| Plan: | TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Graetheide ong. Born |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1883.TAMOPGraetheideong-VA01 |
Preambule:
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van het realiseren van een nieuwe nultredenwoning op de locatie Graetheide ong. te Graetheide. Dit TAM-omgevingsplan vormt juridisch gezien een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22[a]) van het Omgevingsplan van de gemeente Sittard-Geleen. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, eerste lid jo. tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening: omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart. het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het Omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
Voor dit op omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) geldt:
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij daarvan in Artikel 3 is afgeweken.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend op het bepaalde in Artikel 2 de volgende begripsbepalingen:
het TAM-Omgevingsplan "TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Graetheide ong. Born" met identificatienummer NL.IMRO.1883.TAMOPGraetheideong-VA01.
het Omgevingsplan van de gemeente Sittard-Geleen met identificatienummer /akn/nl/act/gm1883/2020/omgevingsplan.
een bedrijf, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten en zorg of het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid door middel van handwerk, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of bijbehorend bijgebouw dan wel, in geval van een meergezinswoning of bovenwoning vanuit de begane grondverdieping van een gebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt.
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend of kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of bijbehorend bijgebouw dan wel, in geval van een meergezinswoning of bovenwoning, vanuit de begane grondverdieping van een gebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt, een kapsalon hieronder begrepen.
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt me de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit het oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.
een werk, geen gebouw zijnde, of werkzaamheid.
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde.
de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel dan wel binnen een functievlak of bouwvlak, zoals nader bepaald in de regels, in procenten van de oppervlakte van dat bouwperceel, functievlak respectievelijk bouwvlak.
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen.
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.
een al dan niet vrijstaand gebouw, dat door zijn constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel staand hoofdgebouw.
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
de grens van een bouwvlak.
een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge deze regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
een onvermijdelijk, eenmalig, buiten de schuld van de eigenaar en/of gebruiker van het bouwwerk veroorzaakt onheil. Van een calamiteit is in ieder geval geen sprake bij tenietgaan (mede) door slecht onderhoud.
een overdekte stallingsgelegenheid voor auto's met niet meer dan twee wanden.
een met detailhandel vergelijkbare functie voor het verrichten van diensten gericht op consumentverzorging geheel of overwegend door middel van handwerk, zoals kapper, schoonheidsinstituut, schoenmaker, goudsmid, nagelstudio, pruikenmaker, hoedenmaker, (muziek)instrumentenmaker, pottenbakker, kledingmaker en fotograaf en dergelijke. Ondergeschikte detailhandel in producten samenhangend met de ter plaatse uitgeoefende ambachtelijke bedrijvigheid dan wel in ter plaatse vervaardigde goederen is toegestaan.
constructie van een gebouw, vlak of hellend, waarmee het gebouw is afgedekt en waarop de dakbedekking is aangebracht.
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder uitstallen ten verkoop, verkopen en/of (af)leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik en/of verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van beroeps- of bedrijfsactiviteiten.
een kantoor of een bedrijf met een publieksgerichte functie dat in hoofdzaak is gericht op het ter plaatse bedrijfsmatig verlenen van diensten aan of ten gerieve van bedrijven/personen, zoals een voorlichtings-, advies, reis, en uitzendbureau, een makelaars- en/of verzekeringskantoor of bank.
een complex van ruimten dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één huishouden.
een al of niet omheind stuk grond, in ruimtelijk opzicht direct behorende bij, in functioneel opzicht ten dienste van en in feitelijk opzicht direct aansluitend aan een woning of een ander gebouw, waarop ingevolge de regels van het TAM-Omgevingsplan geen hoofdbebouwing is toegestaan en dat in beginsel behoort tot de kavel(s) waarop de woning of het andere gebouw is geplaatst, zoals dat blijkt uit de kadastrale gegevens.
een uitbreiding van het hoofdgebouw op de begane grond, geen afzonderlijke ruimte zijnde, waarvan de functie overeenkomt met de functie van het hoofdgebouw.
de grens van een functievlak;
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie.
elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven.
een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de functie als het belangrijkste bouwwerk is aan te merken.
het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse, waarbij het doen beluisteren van overwegend mechanische muziek of het gelegenheid geven tot dansen ene wezenlijk onderdeel kunnen vormen, alsmede het bedrijfsmatig verstrekken van logies.
de bewoning van een woning door:
de bedrijfsmatige verhuur van onzelfstandige woonruimten binnen een bestaand (woon)gebouw, niet bestemd voor recreatieve bewoning.
een ruimte of complex van ruimten welke is bestemd om te worden gebruikt voor administratieve werkzaamheden.
