Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Zwethstrook 1e partiele herziening
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1783.pbp00000039-VA01

Toelichting

1 Inleiding
1.1 Aanleiding
Op 21 september 2010 is door de raad van gemeente Westland het bestemmingsplan "Zwethstrook" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Zwethstrook" is grotendeels ontwikkelend van aard en beoogt de inrichting van het te midden van glastuinbouwgebied, overige agrarische functies en verkeersfuncties gelegen plangebied als recreatief gebied (“groenschakel”) mogelijk te maken.
 
In navolg van het voorgaande is door Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland op 25 oktober 2010 besloten om aan onder andere twee binnen het bestemmingsplan "Zwethstrook" gelegen kavels aan de Zwethkade Noord te Wateringen een reactief aanwijzingsbesluit te geven. De twee kavels maken onderdeel uit van in totaal drie vrijwel even grote, naast elkaar ter hoogte van de Zwethkade Noord tussen 4 en 6 te Wateringen gelegen kavels. Gedeputeerde Staten achtte de functiewijziging op deze twee kavels onvoldoende gemotiveerd en hierdoor in strijd met het provinciaal belang. Het voorgaande had tot gevolg dat de aan de twee kavels gegeven bestemmingen "Tuin" en "Wonen" uit de planverbeelding van voornoemd bestemmingsplan zijn gehaald.
 
Om de gewenste functiewijziging van de twee voornoemde kavels alsnog te verkrijgen is het bestemmingsplan ‘Zwethkade Noord tussen 4 en 6 te Wateringen’ opgesteld. Voornoemd bestemmingsplan voorziet in een motivering om de onder het aanwijzingsbesluit van de provincie vallende kavels alsnog de bestemmingen "Tuin" en "Wonen" te geven. De provincie heeft goedkeuring aan dit bestemmingsplan gegeven waarmee de twee kavels alsnog de gewenste bestemmingen hebben verkregen.
 
Gelet op het voorgaande hebben de drie naast elkaar ter hoogte van de Zwethkade Noord tussen 4 en 6 te Wateringen gelegen kavels allen de bestemmingen "Tuin" en "Wonen" verkregen. Op 23 maart 2013 is door de heer L. van Adrichem verzocht om de genoemde drie aaneengesloten kavels ca. 13 meter zuidwaarts te verplaatsen.
 
1.2 Ligging plangebied
Het plangebied ligt aan de watergang "Zweth" ter hoogte van Zwetkade Noord nummer 4 en 6 te Wateringen. Het plangebied wordt aan de noordwestzijde begrenst door een andere kleine watergang en is kadastraal bekend gemeente Wateringen, sectie C nummers 4549 (ged), 6369, 6367, 6368, 6366 en 6365 (ged). 
 
 
Ligging plangebied
1.3 Geldend bestemmingsplan
Binnen het plangebied waren, voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan, de volgende planregimes van kracht:  
 
a.     het bestemmingsplan ‘Zwethstrook’;
b.     het bestemmingsplan 'Zwethkade Noord tussen 4 en 6 te Wateringen'.
 
a.     Ingevolge het bestemmingsplan 'Zwethstrook’ hebben de gronden voor een deel de bestemming 'Recreatie Recreatie-bedrijven’.
 
Ingevolge artikel 10.1. van de gebruiksregels behorende bij voornoemd bestemmingsplan zijn de voor "Recreatie Recreatie-bedrijven" aangewezen gronden bestemd voor het bedrijfsmatig aanbieden van recreatievoorzieningen door een recreatiebedrijf.
Het gebruik en bebouwen van de gronden ten behoeve van tuin en wonen past niet binnen de genoemde bestemming.
 
 
Fragment plankaart bestemmingsplan 'Zwethstrook’ met locatie strijdigheid
 
b.     Ingevolge het bestemmingsplan 'Zwethkade Noord tussen 4 en 6 te Wateringen’ hebben de gronden voor een deel de bestemming ‘Tuin’ en ‘Wonen’.
 
Ingevolge artikel 3.1.1 behorende bij voornoemd bestemmingsplan zijn de voor tuin aangewezen gronden bestemd voor de tuin bij het, op de aangrenzende gronden gelegen woongebouw (samenvatting).
Agrarisch gebruik van de gronden past niet binnen de genoemde bestemming.
 
