direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Paraplubestemmingsplan kernen gemeente Dinkelland
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1774.PARAPLUPLANKERNEN-VG01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Dit bestemmingsplan (paraplubestemmingsplan) heeft betrekking op de kernen van de gemeente Dinkelland. Met dit bestemmingsplan speelt de gemeente Dinkelland in op de beleidsuitgangspunten vanuit het project "deregulering planregels".

Dit bestemmingsplan heeft als doel het herstellen in de geldende bestemmingsplannen aanwezige tekortkomingen in de bestaande regels. Dit kan in de vorm van een zogenaamd paraplubestemmingsplan, waarbij op een aantal punten de genoemde bestemmingsplannen worden aangepast. Omdat de regeling overkoepelend geldt voor een groot aantal bestemmingsplannen wordt het een paraplubestemmingsplan genoemd.

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een parapluregeling voor de onderwerpen die zijn opgenomen in paragraaf 1.2 en uitgewerkt in hoofdstuk 2.

1.2 Inhoud parapluplan

Het plangebied (zie figuur 1) betreft alle kernen van de gemeente Dinkelland, dit zijn: Denekamp, Deurningen, Lattrop, Noord Deurningen, Ootmarsum, Rossum, Saasveld, Tilligte en Weerselo.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.PARAPLUPLANKERNEN-VG01_0001.jpg"

Figuur 1: De ligging van het plangebied

Het voorliggende bestemmingsplan herziet deze plannen op de volgende onderwerpen:

  • 1. het opnemen van een begrip 'wonen' om te voorkomen dat er diverse woonvormen mogelijk zijn;
  • 2. deregulering planregels;
  • 3. uitsluiten kamerverhuur;
  • 4. vastleggen aantal woningen in centrum- en gemengde bestemmingen;
  • 5. opnemen 'Algemene gebruiksregels;
  • 6. regeling lichtmasten op sportvelden;
  • 7. het opnemen van markten en standplaatsen voor ambulante handel;
  • 8. parkeerregeling.

De plannen waarop dit paraplubestemmingsplan betrekking heeft, zijn opgenomen in paragraaf 1.3 en juridisch verankerd in de toepassingsbepaling van artikel 2 van de regels.

1.3 Geldende bestemmingsplannen

Het plangebied betreft de kernen van de gemeente Dinkelland. Hiervoor gelden verschillende bestemmingsplannen. In onderstaand overzicht is aangegeven welke regelingen in het plangebied voor de verschillende kernen gelden.

