| Plan: | 2e herziening Honderdland fase 2 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1783.BTHONDERDLF2h02-VA01 |
Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 20 oktober 2021 inzake het bestemmingsplan 1e herziening Honderdland fase 2 (ECLI:NL:RVS:2021:2332) is een 2e herziening van bestemmingsplan Honderdland fase 2 met betrekking tot het perceel kadastraal bekend gemeente Naaldwijk, sectie F, nummer 6644 eigendom van Westbrick International b.v. (hierna: Westbrick) opgesteld.
In deze uitspraak heeft de Afdeling het beroep van Westbrick gegrond verklaard vanwege strijd met artikel 3:4, tweede lid Awb (evenredigheidsbeginsel) en het bestreden besluit vernietigd voor wat betreft deze locatie voor zover geen logiesmogelijkheid voor arbeidsmigranten mogelijk is gemaakt . De Afdeling heeft de raad opgedragen om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen is overwogen in de uitspraak. Behoudens het perceel van Westbrick kadastraal bekend gemeente Naaldwijk, sectie F, nummer 6644, is het bestemmingsplan 1e herziening Honderdland onherroepelijk geworden. Met deze 2e herziening is een nieuw bestemmingsplan gemaakt met inachtneming van een volledige en evenwichtige belangenafweging.
De bestemming van het betreffende perceel wordt "Gemengd" waarbinnen geen logiesmogelijkheid voor arbeidsmigranten mogelijk is gemaakt.
Het karakter van een partiële herziening is dat het bestemmingsplan waarvan wordt afgeweken in stand blijft, maar dat ten aanzien van de regels en/of de verbeelding wijzigingen plaatsvinden. Het gaat dan ook niet om een nieuwe bestemming, maar om een herziening van de bestemming op onderdelen zoals het verduidelijken van de gebruiksregels. Het geldende bestemmingsplan "Honderdland fase 2", "Paraplubestemmingsplan Geluidszone Honderdland fase 2" en "Parapluplan Wonen Westland" . Een partiële herziening is dus anders dan een "postzegel" bestemmingsplan waarbij de geldende regeling, zowel verbeelding als regels, in zijn geheel verdwijnt in ruil voor een nieuw bestemmingsplan.
Gezien de beperkte wijzigingen ten opzichte van de hierboven geldende bestemmingsplannen, wordt volstaan met een beperkte toelichting op de voorliggende partiële herziening.
Het plangebied is gelegen in de kern Maasdijk en maakt deel uit van het bedrijventerrein Honderdland fase 2. Het plangebied voor deze partiële herziening is gelegen het perceel kadastraal bekend gemeente Naaldwijk, sectie F, nummer 6644.
Figuur 1: plangebied, oranje gekleurde vlak
Deze partiële herziening gaat de volgende geldende bestemmingsplannen (deels) vervangen:
Het Paraplubestemmingsplan Geluidszone Honderdland fase 2 (vastgesteld 27 juni 2018) en het Parapluplan Wonen Westland (vastgesteld 1-09-2020) blijft onverminderd van toepassing op de gronden waarop de herziening van het bestemmingsplan geldt.
Het bestemmingsplan "2e herziening Honderdland fase 2" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De planverbeelding vormt samen met de planregels het bindende deel van het bestemmingsplan.
De toelichting begint met een beschrijving van de bestaande en de nieuwe situatie in hoofdstuk 2, waarin de planaanpassingen worden beschreven. De uitvoeringsaspecten en onderzoeken, zoals de toevoeging van de bedrijventerreinbestemming voor "Eiland 3" worden in hoofdstuk 3 uiteengezet. De juridisch planopzet wordt toegelicht in hoofdstuk 4. Tot slot behandelt hoofdstuk 5 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
Medio 2008 is gestart met de planvorming van uitbreiding van het bedrijventerrein Honderdland fase 1 te Maasdijk. Om uitvoering te geven aan deze ontwikkeling is het bestemmingsplan Honderdland fase 2 in procedure gebracht die het bestaande glastuinbouwgebied heeft getransformeerd naar een bedrijventerrein. Zoals hierboven is vermeld, is het bestemmingsplan Honderdland fase 2 in de zomer van 2017 in werking getreden. Met inwerkingtreding van het bestemmingsplan, kunnen plannen voor vestiging van bedrijven geëfectueerd worden.
De planaanpassing van deze partiële herziening, betreffen de gronden van bestemmingsplan Honderdland fase 2 die zijn gelegen aan de linkerzijde van de entree van het bedrijventerrein, gezien vanaf het Maasdijkplein te Maasdijk. Deze gronden hebben in het bestemmingsplan Honderdland fase 2 de bestemming "Gemengd" en zijn verdeeld over drie eilanden. Op deze eilanden zijn publieksgerichte functies toegestaan, zoals horecabedrijven en kantoren.
Uitsnede planverbeelding Honderdland fase 2 met bestemming "Gemengd"
Uit het geldende bestemmingsplan blijkt onvoldoende duidelijk wat wordt verstaan onder een horecabedrijf en dan in het bijzonder welke vormen van nachtverblijf zijn toegestaan op de gronden met de bestemming "Gemengd". Hierdoor kunnen er - onbedoeld - meer vormen van nachtverblijf worden gerealiseerd dan beoogd bij het vaststellen van het bestemmingsplan. Om deze onbedoelde ruimte voor nachtverblijf weg te nemen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Hiertoe dient deze herziening.
Daarnaast wordt de mogelijkheid geboden om voor eiland 3 het bestemmingsplan te laten wijzigen door burgemeester en wethouders van de bestemming "Gemengd" naar de bestemming "Bedrijventerrein - 1" als bedoeld in bestemmingsplan Honderdland fase 2. Afhankelijk van het type bedrijf en haar bedrijfsvoering is deze wijziging mogelijk. Middels onderzoeken zal de initiatiefnemer moeten aantonen dat de wijziging niet in strijd is met natuur- en milieuwetgeving. Daarnaast moet het plan stedenbouwkundig en verkeerskundig aanvaardbaar zijn.
Het bestemmingsplan "2e herziening Honderdland fase 2" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk Gebiedsvisie komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. I In Hoofdstuk Juridische planbeschrijving wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk Uitvoerbaarheid ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit.
Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland
Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities.
De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen).
De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn. Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen.
De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen. Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten.
Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft.
Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt.
Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen.
De toekomstkaart van Westland:
Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland
Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen.
Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040:
Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018
In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen).
Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland
In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig.
Handhaven op maat
Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling. Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet.
Woonvisie 2020-2030
De Woonvisie 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie Westland 2030 die is opgesteld in 2016 en vastgesteld door de raad in 2020. Met de actualisatie krijgt de gemeente de gelegenheid om integraal de afweging te maken voor welke doelgroep er gebouwd moet worden in Westland op basis van actuele gegevens. De visie vormt de basis voor nieuwe woningmarktafspraken met de regio Haaglanden, afspraken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, zorginstellingen en de prestatieafspraken met de woningcorporaties.