Ingevolge artikel 4.1.1 behorende bij voornoemd bestemmingsplan zijn de voor wonen aangewezen gronden bestemd voor het wonen en woongebouwen (samenvatting).
Agrarisch gebruik van de gronden past niet binnen de genoemde bestemming.
 
 
Fragment plankaart bestemmingsplan 'Zwethkade Noord tussen 4 en 6 te Wateringen’ met locatie strijdigheid
 
1.4 Leeswijzer
Het bestemmingsplan "Zwethstrook 1e Partiële herziening" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 komt de planbeschrijving aan de orde. Hierin wordt ondermeer de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader geschetst. Op het niveau van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente wordt het relevante beleid voor het plangebied en de beoogde ontwikkelingen aangegeven. Hoofdstuk 4 bevat de uitkomsten van de noodzakelijke (milieu)technische onderzoeken met de conclusies. In hoofdstuk 5 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 en hoofdstuk 7 ingegaan op het handhavingsbeleid, de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
2 Planbeschrijving
2.1 Ruimtelijk-functionele structuur
Het bestemmingsplan voorziet in het ca. 13 meter verplaatsen van drie aaneengesloten woonkavels in zuidelijke richting langs de Zwethkade. Deze woonkavels zijn gesitueerd aan de Zwetkade Noord en zijn ingepast aan de rand van een te ontwikkelen groenstrook in combinatie met recreatieve voorzieningen.
 
Vanuit stedenbouwkundig oogpunt bestaan er geen bezwaren tegen de voorgestelde verplaatsing van de woonkavels.
2.2 Gebiedsvisie
Ten behoeve van het plangebied is in het Voorlopig Ontwerp Zwethzone nieuw, specifiek ruimtelijk beleid opgesteld. De voorgestane ontwikkeling vormt een nadere uitwerking van het in het Voorlopig Ontwerp Zwethzone geformuleerde ruimtelijk beleid.
2.3 Verkeer
In de ontwikkelvisie Greenport Westland zijn de beleidslijnen voor de lange termijn aangegeven voor de gehele gemeente. Met de relevante onderdelen van deze visie is het Westlands Verkeers- en Vervoersplan (WVVP) als sectorale nota vastgesteld. Met dit beleidsdeel, vastgesteld door de raad van de gemeente op 28 november 2006 wordt aangegeven welke richtingen de gemeente Westland de komende jaren opgaat en wordt het beleid van de ‘oude’ gemeenten geharmoniseerd. Het WVVP dient meerdere beleidsdoelen waaronder het uitwerken van de in de Greenport gestelde kaders en het schetsen van kaders voor de toekomst op het gebied van verkeer en vervoer.
 
De drie kavels worden ontsloten via de weg Zwetkade Noord en op eigen grond is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in eigen parkeergelegenheid. Gelet op het voorgaande alsmede het gegeven dat er geen verkeerstechnische bezwaren tegen deze ontwikkeling zijn past de ontwikkeling binnen de in het WVVP ten aanzien van bereikbaarheid gestelde doelstellingen.
3 Beleidskader
 
3.1 Gemeentelijk beleid
Visie Greenport Westland
Door de gemeente Westland is de Greenportvisie ontwikkeld. De Visie Greenport Westland 2020 schetst op hoofdlijnen het ruimtelijk kader voor toekomstige ontwikkelingen in de gemeente en daarbuiten in woord en beeld. De ruimtelijke component en hoe om te gaan met de glastuinbouwcluster (inclusief de niet ruimtelijke component) staan in de visie voorop. Naast een ruimtelijke vertaling op hoofdlijnen biedt de visie ook de onderlinge afstemming van de ambities van de gemeente op de gebieden van woningbouw- en leefbaarheid, economische structuurversterking, bereikbaarheid, water en ecologische verbindingen in de gemeente en daarbuiten.
 