Kern   plan   Vastgesteld op  
Denekamp   Denekamp, Diepengoor   1-12-2015  
  Denekamp, Prins Hendrikstraat 8   17-12-2013  
  Denekamp, Dunantstraat ongenummerd   27-6-2017  
  bestemmingsplan Denekamp, Ootmarsumsestraat 6-8   24-5-2016  
  Denekamp, Aveskamp   7-11-2017  
  Denekamp, Kafmolen   22-3-2016  
  De Timp te Denekamp   31-3-2015  
  Denekamp, Vledderstraat- Brinkstraat   8-10-2013  
  Achterom versie 2   27-10-2015  
  Bedrijventerrein Denekamp   17-12-2013  
  Denekamp, Brandlichterweg 44   3-6-2014  
  Denekamp, Brink 4   29-1-2013  
  Denekamp, Brinkstraat 40   3-3-2015  
  Bestemmingsplan Denekamp   9-10-2012  
  Denekamp, Dunantstraat ongenummerd   27-6-2017  
  Eurowerft-Noord   25-3-2014  
  Denekamp, Hoogklimmer 33   18-4-2017  
  Kappelhofsweg   26-4-2010  
  Bedrijventerrein Sombeek IV   19-9-2017  
  Denekamp, Veldkampsweg 7   4-11-2014  
  Denekamp, Diekmanweg 3   8-4-2014  
  parkeerplaatsen centrum Denekamp   26-11-2013  
  Parapluplan Staat van Bedrijfsactiviteiten Dinkelland   19-04-2016  
  Denekamp, Churchilsstraat 65   24-04-2018  
  Knik 8 Denekamp   16-10-2018  
  Denekamp, Hopmanstraat 12   26-11-2019  
  Denekamp, verleggen gasleiding Kloppendijk-Nordhornsestraat   26-11-2019  
  Denekamp, Hopmanstraat 30   19-01-2021  
Deurningen   Deurningen   29-1-2013  
  Deurninger Es   1-7-2014  
  Deurningen, Hoofdstraat 36   1-7-2014  
  Deurningen, Hoofdstraat 38   20-9-2016  
  Deurningen, Deurningerstraat 35 en 37   26-03-2019  
Lattrop   Lattrop, Dorpsstraat 91   26-1-2016  
  Lattrop, Dorpsstraat naast 26   19-12-2017  
  Lattrop, Dorpsstraat naast 85   24-5-2016  
  "Kraakenhof"   21-1-2014  
  Lattrop   26-2-2013  
  Lattrop, herziening Kraakenhof   13-03-2018  
  Lattrop, Dorpsstraat 23   15-12-2020  
Noord Deurningen   Noord Deurningen, groenstrook Gravenveen   25-3-2014  
  Bestemmingsplan Noord-Deurningen, Johanninksweg   16-4-2013  
  Noord Deurningen derde fase   20-3-2012  
  Noord Deurningen   11-12-2012  
  Noord Deurningen, herverkaveling Zuudplas   26-05-2020  
Ootmarsum   Ootmarsum, Commanderie   3-11-2015  
  Bestemmingsplan kavel Koggelsteeg De Mors Ootmarsum   19-4-2016  
  Schiltstraat 12   26-4-2011  
  Westwal 17, Ootmarsum   8-4-2011  
  Bedrijventerrein Ootmarsum   25-3-2014  
  Ootmarsum, Brookhuis West   4-11-2014  
  Bestemmingsplan Ootmarsum-centrum   12-10-2010  
  bestemmingsplan Uitbreiding Kabra de Mors te Ootmarsum   1-12-2015  
  Ootmarsum, de Mors 63   6-10-2015  
  Bedrijventerrein Ootmarsum, Denekamperstraat 67   16-12-2014  
  Klooster Ootmarsum 2015   19-4-2016  
  Bestemmingsplan verlegging Kropsbeek te Ootmarsum   2-7-2013  
  Ootmarsum Overige Gebieden   18-9-2012  
  bestemmingsplan Molnbekke, Ootmarsum   12-10-2010  
  Ootmarsum, Stadweide   20-9-2016  
  Tijinkskamp en Galgenveld De Mors te Ootmarsum   7-11-2017  
  Ootmarsum, Brookhuis   8-3-2008  
  Brookhuis, De Duus   9-12-2014  
  Brookhuis, Timmusweg 1-3   9-12-2014  
  Ootmarsum, Commanderiestraat   10-07-2018  
  Voormalige rabo te Ootmarsum   10-07-2018  
  Laagsestraat 10, Ootmarsum   26-02-2019  
  Bestemmingsplan Kerkplein 20, Ootmarsum   28-01-2020  
  Uitbreiding de Mors 155 te Ootmarsum   22-09-2020  
  Erve Molenbeek   30-03-2021  
Rossum   De Weeldbaan 1 te Rossum   26-1-2016  
  Rossum   18-9-2012  
  Rossum-Noord   29-11-2016  
  Kerkewei 2 Rossum   8-9-2015  
  Rossum, Grotestraat 44-48   29-01-2019  
  Father Raatgerstraat 1 Rossum   26-11-2019  
  Rossum, Pierikspad 1 en 3   15-12-2020  
Saasveld   Drosteweg 18 te Saasveld   29-1-2013  
  herinrichting sportcomplex De Esch te Saasveld   17-12-2013  
  Saasveld   18-9-2012  
  Saasveld, Diezelkamp 2 afronding   16-10-2018  
Tilligte   Hunenborgseweg 6-8 te Tilligte   27-6-2017  
  bestemmingsplan Tilligte, partiele herziening uitbreiding winkel en parkeerplaatsen Koopman   1-3-2013  
  Tilligte, woningbouwlocatie 'Ten Dam'   2-7-2013  
  Tilligte   26-2-2013  
  Tilligte West   11-12-2012  
Weerselo   Abdijweg ongenummerd 3 vrijstaande woningen   4-6-2013  
  Bedrijventerrein Weerselo   5-11-2013  
  Weerselo, nabij Bisschopstraat 3   30-6-2014  
  Weerselo Bisschopstraat 13a en 13b   30-5-2011  
  Bedrijventerrein Echelpoel III   11-12-2012  
  Weerselo, Echelpoelweg 9-11   21-4-2015  
  Bestemmingsplan Bedrijventerrein Weerselo, Gunnerstraat 33   4-6-2013  
  Haarstraat 19 te Weerselo   4-11-2014  
  Het Spikkert, tweede fase   28-6-2016  
  Het Spikkert, eerste fase   5-11-2013  
  Bestemmingsplan Het Stift   12-10-2010  
  Partiële herziening Het Stift, ontsluiting Rudolph Wilminklaan 10   18-10-2011  
  Stiftstraat 6 Weerselo   20-3-2012  
  Het Trefpunt   28-5-2013  
  NL.IMRO1774.WEEBPWEERSELOKERN   9-10-2013  
  Weerselo, Kolberinksmaat Erve Reestman   5-11-2013  
  Parapluplan Staat van Bedrijfsactiviteiten Dinkelland   19-04-2016  
  Bisschopstraat 39, Weerselo   16-10-2018  
  Het Hoikinck   24-11-2020  
  Gunnerstraat 10 Weerselo   30-03-2021  
  Het Spikkert, eerste fase herziening   21-04-2020  