Conclusies Woonvisie
De conclusies die uit de "Woonvisie 2020-2030" getrokken kunnen worden zijn:
Voor nieuwe bouwplannen geldt in beginsel de volgende verdeling in prijssegmenten: 45% dure/extra dure koop, 20% middeldure koop/huur, 5% goedkope koop, 30% sociale huur. Daarbij geldt een ambitie voor zorg- en ouderenwoningen en de huisvesting van arbeidsmigranten.
De omvang van een huisvestingsvoorziening voor arbeidsmigranten wordt van geval tot geval getoetst. Afhankelijk van de locatie- en omgevingskenmerken kunnen dus kleinere tot grotere huisvestingsoplossingen acceptabel zijn en worden ingepast. De ligging en ontsluiting van potentiële locaties voor huisvesting van arbeidsmigranten blijft een afwegingscriterium. De afstand tot een woonkern is een van de aspecten binnen een brede weging van plus- en minpunten (in samenhang met wat aan voorzieningen ter plaatse kan worden geboden). Ook de woon-werkafstand van de betreffende arbeidsmigranten is deel van deze afweging. Er wordt rekening gehouden met de draagkracht van nabijgelegen kernen.
Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland
In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen.
Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is:
Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding.
Met daarbij de volgende randvoorwaarden:
In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan.
Bedrijventerreinenvisie Westland
De Bedrijvenvisie Westland vormt - via het gemeentelijke Actieprogramma Economische Zaken - een uitwerking van de Visie Greenport Westland en is gericht op:
Nota publieksfuncties op bedrijventerreinen
Als nadere uitwerking van de Bedrijventerreinenvisie Westland hebben burgemeester en wethouders de Nota publieksfuncties op bedrijventerreinen vastgesteld om maatwerk te kunnen bieden voor publieksfuncties op lokale bedrijventerreinen. In deze nota is aangegeven wat wel en niet is toegestaan op lokale bedrijventerreinen. Wonen, detailhandel, horeca, leisure en care-functies zijn uitgesloten in bestemmingsplannen die betrekking hebben op bedrijventerreinen. Bij leisure kan worden gedacht aan fitness, kookstudio's en hobbyfuncties. Care-functies zijn onder andere kinderopvang, ouderenzorg, gehandicaptenopvang en huisartsen- en fysiotherapie-collectieven. In hoofdzaak zijn op bedrijventerreinen bedrijfsmatige en industriële functies toegestaan. Genoemd worden het vervaardigen, bewerken, installeren en inzamelen van goederen. Ook verhandelen van goederen wordt genoemd, waarbij detailhandel (verkoop aan een eindconsument) is uitgesloten. In de loop der tijd zijn daarop uitzonderingen gemaakt voor specifieke vormen van detailhandel, zoals verkoop van brand- en explosiegevaarlijke stoffen.
De verkoop van de zogenoemde ABC-goederen (Auto's, Boten en Caravans) is alleen toegestaan met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Ook bouwmarkten zijn met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid mogelijk, conform de provinciale regelgeving. Tegelijkertijd is vestiging van woonwinkels aan strenge regionale regels van Haaglanden gebonden. Een andere functie die in beperkte mate is toegestaan zijn zelfstandige kantoren.
Onzelfstandige kantoren, die ten dienste staan van een bedrijf blijven mogelijk. Elk bedrijf kan ruimte nodig hebben voor een administratie- en verkoopafdeling, waarbij de oppervlakte maximaal 3.000 m² bedraagt. Zelfstandige kantoren kunnen in bestemmingsplannen door middel van een afwijkingsprocedure mogelijk worden gemaakt tot 500 m² per gebouw. Hierbij kan worden gedacht aan accountants en architecten. De kantoren mogen echter geen baliefunctie hebben (zoals makelaars en uitzend- of reisbureaus) en moeten ingepast (kunnen) worden op het bedrijventerrein. Inpassing is mogelijk bij de entree, of op de eerste verdieping van bestaande panden. Daarnaast moet voldaan worden aan de parkeernorm, die voor kantoren hoger is dan voor bedrijven.
Binnen het plangebied bevinden zich diverse functies die in strijd zijn met deze nota. Voor deze gevallen zal zoveel mogelijk worden aangesloten bij vigerende regelgeving.
Kantorenvisie
De Westlandse dienstensector ontwikkelt zich de afgelopen jaren sterk, mede als gevolg van de toename van bedrijventerreinen en door de schaalvergroting in de glastuinbouw. Dienstverleners verbeteren het productieproces en verhogen de efficiëntie van ondernemers. In de glastuinbouw is dit goed zichtbaar. Met minder werknemers wordt meer geproduceerd omdat de bedrijfsprocessen steeds beter georganiseerd worden. Een tweede grote vraag naar kantoorruimte komt van bestaande Westlandse kantoorgebruikers die, vaak als gevolg van fusies, nieuwe kantoorpanden bouwen. Wat betreft de vraag naar nieuwe kantoorruimte, richt de visie zich op kantoorlocaties.
Kansrijke locaties voor concentratie van kantoren zijn:
Daarbij heeft volgtijdelijke ontwikkeling de voorkeur, waarbij de locatie Tiendweg prioriteit verdient.
Ruimtelijk ontwikkelkader
Uit de Nota publieksfuncties op bedrijventerreinen blijkt dat de gemeente geen woonfunctie wenst op bedrijventerreinen. Een logiesgebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten korter dan 6 maanden valt volgens een vaste lijn in de jurisprudentie niet onder de functie wonen, maar is hier wel erg aan verwacht. Volgens de Woonvisie 2020-2030 bestaat er substabtieel behoefte aan de huisvesting van arbeidsmigranten, maar niet op iedere locatie. Zo moeten de omgevingsaspecten en de draagkracht van de nabij gelegen kern worden afgewogen
Metropoolregio Den Haag-Rotterdam
In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH).
Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,5% van de Nederlanders en een bijdrage van 15% aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt. De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022.
Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid Holland
In de behoefteraming bedrijventerreinen Zuid Holland, zoals vastgesteld op 9 november 2021 door Gedeputeerde Staten van Zuid Holland, is voor het gebied van de Metropolregio Rotterdam Den Haag (MRDH waar Westland onder valt) opgenomen dat er met name vraag is vanuit grootschalige logistieke of industriële vestigers of (hyperscale) datacenters grootschalige distributie. Er is voor MRDH met name een potentiële additionele vraag vanuit grootschalige distributie. De aantrekkingskracht van het Rotterdamse havengebied, het sterke agrofoodcluster en het potentiële bereik van 2,4 miljoen inwoners maakt de MRDH vanuit meerdere invalshoeken een interessante vestigingslocatie voor grootschalige distributie. Dit was de afgelopen jaren ook terug te zien in de uitgifte, met veel vraag naar strategische locaties als Distripark Maasvlakte, Harnaschpolder, Honderdland en Prisma. Ook nieuwe (additionele) activiteiten zijn op deze terreinen geland. Het is een beleidskeuze om in te zetten op intensiever ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen, en daardoor een deel van de ruimtevraag te laten landen in de bestaande voorraad. Dit vraagt extra inzet op herstructurering. Er is ruimtewinst te behalen wanneer actief ingezet wordt op een strenger vestigingsbeleid, waarbij bedrijven uit milieucategorie 1 en 2 niet meer (of minder) worden toegestaan op formele bedrijventerreinen. Dit soort bedrijven zijn ook goed in te passen op andere locatietypen. De ruimtedruk is groot in MRDH, en dus ook de noodzaak om zorgvuldig met het beschikbare aanbod om te gaan. Dit betekent tevens dat moet worden opgepast met functies die de bedrijfsvoering van de bedrijven op het bedrijventerrein kunnen beperken.
Regionale Kantorenstrategie Haaglanden
De Regionale Kantorenstrategie Haaglanden gaat in op de segmentering en programmering van kantorenlocaties in Haaglanden. Deze kantorenstrategie vormt de basis voor het regionale beleid ten aanzien van de (her)ontwikkeling van kantorenlocaties tot aan 2020 en geeft mede invulling aan het RSP. Het RSP komt tot de conclusie dat het geplande aanbod van kantoren, de behoefte tot 2010 overstijgt. Ten aanzien van geplande ontwikkelingen na 2005 wordt gesteld dat de realisatie hiervan moet worden afgewogen ten opzichte van bewegingen in de bestaande voorraad kantoren.
Er is voldoende aanbod van gemengde bedrijvenzones waardoor blijvend ruimte kan worden geboden aan een diversiteit van bedrijven. Tevens zijn er voldoende mogelijkheden voor vermenging van verschillende werkfuncties.
Ruimtelijk ontwikkelkader
Gelet op de behoefteraming bedrijventerreinen moet worden opgepast met functies die de bedrijfsvoering van de bedrijven op het bedrijventerrein Honderdland fase 2 kunnen beperken.
Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid.
Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving.
Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur
Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien.
De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.
figuur 3: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur (uitsnede Westland)
Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven.
Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten.
Omgevingsverordening
Regels aangaande bestemmingsplannen bv. met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De regels zijn van overeenkomstige toepassing op ruimtelijke initiatieven waarvoor een zogenaamde 'grote buitenplanse afwijking' wordt doorlopen. Op grond van de regels die zijn gesteld voor natuur, is voor Westland het volgende gebied aangewezen als ecologische verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland:
figuur 4: uitsnede provinciale kaart Natuurnetwerk Nederland
Programma Ruimte
Een intensiever gebruik van steden en dorpen vergroot het draagvlak voor openbaar vervoer. Andersom kan de capaciteit op het infrastructuurnetwerk helpen om keuzes te maken waar en wanneer er verdicht en geconcentreerd kan worden. De provincie streeft er naar de agglomeratiekracht te vergroten. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Op de kaart 'woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen' (ook wel genoemd: '3ha kaart') zijn nog te ontwikkelen locaties voor deze doeleinden groter dan 3 ha buiten BSD opgenomen. Als een locatie hier is opgenomen, betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling.
figuur 5: de '3ha kaart'
Op de kaart zijn, indicatief, woningbouwlocaties weergegeven die gelegen zijn buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en meer dan 3 hectare groot zijn. Op de kaart staat zowel harde als zachte capaciteit buiten BSD. Met deze toevoeging wordt invulling gegeven aan bestuurlijke continuïteit.
Voor Westland zijn de volgende ruimtelijke reserveringen opgenomen, waarbij nut en noodzaak van ieder project nog niet is bewezen: N211 capaciteitsvergroting, N222 (Veilingroute) 2 x 2, N213 capaciteitsvergroting, HOV Den Haag - Westland.
Agrologistieke handels- en transportcentra (ABC Westland) aan het kernnet worden waar mogelijk ruimtelijk versterkt. Daarnaast moeten de verbindingen tussen de mainport Rotterdam en de handelsgebieden binnen de greenports (ABC Westland, Honderdland, Flora Holland Honselersdijk) verbeteren.
2.1.3.1 Afwijken middels 6.15 Omgevingsverordening
Een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II, laat alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking.
figuur 6: provinciale kaart met Greenport Westland (kaart 11 bijlage 2 Omgevingsverordening)
Bij uitzondering kan een bedrijf worden toegelaten dat behoort tot de keten glastuinbouw en een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel van glastuinbouwproducten indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. In geval van zwaarwegende belangen en er geen andere reële mogelijkheid is, kan bij uitzondering ook een andere ontwikkeling mogelijk gemaakt worden. Tenslotte kan de begrenzing van het glastuinbouwgebied in beperkte mate worden aangepast.
Ruimtelijk ontwikkelkader
De provincie heeft in het beleid opgenomen dat verbindingen tussen de mainport Rotterdam en de handelsgebieden binnen de greenports (ABC Westland, Honderdland, Flora Holland Honselersdijk) verbeteren. Vanwege het ruimtegebrek in de havengebieden wordt er ook gekeken naar alternatieven op droge terreinen in het achterland. Dit geldt voornamelijk voor logistieke dienstverleners en warehouses, die veelal een grootschalige ruimtevraag hebben. Voor dit soort partijen is een locatie in de relatieve nabijheid van het havengebied een alternatief, maar dienen de verbindingen te worden geoptimaliseerd.
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & AMvB ruimtelijke ordening
Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.
Doelen
In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028):
Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.
Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur
Nationale belangen
De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding.
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Met de komst van de Omgevingswet die vanaf 2022 in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang.
Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn:
Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.
Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen.
De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op.
Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventereinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken.
De bestemming "Gemengd", waarbinnen geen logies voor de huisvesting van arbeidsmigranten mag plaatsvinden voor wat betreft het perceel kadastraal bekend gemeente Naaldwijk, sectie F, nummer 6644 is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.
Het doel is om het bestemmingsplan 2e herziening Honderdland fase 2 vast te stellen naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 20 oktober 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2332) ter plaatse van de gronden kadastraal bekend gemeente Naaldwijk, sectie F, nummer 6644. Hierbij dienen alle belangen belangen, zoals een goede ruimtelijke ordening, de Woonvisie 2020-2030, de behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland en het belang van Westrick om ter plaatse een logiesgebouw voor arbeidsmigranten te realiseren, te worden afgewogen.