Het plangebied is in de Visie Greenport Westland 2020 aangeduid met de naam Zwethzone. In het bestemmingsplan ‘Zwethstrook’ en het bestemmingsplan 'Zwethkade Noord tussen 4 en 6 te Wateringen' heeft afstemming met het beleid van de gemeente plaatsgevonden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet alleen in de verschuiving van de drie in voornoemde bestemmingsplannen opgenomen woonkavels.
 
Gelet op het voorgaande doet het ca.13 meter verplaatsen van de drie aaneengesloten woonkavels in zuidelijke richting langs de Zwethkade geen afbreuk aan het gemeentelijke beleid.
 
Evaluatie Greenport Visie Westland 2020 (2010)
Deze evaluatie van de Greenportvisie verwoordt het standpunt van de raad over de (tussen)resultaten van de Greenportvisie over met name de periode 1 januari 2004 tot 1 januari 2009 met besluiten per onderdeel over hoe nu verder. De evaluatie bepaalt de koers voor de gemeentelijke structuurvisie.
3.2 Regionaal beleid
Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020
Op 16 april 2008 is door het algemeen bestuur van het Stadsgewest Haaglanden het Regionaal Structuur Plan Haaglanden 2020 (RSP) vastgesteld. Het RSP is een integraal plan voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haaglanden en het kader voor de regionale beleid op het gebied van milieu, groen, mobiliteit, wonen en economie en voor lokale plannen, zoals de bestemmingsplannen.
 
Het vastgestelde Regionaal Structuur Plan Haaglanden gaat onder meer in op de voorgestane infrastructurele projecten in het Westland. Het plangebied wordt in het regionaal structuurplan aangemerkt als groene schakel. Het ca. 13 meter verplaatsen van de drie aaneengesloten woonkavels waaraan door het Stadsgewest Haaglanden ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Zwethstrook’ instemming is verleend is in overeenstemming met het regionale beleid.
3.3 Provinciaal beleid
Provinciale Staten hebben op 2 juli 2010 de Provinciale Structuurvisie, de Verordening Ruimte en de Uitvoeringsagenda vastgesteld. In de 'Visie op Zuid-Holland' beschrijft de provincie haar doelstellingen en provinciale belangen. De Structuurvisie geeft een doorkijk naar 2040 en de visie voor 2020 met bijbehorende uitvoeringsstrategie.  
 
In de ‘Visie op Zuid-Holland’ staat hoe de provincie samen met haar partners wil omgaan met de beschikbare ruimte. Met de structuurvisie werkt de provincie aan een vitaal Zuid-Holland, met meer samenhang en verbinding tussen stad en land. Hierdoor is in Zuid-Holland goed wonen, werken en recreëren voor iedereen binnen handbereik. De provincie onderscheidt vijf hoofdopgaven:
 
-aantrekkelijk en concurrerend internationaal profiel;
-duurzame en klimaatbestendige deltaprovincie;
-divers en samenhangend stedelijk netwerk;
-vitaal, divers en aantrekkelijk landschap;
-stad en land verbonden.
 
De Provinciale Structuurvisie, de Verordening Ruimte en de Uitvoeringsagenda gaat onder meer in op de voorgestane infrastructurele projecten in het Westland. Het gebied rondom het plangebied is op de functiekaart van de structuurvisie aangemerkt als Ecologische Hoofdstructuur.
 
 
UItsnede functiekaart
 
In het bestemmingsplan ‘Zwethstrook’ heeft Gedeputeerde Staten aan één van de drie aaneengesloten kavels goedkeur gegeven aan de "Tuin" en "Wonen" bestemming. In het hierop volgende bestemmingsplan ‘Zwethkade Noord tussen 4 en 6 te Wateringen’ heeft Gedeputeerde Staten alsnog aan de overige twee van de drie aaneengesloten kavels goedkeur gegeven aan de "Tuin" en "Wonen" bestemming.
 
Gelet op het voorgaande doet het ca. 13 meter verplaatsen van de drie aaneengesloten woonkavels in zuidelijke richting langs de Zwethkade geen afbreuk aan het provinciale beleid.
3.4 Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & AMvB ruimtelijke ordening (2011)
Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 
 
Doelen
In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028):
  • het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;
  • het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;
  • het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.   
Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.
 
Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur
 
Nationale belangen 
De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
3.5 Conclusie
Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het ca.13 meter verplaatsen van de drie aaneengesloten woonkavels past in het overheidsbeleid.
4 Onderzoek
4.1 Bedrijven en milieuzonering
4.1.1 Wettelijk kader
Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen:
  • ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd;
  • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.
Met het oog hierop is in het bestemmingsplan gezorgd voor voldoende afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Met behulp van een milieuzonering is in het plangebied aangegeven welke bedrijfsactiviteiten op een locatie kunnen worden uitgeoefend.
4.1.2 Onderzoek
Uitgaande van de afstand van de bedrijfspercelen tot milieugevoelige functies (w.o. woningen), is in de regels van het op   in werking getreden bestemmingsplan "Zwethstrook" bepaald welke bedrijfsactiviteiten worden toegelaten (milieuzonering). In de planregels wordt voor dit doel normaliter gebruikt gemaakt van de zogenaamde 'Staat van bedrijfscategorieën'. Dit is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar toenemende milieubelasting.
 
Als belangrijkste bron bij het opstellen van deze Staat is gebruikt gemaakt van de lijst van bedrijfstypen uit de publicatie “Bedrijven en milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). In deze lijst wordt voor een groot aantal bedrijfstypen en -activiteiten richtafstanden ten opzichte van een “rustige woonwijk” vermeld. Zoals ook in de VNG-publicatie is aangegeven en in de vaste jurisprudentie is bevestigd, kan voor andere omgevingstypen worden afgeweken van deze richtlijnafstanden.
4.1.3 Conclusie
De gevoelige objecten in onderhavig bestemmingsplan zijn op voldoende afstand gelegen van hinderlijke bedrijven zoals deze zijn vastgelegd in het bestemmingsplan "Zwethstrook".
4.2 Externe veiligheid
4.2.1 Wettelijk kader
Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht en gaat over het beheersen van de risico’s voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, lpg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico’s van deze risicovolle activiteiten te reguleren.
4.2.2 Onderzoek
In het kader van het bestemmingsplan ‘Zwethstrook’ heeft onderzoek naar de aspecten op het gebied van externe veiligheid plaatsgevonden (Externe Veiligheid Zwethstrook, transport gevaarlijke stoffen N211 en N222, Adviesgroep AVIV BV, project 091513, datum 10 maart 2009). Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat binnen het plangebied van de Zwetstrook locaties of aspecten aanwezig zijn waarbij veiligheidscriteria gelden voor het plaatselijk risico als bedoeld in het Bevi.
4.2.3 Conclusie
Uit het onderzoek blijkt dat de normstelling externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het bestemmingsplan vormt.
4.3 Water
4.3.1 Wettelijk kader
Waterschapsbeleid
Het Hoogheemraadschap Delfland heeft haar waterbeleid vastgelegd in het Waterbeheersplan 2010-2015. Het beleid is formeel vastgelegd in de Keur en de Legger.
De verbreding van bestaande boezemwateren en de aanleg van nieuwe verbindingen bieden kansen om een groot aantal maatregelen, die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water te realiseren en het watersysteem robuuster te maken. Waar mogelijk worden natuurvriendelijke oevers aangelegd. Ook met het terugdringen van rioolvreemd water en het verminderen van riooloverstorten snijdt het mes aan meerdere kanten tegelijk: het riool en de afvalwaterzuiveringsinstallaties (awzi’s) kunnen met minder capaciteit uit de voeten, het minder verdunde vieze water is efficiënter te zuiveren, en er komt minder vies water rechtstreeks in het oppervlaktewater. Het waterplan van de Gemeente Westland zal in de periode 2010 – 2015 worden uitgevoerd.
 
Handreiking watertoets voor gemeenten 2012
Delfland heeft op 20 maart 2012 de nieuwe 'Handreiking watertoets voor gemeenten' vastgesteld. De nieuwe handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Crisis- en herstelwet en de Waterwet.
  
In paragraaf  4.3.2. is beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding door het bestemmingsplan op grond van de in de handreiking opgenomen waterbelangen.
 
Gemeentelijk beleid
Het Westland 2009-2015, met als ondertitel 'Westlands water, nu en later' is een product van de gemeente Westland en het Hoogheemraadschap van Delfland. Hierin wordt onder andere de waterhuishoudkundige visie en ambities tot 2030 en de daarbij horende doelstellingen tot 2015 beschreven. Centraal hierin staan de thema's 'Droge voeten, levend water en zichtbaar water'. De ruimtelijke vertaling van de hieruit voortkomende maatregelen is per polder in kaart gebracht. De gewenste waterstructuur wordt door de gemeente vertaald in bestemmingsplannen en structuurvisies.
4.3.2 Onderzoek
Ten behoeve van het water binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Zwethstrook" is een watertoets opgesteld en gelijktijdig met het bestemmingsplan "Zwethstrook" vastgesteld (Watertoets Bestemmingsplan Zwethstrook, Gemeente Westland, datum 1 juni 2006). Het ca. 13 meter zuidwaarts verplaatsen van de drie aaneengesloten kavels over de waterkering die al onderdeel uitmaakten van het bestemmingsplan "Zwethstrook" heeft de instemming van het Hoogheemraadschap van Delfland verkregen en doet geen afbreuk aan hetgeen is vastgelegd in de watertoets.
4.3.3 Conclusie
Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er ten aanzien van water er geen nadere opgaven bestaan voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
4.4 Bodem
4.4.1 Wettelijk kader
Wet bodembescherming
De Wet bodembescherming ziet, vanuit een goed milieubeheer, op de bodembescherming en bodemsanering. Met deze wet moet rekening worden gehouden met het ontwikkelen en realiseren van ruimtelijke plannen. In een bestemmingsplan dat voorziet in ruimtelijke ontwikkeling, moet verantwoord zijn dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is op grond van de bodemkwaliteit voor die ruimtelijke ontwikkeling.
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. De provincie hanteert de richtlijn dat bij de beoordeling van ruimtelijke plannen ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, moet worden verricht. Indien uit historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dan dient het volledig verkennend bodemonderzoek te worden verricht.
4.4.2 Onderzoek
Uit het bestemmingsplan "Zwethstrook" komt naar voren dat met betrekking tot Zwetkade Noord 5 (juli 1997) een perceel grond is geëgaliseerd met 1500 kubieke meter aangevoerde, licht verontreinigde grond. De waarden van de milieuparameters liggen ruim onder, tot net boven de streefwaarde. Sanering van de betreffende locatie is derhalve niet noodzakelijk.
4.4.3 Conclusie
De milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de uitvoering van het plan. Er zijn geen specifieke aspecten inzake de bodem die in de bestemmingsregeling moeten worden opgenomen.
4.5 Ecologie
4.5.1 Wettelijk kader
Flora- en faunawet
Voor de soortenbescherming is de Flora- en faunawet (hierna Ffw) van toepassing. Deze wet is gericht op de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied. De Ffw bevat onder meer verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfplaatsen. De wet maakt hierbij een onderscheid tussen 'licht' en 'zwaar' beschermde soorten. Indien sprake is van bestendig beheer, onderhoud of gebruik, gelden voor sommige, met name genoemde soorten, de verbodsbepalingen van de
Ffw níet. Er is dan sprake van vrijstelling op grond van de wet. Voor zover deze vrijstelling niet van toepassing is, bestaat de mogelijkheid om van de verbodsbepalingen ontheffing te  verkrijgen van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Voor de zwaar beschermde soorten wordt deze ontheffing slechts verleend, indien:
  • er sprake is van een wettelijk geregeld belang (waaronder het belang van land- en
    bosbouw, bestendig gebruik en dwingende reden van groot openbaar belang);
  • er geen alternatief is;
  • geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient in het geval van zwaar beschermde soorten of broedende vogels overtreding van de Ffw voorkomen te worden door het treffen van maatregelen, aangezien voor dergelijke situaties geen ontheffing kan worden verleend.
4.5.2 Onderzoek
In het plangebied, en in de directe omgeving daarvan, bevinden zich geen natuurbeschermingsgebieden waarmee rekening gehouden dient te worden. Het ca. 13 meter zuidwaarts verplaatsen van de drie aaneengesloten kavels heeft geen negatieve invloed op de ecologische waarden.
4.5.3 Conclusie
Vanuit ecologie bestaan er geen belemmeringen voor de uitvoering van het bestemmingsplan. 
5 Juridische planbeschrijving
5.1 Planvorm
5.1.1 Wettelijk voorgeschreven standaardisering
De planregels en de planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen als gepubliceerd door het ministerie van VROM (SVBP 2012) en als wettelijk voorgeschreven in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.
 