Met dit paraplubestemmingsplan worden regelingen in de genoemde bestemmingsplannen in de regels en/of op de verbeelding geheel of gedeeltelijk herzien.

1.4 Leeswijzer

In deze toelichting worden, na dit inleidende hoofdstuk, in hoofdstuk 2 de aanpassingen beschreven, waarbij de inhoud en juridische vertaling per locatie uiteen wordt gezet. Hoofdstuk 3 bevat het beleidskader en in hoofdstuk 4 worden de milieuaspecten bij het plan toegelicht. In hoofdstuk 5 wordt de juridische regeling uitgelegd. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de uitvoerbaarheid van het plan uitgewerkt.

Hoofdstuk 2 Aanpassingen

Dit hoofdstuk beschrijft de benodigde aanpassingen van de geldende bestemmingsplannen (zie ook paragraaf 1.3).

2.1 Algemene aanpassingen

Aanpassing   Motivatie  
Het opnemen van het begrip Wonen; "Wonen".   Een begrip Wonen opnemen waar dit nog niet het geval is, om te voorkomen dat diverse woonvormen mogelijk zijn.  
Het opnemen van een specifieke gebruiksregel in de planregels bij woonbestemmingen die het gebruik van woningen voor kamerverhuur verbiedt.   Kamerverhuur binnen reguliere woningen is binnen de gemeente Dinkelland ongewenst.  
Het opnemen van een binnenplanse afwijken voor verhoging van lichtmasten op de sportvelden.   Een mogelijkheid bieden voor het verhogen van lichtmasten op sportvelden.  
Voor deze kernen is binnen de bestemming 'Centrum', 'Cultuur en ontspanning', 'Detailhandel', 'Horeca', 'Kantoor' en 'Maatschappelijk' het aantal woningen gemaximaliseerd.   Het aantal woningen in de centrumgebieden van de kernen worden gemaximaliseerd om zo uitbreiding hiervan niet mogelijk te maken conform de Woonvisie 2016+.  
Het opnemen van een gebruiksregel voor permanente bewoning en het gebruik van vrijstaande gebouwen voor wonen.   Om bepaald ongewenst gebruikt tegen te gaan is in de regels strijdig gebruik opgenomen voor permanente bewoning van bijbehorende bouwwerken, recreatiewoningen en kampeermiddelen en het gebruik van vrijstaande gebouwen voor wonen.  
Het opnemen van markten en standplaatsen voor ambulante handel.   markten en standplaatsen voor ambulante detailhandel mogen niet in strijd zijn met een bestemmingsplan. Hiervoor is een regeling opgenomen.  
Maximalisatie woningen binnen de woonbestemming   Het aantal woningen binnen de bestemming 'Wonen' van het bestemmingsplan 'Weerselo-kern' en 'Ootmarsum-centrum' vastleggen op het bestaande aantal. Waar nog woningbouw mogelijk is, is dit aangegeven met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'.  

