Nationaal Water Programma
Op basis van de Waterwet is het Nationaal Water Programma vastgesteld door het kabinet. Het Nationaal Water Programma geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2022-2027 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Water Programma richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2022-2027 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten.
Beleid en bevoegdheden hoogheemraadschap van Rijnland
Het Hoogheemraadschap van Rijnland is in het plangebied het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater. De drie hoofddoelen van dit beheer zijn:
- veiligheid tegen overstromingen;
- voldoende water;
- gezond water.
Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Wat betreft voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten en te beheren. Daarbij wil het hoogheemraadschap dat watergangen en kunstwerken zoals gemalen op orde en toekomstvast worden gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering.
De taken en bevoegdheden van het hoogheemraadschap op het gebied van gezond water betreffen het zuiveren van afvalwater en het reguleren van lozingen op oppervlaktewater. Europese regelgeving (de Kaderrichtlijn Water) is hierbij kaderstellend. Het voorkómen van verontreiniging en een goede inrichting van oppervlaktewateren dragen in belangrijke mate bij aan gezond water.
Met het oog op het zuiveren van afvalwater beheert het hoogheemraadschap rioolgemalen, persleidingen en zuiveringsinstallaties. Aan de hand van het Waterbeheersplan werkt het hoogheemraadschap aan zijn ambities. In het proces van ruimtelijke planvorming heeft het hoogheemraadschap een adviserende rol en in de uitvoerings- en beheersfase van ruimtelijke plannen een regelgevende rol.
Keur en uitvoeringsregels
Op grond van de Waterwet is het hoogheemraadschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Denk hierbij aan handelingen in of nabij:
- waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden);
- watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken);
- andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen);
- de bodem van kwelgevoelige gebieden.
Maar ook aan:
- Onttrekken en lozen van grondwater;
- Het aanbrengen van verhard oppervlak.
De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. In de uitvoeringsregels die bij de Keur horen is dit nader uitgewerkt.
Indien de toename aan verharding minder bedraagt dan 500 m², dan geldt alleen de algemene zorgplicht. Indien de toename meer bedraagt (t/m 5.000 m²) is in de regels opgenomen dat het oppervlak van het ter compensatie aan te leggen water, minimaal 15 % moet bedragen van het oppervlak van de toename aan verharding. Indien nieuwe compensatie moet worden gerealiseerd, moet deze voorafgaand aan het aanbrengen van de verharding zijn gerealiseerd, of gelijktijdig met het aanbrengen van de verharding worden gerealiseerd.
Riolering en afkoppelen
Voor zover het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het van belang dat er met het hoogheemraadschap afstemming plaatsvindt over het omgaan met afvalwater en hemelwater. Overeenkomstig het rijksbeleid gaat het hoogheemraadschap uit van een voorkeursvolgorde voor de omgang met deze waterstromen. Deze volgorde houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan van (verontreinigd) afvalwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto’s wassen en chemische onkruidbestrijding. Vervolgens is het streven vuil water te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwaterafvoeren van gemengde rioolstelsels. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren van het afvalwater. De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen.
De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), waarin de uiteindelijke afweging wordt gemaakt en waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat.
Planspecifiek
Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels onverhard, met uitzondering van de bestaande schuur van 47 m². Met de voorgenomen ontwikkeling zullen een drietal verblijfsrecreatieve onderkomens gerealiseerd van maximaal 60 m² per stuk, inclusief bijbehorende bouwwerken, met daaromheen bescheiden terrassen en een bijgebouw met een maximale omvang van 50 m². Het terrein zal worden ontsloten middels een halfverhard pad vanaf de weg Vennemeer, met daaraan de benodigde parkeerplaatsen en toegangspaden tot de recreatieve onderkomens. Verder zal het terrein vooral het groene karakter behouden.
Met de voorgenomen ontwikkeling neemt het verhard oppervlak in het plangebied toe met circa 483 m² (zie hiervoor ook onderstaande tabel).
| | Huidige situatie | Toekomstige situatie | Toe-/afname |
| Dakoppervlak | 47 m² | 230 m² | + 183 m² |
| Ontsluiting, parkeren, terrassen en paden | 0 m² | 300 m²
| + 300 m² |
| Toename verharding | | | + 483 m² |
In de nieuwe situatie vindt geen toename aan verhard oppervlak van meer dan 500 m² plaats. Watercompensatie is derhalve niet noodzakelijk. Daarbij is nog relevant dat de ontsluiting en het parkeren zoveel als mogelijk in halfopen bestrating worden uitgevoerd (er wordt geen asfalt toegepast), wat een gunstig effect heeft op de waterhuishouding.
Voor wat betreft de afvoer van afvalwater wordt aangesloten op het aanwezige rioolstelsel. Voor het hemelwater wordt uitgegaan van infiltratie in de bodem en van een vertraagde afvoer naar het aangrenzende oppervlaktewater. Hiervoor is van belang dat geen gebruik gemaakt wordt van uitlogende bouwmaterialen.
Het onderhavige plangebied ligt voor een klein gedeelte binnen de beschermingszone van een waterkering, zoals aangegeven op de Legger Regionale Keringen van het hoogheemraadschap van Rijnland. Voor dat perceelsgedeelte wordt de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering gehanteerd.