Daarnaast zijn in de planregels de standaardregels opgenomen als geboden in artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. In een apart artikel zijn de bijzondere gebruiksverboden opgenomen voor alle bestemmingen, welke verboden aansluiten op het wettelijk verbod als neergelegd in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening.
 
Voor uitleg van die planregels wordt verwezen naar de toelichting op het Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, in samenhang met de jurisprudentie over die uitleg.
Voorts is de "Werkafspraak terminologie Wabo in Standaard voor Vergelijkbare bestemmingsplannen" van september 2010 verwerkt. Die werkafspraak in het kader van de ministeriële regeling is gemaakt met het oog op de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010.
5.1.2 Aanvulling en geoorloofde afwijking van de SVBP 2012
De planregels en planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn toegesneden op de specifieke behoefte aan planregulering voor het gegeven plangebied. In de hierna volgende paragrafen is de aan het bestemmingsplan eigen plansystematiek toegelicht voor zover die een aanvulling of een geoorloofde afwijking vormt van de SVBP 2012.
De planregels zijn voorts weergegeven in de specifieke opmaak die eigen is aan het adviesbureau dat het plan heeft vervaardigd. Met deze opmaak wordt aangesloten op de juridische planvorming door dat bureau die in deze toelichting is weergegeven en gemotiveerd.
5.1.3 Systematiek van de planregels
Opbouw planregels
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen:
  • inleidende regels; 
  • bestemmingsregels; 
  • algemene regels; 
  • overgangs- en slotregel. 
Inleidende regels
Begrippen (Artikel 1)
Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen.
 
Wijze van meten (Artikel 2)
Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.
 
Bestemmingsregels
De bestemmingsregels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen:
  • doeleindenomschrijving (gebruiksregels); 
  • bouwregels; 
  • nadere eisen; 
  • afwijkingsregels. 
Gebruiksregels
De doeleindenbeschrijving van de bestemming of de dubbelbestemming, waarvan opname in de planregels is geboden in artikel 3.1.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, is in de planregels voor elke bestemming in eerste instantie vervat in het onderdeel "Bestemmingsomschrijving". Van het onderdeel "Specifieke gebruiksregels" wordt in de planregels vooral gebruik gemaakt om regels te geven voor de onder de bestemming of dubbelbestemming vallende functieaanduidingen en bouwaanduidingen en andere aanduidingen.
 
Afwijkingsregels
In het onderdeel "Afwijken van de gebruiksregels" wordt alleen die afwijkingsbevoegdheid opgenomen die uitsluitend ziet op het gebruik. Zodra sprake is van het afwijken van de bouwregels - ook al vormt dat bouwen een (klein) onderdeel van het gebruik in ruime zin - wordt de bevoegdheid daartoe geplaatst in het onderdeel "Afwijken van de bouwregels".
 
Aanleggen of slopen
De aanlegregels of sloopregels zijn uitvoerig met het oog op een zorgvuldige verlening van de omgevingsvergunning daartoe, voor zover regels daarvoor niet reeds zijn voorzien in de Wet ruimtelijke ordening of het Besluit ruimtelijke ordening. De aanlegregels of sloopregels kennen de volgende onderverdeling:
  • het aanlegverbod of sloopverbod zelf;
  • de voorwaarden waaronder een omgevingsvergunning mag worden verleend en het inwinnen van deskundigenadvies;
  • de specifieke aanlegverboden of sloopverboden met de daarop gegeven uitzonderingen.
Algemene gebruiksregels
In het artikel "Algemene gebruiksregels" zijn naast een verwijzing naar het algemene gebruiksverbod van artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, specifieke gebruiksverboden ter invulling van het algemene gebruiksverbod opgenomen. Daarin is onderscheid gemaakt tussen het verbod op het gebruik van gronden en het verbod op het gebruik van bouwwerken.
 