2.2 Aanpassingen in het kader van deregulering

Op 23 april 2019 heeft het college van de gemeente Dinkelland de 'Notitie deregulering onder de Omgevingswet' vastgesteld. Deze notitie gaat, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2022, in op de behoefte om binnen de huidige bestemmingsplannen al tot een mate van deregulering te komen.

In deze nota zijn onder meer de mogelijkheden onderzocht tot verruiming van de erfbebouwingsregeling in de kernen, met inachtneming van het vergunningvrij bouwen. Om te komen tot een goed overzicht van de mogelijkheden en de wensen tot deregulering, zijn gesprekken gevoerd met externe partijen en is er intern een bijeenkomst georganiseerd met betrokken medewerkers en met de beide portefeuillehouders. Nadrukkelijk is gekeken waar op een verantwoorde wijze binnen de huidige plansystemen mogelijkheden bestaan om tot deregulering te komen. Dit heeft geresulteerd in de volgende uitkomsten die in het voorliggende bestemmingsplan zijn verwerkt:

Begrippen: Artikel 1 begrippen   In het kader van uniforme regels worden alle begrippen gelijk getrokken. De bestaande begrippen in de plannen die in deze herziening van toepassing zijn, komen daarmee te vervallen.  
Oppervlakteregeling bijbehorende bouwwerken : Artikel 4, lid 4.2.1 sub b   In het kader van een uniforme erfbebouwingsregeling worden alle regels m.b.t. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken vervangen door een regeling waarin voor alle percelen maximaal 50% van het bouwperceel mag worden bebouwd met een maximum tot 250 m². Het bouwperceel is dan het volledige perceel, dus inclusief voor- en achtererf en met inbegrip van de oppervlakte van het hoofdgebouw.  
Situeringseis bijbehorende bouwwerken: Artikel 4, lid 4.2.1 sub a   In het kader van een uniforme erfbebouwingsregeling wordt de afstand m.b.t. het bouwen van bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel (of het verlengde daarvan) verkleind van 3 meter naar 1 meter. Dit sluit aan tevens aan op vergunningvrij bouwen.  
Regels voor bijbehorende bouwwerken in hoeksituaties: Artikel 4 lid 4.2.3.   In het kader van deregulering is de regeling voor bijbehorende bouwwerken in hoeksituaties vereenvoudigd.  
Erkerregeling: Artikel 4 lid 4.2.1 sub f   In het kader van deregulering is de regeling voor erkers vereenvoudigd in die zin dat de breedte van een erker aan alle gevels dezelfde afmeting mag hebben (maximaal 2/3 van de voorgevel van het hoofdgebouw).  
Uitzondering voor overschrijding bouwvlak voor hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken vóór de voorgevel: Artikel 4, lid 4.2.2.   Ten behoeve van het aspect duurzaam bouwen kan het nodig zijn dat een woning een installatieruimte nodig heeft die in een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk geplaatst moet worden. Nu mag een hoofdgebouw niet buiten het bouwvlak en een bijbehorend bouwwerk niet aan de zijde van de voorgevel worden gebouwd. Er is wellicht noodzaak om in verband met duurzaam en gasloos bouwen hiervoor ruimte te bieden. Om die reden is voor zowel het hoofdgebouw (buiten het bouwvlak bouwen) als voor bijbehorende bouwwerken (vóór de voorgevel bouwen) een regeling opgenomen die dit voor duurzaamheidsmaatregelen mogelijk maakt.  
Regeling afwijkende bouwvormen: Artikel 7, lid 7.2 sub a   De bestaande bouwregels voor woningen gaan veelal uit van een traditionele bouwvorm (één of twee bouwlagen met kap). De regeling in de bestemmingsplannen voorzien niet in afwijkende bouwvormen. Hierdoor zijn buitenplanse afwijkingsprocedures nodig om bepaalde bouwvormen toe te staan. Teneinde afwijkende bouwvormen (binnenplans) mogelijk te maken is een algemene afwijkingsregeling opgenomen die onder voorwaarden (o.a. welstand) kan worden toegepast.  