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.
een gebouw dat dient voor de huisvesting van meerdere huishoudens in afzonderlijke woonruimten.
een woning welke geschikt is voor bewoning in alle levensfasen waarbij alle primaire leefruimten (woonkamer, keuken, slaapkamer, badkamer en toilet) zich in ieder geval ook op de verdieping, waar ook de voordeur aanwezig is, moeten bevinden en waarbij deze leefruimten zowel inpandig als vanuit de (semi-)openbare ruimte drempelvrij toegankelijk zijn. Drempelvrije toegankelijkheid kan ook door middel van een lift worden gerealiseerd, mits die lift drempelvrij toegankelijk is.
gebouwen en overkappingen ten behoeve van de waterhuishouding, de energievoorziening, en naar de aard daarmee gelijk te stellen openbare nutsvoorzieningen, niet zijnde geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven.
omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk op grond van afdeling 5.1 van de Omgevingswet.
omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde of werkzaamheden in gevallen waarin dat bij het TAM-Omgevingsplan is bepaald.
een vergunning voor het uitvoeren van een project dat invloed heef top de fysieke leefomgeving, op grond van afdeling 5.1 van de Omgevingswet.
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven het peil is gelegen.
bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten de hoofdmassa van het van het hoofdgebouw uitsteken, zoals schoorstenen, antennemasten, windvanen, vlaggenmasten, wolfseinden of andere ondergeschikte dakopbouwen.
beneden het peil.
de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwperceel.
een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortservice.
een inrichting of instelling gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel voor detailhandel in seks- en/of pornoartikelen, zoals een seksbioscoop, seksclub, seksautomaat of sekswinkel.
een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijf en instellingen.
een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten.
het doen uitvoeren, laten uitvoeren of in uitvoering geven.
het totale vloeroppervlak van een winkel/horecabedrijf, dat voor het winkelend/bezoekend publiek toegankelijk is.
de naar het verkeer- of verblijfsgebied gekeerde bouwgrens.
het gebruiken van een gebouw als woning uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden.
een (gedeelte van een) gebouw dat dient als huisvesting van één huishouden.
het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning in twee of meer woningen.
De regels uit dit besluit gaan voor op artikel 22.26 van het omgevingsplan.
De meet- en rekenbepalingen zoals opgenomen in artikel 22.24 van dit Omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing voor het meten in dit hoofdstuk 22a opgenomen waarden die zijn uitgedrukt in m, m2, m3, voor zover daarvan niet wordt afgeweken in Artikel 6.
In aanvulling op Artikel 5 gelden voor dit hoofdstuk 22a de volgende meet- en rekenbepalingen voor het meten van de in deze regels opgenomen waarden uitgedrukt in m, m2 of m3:
tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
vanaf het peil tot aan het hoogte punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hard van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
tussen het voorste en het achterste punt van het bouwwerk, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidsmuren dan wel scheidslijnen en op het peil.
van het peil tot aan de bovenzijde van de afgewerkte vloer van het ondergronds (deel van het) bouwwerk.
Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toebedeelde functies.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit Omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Een ieder draagt bij de uitvoering van activiteiten als bedoeld in dit TAM-Omgevingsplan voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving en het voorkomen van nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Tuin'. Op deze gronden zijn ook de regels uit Artikel 12 van toepassing.
Een locatie die op de verbeelding is aangegeven als 'Tuin' heeft de volgende functies:
alsmede voor:
met de bijbehorende:
Op en in de voor 'Tuin' aangewezen gronden is het verboden gebouwen te bouwen met uitzondering van het bepaalde in lid 10.3.2 en 10.3.3.
Ten dienste de functie 'Tuin' is uitsluitend het bouwen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Ten dienste van de functie 'Wonen' is het bouwen tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, erkers, entreeportalen, veranda's en afdaken toegestaan als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage geeft aan hoeveel van het bouwvlak van het betreffende bouwperceel ten hoogste mag worden bebouwd met gebouwen en overkappingen. Bij het ontbreken van een percentage mag het bouwvlak volledig worden bebouwd, tenzij in lid 10.3 anders is bepaald.
In afwijking van lid 10.3.3 onder a kan de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bepaalde regels toch worden verleend als de hoogte van de erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens maximaal 2 m bedraagt.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen'. Op deze gronden zijn ook de regels uit Artikel 12 van toepassing.
Een locatie die op de verbeelding is aangegeven als 'Wonen' heeft de volgende functies:
alsmede voor:
met bijbehorende:
Op en in de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels:
Voor de goot- en/of bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
In afwijking van lid 11.3.4 onder d kan de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bepaalde regels toch worden verleend als de hoogte van de erfafscheidingen voor de voorste bouwgrens maximaal 2 m bedraagt.