Het uitgangspunt van de Afdeling is dat een nieuw besluit moet worden genomen voor zover er ter plaatse van het perceel van Westbrick geen logiesmogelijkheid is toegestaan. Dat betekent dat de functie wonen niet hoeft te worden afgewogen en de maximale verblijfsduur van de arbeidsmigranten op 6 maanden moet worden gesteld, omdat er ingevolge de vaste lijn in de jurisprudentie, geen sprake is van wonen bij een verblijf korter dan 6 maanden. Ten overvloede wordt opgemerkt dat de functie wonen een onwenselijke functie is op een bedrijventerrein en al helemaal gelet op de omstandigheid dat er destijds 7 bestaande woningen zijn aangekocht. Deze woningen zijn aangekocht uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening om te voorkomen dat een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de bewoners van deze woningen zou ontstaan. Destijds werd het onverantwoord door uw raad geacht om de woningen ingeklemd tussen wegen en bedrijvigheid behouden met alle risico op hinder vanuit de bedrijven op het bedrijventerrein.
De Afdeling overweegt ten aanzien van de omstandigheid of het bestemmingsplan Honderdland fase 2 de realisatie van een logiesgebouw voor de huisvestig van arbeidsmigranten mogelijk maakte het volgende:
“(…) hoewel het bestreden plan volgens de raad slechts strekt tot verduidelijking van het voorheen geldende plan, de raad in wezen niet bestrijdt dat het bestemmingsplan "Honderdland fase 2" zo kon worden gelezen dat het huisvesting van arbeidsmigranten toestond. Het bestreden plan heeft tot gevolg dat dit gebruik niet langer als zodanig is bestemd. Volgens de raad wilde hij altijd al slechts publieksgerichte functies mogelijk maken, waartoe huisvesting van arbeidsmigranten volgens hem niet behoort. Het is volgens hem nooit de bedoeling geweest dit in het voorheen geldende bestemmingsplan toe te staan. Ook indien dat het geval zou zijn, staat ter beoordeling of de raad na afweging van alle betrokken belangen deze mogelijkheid heeft kunnen laten vervallen.”
Daarnaast overweegt de Afdeling dat het er, gelet op hetgeen is opgemerkt in de zienswijzennota, de schijn van heeft dat de raad ruimte aanwezig acht voor één logiesgebouw op het bedrijventerrein. In het kader van de vaststelling van het plan is geen ruimtelijke afweging gemaakt of locaties, meer in het bijzonder die van Westbrick, al dan niet in aanmerking komen voor een bestemming die huisvesting van arbeidsmigranten mogelijk maakt. De Afdeling overweegt dat het feit dat ten tijde van de vaststelling van het plan geen aanvraag van Westbrick voorlag, niet meebrengt dat dit niet aangewezen was. De raad was volgens de Afdeling op de hoogte van de wensen van Westbrick om in het gebied een logiesgebouw voor arbeidsmigranten op te richten. De intrekking van haar aanvraag kon volgens de Afdeling, gegeven de omstandigheden waaronder deze had plaatsgevonden, voor de raad geen reden zijn om aan te nemen dat Westbrick van haar initiatief had afgezien.
In dit besluit moet dus volgens de Afdeling rekening worden gehouden met de wens van Westbrick om ter plaatse een logiesgebouw te realiseren. Volgens de Afdeling moet dit belang worden meegewogen bij de besluitvorming.
In de procedure heeft Westbrick het belang aangevoerd dat de gemeente Westland een grote behoefte heeft aan de huisvesting van arbeidsmigranten.
Bij de vaststelling van bestemmingsplan Honderdland fase 2 heeft voor wat betreft de functie logiesgebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten geen onderzoek plaatsgevonden naar de omgevingsaspecten, geen toetsing aan de Woonvisie en beleid en regelgeving van de provincie voor wat betreft de mogelijkheid tot vestiging van een logiesgebouw op het bedrijventerrein. Dit omdat het uitgangspunt van uw raad was dat het bestemmingsplan Honderdland fase 2 geen huisvesting van arbeidsmigranten toestond. Om te beoordelen of een logiesfunctie ter plaatse bij recht mogelijk kan worden gemaakt, moeten de volgende belangen tegen elkaar worden afgewogen:
Deze belangen zullen hieronder worden besproken.
1. Het belang van Westbrick om een logiesgebouw ter plaatse te realiseren.
Uit de doelomschrijving in de statuten van Westbrick is geen ander belang op te maken. Hierin is het volgende opgenomen: “Het doel der vennootschap is het fabriceren van conserven en frisdranken en de handel hierin, alles in de ruimste zin des woords. Tevens is het doel der vennootschap het verlenen van diensten aanhandel, verkeer en industrie, zoals opslag, overslag, bewerking en aflevering van goederen, zowel als het exploiteren van bedrijfsterreinen en bedrijfsgebouwen, Eveneens kan de vennootschap voor eigen rekening of rekening van derden in haar bedrijfsgebouwen goederen verkopen aan de handel. Voorts heeft de vennootschap ten doel het verkopen of doen verkopen aan het publiek van levensmiddelen, auto's, rijwielen, bouwmarktartikelen, doe het zelf artikelen, meubelen, woningtextiel, huishoudelijke apparaten en motorjachten, zeiljachten, pleziervaaruigen met accesoures, alles in de ruimste zin des woord, alsmede het voeren van agentschappen en vertegenwoordigingen van motorjachten, zeiljachten en pleziervaartuigen, zomede de exploitatie daarvan.”
In het uittreksel van de Kamer van Koophandel van Westbrick is de activiteit vastgoedbeheer opgenomen. Het uittreksel en de doelomschrijving duiden erop dat Westrick een financieel belang heeft bij de realisatie van een logiesgebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Westbrick is immers geen uitzendondernemer die zijn werknemers moet huisvesten. Tevens is Westbrick geen exploitant voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Er moet dan ook worden aangenomen dat Westbrick louter een financieel belang heeft.
2. De behoefte van de gemeente aan de huisvesting van arbeidsmigranten.
De glastuinbouwsector en arbeidsmigratie kunnen niet zonder elkaar. In de Woonvisie 2020-2030 wordt beoogd meer balans te brengen in het lenigen van de meervoudige huisvestingsnood van arbeidsmigranten in de gemeente Westland. Daarbij wordt gezocht naar een balans tussen beperkingen in de woonkernen en ruimte daarbuiten en balans tussen het bieden van oplossingen voor diverse woonnoden en balans tussen prijs en kwaliteit van die woonoplossingen.
