| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Veegplan 2026 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 |
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op de locaties als onderdeel van het 'Veegplan 2026' en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22f] van het omgevingsplan van de gemeente Sittard-Geleen. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22f] van het omgevingsplan van de gemeente Sittard-Geleen. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22f.]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘[22f.]’ gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit, bijlage I bij de Omgevingsregeling en bijlage I bij het Omgevingsplan gemeente Sittard-Geleen, zijn van overeenkomstige van toepassing op dit plan.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 2 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de volgende begrippen gehanteerd:
Het 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Veegplan 2026' met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 van de gemeente Sittard-Geleen.
Het omgevingsplan van de gemeente Sittard-Geleen.
Een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel.
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
Werkplaats van een beeldend kunstenaar, waarbij detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit van ter plaatse vervaardigde producten is toegestaan.
De grens van een functievlak.
Ruimte voor het exposeren en verkopen van kunstwerken.
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie.
Een bedrijf, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten en zorg of het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid door middel van handwerk, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of een bijbehorend bijgebouw dan wel, in geval van een meergezinswoning of bovenwoning, vanuit de begane grond van een gebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt.
Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, ontwerptechnisch of kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of een bijbehorend bijgebouw dan wel, in geval van een meergezinswoning of bovenwoning, vanuit de begane grond van een gebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt, een kapsalon hieronder begrepen.
Een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.
Terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen.
De aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten (resten uit het verleden).
De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit oude tijden.
Onderzoek verricht door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een certificaat conform artikel 5.1 van de Erfgoedwet en werkend volgens de kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).
Één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
De gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, dan wel binnen een functievlak of bouwvlak, zoals nader bepaald in deze regels, in procenten van de oppervlakte van dat bouwperceel, functievlak respectievelijk bouwvlak.
Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen.
De inpandige en overdekte ruimte die wordt benut in verband met de uitoefening van een bedrijf.
Situatie ten tijde van inwerkingtreding van het omgevingsplan.
Bevoegd gezag als bedoeld in de Omgevingswet (als hoofdregel is dit het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen voor omgevingsplanactiviteiten).
Uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar wel of niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
Een al dan niet vrijstaand gebouw, dat door zijn constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel staand hoofdgebouw.
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
De grens van een bouwvlak.
De hoogte van een bouwwerk.
Een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
De grens van een bouwperceel.
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
Constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
Bouwwerk of gedeelte daarvan, voor zover dat geen gebouw of onderdeel daarvan is.
Een woning, die zich geheel of nagenoeg geheel bevindt boven de begane grond van een gebouw.
een met detailhandel vergelijkbare functie voor het verrichten van diensten gericht op consumentverzorging geheel of overwegend door middel van handwerk, zoals kapper, schoonheidsinstituut, schoenmaker, goudsmid, nagelstudio, pruikenmaker, hoedenmaker, (muziek)instrumentenmaker, pottenbakker, kledingmaker en fotograaf en dergelijke. Ondergeschikte detailhandel in producten samenhangend met de ter plaatse uitgeoefende ambachtelijke bedrijvigheid dan wel in ter plaatse vervaardigde goederen is toegestaan;
Een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. Deze dient in ieder geval te voldoen aan de in de KNA gestelde kwalificaties van senior archeoloog.
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of (af)leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik en/of verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van beroeps- of bedrijfsactiviteiten.
Het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 30 cm (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik. Ploegen minder dan 30 cm diep wordt beschouwd als normaal onderhoud en beheer.
Een complex van ruimten dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van een huishouden.
Bouwwerk of groenvoorziening bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf, de weg/openbaar groen.
Een uitbreiding van het hoofdgebouw op de begane grond, geen afzonderlijke ruimte zijnde, waarvan de functie overeenkomt met de functie van het hoofdgebouw.
Elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven.
Een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de functie als het belangrijkste bouwwerk is aan te merken.
Een ondergeschikt deel van een hoofdgebouw dat hoger is dan de overige delen van het hoofdgebouw dat tot doel heeft specifieke functies in het hoofdgebouw en of de stedenbouwkundige architectonische context van het hoofdgebouw te benadrukken.
