direct naar inhoud van Artikel 29 Wonen
Plan: Buitengebied Gras
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1842.bp11BG04-va02

Artikel 29 Wonen

29.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het wonen, daaronder begrepen aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;

met daaraan ondergeschikt:

  • b. ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning': uitsluitend een recreatiewoning;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening': een pruikenmakerij;
  • d. de in tabel 29.1 genoemde nevenfuncties met de daarbij behorende maximaal te bebouwen en te gebruiken oppervlaktes;
  • e. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen, water en toegangswegen.

Tabel 29.1 Toegestane nevenfuncties

nevenfunctie   max. m² aan bebouwing   max. m² aan gronden  
verkoop van streekeigen producten   100   -  
veearts; hoefsmederij   200   100  
ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten   200   -  
kinderboerderij   200   200  
paardenstalling/paardrijactiviteiten tot 5 paarden   200   800  
kano-, roeiboot- of fietsenverhuur   200   -  
bed & breakfast   125   -  
kleinschalige horecagelegenheid   100   500  
museum/tentoonstellingsruimte   200   -  

29.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd;
  • b. per bouwvlak is 1 woning toegestaan, tenzij met de maatvoeringaanduiding 'maximum aantal wooneenheden' anders is aangeduid;
  • c. het aantal recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' bedraagt ten hoogste 2, tenzij door middel van de aanduiding 'maximum aantal recreatiewoningen' anders is aangegeven;
  • d. indien in de bestaande situatie al meerdere wooneenheden aanwezig zijn binnen een hoofdgebouw, geldt in het geval dat:
    • 1. het aantal woningen binnen het hoofdgebouw is of wordt verminderd; dan wel
    • 2. het hoofdgebouw geheel of gedeeltelijk is of wordt gesloopt of anderszins tenietgaat;

het niet is toegestaan om afzonderlijke woningen te bouwen overeenkomstig het aantal wooneenheden binnen het hoofdgebouw en bij herbouw van het hoofdgebouw dient overigens het gebouw door één aaneengesloten dak te worden afgedekt;

  • e. lichtmasten bij paardenbakken zijn niet toegestaan;
  • f. overigens geldt het volgende:
  max. inhoud   max. oppervlakte   max. goothoogte   max. bouwhoogte  
woningen (inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen en overkappingen)   bestaand + eenmalig 10% van de inhoud*
 


 
6 m

 
10 m

 
vrijstaande bijgebouwen     50 m²   3 m   6 m  
recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'   bestaand*   bestaand   bestaand   bestaand  
erf- en terrein- afscheidingen:
- voor de voorgevel
- buiten het bouwvlak
- elders  
     
1 m
1 m
2 m  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde         3 m  

* tenzij met een maatvoeringsaanduiding 'maximum inhoud' anders is aangegeven.

29.3 Afwijken van de bouwregels
29.3.1 Inhoudsmaat woningen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 29.2 om de inhoudsmaat van woningen te vergroten tot ten hoogste 1000 m³ (exclusief ondergrondse bouwlagen), met inachtneming van het volgende:

  • a. het vergroten van de woning dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn;
  • b. woningen met een bestaande inhoud kleiner dan 300 m³ mogen worden vergroot tot ten hoogste 400 m³ met dien verstande dat ten hoogste 65% van het bestaande erf mag bebouwd worden;
  • c. woningen met een bestaande inhoud groter dan 300 m³ mogen worden vergroot tot ten hoogste 1000 m³ met dien verstande dat ten hoogste 65% van het bestaande erf mag bebouwd worden;
  • d. de afstand tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 3 m;
  • e. het vergroten van de inhoudsmaat dient getoetst te worden aan het Landschapsontwikkelingsplan waarbij
    • 1. het vergroten van de woning geen afbreuk mag doen aan de ruimtelijke kwaliteit in de betreffende polder;
    • 2. het vergroten van de woning niet in strijd is met de ontwikkelingsrichting van de betreffende polder;
    • 3. bij het vergroten van de woning dient uitgegaan te worden van de ontwikkelingsprincipes van de betreffende polder.

29.4 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende bepalingen:

  • a. de vloeroppervlakte ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten bedraagt ten hoogste 25% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 40 m²;
  • b. paardenbakken zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan.
  • c. bed&breakfast is uitsluitend toegestaan in de woning of een bijgebouw en dient gerund te worden door de bewoner of beheerder van het betreffende huis;
  • d. het aantal recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' bedraagt ten hoogste 2.