direct naar inhoud van Artikel 4 Bedrijf
Plan: Buitengebied Gras
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1842.bp11BG04-va02

Artikel 4 Bedrijf

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. de uitoefening van een bedrijf uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': uitsluitend een nutsvoorziening is toegestaan;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'gemaal': uitsluitend een gemaal is toegestaan;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij': uitsluitend een paardenhouderij annex pensionstalling is toegestaan;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - paardenhouderij annex agrarisch': uitsluitend een paardenhouderij en daaraan ondergeschikte agrarische activiteiten zoals bedoeld in lid 3.1 onder a;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - veehandelsbedrijf': uitsluitend een veehandel is toegestaan;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'zend- en ontvangstinstallatie': uitsluitend een zendmast is toegestaan;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'opslag': uitsluitend opslag van producten van derden;

alsmede voor:

  • i. ter plaatse van de aanduiding 'groothandel': een groothandel in akkerbouwproducten;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aannemer': een aannemingsbedrijf;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - constructiewerkplaats': een constructiewerkplaats;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - handel in zand, meststoffen en potgrond': een bedrijf gericht op handel in zand, meststoffen (waaronder kokossubstraat) en potgrond;
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - assemblage in tuinornamenten': een bedrijf gericht op assemblage in tuinornamenten;
  • n. ter plaatse van de aanduiding 'hovenier': een hovenier;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch aanverwant bedrijf': een agrarisch aanverwant bedrijf;
  • p. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - autosloperij': een autosloperij;
  • q. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - diervoeders': een bedrijf gericht op diervoeders;
  • r. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch aanverwant bedrijf annex paardenfokkerij': een agrarisch aanverwant bedrijf alsmede het fokken van paarden;
  • s. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning': een plattelandswoning;

met daaraan ondergeschikt:

  • t. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en toegangswegen;

4.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd;
  • b. per bouwvlak mag één bedrijfswoning gebouwd worden, tenzij met de maatvoeringaanduiding 'maximum aantal wooneenheden' anders is weergegeven;
  • c. indien in de bestaande situatie al meerdere wooneenheden aanwezig zijn binnen een hoofdgebouw, geldt in het geval dat:
    • 1. het aantal woningen binnen het hoofdgebouw is of wordt verminderd dan wel,
    • 2. het hoofdgebouw geheel of gedeeltelijk is of wordt gesloopt of anderszins teniet gaat;

het niet is toegestaan om afzonderlijke woningen te bouwen overeenkomstig het aantal wooneenheden binnen het hoofdgebouw en bij herbouw van het hoofdgebouw dient overigens het gebouw door één aaneengesloten dak te worden afgedekt;

  • d. gebouwen mogen niet voor de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning worden gebouwd;
  • e. overigens geldt het volgende:
  max. inhoud   max. oppervlakte   max. goothoogte   max. bouwhoogte  
bedrijfswoningen (inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en overkappingen)   bestaand + eenmalig 10% van de inhoud
 
  6 m

 
10 m

 
vrijstaande bijgebouwen     50 m²   3 m   6 m  
bedrijfsgebouwen   bestaand + eenmalig 10% van de inhoud     6 m*   10 m*  
overkappingen ter plaatse van een longeerring     320 m²     5 m  
zendmast ter plaatse van de aanduiding 'zend- en ontvangstinstallatie'         30 m  
erf- en terreinafscheidingen:
- voor de voorgevel
- elders  
     
1 m
2 m  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde         5 m  

* tenzij middels de maatvoeringaanduiding 'maximale goot en bouwhoogte' anders is aangegeven.

4.3 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende bepalingen:

  • a. nieuwe Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan;
  • b. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan;
  • c. nieuwe Wgh-inrichtingen zijn niet toegestaan;
  • d. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 m is op onbebouwde gronden niet toegestaan;
  • e. per bedrijf is kantoorvloeroppervlakte die meer bedraagt dan 50% van de bedrijfsvloeroppervlakte niet toegestaan; kantoorvloeroppervlakte van meer dan 400 m² per bedrijf is in geen geval toegestaan.

4.4 Afwijken van de gebruiksregels
4.4.1 Wijziging bedrijfstype

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 4.1 om andere bedrijfsactiviteiten toe te laten uit ten hoogste dezelfde bedrijfscategorie als conform de bestemmingsomschrijving is toegestaan, voor zover deze bedrijfsactiviteiten naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) vergelijkbaar is met de reeds gevestigde en toegestane bedrijfsactiviteiten op de betreffende locatie.

4.5 Afwijken van de bouwregels
4.5.1 Inhoudsmaat van bedrijfsgebouwen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in lid 4.2 onder e ten behoeve van het vergroten van de inhoudsmaat van bedrijfsgebouwen, met inachtneming van het volgende:

  • a. de inhoud mag niet meer bedragen dan de inhoud zoals is toegestaan op basis van bestaande rechten op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan;
  • b. uitbreiding dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvlak;
  • c. indien de uitbreiding niet passend is binnen het bestaande bouwvlak, mag het bouwvlak eenmalig overschreden worden, met dien verstande dat de uitbreiding te allen tijde binnen de bestemming Bedrijf gerealiseerd dient te worden;
  • d. de verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen;
  • e. er mag geen sprake zijn van een onevenredige vergroting van de milieubelasting op de omgeving;
  • f. er dient te worden voorzien in voldoende watercompensatie;
  • g. er dient voorzien te worden in een adequate landschappelijke inpassing.