2.3 Parkeerregeling

2.3.1 Aanleiding

Als gevolg van een wetswijziging zijn de regels in de bouwverordening voor wat betreft het parkeren niet meer van toepassing als er een nieuw bestemmingsplan wordt vastgesteld. Als de gemeente het parkeren wil reguleren dan moet dit vanaf nu via het bestemmingsplan.

Hiertoe is artikel 3.1.2 van het Bro aangepast, omdat er een onderdeel is toegevoegd op grond waarvan het mogelijk is om zogenaamde 'wetsinterpreterende regels' op te nemen in het bestemmingsplan. Geregeld is dat ten behoeve van de goede ruimtelijke ordening in een bestemmingsplan regels kunnen worden opgenomen, waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Hiermee is het mogelijk gemaakt om een regeling voor het parkeren op te nemen, zonder parkeernormen concreet vast te leggen en kan blijvend worden gewerkt met een parkeerfonds.

In dit geval vormt de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018' de basis voor de in dit plan opgenomen regeling voor parkeren waarbij voor de regels zelf de voormalige bepalingen van de bouwverordening zijn gebruikt. Het voortborduren op de bepalingen van de bouwverordening heeft als voordeel dat hierover veel jurisprudentie is. De opvattingen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn bekend. Toegevoegd is het gebruik. De eisen voor het parkeren gelden dus niet alleen meer voor bouwen. Bij een gebruiksverandering moet er ook sprake zijn van voldoende parkeerruimte.

2.3.2 Parkeren op eigen erf

Elke initiatiefnemer van een plan is zelf verantwoordelijk voor het realiseren van zijn eigen parkeervoorzieningen. Een nieuw initiatief (uitbreiding, nieuwbouw of functiewijziging) mag geen onaanvaardbare problemen veroorzaken in de omgeving. Dit betekent dat in beginsel de parkeerbehoefte op eigen erf (de bij het bouwwerk behorende en daartoe bestemde gronden, voor de uitleg van het begrip 'erf' wordt aangesloten bij de definitie uit het Besluit omgevingsrecht) moet worden gerealiseerd. Aanvragers van een omgevingsvergunning zullen bij de aanvraag moeten aantonen hoeveel parkeerplaatsen er op eigen erf worden gerealiseerd. Indien er op het eigen erf onvoldoende parkeerruimte is en initiatiefnemer gebruik wil maken van één van de afwijkingsmogelijkheden, zal de initiatiefnemer moeten aantonen dat op een andere wijze in de parkeerruimte wordt voorzien.

2.3.3 Bepalen parkeerbehoefte

Voor het bepalen van de parkeerbehoefte vormen de gemeentelijke parkeernormen, de rekensystematiek, definities, uitgangspunten en de afmetingen van de parkeerplaatsen in de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018' de leidraad. Het betreffen de gemeentelijke normen die gelden op het moment van besluitvorming van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Bij de berekening van het aantal parkeerplaatsen wordt aan het eind van de berekening afgerond naar boven. Reden hiervoor is dat bij afronding naar beneden het aantal aan te leggen parkeerplaatsen niet overeenkomt met de totale parkeerbehoefte.