Onder verboden gebruik wordt tevens verstaan het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en/of afhankelijke woonruimte.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een aan huis gebonden beroep uit te oefenen.
Een omgevingsvergunning voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep kan verleend worden als:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een aan huis gebonden bedrijf uit te oefenen.
Een omgevingsvergunning voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf kan verleend worden als:
Het is verboden zonder een omgevingsvergunning een (vrijstaand) gebouw te gebruiken als een afhankelijke woonruimte.
Een omgevingsvergunning voor het gebruik van een (vrijstaand) bijgebouw als afhankelijke woonruimte kan verleend worden als:
c. Intrekking omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning wordt geacht door de burgemeester en wethouders te zijn ingetrokken op het moment dat de noodzaak tot mantelzorg (als gevolg van verhuizen of overlijden) is komen te vervallen.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie - 2'.
De gronden op de verbeelding is aangegeven als 'Waarde - Archeologie - 2' zijn mede bedoeld voor de bescherming van de archeologische waarden.
Voor het bouwen op of in de als 'Waarde - Archeologie - 2' aangeduide gronden gelden de volgende regels:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de beoordelingsregels in lid 12.3.
Een omgevingsvergunning voor het afwijken van de beoordelingsregels uit lid 12.3 kan verleend worden als:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in de gronden aangewezen als 'Waarde - Archeologie - 2' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden op of in de gronden aangewezen als 'Waarde - Archeologie - 2' kan verleend worden als:
Indien mede op basis van archeologisch onderzoek is bepaald dat werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden op of in de gronden aangewezen als 'Waarde - Archeologie - 2' dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot verstoring van archeologisch materiaal kan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van deze werken en werkzaamheden verleend worden als aan de omgevingsvergunning de volgende de volgende voorwaarden worden verbonden:
Grond welke eenmaal in aanmerking is gekomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning en waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage geeft aan hoeveel van het bouwvlak van het betreffende bouwperceel ten hoogste mag worden bebouwd met gebouwen en overkappingen. Bij het ontbreken van een percentage mag het bouwvlak volledig worden bebouwd, tenzij in lid 11.3 anders is bepaald.
Het bepaalde in deze regels en op de verbeelding omtrent de situering, de horizontale diepte en de oppervlakte van bouwwerken, alsmede het bebouwingspercentage, is op overeenkomstige wijze van toepassing op ondergronds bouwen, met dien verstande dat de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken niet meer dan 5 m mag bedragen.
Het bepaalde in lid 14.2.2 is niet van toepassing op gronden gelegen binnen de op de verbeelding aangegeven functie Waarde - Archeologie - 2. Op en in die gronden is ondergronds bouwen niet toegestaan.
In afwijking van het bepaalde in lid 14.2.2 sub b kan de omgevingsvergunning voor ondergronds bouwen in overeenstemming met lid 14.2.2 sub a toch verleend worden als burgemeester en wethouders advies hebben ingewonnen van de gemeentelijke archeoloog, voor zover gelegen binnen de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 2.
Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het aantal waarvoor op de verbeelding een bouwvlak is opgenomen ('maximaal aantal wooneenheden'), waarbij het in het betreffende bouwvlak genoemde aantal woningen niet mag worden overschreden.
Het is verboden de in het plan begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in het plan aan de grond gegeven functie(s).
Onder verboden gebruik wordt in elk geval verstaan:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in Hoofdstuk 2.
Een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in Hoofdstuk 2 kan verleend worden voor:
De in het plangebied aanwezige gronden mogen slechts worden bebouwd en/of in gebruik worden genomen en/of het gebruik van deze gronden mag enkel worden gewijzigd onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en/of in stand gehouden.
Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien voldaan wordt aan het parkeer(normen)beleid van de Raad, getiteld 'Nota Parkeernormen Sittard-Geleen Parkeernormensystematiek', zoals vastgesteld op 15 maart 2012 en in werking getreden d.d. 9 mei 2012, met inbegrip van de daarin opgenomen ontheffingsmogelijkheden. Indien het parkeer(normen)beleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, is sprake van voldoende parkeergelegenheid wanneer aan dit gewijzigde beleid wordt voldaan.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, onder de voorwaarden dat deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
In afwijking van lid 18.1.2 kan de omgevingsvergunning voor een activiteit in strijd met het bepaalde in dat lid eenmalig verleend worden als de inhoud van een bouwwerk bedoeld in lid 18.1.2 met maximaal 10% vergroot wordt.
Lid 18.1.2 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-Omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het TAM-Omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 18.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in lid 18.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan één jaar wordt onderbreken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Lid 18.2.1 is niet van toepassing op gebruik dat reeds in strijd is met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen het overgangsrecht van dat plan.