| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Tilligte Noord fase 1 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1774.TAMKKTILLIGTENRDF1-VG01 |
Preambule
Dit plan beoogt het realiseren van 11 woningen ten noorden van de kern Tilligte. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Dinkelland. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt. Voor zover de meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 in strijd zijn met de meet- en rekenbepalingen in dit artikel, gaan deze meet- en rekenbepalingen voor.
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
tussen de grenzen van een bouwperceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst;
vanaf enig punt van een bouwwerk tot de rand van de wegberm aan de zijde van de weg;
de totale vloeroppervlakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen, trappenhuizen, gangen en overige dienstruimten.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, liftkokers, lichtkappen, zonnepanelen, erkers, luifels, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
Gronden binnen de functie 'Agrarisch - 1' mogen worden gebruikt voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbijbehorende:
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:
| Functie van een bouwwerk | Maximale oppervlakte of inhoud per bouwvlak/bedrijf* | Goothoogte in m* | Dakhelling in ° | Hoogte in m* | ||||
| Per gebouw of overkapping | gezamenlijk | Max. | Min. | Max. | Max. | |||
| Bedrijfsgebouw, waaronder een overkapping | - # | - | 6,00 | 18 | 60 | 12,00 | ||
| Bedrijfswoning | 750 m³ * | - | 3,50* | 30* | 60* | 9,00* | ||
| Bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning | - | 100 m2 | 3,50 | - | 60 | -** | ||
| Tunnelkassen en blaastunnels | - | - | - | - | - | 1,50 | ||
| # bij gebouwen of overkappingen, die groter zijn dan: - 500 m³, dient het bouwplan vergezeld te gaan van een landschappelijk inpassingsplan; - 2.000 m³, dient het bouwplan vergezeld te gaan van een erfinrichtingsplan ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing en een goede ruimtelijke kwaliteitsverhouding tot de bestaande bebouwing. * tenzij de bestaande maatvoering in geval van bewoning van een boerderijpand met een woongedeelte en een deel meer bedraagt, in welk geval de maatvoering van het boerderijpand inclusief de deel ten hoogste de bestaande maatvoering zal bedragen, waarbij de inhoud van het woongedeelte binnen het boerderijpand ten hoogste 750 m³ zal bedragen, tenzij de bestaande inhoud van het woongedeelte meer bedraagt, in welk geval de inhoud van het woongedeelte binnen het boerderijpand ten hoogste de bestaande inhoud zal bedragen. ** de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk of overkapping zal ten minste 1,00 m lager zijn dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning. |
||||||||
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
De volgende gebruiksactiviteiten worden in aanvulling op het gestelde in 10.1 als verboden gebruiksactiviteit aangemerkt:
Het is conform 4.3.1 onder k verboden zonder omgevingsvergunning de bedrijfswoning, te gebruiken voor meer dan één huishouden ten behoeve van inwoning. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
Het bepaalde in 4.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de waarden van de historische buitenplaatsen, de geomorfologische, cultuurhistorische en archeologische waarden.
De in 4.5.1 onder a en e genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien er zodanige compensatie plaatsvindt dat de landschappelijke structuur niet onevenredig wordt geschaad.
Gronden en bouwwerken binnen de functie 'Groen' mogen worden gebruikt voor:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden de in 5.2 opgenomen beoordelingsregels.
Binnen de voor 'Groen' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 5.1.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
Het is verboden op of in deze gronden gebouwen of overkappingen te bouwen.
De volgende gebruiksactiviteiten worden als verboden gebruiksactiviteit aangemerkt:
Voor evenementen gelden de volgende bepalingen:
Gronden en bouwwerken binnen de functie 'Verkeer' mogen worden gebruikt voor:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden de in 6.2 opgenomen beoordelingsregels.
Op de voor 'Verkeer' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in lid 6.1
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:
Het is verboden op of in deze gronden gebouwen of overkappingen te bouwen.
Voor evenementen gelden de volgende bepalingen:
Gronden en bouwwerken binnen de functie 'Wonen - Wonen in de bebouwde kom' mogen worden gebruikt voor het wonen, met daaraan ondergeschikt:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden de in 7.2 opgenomen beoordelingsregels.
In afwijking van het bepaalde in artikel 22.29 lid 1 onder b met betrekking tot het uiterlijk en situering van bouwwerken, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling, moet voldoen aan de beleidsregels 'Beeldkwaliteitsplan Ontwikkeling woningbouw Tilligte Noord fase 1' als bedoeld in artikel 4.19 Omgevingswet.
Binnen de functie 'Wonen - Wonen in de bebouwde kom' mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in 7.1.
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
In afwijking van het bepaalde in lid 7.2.5 sub a mogen bij een hoekperceel vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan bijbehorende bouwwerken worden gebouwd, met dien verstande dat:
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
Binnen deze functie is gebruik van een deel van de woning, bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
De volgende gebruiksactiviteiten worden als verboden gebruiksactiviteiten aangemerkt:
Onder het gebruik wordt tevens verstaan het laten gebruiken.
Het gebruik van gronden en bouwwerken met deze functie voor 'Wonen - Wonen in de bebouwde kom' is slechts toegestaan indien de waterbergingsvoorzieningen met inachtneming van Bijlage 3 zijn aangelegd en nadien in stand gehouden worden, met dien verstande dat op het moment dat met de bouw van de eerste woning wordt gestart, deze waterbergingsvoorzieningen gereed zijn.
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.3.3 indien in plaats van de waterbergingsvoorzieningen van Bijlage 3 andere waterbergingsvoorzieningen worden getroffen, met dien verstande dat:
Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend:
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.3.5 indien in plaats van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in Bijlage 4, andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat:
Het is conform 7.3.2 onder e verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken voor inwoning. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels:
Grond die in aanmerking genomen moet worden bij een verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen mag, behoudens intrekking van die omgevingsvergunning, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning in aanmerking worden genomen.
In afwijking van het bepaalde in artikel 22.7 lid 1 geldt voor het uiterlijk van de te bouwen bouwwerken in de functie Wonen - Wonen in de bebouwde kom, bedoeld in artikel 22.7, dat deze dienen te voldoen aan de beleidsregels 'Beeldkwaliteitsplan Ontwikkeling woningbouw Tilligte Noord fase 1' als bedoeld in artikel 4.19 Omgevingswet.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten. Hieronder wordt in ieder geval gerekend:
Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen en/of gebruik van gronden, wordt niet eerder verleend dan nadat op eigen erf in voldoende mate is voorzien in de benodigde parkeerruimte.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.