De bewoning van een woning door:
Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf.
Een horecabedrijf, dat qua exploitatievorm aansluit bij de openingstijden van de winkelvoorzieningen en waar, naast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren, in hoofdzaak alcoholvrije drank wordt verstrekt. Daaronder worden begrepen:
Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van spijzen en/of kleinere maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen of kunnen worden genuttigd. Daaronder worden begrepen:
Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen of kunnen worden genuttigd. Daaronder worden begrepen:
Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden. Daaronder worden begrepen:
Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met live muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren. Daaronder worden begrepen:
een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van nachtverblijf. Daaronder worden begrepen:
De bedrijfsmatige verhuur van onzelfstandige woonruimten binnen een bestaand (woon)gebouw niet bestemd voor recreatieve bewoning.
Een ruimte in een gebouw die geheel of gedeeltelijk ondegrronds is gelegen.
Voorzieningen bestemd voor medische en verzorgende, sociaal-culturele, religieuze, militaire, educatieve en openbare dienstverlenende instellingen.
Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.
Gebouwen en overkappingen ten behoeve van de waterhuishouding, de energievoorziening, en naar de aard daarmee gelijk te stellen openbare nutsvoorzieningen, niet zijnde geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven.
Omgevingsvergunning als bedoeld in afdeling 5.1 van de Omgevingswet.
Een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven het peil is gelegen.
Bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten de hoofdmassa van het hoofdgebouw uitsteken, zoals schoorstenen, installaties, liftkokers, antennemasten, windvanen, vlaggenmasten, wolfseinden en andere ondergeschikte dakopbouwen.
Een functie die qua omvang en uitstraling ten dienste staat van een op dezelfde plaats voorkomende (hoofd)functie.
Beneden het peil.
Een ruimte voor het geven van onderwijs. Onder de onderwijsfunctie vallen alle ruimten die worden gebruikt voor het geven van onderwijs. Dat zijn alle les- en praktijklokalen binnen een schoolgebouw.
Woonruimte in een pand met één hoofdingang met één huisnummer en meerdere verhuurbare kamers, waarin bewoners wezenlijke voorzieningen zoals douche/badkamer/toilet en/of (woon)keuken delen.
Een bijbehorend bouwwerk, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport.
Een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortservice.
Een inrichting of instelling gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel voor detailhandel in seks- en/of pornoartikelen, zoals een seksbioscoop, seksclub, seksautomaat of sekswinkel.
Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan, al dan niet in combinatie met elkaar:
Een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen.
De gronden van een bouwperceel behorende bij een woning, die feitelijk zijn ingericht ten dienste van het gebruik van de woning.
Het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven.
Het aanbrengen van een dichte deklaag in de vorm van bijvoorbeeld klinkers, asfalt of beton.
Gevel aan de voorzijde van een gebouw gerelateerd aan de grens van het bouwvlak die is gericht naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd.
Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen.
De naar het verkeers- of verblijfsgebied gekeerde bouwgrens.
Voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer.
Detailhandelsvestiging en/of daarmee vergelijkbare vestiging voor het leveren van producten aan of ten behoeve van voornamelijk particulier c.q. eindconsument.
Alle overdekte, voor de consument toegankelijke en zichtbare ruimte. Dit is ook de (zichtbare) ruimte achter de toonbank en de etalage, maar bijvoorbeeld niet de personeelsruimten, magazijnen en buitenverkopen.
Bewonen van een woning uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden.
Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden.
Kwaliteit van de woonomgeving, gelet op omgevingsfactoren als geur, stof, geluid en gevaar.
Een bedrijf of inrichting gericht op de verhuur van zalen aan gezelschappen, al dan niet in combinatie met het verstrekken van eten en drinken en/of een gelegenheid alleen toegankelijk voor leden, zoals een zalenverhuurbedrijf of sociëteit.