In de parkeerregeling is een zogenoemde 'dynamische verwijzing' naar het gemeentelijk beleid opgenomen. Als de beleidsinzichten met betrekking tot parkeren gedurende de looptijd van het bestemmingsplan wijzigen en dit in het parkeerbeleid wordt vastgesteld, kan er in het vervolg bij aanvragen om omgevingsvergunning voor bouwen en/of gebruikswijziging aan dit nieuwe beleid worden getoetst (ABRvS 9 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2837). Daardoor hoeven de bestemmingsplannen niet te worden herzien als het gemeentelijk beleid wijzigt.

In deze toelichting is nader uitgewerkt wat de parkeerbehoefte bij een bepaald gebruik is (de parkeernormen) en (als de extra parkeerbehoefte niet op eigen erf kan worden gerealiseerd) onder welke voorwaarden er een omgevingsvergunning voor het strijdig gebruik van het bestemmingsplan, de zogenoemde binnenplanse afwijking, kan worden verleend.

2.3.4 Afmetingen parkeerplaatsen

Voor het berekenen van het aantal parkeerplaatsen moet uit worden gegaan van standaardmaten. Zo geldt er een andere afmeting voor parkeren in de lengterichting van de weg dan voor parkeren in dwarsrichting van de weg. Zie bijlage V van de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018' voor de afmetingen van parkeergelegenheden. Indien tijdens de planperiode deze beleidsnotitie wordt gewijzigd, wordt verwezen naar het nieuwe beleid.

Er dient sprake te zijn van bruikbare parkeerplaatsen. Dit betekent dat de ruimte om de parkeerplaats te kunnen bereiken wel reëel moet zijn en dat de afstanden tussen parkeerplaatsen onderling en tussen parkeerplaatsen en gebouwen voldoende moet zijn om daadwerkelijk gebruik te kunnen maken van de parkeerplaatsen. Bij publieke voorzieningen geldt dat voldoende parkeerplaatsen voor minder valide gebruikers moeten worden aangelegd. Het betreft hier de algemene gehandicaptenparkeerplaatsen.

2.3.5 Toepassing parkeerregeling

Deze regeling is voortaan van toepassing op de plannen die zijn genoemd in paragraaf 1.3 en vervangt daarmee het 'Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland' dat is vastgesteld op 29 mei 2018.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

Een bestemmingsplan mag niet in strijd zijn met de beleidskaders op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Op nationaal niveau zijn de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) relevant. Op provinciaal niveau zijn dit de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening van de provincie Overijssel.

Dit bestemmingsplan maakt globaal het volgende mogelijk:

  • het verbieden van kamerverhuur binnen de woonbestemmingen;
  • het maximaliseren van het aantal woningen binnen de centrumgebieden van de kernen in de gemeente Dinkelland.

Voor de genoemde categorieën wordt gesteld dat - gelet op de aard, de inhoud en de schaal van de wijzigingen - het provinciaal en Rijksbeleid geen rol spelen. De locaties van dit plangebied liggen niet op gronden waarvoor specifieke eisen uit geldende beleidsstukken op Rijks- en provinciaal niveau voortvloeien. Dit plan is dan ook in overeenstemming met dit beleid.

Vanuit het gemeentelijke beleid worden enkele geldende regelingen aangepast. Dit zijn het verbieden van kamerverhuur binnen de woonbestemmingen. De beleidsuitgangspunten hiervoor staan hierna beschreven.

Verbieden kamerverhuur binnen woonbestemmingen

Naar aanleiding van een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State wil de gemeente voorkomen dan binnen de woonbestemmingen diverse woonvormen mogelijk zijn. Hiervoor wordt het begrip 'woning' uitgebreid, zodanig dat andere woonvormen (waaronder kamerverhuur) worden uitgesloten.