4.5.2 Inhoudsmaat van bedrijfsgebouwen bij agrarisch aanverwante bedrijven

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 onder e, om de maximum inhoud voor bedrijfsgebouwen bij agrarisch aanverwante bedrijven eenmalig te vergroten, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. de uitbreiding bedraagt ten hoogste eenmalig 30% van de bestaande inhoud;
  • b. uitbreiding dient plaats te vinden binnen het bouwvlak;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder b geldt dat uitbreiding buiten het bouwvlak is toegestaan indien:
    • 1. is aangetoond dat de nieuwe bebouwing niet binnen het bouwvlak gerealiseerd kan worden;
    • 2. de uitbreiding binnen de bestemming Bedrijf plaatsvindt;
  • d. de landschappelijke kwaliteit dient niet significant te worden aangetast;
  • e. de omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet onevenredig in hun bedrijfsvoering worden beperkt;
  • f. er dient te worden voorzien in voldoende watercompensatie;
  • g. door de initiatiefnemer is aangetoond dat verplaatsing van het bedrijf naar een bedrijventerrein niet mogelijk is.

4.5.3 Hoogte lichtmasten

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in lid 4.2 onder e ten behoeve van het vergroten van de hoogte van lichtmasten, met inachtneming van het volgende:

  • a. deze afwijkingsregel is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - paardenhouderij annex agrarisch';
  • b. de hoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 12 m;
  • c. aangetoond dient te worden dat de nieuwe hogere lichtmasten en de daarbij behorende efficiencywinst leidt tot een verbeterde landschappelijke situatie en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse duurzaam wordt verbeterd.

4.6 Wijzigingsbevoegdheid
4.6.1 Ruimte voor Ruimte-regeling

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd voor de bedrijven in de bestemming Bedrijf om met toepassing van de Ruimte voor Ruimte-regeling de bestemming Bedrijf te wijzigen ten behoeve van de bouw van een extra woning in ruil voor de sloop van alle op het bouwvlak aanwezige bedrijfsbebouwing, met inachtneming van het volgende:

  • a. voor de sloop of sanering op één of meerdere percelen van iedere 1.000 m² gebouwen of 5.000 m² glas mag één compensatiewoning worden gebouwd;
  • b. de gebouwen zijn opgericht voor de peildatum van 1 januari 2007;
  • c. de bestaande en nieuw te realiseren woning dient te worden voorzien van een zelfstandig bouwvlak met de bestemming Wonen;
  • d. de tuin bij de bestaande woning en nieuwe woning dient te worden voorzien van de bestemming Tuin (zonder bouwvlak);
  • e. indien wenselijk kunnen de gronden ook voorzien worden van de bestemming Agrarisch met waarden, Natuur of Groen - Landschappelijke overgangszone;
  • f. de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse wordt duurzaam verbeterd;
  • g. de nieuwe woningen brengen uit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen met zich mee voor de bedrijfsvoering van de omliggende (agrarische) bedrijven;
  • h. voor ontwikkelingen ter plaatse van de bestemming Leiding - Gas wordt, voordat tot wijziging wordt overgegaan, schriftelijke advies ingewonnen bij de leidingbeheerder;
  • i. bestemmingswijziging van de bestaande bedrijfswoning en de realisatie van een nieuwe woning dient getoetst te worden aan het Landschapsontwikkelingsplan waarbij:
    • 1. bestemmingswijziging van de bestaande bedrijfswoning en de realisatie van een nieuwe woning geen afbreuk mag doen aan de ruimtelijke kwaliteit in de betreffende polder;
    • 2. bestemmingswijziging van de bestaande bedrijfswoning en de realisatie van een nieuwe woning niet in strijd is met de ontwikkelingsrichting van de betreffende polder;
    • 3. voor landschappelijke inpassing dient uitgegaan te worden van de ontwikkelingsprincipes van de betreffende polder.

4.6.2 Omschakeling naar een agrarisch of agrarisch aanverwant bedrijf

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming Bedrijf met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - paardenhouderij annex agrarisch' te wijzigen in de bestemming Agrarisch of de bestemming Bedrijf met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch aanverwant bedrijf', met inachtneming van het volgende:

  • a. de wijzigingsbevoegdheid wordt uitsluitend toegepast indien de functie paardenhouderij volledig beëindigd is;
  • b. er mogen na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid geen nieuwe gebouwen worden gebouwd en bestaande gebouwen mogen niet worden uitgebreid;
  • c. de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking van vervolgfuncties dient niet onevenredig groot te zijn en de bestaande infrastructuur dient berekend te zijn op de nieuwe activiteit;
  • d. parkeren dient binnen het bouwvlak plaats te vinden;
  • e. het aantal woningen niet mag toenemen;
  • f. de nieuwe bestemming/functie brengt uit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen met zich mee voor de bedrijfsvoering van de omliggende agrarische bedrijven.