Bij het toepassen van deze regels wordt als volgt gemeten c.q. gerekend:
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel.
tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidsmuren en op het peil, zulks met inbegrip van erkers.
tussen het voorste en het achterste punt van het bouwwerk, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidsmuren dan wel scheidslijnen en op het peil.
van het peil tot aan de bovenzijde van de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het 'Omgevingsplan gemeente Sittard-Geleen', zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen als 'Bedrijf'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Bedrijf' heeft de volgende functies:
alsmede voor:
met bijbehorende:
Het aantal bedrijven per functievlak mag niet meer bedragen dan het op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan bestaande aantal.
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 7.2 omschreven functies en met inachtneming van de volgende bepalingen:
Onder verboden gebruik als bedoeld in Artikel 6 wordt tevens verstaan het gebruik:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning andere bedrijven dan bedrijven van maximaal milieucategorie 1 voor zover deze voorkomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels, te vestigen.
Een omgevingsvergunning voor het vestigen van een ander bedrijf dan bedrijven van maximaal milieucategorie 1 voor zover deze voorkomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels, wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen als 'Centrum'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Centrum' heeft de volgende functies:
alsmede:
met bijbehorende hoofdgebouwen;
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 8.2 omschreven functies en met inachtneming van de volgende bepalingen:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens met een bouwhoogte van meer dan 1 meter op te richten.
Een omgevingsvergunning voor het oprichten van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens met een bouwhoogte van meer dan 1 meter, wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
Onder verboden gebruik als bedoeld in Artikel 6 wordt tevens verstaan het gebruik van achterterreinen voor buitenpandige horeca-activiteiten.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning horecabedrijven in een andere categorie te vestigen dan ingevolge lid 8.2 is toegestaan.
Een omgevingsvergunning voor het vestigen van een horecabedrijf in een andere categorie dan ingevolge lid 8.2 is toegestaan, wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning achterterreinen voor buitenpandige horeca-activiteiten te gebruiken.
Een omgevingsvergunning voor het toestaan van buitenpandige horeca-activiteiten op achterterreinen, wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen voor de functie 'Detailhandel - 2'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Detailhandel - 2' heeft de volgende functies:
met dien verstande dat:
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 9.2 omschreven functies en met inachtneming van de volgende bepalingen:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen op te richten met een bouwlaag hoger dan 6 meter.
Een omgevingsvergunning voor het oprichten van gebouwen met een bouwlaag hoger dan 6 meter, wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen als 'Horeca - 3'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Horeca - 3' heeft de volgende functies:
alsmede:
met bijbehorende hoofdgebouwen;
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 10.2 omschreven functies en met inachtneming van de volgende bepalingen:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens met een bouwhoogte van meer dan 1 meter op te richten.
Een omgevingsvergunning voor het oprichten van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens met een bouwhoogte van meer dan 1 meter, wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
Onder verboden gebruik als bedoeld in Artikel 6 wordt tevens verstaan het gebruik van achterterreinen voor buitenpandige horeca-activiteiten.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning horecabedrijven in een andere categorie te vestigen dan ingevolge lid 10.2 is toegestaan.
Een omgevingsvergunning voor het vestigen van een horecabedrijf in een andere categorie dan ingevolge lid 10.2 is toegestaan, wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning achterterreinen voor buitenpandige horeca-activiteiten te gebruiken.
Een omgevingsvergunning voor het toestaan van buitenpandige horeca-activiteiten op achterterreinen, wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen als 'Maatschappelijk'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Maatschappelijk' heeft de volgende functies:
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 11.2 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen als 'Sport'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Sport' heeft de volgende functies:
alsmede:
met bijbehorende:
Het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 12.2 omschreven functies en met inachtneming van de volgende bepalingen:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning erfafscheidingen op te richten met een hoogte van meer dan 2 meter.
Een omgevingsvergunning voor het oprichten van erfafscheidingen met een hoogte van meer dan 2 meter, wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen voor de functie 'Tuin'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Tuin' heeft de volgende functies:
alsmede:
met bijbehorende:
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 13.2 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens met een bouwhoogte van meer dan 1 meter op te richten.