De ligging en ontsluiting van potentiële locaties voor huisvesting van arbeidsmigranten is een afwegingscriterium in de Woonvisie. De afstand tot een woonkern is één van de aspecten binnen een brede weging van plus- en minpunten (in samenhang met wat aan voorzieningen ter plaatse kan worden geboden). Het gaat dan om voorzieningen als sport- en recreatiegelegenheden, een winkeltje, een ontmoetingsruimte etc. Ook de woon-werkafstand van de betreffende arbeidsmigranten is deel van deze afweging. De omvang van een huisvestingsvoorziening voor arbeidsmigranten wordt van geval tot geval getoetst. Afhankelijk van de locatie- en omgevingskenmerken kunnen dus kleinere tot grotere huisvestingsoplossingen acceptabel zijn en worden ingepast. Binnen de gemeente bestaat er dus behoefte aan huisvesting van arbeidsmigranten, maar niet alle locaties zijn hiervoor geschikt.
De afstand van het onderhavige perceel tot aan de kern bedraagt 1500 meter. De ligging van het betreffende perceel ten aanzien van de kern kan acceptabel zijn, indien er voldoende voorzieningen op de locatie zelf aanwezig zijn, zodat de arbeidsmigranten voor hun eerst benodigde levensmiddelen, sport, recreatie en ontmoetingsplek niet primair gericht zullen zijn op de voorzieningen in de kern van Maasdijk.
Aangezien er voor wat betreft Westbrick geen concrete aanvraag ligt en de omgevingsvergunningaanvraag uit 2018 geen voorzieningen bevatte en geen informatie bevatte over waar de arbeidsmigranten te werk zouden gaan, kan niet in beeld worden gebracht hoe het is gesteld met de verblijfsomstandigheden voor de arbeidsmigranten, welke impact deze functie ter plaatse op het verkeer heeft en of de verkeersveiligheid in het gedrang komt. De overige omgevingskenmerken komen bij de volgende punten aan de orde.
De Woonvisie 2020-2030 gaat uit van de behoefte aan huisvesting van arbeidsmigranten. De Woonvisie geeft echter voor het bestemmen hiervan op Honderdland fase 2 onvoldoende aanknopingspunten, omdat er geen concreet plan voor een logiesgebouw voorligt. Het toetsen van de logiesfunctie aan de Woonvisie is derhalve lastig. Het eventueel opnemen van ruimtelijke voorwaarden in het bestemmingsplan zou een oplossing kunnen bieden, maar dan gaat het slechts om het bepalen van de omvang van de te realiseren voorzieningen. Het toekennen van een logiesfunctie voor arbeidsmigranten aan het perceel van Westbrick past niet binnen de Woonvisie 2020-2030 voor wat betreft het toetsen aan de selectiecriteria voor uitzendondernemers.
Deze woonvisie is onder meer vertaald in het op 13 april 2021 vastgestelde Paraplubestemmingsplan horeca/hotel Westland gemeente. In dit bestemmingsplan (nog niet onherroepelijk) zijn de begrippen verduidelijkt voor alle bestemmingsplannen (behalve dat van de bestemmingsplannen Glastuinbouwgebied Westland, Glastuinbouwgebied Boomafwatering, bestemmingsplan Poelzone en bestemmingsplan Groene Schakel) zodat verblijf t.b.v. tijdelijke arbeid of kamerverhuur wordt uitgesloten van de begrijppen hotel/horeca. Deze begrippen zijn in het voorliggende bestemmingsplan 2e herziening Honderdland fase 2 overgenomen.
3. Het woon- en leefklimaat van eventuele arbeidsmigranten op het perceel van Westbrick, kadastraal bekend gemeente Naaldwijk, sectie F, nummer 6644.
De logiesfunctie voor arbeidsmigranten ziet op de opvang voor langere tijd, althans veel
langer dan een regulier bezoek aan bijvoorbeeld een pension of hotel, Bovendien zegt de term
'opvang' in die context al voldoende over het karakter van het type logiesfunctie. ln een deel van
de situaties is de duur van de opvang zelfs zolang dat er een inschrijfplicht voortvloeit uit hoofde
van de Wet basisregistratie personen. Het planologische karakter is daarmee evident anders dan
dat van een hotel, pension of een bed-and-breakfast, welke geschaard worden onder categorie I
van de Staat van Horecabedrijven. Huisvesting van arbeidsmigranten past niet bij recht in het ruimtelijk kader dat met het bestemmingsplan Honderdland fase 2 wordt beoogd. De nadruk ligt op bedrijvigheid en horeca met publieksgerichtheid. Het gebied leent zich door de functies in principe niet voor een woonsituatie, waar de huisvesting of opvang van arbeidsmigranten meer aan verwant is dan reguliere horeca-(verkeersaantrekkende werking personenverkeer meer het gebied inhalen).
Een logiesgebouw voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten wordt voor wat betreft de Wet geluidhinder niet beschouwd als geluidgevoelig object. In het kader van een goede ruimtelijke ordening komt aan het logiesgebouw niettemin een zekere mate van bescherming tegen milieuoverlast toe. Ongeacht of er sprake is van milieugevoelige functies, wordt vanuit een goede ruimtelijke ordening aanbevolen om een goed woon- en leefklimaat (verblijf- en leefklimaat) te creëren ter plaatse van het logiesgebouw voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten, aangezien er ook nachtelijk verblijf voor een langere periode (6 maanden als uitgangspunt) plaatsvindt.
Hierbij is de uitspraak ECLI:NL:RVS:2019:1253 van belang. De Afdeling overweegt hier dat het betreffende bestemmingsplan - zowel op een deel van het bedrijventerrein waarop het perceel ligt, als op een deel van de gronden met een bedrijfsbestemming in de zone daaromheen - bedrijven mogelijk maakt in milieucategorie 4.1 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Uit die Staat van Bedrijfsactiviteiten, die als bijlage A bij de regels van het bestemmingsplan is gevoegd, blijkt dat voor dergelijke bedrijven in beginsel een afstand van 200 meter wordt aanbevolen ten opzichte van woonbebouwing, uit een oogpunt van geur en/of geluid. Dit is niet alleen van belang bij de beantwoording van de vraag of de huisvesting van arbeidsmigranten mogelijk een belemmering kan opleveren voor omliggende bedrijven, maar dit is eveneens van belang bij de beoordeling van het woon- en verblijfsklimaat op het perceel.
In de directe omgeving van de grond van Westbrick bevinden zich percelen met een bedrijvenbestemming en functieaanduiding voor bedrijven tot en met milieucategorie 4.2. De richtafstand voor bedrijven uit de milieucategorie 4.2 in een gemengd gebied bedraagt in beginsel 200 meter ten opzichte van woonbebouwing, uit een oogpunt van gevaar, geur en/of geluid. Uit de staat van bedrijfsactiviteiten blijkt dat voor de daarin opgenomen bedrijven in de milieucategorie 4.2 zowel op gevaar, geur als op geluid deze afstand geboden is. Het gebouw van Westbrick komt op ongeveer 105 meter afstand van de gronden met een milieucategorie 4.2 bestemming te liggen. Er wordt dan ook niet aan de richtafstand voor gemengd gebied voldaan.
Het gaat in onderhavige situatie om een logiesfunctie met een relatief lange verblijfsduur van mensen, ook in de nachtperiode. Hierdoor kan voor een aanvaardbaarheidsafweging van de te verwachte hinder aangesloten worden bij het beschermingsniveau voor milieugevoelige functies (zoals woningen). Wanneer de logiesfunctie op geluidskavel 50A bestemd zal worden, dan zijn het bestaande tankstation (kavel 50F/G) en twee grote transportbedrijven (kavel 46 en 47) bepalend voor de te verwachten hinder. Door het rijden en manoeuvreren van vrachtwagens en auto's van deze bedrijven is vooral in de nachtperiode veel geluid te verwachten. Dit zal door de gebruikers van de logiesfunctie als ernstige hinder worden ervaren. Het achteraf bestuurlijk optreden tegen geluidhinder is niet of vrijwel niet mogelijk omdat de logiesfunctie geen geluidgevoelige functie binnen een gezoneerd bedrijventerrein betreft waardoor een wettelijke grondslag met beschermingsniveaus in de gebruiksfase ontbreekt. Dat zou kunnen leiden tot overlastsituaties zonder concrete oplossingsmogelijkheden. Juist deze omstandigheid maakt dat hinder voorafgaand aan de ruimtelijke procedure moet worden uitgesloten.
Doordat op het onderhavige perceel grote hinder wordt verwacht, kan naar verwachting geen goed woon- en leefklimaat voor de arbeidsmigranten worden gegarandeerd. Een logiesfunctie ter plaatse van het perceel van Westbrick, kadastraal bekend gemeente Naaldwijk, sectie F, nummer 6644, is daarmee onaanvaardbaar.
4. Het belang van ongestoorde bedrijfsvoering van de bedrijven op het bedrijventerrein Honderdland
fase 2.
Vooral vanwege een relatief langdurig verblijf van personen in de nachtperiode is het aannemelijk dat er geluidhinder zal optreden als de logiesfunctie op het bedrijventerrein Honderdland fase 2 komt te liggen. Het bedrijventerrein Honderdland fase 2 is op basis van de Wet geluidhinder geluidgezoneerd. Hierdoor zijn geluidgevoelige functies op het bedrijventerrein in principe niet mogelijk. De geluidzonering van het bedrijventerrein is bedoeld om milieugevoelige functies buiten het industrieterrein en de zwaardere bedrijvigheid als gevolg van het industrieterrein ruimtelijk te scheiden. Daarnaast bevat het bestemmingsplan een milieuzonering met richtafstanden en vergaande geluidsregels, hiermee is de beschikbare milieuruimte voor de bedrijven vastgelegd (ook ter bescherming van de bedrijvigheid). Omdat het gaat om een in beginsel niet geluidgevoelige functie op een geluidgezoneerd bedrijventerrein gelden er strikt genomen geen geluidsnormen vanuit de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer. In het kader van de geluidwetgeving zal het logiesverblijf dan ook niet direct belemmerend zijn voor de bedrijven. Dit neemt niet weg dat het gebruik van de logiesfunctie zich laat vergelijken met milieugevoelig gebruik en dat de gebruikers van het logiesgebouw overlast zouden kunnen ervaren. De kans op een langdurige klachtensituatie en op allerlei juridische procedures (publiek- en civielrechtelijk) maakt dat een eventuele logiesfunctie de bedrijven op die wijze kan belemmeren in hun bedrijfsvoering.
Voor de aspecten stof, geur en externe veiligheid is het beschermingsniveau van de logiesfunctie minder gerelateerd aan de eerder genoemde periode van 6 maanden. De mate van impact vanuit stof, geur en extern veiligheid is daarin bepalend. In principe zal het toevoegen van de logiesfunctie, binnen de betreffende richtafstanden, belemmerend zijn voor de ontwikkelmogelijkheden van het omliggende bedrijventerrein.
5. De behoefte vanuit de regio aan bedrijvigheid in de hogere milieucategorieën.
In de behoefteraming bedrijventerreinen Zuid Holland, zoals vastgesteld op 9 november 2021 door Gedeputeerde Staten van Zuid Holland, is voor het gebied van de Metropolregio Rotterdam Den Haag (MRDH waar Westland onder valt) opgenomen dat er met name vraag is naar grootschalige distributie. De aantrekkingskracht van het Rotterdamse havengebied, het sterke agrofoodcluster en het potentiële bereik van 2,4 miljoen inwoners maakt de MRDH vanuit meerdere invalshoeken een interessante vestigingslocatie voor grootschalige distributie. Dit was de afgelopen jaren ook terug te zien in de uitgifte, met veel vraag naar strategische locaties als Distripark Maasvlakte, Harnaschpolder, Honderdland en Prisma. Ook nieuwe (additionele) activiteiten zijn op deze terreinen geland. Het is een beleidskeuze om in te zetten op intensiever ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen, en daardoor een deel van de ruimtevraag te laten landen in de bestaande voorraad. Dit vraagt extra inzet op herstructurering. Er is ruimtewinst te behalen wanneer actief ingezet wordt op een strenger vestigingsbeleid, waarbij bedrijven uit milieucategorie 1 en 2 niet meer (of minder) worden toegestaan op formele bedrijventerreinen. Dit soort bedrijven zijn ook goed in te passen op andere locatietypen. De ruimtedruk is groot in MRDH, en dus ook de noodzaak om zorgvuldig met het beschikbare aanbod om te gaan. Dit betekent tevens dat moet worden opgepast met functies die de bedrijfsvoering van de bedrijven op het bedrijventerrein kunnen beperken. Gelet op het bepaalde onder 4 moet worden aangenomen dat de logiesfunctie zeker een beperkende invloed kan hebben op de bedrijven op het bedrijventerrein.
6. Het belang van van hygiënische, veilige en geschikte huisvesting voor de arbeidsmigranten.
De gemeente stelt hoge kwaliteitseisen voor bedrijven die huisvestingsoplossingen voor arbeidsmigranten realiseren en/of exploiteren. Het hanteren van selectiecriteria voor uitzendondernemingen is van belang om waarborgen in te bouwen voor het hanteren en realiseren van goede kwaliteitseisen, betaalbaarheid voor de doelgroep, goed beheer, tegengaan van arbeidsuitbuiting, etc. Tevens streeft de gemeente daarmee een duidelijk en gelijk speelveld na voor marktpartijen in hun relatie met de gemeente. In de Woonvisie 2020-2030 zijn daarom selectiecriteria opgenomen. De selectiecriteria voor uitzendondernemingen zijn:
1. Lid Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) of Nederlandse Bond Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU)
2. Beschikt over het certificaat SNF-normen (Stichting Normering Flexwonen, certificering)
3. Beschikt over het SNA-keurmerk (Stichting Normering Arbeid, certificering)
4. Kent de voorafgaande drie jaar aantoonbare omzet in het Westland; minimaal drie klanten en gemiddeld minimaal 200 arbeidsmigranten gedurende deze jaren bij tuinders geplaatst: aan te tonen via accountantsverklaring
5. Omzet in Westland is minimaal 30% van totale omzet; aan te tonen via accountantsverklaring 6. Eigen verklaring – uitsluitingsgronden (toets op betrouwbaarheid)
7. Een visie op de huisvestingsmarkt voor arbeidsmigranten, de rol en verantwoordelijkheid van de uitzender en op innovaties in huisvesting
In het rapport van de commissie Roemer (Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten 30 oktober 2020) is opgenomen dat doordat er sprake is van onderbetaling en veelal slechte huisvesting door huisvesters de woon- een leefomstandigheden van arbeidsmigranten ondermaats is.
De commissie beveelt onder andere de invoering van een verplicht certificeringsstelsel (SNF normen) en een inhoudelijke controle door de Kamer van Koophandel bij inschrijving aan.
De provincie is tevens aan het onderzoeken in hoeverre de aanbevelingen van de commissie Roemer kunnen worden opgenomen in de Omgevingsverordening. Dit thema is dus breed gedragen.
De voorwaarden in de Woonvisie en in het rapport Roemer zijn veelal geen ruimtelijke afwegingen. Dat betekent dat het opnemen hiervan in een bestemmingsplan geen mogelijkheid is. Het toestaan van een logiesgebouw in een bestemmingsplan leidt er dan ook toe dat een omgevingsvergunningaanvraag een gebonden beschikking is, waarbij niet aan certificering zou kan worden getoetst. Dit maakt het onwenselijk om een positieve logiesbestemming op te nemen. Bij een uitgebreide procedure zou een toets mogelijk zijn om te kunnen beoordelen of een exploitant is gecertificeerd.
7. Het belang van de huidige inwoners van de kern Maasdijk.
Onder punt 4 van de toetsingscriteria in de Woonvisie 2020-2030 wordt het draagkrachtbeginsel genoemd. Het gaat er hierom dat de kernen niet onevenredig veel worden belast. In de kern Maasdijk is er al sprake van een groot aantal arbeidsmigranten in verhouding met de hoeveelheid inwoners. In de kern Maasdijk bestaat 9,3% van de inwoners uit ingeschreven arbeidsmigranten. Na de realisatie van het vergunde logiesgebouw loopt dit percentage op naar 15%. Dit zijn alleen de ingeschreven arbeidsmigranten. Daarnaast zijn er ook arbeidsmigranten die niet zijn ingeschreven.
Dit legt druk op de woonkern, aangezien de arbeidsmigranten naar de voorzieningen in de kern trekken. In het rapport van de commissie Roemer komt ook naar voren dat de problematiek rondom arbeidsmigranten zorgt voor problemen in de wijk. De aanwezigheid van een grote groep arbeidsmigranten in relatief kleine kernen heeft grote invloed op de sociale samenhang in een wijk: buurtbewoners herkennen hun buren niet meer en de arbeidsmigranten, die er vaak maar tijdelijk wonen, voelen zich begrijpelijkerwijs niet betrokken bij de wijk en voelen zich daar ook niet verantwoordelijk voor.
Dit is misschien – gelet op aard van de problematiek – niet direct een ruimtelijk belang dat in dit besluit kan worden meegewogen, maar wel een belangrijk gegeven voor de inwoners van Maasdijk zodat dit belang niet onbenoemd mag blijven.
Conclusie
Wanneer de belangen onder 3, 4, 5 en 6 te weten: een goed woon- en leefklimaat voor de arbeidsmigranten, een ongestoorde bedrijfsvoering voor de bedrijven op het bedrijventerrein, de behoefte aan bedrijventerreinen met zwaardere milieucategorieën en de (on)mogelijkheid te toetsen aan certicering van de exploitant afgezet tegen het louter financiële belang van Westbrick, kan niet anders worden geconcludeerd dat de belangen genoemd onder 3, 4, 5 en 6 zwaarder wegen dan het louter financiële belang van Westbrick.Voorgesteld wordt dan ook om aan de gronden van Westbrick de bestemming “Gemengd” toe te kennen, waarbinnen geen logiesmogelijkheid voor arbeidsmigranten wordt mogelijk gemaakt.
Een bestemmingsplan bepaalt hoe de gronden gebruikt mogen worden, of er ergens gebouwd mag worden en wat voor bebouwing dat mag zijn. Het gaat om het toelaten van bepaalde gebruiksmogelijkheden (toelatingsplanologie). De grondgebruiker mag de functie die het bestemmingsplan geeft uitoefenen. De grondgebruiker kan niet worden verplicht om een aangewezen bestemming daadwerkelijk te realiseren, maar de grondgebruiker mag ook geen andere functie uitoefenen die in strijd is met de gegeven bestemming. Ook mag er niet in strijd met het bestemmingsplan gebouwd worden.
Het is belangrijk om voor de toekomstige en bestaande bebouwing en functies een bestemmingsregeling te ontwerpen die zo veel mogelijk ruimte biedt voor verandering en aanpassing aan veranderende wensen. Het plan dient, met andere woorden, flexibel en doelmatig te zijn, en dient rechtszekerheid te bieden omtrent de ruimte voor verandering. Daar staat tegenover, dat het plan de nodige bescherming moet bieden tegen ontwikkelingen die schadelijk zijn voor anderen. Bescherming tegen een zodanige ontwikkeling wordt samengevat in de term rechtsbescherming.
Het karakter van een partiële herziening is dat het bestemmingsplan waarvan wordt afgeweken in stand blijft, maar dat ten aanzien van de regels en/of de verbeelding wijzigingen plaatsvinden. Het gaat derhalve niet om een nieuwe bestemming maar om een herziening van de bestemming op onderdelen, zoals het wijzigen van de bouwregels, het toevoegen van een functie aan de bestemmingsomschrijving of het toevoegen of wijzigen van een aanduiding. Het geldende bestemmingsplan Honderdland fase 2 blijft ook na de herziening van kracht.
Een partiële herziening is dus iets anders dan een 'postzegel' bestemmingsplan waarbij de geldende regeling, zowel verbeelding als regels, in zijn geheel verdwijnt in ruil voor het nieuwe bestemmingsplan.
De partiële herziening bestaat uit:
De planregels en de planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen als gepubliceerd door het ministerie van VROM (SVBP 2008) en als wettelijk voorgeschreven in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 (Staatscourant 2008, nr. 377, van 30 oktober 2008).
Daarnaast zijn in de planregels de standaardregels opgenomen als geboden in artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. In een apart artikel zijn de bijzondere gebruiksverboden opgenomen voor alle bestemmingen, welke verboden aansluiten op het wettelijk verbod als neergelegd in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening.
Voor uitleg van die planregels wordt verwezen naar de toelichting op het Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008, in samenhang met de jurisprudentie over die uitleg.
Voorts is de "Werkafspraak terminologie Wabo in Standaard voor Vergelijkbare bestemmingsplannen" van september 2010 verwerkt. Die werkafspraak in het kader van de ministeriële regeling is gemaakt met het oog op de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010.
De planregels en planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn toegesneden op de specifieke behoefte aan planregulering voor het gegeven plangebied. In de hierna volgende paragrafen is de aan het bestemmingsplan eigen plansystematiek toegelicht voor zover die een aanvulling of een geoorloofde afwijking vormt van de SVBP 2012.
Opbouw planregels
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen:
De regels uit het bestemmingsplan Honderdland fase 2 blijven van toepassing, maar worden op enkele punten aangepast en aangevuld.
Inleidende regels
Begrippen (Begrippen)
Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen.
Bestemmingsregels
De bestemmingsregels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen:
Gebruiksregels
De doeleindenbeschrijving van de bestemming of de dubbelbestemming, waarvan opname in de planregels is geboden in artikel 3.1.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, is in de planregels voor elke bestemming in eerste instantie vervat in het onderdeel "Bestemmingsomschrijving". Van het onderdeel "Specifieke gebruiksregels" wordt in de planregels vooral gebruik gemaakt om regels te geven voor de onder de bestemming of dubbelbestemming vallende functieaanduidingen en bouwaanduidingen en andere aanduidingen.
Afwijkingsregels
In het onderdeel "Afwijken van de gebruiksregels" wordt alleen die afwijkingsbevoegdheid opgenomen die uitsluitend ziet op het gebruik. Zodra sprake is van het afwijken van de bouwregels - ook al vormt dat bouwen een (klein) onderdeel van het gebruik in ruime zin - wordt de bevoegdheid daartoe geplaatst in het onderdeel "Afwijken van de bouwregels".
Aanleggen of slopen
De aanlegregels of sloopregels zijn uitvoerig met het oog op een zorgvuldige verlening van de omgevingsvergunning daartoe, voor zover regels daarvoor niet reeds zijn voorzien in de Wet ruimtelijke ordening of het Besluit ruimtelijke ordening. De aanlegregels of sloopregels kennen de volgende onderverdeling:
Overgangs- en slotregels
In het artikel "Slotregel" zijn de volgende onderdelen opgenomen:
Wettelijke vereisten
De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Hierbij vormt de inhoud van de digitale versie de beslissende versie. De digitalisering brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
De planverbeelding is digitaal vorm gegeven overeenkomstig de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008. De digitale planverbeelding en de andere onderdelen van de dataset hebben het volgende planidentificatie-nummer gekregen:
NL.IMRO.1783.BTHONDERDLF2h02-VA01
De dataset bestaat uit:
Leeswijzer verbeelding
Wegwijzer via internet
Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen plankaart) een nieuwe aangelegenheid. Via de website www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Via het tabblad 'bestemmingsplannen' kan worden doorgeklikt naar de provincie, de woonplaats of nog specifieker de straatnaam. De gebieden die zwart omlijnd op de kaart staan aangeduid, zijn de gebieden waarvoor een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is.
Zodra het gewenste bestemmingsplan is gevonden en deze voldoende is ingezoomd, wordt de betreffende bestemmingslegging zichtbaar. Om een beter beeld van de omgeving te krijgen, kan voor verschillende ondergronden worden gekozen (luchtfoto, topografie). Zodra linksonder 'legenda' wordt aangeklikt, wordt inzichtelijk wat de verschillende kleuren betekenen. Door vervolgens op een locatie binnen het plangebied te klikken wordt aan de rechterzijde van de kaart de bijbehorende informatie getoond. Indien meer informatie is gewenst, kan worden doorgeklikt naar de toelichting en/of de regels van het plan.
Analoge verbeelding
Alhoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien. Het lezen van de analoge verbeelding is verschillend van de digitale verbeelding. Op de analoge verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes.
Bestemmingsvlak en bouwvlak
Vrijwel elke bestemming bestaat doorgaans uit twee vlakken: een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering. Soms komt het voor dat het bestemmingsvlak en het bouwvlak met elkaar samenvallen. Op de plankaart is dan uitsluitend een bouwvlak te zien (het bestemmingsvlak ligt hieronder).
Aanduidingen
Op de digitale plankaart is een onderscheid gemaakt in verschillende aanduidingen. Een aantal functieaanduidingen is gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een bestemming of een gedeelte daarvan nader te specificeren. Het kan hierbij gaan om een nadere specificatie van de gebruiksmogelijkheden, een expliciete verruiming daarvan of juist een beperking. Voorbeelden van functieaanduidingen zijn 'bedrijfswoning', 'detailhandel' en 'kantoor'.
Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken, worden bouwaanduidingen genoemd. Voorbeelden van bouwaanduidingen zijn 'gestapeld' en 'onderdoorgang'.
Alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen, percentages en oppervlakten, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn maatvoeringaanduidingen.
De bestaande functies in het plangebied die overeenkomstig het voorheen geldende bestemmingsplan in dit plan zijn bestemd, zijn de volgende (in alfabetische volgorde van bestemming).
De begrippen "horeca", "horecabedrijf", "hotel", "kortstondig zakelijk verblijf", "bed & breakfast", zijn opgenomen overeenkomstig het "Parapluplan Horeca/Hotel Westland" .
In deze bestemming wordt meer concreet gemaakt welke vormen van nachtverblijf, toelaatbaar zijn op deze gronden. Een logiesgebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten valt niet binnen deze bestemming.
Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting voor het parkeren, overeenkomstig het Paraplubestemmingsplan Parkeernomen opgenomen in deze regel.
Het exploitatieplan, zoals vastgesteld op 22 januari 2019, Honderdland fase 2 is onverkort van toepassing op de gronden van dit bestemmingsplan.
Uit de uitspraak van de Afdeling volgt dat het nieuw te nemen besluit niet overeenkomstig afdeling 3.4 van de Awb hoeft te worden voorbereid. Op de vaststelling van het nieuwe besluit is dus de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing (dus geen mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Hierbij geldt evenwel dat de bezwaarfase wordt 'overgeslagen' op grond van artikel 7:1 lid 1 aanhef en onder e van de Awb. Belanghebbenden zullen tegen het nieuwe besluit direct in beroep kunnen bij de Afdeling. Het nieuw te nemen besluit betreft de vaststelling van een bestemmingsplan, zodat daartegen niet eerst beroep bij de rechtbank wordt ingesteld (zie artikel 2 van bijlage II bij de Awb).