a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste:
1. van erfafscheidingen tussen de voorgevelrooilijn en de openbare weg 1 m;
2. van erfafscheidingen elders 2 m;
3. van vlaggenmasten 5 m;
4. van portaalkranen 8 m;
5. van silo's 12 m;
6. van reclamezuilen of -constructies 10 m;
7. van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 3 m;
b. de bouwhoogte van antenne-installaties ter plaatse van de aanduiding 'zend-/ontvangstinstallatie' bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte.