Konijnenburg Groep

Uitwerkingsplan Poelkade zuid

Status: vastgesteld
Datum: 14 juli 2015
imro: NL.IMRO.1783.00000194u01-VA01

Artikel 1 Begrippen

1.1 aan-huis-gebonden-onderneming

een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, medisch, paramedisch of therapeutisch gebied of op een daarmee gelijk te stellen gebied;

1.2 achtererfgebied

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant (voorgevel) en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied;

1.3 bebouwingsgebied

achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;

1.4 bijbehorende bouwwerken

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

1.5 overig bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.6 pand

De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;

1.7 plan

het uitwerkingsplan ‘Poelkade-zuid’, gedeeltelijke uitwerking van waterkamer 2, van het bestemmingsplan ‘Het Nieuwe Water’ van de gemeente Westland, waarvoor deze planregels en de daarbij behorende planverbeelding met legenda, het juridische normenkader vormen;

1.8 uitwerkingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1783.00000194u01-ON01 met de bijbehorende regels en bijlagen.

Artikel 2 Groen

2.1 Bestemmingsomschrijving

De op de kaart als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, recreatieve voorzieningen, alsmede voor fiets- en voetpaden, taluds en water met de daarbij behorende bouwwerken.

2.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
  1. op deze gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 meter.


Artikel 3 Tuin

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Tuin” aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen.

3.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

3.2.1 Erkers

Een erker is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
  1. De erker wordt gesitueerd tenminste 0,5 m uit de zijgevel van het hoofdgebouw en tenminste 0,5 uit de kap;
  2. De diepte van de erker bedraagt ten hoogste 1/3 van de afstand van de voorgevel tot de voorste perceelsgrens met een maximum van 1,5 meter;
  3. De breedte van de erker bedraagt ten hoogste 2/3 van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw;
  4. De bouwhoogte van de erker bedraagt ten hoogste 3 m of 0,3 m boven de eerste verdieping (bovenkant vloer) van het hoofdgebouw met een maximum van 4 m.

3.2.2 Overige bouwwerken

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 1 meter.

3.3 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming ‘Tuin’ te wijzigen in de bestemming ‘Woongebied’ ten behoeve van het herontwikkelen van de bestaande woonpercelen, met dien verstande dat:
  1. Voldaan wordt aan de regels zoals opgenomen in artikel 6 van deze voorschriften;
  2. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.1.2 onder a, bedraagt het maximaal aantal hoofdgebouwen 2 per her te ontwikkelen bestaand woonperceel;
  3. Het kostenverhaal tussen de ontwikkelende partij en de gemeente is verzekerd door middel van een anterieure overeenkomst.


Artikel 4 Verkeer

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Verkeer (V) aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. wegen en paden;
  2. voet- en rijwielpaden;
  3. parkeervoorzieningen;
  4. kruisingen en bruggen ter overbrugging van water;
  5. (hoofd-)watergangen, waterpartijen en (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen;
  6. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting;
  7. straatmeubilair;
  8. voorzieningen van algemeen nut;
  9. kunstwerken;
  10. overige bouwwerken die voor de wegenstructuur en de geleiding van het wegverkeer nodig zijn, zoals bruggen, dammen, duikers, verkeersborden en duikers.

4.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
  1. op deze gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering bedraagt ten hoogste 7 meter;
  3. de bouwhoogte van bruggen bedraagt ten hoogste 5 meter;
  4. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 meter.


Artikel 5 Water

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. waterlopen ten behoeve van de waterhuishouding, waterberging, sierwater en verkeer te water;
  2. natuurvriendelijke oevers;

  3. Met daarbij behorende:

  4. voorzieningen zoals taluds, groen, bruggen, duikers, aanlegsteigers en waterstaatkundige voorzieningen.

5.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
  1. op deze gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 meter.


Artikel 6 Woongebied

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Woongebied" (WG) aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het wonen;
  2. een hoofdgebouw als woning;
  3. bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij het hoofdgebouw;
  4. overige bouwwerken die noodzakelijk zijn voor het wonen;
  5. ter hoogte van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – oeverzone’ (sw-oev): een oeverzone.

  6. Met daarbij behorende:

  7. erven, tuinen en terreinen;
  8. verkeersverbindingen;
  9. verblijfsgebied;
  10. groenvoorzieningen;
  11. waterlopen en waterpartijen;
  12. voet- en fietspaden;
  13. bouwwerken voor algemeen nut;
  14. speelvoorzieningen.

6.2 Bouwregels

Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
  1. hoofdgebouwen;
  2. bijbehorende bouwwerken en overkappingen;
  3. andere overige bouwwerken;
  4. op gronden met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – oeverzone’ (sw-oev) is het bouwen van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken, overkappingen en overige bouwwerken, anders dan terrassen, niet toegestaan.
en gelden de aanduidingen op de planverbeelding en de volgende regels ten aanzien van:

6.2.1 Hoofdgebouwen

  1. Het aantal woningen bedraagt maximaal 12;
  2. Het maximaal aantal woningen per kavel bedraagt 1;
  3. de afstand van de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw tot aan de voorerfgrens bedraagt minimaal 3,5 meter;
  4. de afstand van het hoofdgebouw tot aan zijerfgrens bedraagt minimaal 3 meter;
  5. in afwijking van het bepaalde onder d. is het plaatsen van hoofdgebouwen met één zijde in de zijerfgrens toegestaan voor de bouw van twee-onder-één-kap woningen;
  6. de afstand van het hoofdgebouw tot aan de bovenkant van het talud van het achterliggende watergang bedraagt minimaal 6 meter;
  7. de maximale goothoogte van het hoofdgebouw bedraagt 6 meter;
  8. de maximale bouwhoogte van het hoofdgebouw bedraagt 11 meter;

6.2.2 bijbehorende bouwwerken en overkappingen

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende regels:
  1. voor kavels waarvan het bebouwingsgebied kleiner of gelijk is aan 100 m² bedraagt het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen ten hoogste 50% van het bebouwingsgebied met een maximum van 50 m
  2. voor kavels waarvan het bebouwingsgebied groter is dan 100m² en kleiner of gelijk is aan 300 m² bedraagt het gezamenlijke oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen maximaal 50 m² plus 20% van de totale oppervlakte dat het bebouwingsgebied groter is dan 100 m²;
  3. voor kavels waarvan het bebouwingsgebied groter is dan 300 m² bedraagt het gezamenlijke oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen maximaal 90 m² plus 10% van de totale oppervlakte dat het bebouwingsgebied groter is dan 300 m² met een maximum van 150 m²;
  4. bijbehorende bouwwerken en overkappingen worden ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw gebouwd;
  5. de maximale diepte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken, gemeten vanuit de oorspronkelijke achtergevel waaraan gebouwd wordt, bedraagt 4 m;
  6. de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 0,4 meter boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw op de aangrenzende gronden;
  7. Voor zover op een afstand van niet meer dan 4 meter van het oorspronkelijke hoofgebouw is de bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet hoger dan:
    1. 5 meter;
    2. 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en
    3. het hoofdgebouw.
  8. in uitzondering van het bepaalde in 5.2.2 onder f, mag de maximale bouwhoogte en/of goothoogte worden opgehoogd met maximaal 1,5 meter ten behoeve van een dakterras;
  9. de maximale goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt 3 meter
  10. de maximale bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt 5 meter;
  11. de maximale bouwhoogte van overkappingen bedraagt 3 m.

6.2.3 Erkers

Voor het bouwen van erkers gelden de volgende regels:
  1. de diepte van de erker aan de voorgevel bedraagt ten hoogste 1/3 van de afstand van de voorgevel tot de voorste perceelsgrens met een maximum van 1,5 meter;
  2. de breedte van de erker aan de voorgevel bedraagt ten hoogste 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw;
  3. de bouwhoogte van de erker bedraagt ten hoogste 4 meter.

6.2.4 Dakkapellen

Voor de bouw van dakkapellen gelden de volgende regels:

    Maatvoering achterzijde:

  1. de dakkapel ligt aan alle zijden tenminste 0,5 m vrij in het dakvlak;
  2. de dakkapel is gemeten van de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m.

  3. Maatvoering voorzijde:

  4. de dakkapel is niet breder dan 50% van de breedte van het dakvlak;
  5. de dakkapel ligt aan alle zijden tenminste 0,5 m vrij in het dakvlak;
  6. de dakkapel is gemeten van de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,5 m;
  7. de dakkapel mag niet meer dan 1 meter uit de onderkant van het dakvlak staan.

6.2.5 Overige bouwwerken

Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels:
  1. de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen tussen de openbare weg en 2 meter achter de voorgevelrooilijn bedraagt 1 m;
  2. de maximale bouwhoogte van overige erfafscheidingen bedraagt 2 m;
  3. de maximale bouwhoogte van andere overige bouwwerken bedraagt 1 m;
  4. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken ten behoeve van straatverlichting bedraagt 7 m;
  5. de maximale hoogte van terrassen binnen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – oeverzone’ (sw-oev) bedraagt 0,3 meter gemeten vanaf de bovenkant van de ter plaatse aanwezige oeverbeschoeiing.

6.3 Specifieke gebruiksregels

6.3.1 Parkeerplaatsen

Voor het parkeren geldt de volgende parkeernormering:
  1. Per woning dienen er twee parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd;
  2. De parkeerplaatsen op eigen terrein dienen afzonderlijk van elkaar bereikbaar te zijn;
  3. Per woning dienen 0,3 parkeerplaatsen in het openbaar gebied te worden gerealiseerd op de aangrenzende bestemming Verkeer.

6.3.2 Aan huis gebonden onderneming

Op de gronden is het gebruik van gedeelten van het hoofdgebouw voor de uitoefening van een aan huis gebonden onderneming toegestaan mits:
  1. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft;
  2. het netto vloeroppervlak in gebruik voor de aan-huis-gebonden onderneming niet groter is dan 25% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw met een maximum van 50 m²;
  3. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse;
  4. er geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame;
  5. de onderneming alleen door een van de bewoners (zonder personeel) wordt uitgeoefend;
  6. er geen vergunningsplichtige activiteiten plaatsvinden als bedoeld in de Wet milieubeheer; en
  7. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden;
  8. de activiteiten worden uitgevoerd in het hoofdgebouw plus bijbehorende bouwwerken;

6.3.3 Verbod ophogen oeverzone

Het ophogen van gronden met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – oeverzone’ (sw-oev) is niet toegestaan.

6.3.4 Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
  1. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijgebouwen betreft;
  2. kamerbewoning;
  3. detailhandel;
  4. horeca.


Artikel 7 Wonen

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Wonen" (W) aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het wonen;
  2. ter hoogte van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – oeverzone’ (sw-oev): een oeverzone;
  3. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven en water.

7.2 Bouwregels

Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd en gelden de volgende regels:

7.2.2 Hoofdgebouwen

  1. hoofdgebouwen worden uitsluitend gebouwd binnen het bouwvlak;
  2. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 10 meter;
  3. de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 6 meter.

7.2.3 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende regels:
  1. voor kavels waarvan het bebouwingsgebied kleiner of gelijk is aan 100 m² bedraagt het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen ten hoogste 50% van het bebouwingsgebied met een maximum van 50 m²;
  2. voor kavels waarvan het bebouwingsgebied groter is dan 100m² en kleiner of gelijk is aan 300 m² bedraagt het gezamenlijke oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen maximaal 50 m² plus 20% van de totale oppervlakte dat het bebouwingsgebied groter is dan 100 m²;
  3. voor kavels waarvan het bebouwingsgebied groter is dan 300 m² bedraagt het gezamenlijke oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen maximaal 90 m² plus 10% van de totale oppervlakte dat het bebouwingsgebied groter is dan 300 m² met een maximum van 150 m²;
  4. bijbehorende bouwwerken en overkappingen worden ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw gebouwd;
  5. de maximale diepte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken, gemeten vanuit de oorspronkelijke achtergevel waaraan gebouwd wordt, bedraagt 4 m;
  6. de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 0,4 meter boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw op de aangrenzende gronden;
  7. Voor zover op een afstand van niet meer dan 4 meter van het oorspronkelijke hoofgebouw is de bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet hoger dan:
    1. 5 meter;
    2. 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en
    3. het hoofdgebouw.
  8. in uitzondering van het bepaalde in 5.2.2 onder f, mag de maximale bouwhoogte en/of goothoogte worden opgehoogd met maximaal 1,5 meter ten behoeve van een dakterras;
  9. de maximale goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt 3 meter
  10. de maximale bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt 5 meter;
  11. de maximale bouwhoogte van overkappingen bedraagt 3 m;
  12. op gronden met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – oeverzone’ (sw-oev) is het bouwen van bijbehorende bouwwerken, overkappingen en overige bouwwerken, anders dan terrassen, niet toegestaan.

7.2.4 Dakkapellen

Voor de bouw van dakkapellen gelden de volgende regels:

    Maatvoering achterzijde:

  1. de dakkapel ligt aan alle zijden tenminste 0,5 m vrij in het dakvlak;
  2. de dakkapel is gemeten van de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m.

  3. Maatvoering voorzijde:

  4. de dakkapel is niet breder dan 50% van de breedte van het dakvlak;
  5. de dakkapel ligt aan alle zijden tenminste 0,5 m vrij in het dakvlak;
  6. de dakkapel is gemeten van de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,5 m;
  7. de dakkapel mag niet meer dan 1 meter uit de onderkant van het dakvlak staan.

7.2.5 Overige bouwwerken

Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels:
  1. de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen tussen de openbare weg en 2 meter achter de voorgevelrooilijn bedraagt 1 m;
  2. de maximale bouwhoogte van overige erfafscheidingen bedraagt 2 m;
  3. de maximale bouwhoogte van andere overige bouwwerken bedraagt 1 m;
  4. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken ten behoeve van straatverlichting bedraagt 7 m.

7.3 Specifieke gebruiksregels

7.3.4 Verbod ophogen oeverzone

Het ophogen van gronden met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – oeverzone’ (sw-oev) is niet toegestaan.

7.4.2 Aan huis gebonden onderneming

Op de gronden is het gebruik van gedeelten van het hoofdgebouw voor de uitoefening van een aan huis gebonden onderneming toegestaan mits:
  1. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft;
  2. het netto vloeroppervlak in gebruik voor de aan-huis-gebonden onderneming niet groter is dan 25% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw met een maximum van 50 m²;
  3. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse;
  4. er geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame;
  5. de onderneming alleen door een van de bewoners (zonder personeel) wordt uitgeoefend;
  6. er geen vergunningsplichtige activiteiten plaatsvinden als bedoeld in de Wet milieubeheer; en
  7. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden;
  8. de activiteiten worden uitgevoerd in het hoofdgebouw plus bijbehorende bouwwerken;

7.4.3 Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
  1. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijgebouwen betreft;
  2. kamerbewoning;
  3. detailhandel;
  4. horeca.

7.4 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming ‘Wonen’ te wijzigen in de bestemming ‘Woongebied’ ten behoeve van het herontwikkelen van de bestaande woonpercelen, met dien verstande dat:
  1. Voldaan wordt aan de regels zoals opgenomen in artikel 6 van deze voorschriften;
  2. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.1.2 onder a, bedraagt het maximaal aantal hoofdgebouwen 2 per her te ontwikkelen bestaand woonperceel;
  3. Het kostenverhaal tussen de ontwikkelende partij en de gemeente is verzekerd door middel van een anterieure overeenkomst.


Artikel 8 Waterstaat - Waterkering

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Waterstaat - Waterkering” aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de inrichting en het onderhoud van waterstaatkundige werken, in het bijzonder een primaire waterkering.

8.2 Bouwregels

Op en in gronden als bedoeld in artikel 8.1 mogen uitsluitend overige bouwwerken worden opgericht die nodig zijn voor het behoud en onderhoud van de waterkering, met een hoogte van maximaal 3 meter.

8.3 Afwijken van de bouwregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van de waterkering, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 8.2 voor het oprichten van bouwwerken, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1. bebouwing is mogelijk op grond van de onderliggende bestemming;
  2. burgemeester en wethouders winnen advies in bij de waterkering beheerder.


Artikel 9 Slotregel

Dit uitwerkingsplan kan worden aangehaald onder de naam “Poelkade zuid" van het bestemmingsplan "Het Nieuwe Water".

Copyright ©2015 Konijnenburg Groep - Algemene voorwaarden