1 m 2 m |
||||
| overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 3 m |
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1884.TAMADERWEG8-VAS1 is aangewezen als 'Waarde - Archeologie 1'.
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende functie(s) - mede aangewezen voor de bescherming en veiligstelling van de aanwezige archeologische waarden.
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
Het is verboden op of in de gronden met de functie Waarde - Archeologie 1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit werken en werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod van 9.5.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden die:
De werken en werkzaamheden, zoals bedoeld in 9.5.1, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien:
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1884.TAMADERWEG8-VAS1 is aangewezen als 'Waterstaat - Waterkering'.
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende functie(s) - primair bestemd voor de waterkering.
In afwijking van Hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de aanduiding 'Waterstaat - Waterkering' de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 10.4 onder a, voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijn, die noodzakelijk zijn in het kader van waterstaatsbelang.
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 10.4 onder b, indien de bij de betrokken functie behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterkeringsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad; ter beoordeling dient de aanvrager hiertoe een schriftelijk advies van het hoogheemraadschap aan te leveren.
Het is verboden op of in de gronden met de functie 'Waterstaat - Waterkering' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit werken en werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende functies:
De werken en werkzaamheden, zoals bedoeld in 10.6.1, zijn slechts toelaatbaar, indien de werken en werkzaamheden:
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 10.6.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor het waterkeringsbelang, zoals bedoeld in lid 10.3, niet onevenredig wordt of kan worden aangetast; ter beoordeling dient de aanvrager hiertoe een schriftelijk advies van het hoogheemraadschap aan te leveren.
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1884.TAMADERWEG8-VAS1 is aangewezen als 'Vrijwaringszone - molenbiotoop'.
De voor 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende functie(s) - mede aangewezen voor de bescherming en veiligstelling van de functie van de molen als werktuig.
In afwijking van Hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' de volgende regels:
De bouwgrenzen, niet zijnde functiegrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door:
Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels:
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken ten behoeve van:
Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken kan het bevoegd gezag pas een omgevingsvergunning verlenen voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken en/of het gebruiken van gronden en/of de omgevingsplanactiviteit afwijken omgevingsplan als er sprake is van voldoende parkeergelegenheid en voldoende laad- en losvoorzieningen. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid en laad- en losvoorzieningen, indien:
Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen ten aanzien van het bepaalde in 15.1, indien dit noodzakelijk is om een goede verkeersstructuur en/of bereikbaarheid voor een bouwwerk, perceel, straat (of deel daarvan) dan wel een andere ruimtelijke functionele structuur te waarborgen.