Een omgevingsvergunning voor het oprichten van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens met een bouwhoogte van meer dan 1 meter, wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
Ter plaatse van de aanduiding 'tuin' is het gebruik als tuin behorende bij een woning uitsluitend toegestaan indien is aangetoond dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het gebruik als tuin behorende bij een woning.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen voor de functie Wonen.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Wonen' heeft de volgende functies:
alsmede voor:
met bijbehorende:
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 14.2 omschreven functies en met inachtneming van de volgende bepalingen:
| goothoogte | bouwhoogte | ||
| hoofdgebouwen |
zoals aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' | zoals aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' of ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' | |
| aangebouwde bijgebouwen | hoogte eerste bouwlaag + 0,25 cm | goothoogte + afstand tot perceelsgrens, tot een maximum van 5 m | |
| vrijstaande bijgebouwen | 3 m | goothoogte + afstand tot perceelsgrens, tot een maximum van 5 m | |
| erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens | - | 1 m | |
| erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens | - | 2 m | |
| overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | - | 3 m | |
Het is verboden zonder omgevingsvergunning erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens met een bouwhoogte van meer dan 1 meter op te richten.
Een omgevingsvergunning voor het oprichten van erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens met een bouwhoogte van meer dan 1 meter, wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
Onder verboden gebruik als bedoeld in Artikel 6 wordt tevens verstaan:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een aan huis verbonden beroep uit te oefenen.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een aan huis verbonden bedrijf uit te oefenen.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen voor de functie 'Wonen - Woonwagenstandplaats'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als ‘Wonen - Woonwagenstandplaats’ heeft de volgende functies:
alsmede voor:
met bijbehorende:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woonwagen/chalet op te richten met een bouwhoogte hoger dan 4 meter.
Een omgevingsvergunning voor het oprichten van een woonwagen/chalet met een bouwhoogte hoger dan 4 meter, wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
Onder verboden gebruik als bedoeld in Artikel 6 wordt tevens verstaan het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en/of als afhankelijke woonruimte.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een aan huis verbonden beroep uit te oefenen.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen voor de functie 'Leiding - Gas'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als ‘Leiding - Gas’ heeft, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede de functie voor:
alsmede voor:
met daarbij behorende:
Op deze gronden mogen, in afwijking van hetgeen in de overige van toepassing zijnde regels is bepaald, uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten dienste van de functie 'Leiding - Gas', tot een bouwhoogte van maximaal 2,5 m.
Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het in 16.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die:
Een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden als bedoeld in 16.4.1 wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen voor de functie 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als ‘Leiding - Hoogspanningsverbinding’ heeft, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), primair de functie voor een hoogspanningsleiding.
Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met dien verstande dat:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen te realiseren ten behoeve van de andere voorkomende functie(s).
16.4.2 Beoordelingsregels bouwhoogte erfafscheidingen
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van andere voorkomende functie(s), wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het in 17.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die:
Een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden als bedoeld in 17.4.1 wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie - 2.
Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die niet voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn te bouwen.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die niet voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn, wordt verleend mits:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op of in deze gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod, als bedoeld in 18.5.1, is niet van toepassing:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie - 3'.
Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die niet voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn te bouwen.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die niet voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn, wordt verleend mits:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op of in deze gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod, als bedoeld in 19.5.1, is niet van toepassing:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie - 4'.
Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die niet voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn te bouwen.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die niet voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn, wordt verleend mits:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op of in deze gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod als bedoeld in 20.5.1, is niet van toepassing:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen als 'Waarde - Cultuurhistorie'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Waarde - Cultuurhistorie' heeft behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede een functie voor de bescherming van de cultuurhistorische waarden, meer in het bijzonder voor:
Bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende bepalingen:
Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen aan de afmeting en de plaats van de bebouwing, alsmede de opbouw en indeling van bestaande gevels ten behoeve van behoud en versterking van de cultuur- en bouwhistorische waardevolle karakteristieke verschijningsvorm van de cultuurhistorische waardevolle bebouwing.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op of in deze gronden de volgende bouwwerkzaamheden uit te voeren:
Onder verboden gebruik als bedoeld in Artikel 6 wordt tevens verstaan:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op of in deze gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
De verbodsbepaling van lid 21.7.1 a geldt niet voor normale onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk in verband met het beheer of de voltooiing van werken die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen, alsmede werken en/of werkzaamheden die worden of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende of nog te verlenen vergunning; hieronder wordt mede verstaan:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de in lid 21.2 bedoelde gebouwen aangeduid als geheel of gedeeltelijk te slopen anders dan ter vernieuwing van onderdelen, welke uit oogpunt van onderhoud noodzakelijk is.