Overgangs- en slotregels
In het artikel "Slotregel" zijn de volgende onderdelen opgenomen:
  • het onderdeel "Vervangen bestemmingsplannen" waarin een overzicht van de bestemmingsplannen en andere planregimes is opgenomen die met dit bestemmingsplan zijn vervangen;
  • en het onderdeel "Citeertitel".
5.1.4 Systematiek van de planverbeelding
Wettelijke vereisten
De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Hierbij vormt de inhoud van de digitale versie de beslissende versie. De digitalisering brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
De planverbeelding is digitaal vorm gegeven overeenkomstig de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De digitale planverbeelding en de andere onderdelen van de dataset hebben het volgende planidentificatie-nummer gekregen:
  • pbp00000039
De dataset bestaat uit:
  • het GML-bestand van de planverbeelding;
  • het XML-geleideformulier;
  • de onderliggende bestanden zoals ondergrond en overige topografische informatie;
  • de PDF- en HTML-bestanden voor respectievelijk de verbeelding van plantoelichting en planregels.
 
Leeswijzer verbeelding
 
Wegwijzer via internet
Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen plankaart) een nieuwe aangelegenheid. Via de website www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Via het tabblad 'bestemmingsplannen' kan worden doorgeklikt naar de provincie, de woonplaats of nog specifieker de straatnaam. De gebieden die zwart omlijnd op de kaart staan aangeduid, zijn de gebieden waarvoor een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is.
Zodra het gewenste bestemmingsplan is gevonden en deze voldoende is ingezoomd, wordt de betreffende bestemmingslegging zichtbaar. Om een beter beeld van de omgeving te krijgen, kan voor verschillende ondergronden worden gekozen (luchtfoto, topografie). Zodra linksonder 'legenda' wordt aangeklikt, wordt inzichtelijk wat de verschillende kleuren betekenen. Door vervolgens op een locatie binnen het plangebied te klikken wordt aan de rechterzijde van de kaart de bijbehorende informatie getoond. Indien meer informatie is gewenst, kan worden doorgeklikt naar de toelichting en/of de regels van het plan.
 
Analoge verbeelding
Alhoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien. Het lezen van de analoge verbeelding is verschillend van de digitale verbeelding. Op de analoge verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes.  
 
Bestemmingsvlak en bouwvlak
Vrijwel elke bestemming bestaat doorgaans uit twee vlakken: een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering. Soms komt het voor dat het bestemmingsvlak en het bouwvlak met elkaar samenvallen. Op de plankaart is dan uitsluitend een bouwvlak te zien (het bestemmingsvlak ligt hieronder).
 