Een omgevingsvergunninvergunning als bedoeld in lid 21.8.1 wordt verleend, indien:
In de omgevingsvergunning kunnen nadere voorschriften worden opgenomen in het belang van handhaving van en onderzoek en documentatie van archeologische en bouwhistorische zaken.
De verbodsbepaling van lid 21.8.1 geldt niet voor werken en werkzaamheden die:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen als 'Waterstaat - Beschermingszone watergang'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' heeft behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), primair een functie voor de bescherming, het beheer en onderhoud van watergangen.
Op of in de voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de doeleinden als aangegeven in 22.3 worden gebouwd.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning bebouwing op te richten.
Een omgevingsvergunning voor het oprichten van bebouwing ingevolge de ter plaatse geldende andere functies wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMVeegplan2026-VA01 zijn aangewezen als 'Waterstaat - Watergang overkluisd'.
19.2 Functieomschrijving
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Waterstaat - Watergang overkluisd' heeft behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede de functie voor de bescherming en het onderhoud van de in deze zone gelegen dan wel daaraan grenzende watergang.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Het bepaalde in deze regels en op de verbeelding omtrent de situering, de horizontale diepte en de oppervlakte van bouwwerken, alsmede het bebouwingspercentage, is op overeenkomstige wijze van toepassing op ondergronds bouwen, met dien verstande dat de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken niet meer dan 5 meter mag bedragen, met uitzondering van infiltratieputten, waarvoor geen beperkingen gelden ten aanzien van de verticale diepte.
Onder verboden gebruik als bedoeld in Artikel 6 wordt in elk geval verstaan:
De op de verbeelding voor 'geluidzone - industrie' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming c.q. instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van een industrieterrein.
Het is verboden om ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'geluidzone-industrie' zonder omgevingsvergunning nieuwe geluidgevoelige gebouwen te realiseren, geluidgevoelige gebouwen te vergroten of geluidgevoelige gebouwen te splitsen in meerdere woningen of andere geluidgevoelige gebouwen.
Een omgevingsvergunning voor het realiseren van geluidgevoelige objecten en/of ten behoeve van geluidgevoelige gebouwen ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie', wordt verleend, mits de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van deze geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een door burgemeester en wethouders vastgestelde hogere grenswaarde.
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone roerdalslenk II' geldt dat de gronden tevens een functie hebben voor de bescherming van de bodem en het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening.
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone roerdalslenk II' is het zonder omgevingsvergunning niet toegestaan om:
Een omgevingsvergunning voor het ontrekken van grondwater wordt verleend onder de volgende voorwaarde:
Het aanleggen of hebben van een bodemenergiesysteem ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone roerdalslenk II', dat niet onder het verbod van artikel 4.15, derde lid van de Omgevingsverordening Limburg valt en dat dieper ligt dan 30 meter beneden het maaiveld tot aan de Bovenste Brunssumklei, wordt ten minste vier weken voor het begin ervan gemeld aan gedeputeerde staten.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning bebouwing op te richten en te gebruiken indien niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in artikel 28.1.2.
Een omgevingsvergunning voor het oprichten en gebruiken van bebouwing wordt verleend indien een zodanige parkeergelegenheid wordt gerealiseerd dat wordt voldaan aan de normen zoals deze zijn neergelegd in de 'Beleidsregels nota parkeernormen 2012', in werking getreden 27 juni 2012. Indien deze beleidsregels wijzigen, moet rekening worden gehouden met deze wijzigingen.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Het bepaalde in 29.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in 29.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in 29.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde in 29.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit artikel, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.