Aanduidingen
Op de digitale plankaart is een onderscheid gemaakt in verschillende aanduidingen. Een aantal functieaanduidingen is gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een bestemming of een gedeelte daarvan nader te specificeren. Het kan hierbij gaan om een nadere specificatie van de gebruiksmogelijkheden, een expliciete verruiming daarvan of juist een beperking. Voorbeelden van functieaanduidingen zijn 'bedrijfswoning', 'detailhandel' en 'kantoor'.
Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken, worden bouwaanduidingen genoemd. Voorbeelden van bouwaanduidingen zijn 'gestapeld' en 'onderdoorgang'.
Alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen, percentages en oppervlakten, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn maatvoeringaanduidingen.
5.1.5 Bestemmingsregeling
Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van een verzoek om ter hoogte van de Zwethkade Noord tussen 4 en 6 te Wateringen drie aaneengesloten kavels ca. 13 meter zuidwaarts te verplaatsen. De in het bestemmingsplan opgenomen functies zijn als volgt bestemd:
  • Wonen: gronden voor "Recreatie Recreatie-bedrijven" worden bestemd als "Wonen". De locatie van de gewenste hoofdmassa krijgt een bouwvlak. Gronden vanaf 2 meter achter de voorgevel en buiten het bouwvlak mogen beperkt worden bebouwd (erfbebouwing).
  • Tuin: Gronden buiten het bestemmingsvlak "Wonen", tussen de weg en de woning, tot 2 meter achter het bouwvlak krijgen de bestemming "Tuin". Hiervoor gelden striktere bouwbepalingen.
  • Groen: Gronden buiten het bestemmingsvlak "Wonen", tussen de woonbestemming en ca. 13 meter ten noorden van de woonbestemming krijgen de bestemming "Groen". Hiervoor gelden striktere bouwbepalingen.
  • Primaire waterkering: De dubbelbestemming "Waterstaat-Waterkering" dient in acht genomen te worden bij het wijzigen van de bestemming naar de bestemmingen "Tuin", "Wonen" en "Groen". De dubbelbestemming "Waterstaat-Waterkering" is daarom wederom opgenomen in het plangebied.
6 Handhaving
6.1 Handhavingsbeleid
Handhaven op maat 2011-2014
Op 1 februari 2011 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhaven op maat' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht voor de komende vier jaren beschreven. De gemeente Westland wil een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor haar burgers en ondernemers. Dat wil de gemeente bereiken door de duurzaamheid, veiligheid en leefbaarheid in het Westland te vergroten en te waarborgen. Handhaving is hierbij één van de middelen die hiervoor wordt ingezet. Handhaving is dus geen doel op zich, maar een onderdeel van de reguleringsketen (ontwikkeling wet - en regelgeving – normstelling – vergunningverlening – uitvoering – toezicht -handhaving). De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is de bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, om handhavend optreden hiertegen goed mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling. Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingtraject ingezet.
6.2 Strijdige functies
Binnen het plangebied zijn geen strijdige functies geconstateerd.
7 Uitvoerbaarheid
7.1 Economische uitvoerbaarheid
Ten behoeve van de ontwikkeling van het plangebied zijn de exploitatiekosten beoordeeld en is een exploitatieplan niet nodig omdat op andere wijze reeds in kostenverhaal is voorzien. De kosten voor de bestemmingsplanherziening worden gedragen door de initiatiefnemer.
7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.2.1 Overleg
In de periode van 12 juni 2013 t/m 11 juli 2013 heeft over het voorontwerp van dit bestemmingsplan bestuurlijk overleg plaatsgehad als geboden in artikel 5.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Binnen de gestelde termijn zijn de navolgende reacties ingediend. De overlegreacties zijn als bijlage aan deze onderbouwing toegevoegd. Hieronder volgt een samenvattend overzicht van de reacties/vragen alsmede de beantwoording daarvan door het college van burgemeester en wethouders.
 
1.     Provincie Zuid Holland
Na het doorlopen van het e-formulier 'Aanbieden ruimtelijke plannen Wro en ontheffingsverzoeken provinciale verordening ruimte' is naar voren gekomen dat het plan niet strijdig is met provinciale belangen en het plan niet opgestuurd hoeft te worden aan de provincie Zuid-Holland.  
 
2.    Hoogheemraadschap Delfland
Van het Hoogheemraadschap van Delfland is een reactie ontvangen. De reactie is waar mogelijk meegenomen in het bestemmingsplan.    
 
3.    Stadsgewest Haaglanden
Vanuit het Stadsgewest Haaglanden is aangegeven dat het plan conform de uitgangspunten van het RSP Haaglanden 2020 is en ander regionaal sectoraal beleid. Daarom is geen reactie van het dagelijks bestuur nodig. Verder is het bestemmingsplan in overeenstemming met de bestuurlijke afspraken in het kader van de uitvoering van het IODS groenproject Zwethzone. 
 
4.    Gasunie
Van Gasunie is geen reactie ontvangen.
 
De uitkomsten van het overleg, als bedoeld in artikel 3.1.6, eerste lid, onder c., van het Besluit ruimtelijke ordening, zijn opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting.
 
7.2.2 Zienswijzen
Van 20 september 2013 tot 1 november 2013 heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan ter visie gelegen voor het indienen van zienswijzen, als bedoeld in artikel 3.8, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening in verbintenis met Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
 
Gedurende de periode van tervisielegging zijn geen zienswijzen ingediend.