Maximaliseren van het aantal woningen binnen de centrumbestemmingen

Vanuit de Woonvisie 2016+ zet de gemeente in op attractieve kernen, waarbij de aantrekkingskracht van de kernen wordt versterkt. Dit betekent voor de centrumgebieden van Denekamp, Deurningen, Lattrop, Noord Deurningen, Ootmarsum, Rossum, Saasveld, Tilligte en Weerselo. dat de gemeente vooral inzet op een kwaliteitsvergroting, op een verduurzaming van de woningvoorraad en op transformatie en herstructurering. De gemeente volgt hiervoor het proces volgens 'Gebiedsontwikkeling 3.0, waarbij samen met participanten een ontwikkeling van het gebied teweeg gebracht wordt. Met kleine stappen wordt zo een ontwikkeling in gang gezet die een toegevoegde waarde levert voor het gebied (ruimtelijke kwaliteit, economische vitaliteit, sociale leefbaarheid).

De gemeente ziet mogelijkheden om vrijkomende winkelpanden beschikbaar te stellen voor bijvoorbeeld de functie wonen. Zo probeert de gemeente leegstand te voorkomen en wordt meer ruimte gecreëerd voor wonen in/nabij het centrum. Een onbeperkte groei van het aantal woningen in de centrumgebieden is niet wenselijk. Daarom worden het aantal woningen in de centrumgebieden (binnen de bestemmingen 'Centrum', 'Cultuur en ontspanning', 'Detailhandel', 'Horeca', 'Kantoor' en 'Maatschappelijk') van Dinkelland, gemaximaliseerd tot het bestaande aantal.

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

In het kader van een goede ruimtelijke ordening mag een bestemmingsplan niet in strijd zijn met een aantal milieu- en omgevingsaspecten. Dit betreft de milieu- en omgevingsaspecten water, bodem, archeologie, cultuurhistorie, luchtkwaliteit, bedrijven en milieuzonering, externe veiligheid, kabels en leidingen en ecologie.

Bij het genoemde zijn geen specifieke ontwikkelingen aanwezig die naar aard, schaal en inhoud invloed hebben om milieu- en omgevingsaspecten. Een nadere toetsing aan de aspecten is dan ook niet noodzakelijk binnen dit bestemmingsplan.

Hoofdstuk 5 Juridische regeling

Dit bestemmingsplan bevat een aantal artikelen waarin de in hoofdstuk 2 aangegeven onderwerpen als het ware worden ingepast in de geldende regelingen. Per onderwerp is een bepaling opgenomen op welke wijze de regeling in het betreffende bestemmingsplan is verwerkt.

Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd. Er wordt als het ware een laag aan de betreffende bestemmingsplannen toegevoegd.

In artikel 2 is een toepassingsbepaling opgenomen waarin is bepaald welke bestemmingsplannen worden herzien.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds aangetoond door de financiële haalbaarheid en anderzijds via de grondexploitatieregeling vanuit de wetgeving. In dit bestemmingsplan worden vooreerst geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij deze aspecten aangetoond moeten worden. Het plan maakt immers, ten opzichte van geldende regelingen en vergunningen, geen nieuwe bouwplannen mogelijk. Daarbij komt dat dit bestemmingsplan ook niet voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente. Het aantonen van de financiële haalbaarheid is nodig en de grondexploitatieregeling is niet van toepassing. De vaststelling van een exploitatieplan is bij dit bestemmingsplan niet van toepassing.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan kan worden aangetoond door het doorlopen van de in de Wro opgenomen bestemmingsplanprocedure. De gemeente Dinkelland kiest er bij dit bestemmingsplan voor om een inspraakprocedure te volgen, hetgeen betekent dat het voorontwerp bestemmingsplan zes weken ter inzage ligt.

Het voorontwerp paraplubestemmingsplan heeft van 21 december 2018 tot en met 31 januari 2019 voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn geen inspraakreacties ontvangen.

Voordat het bestemmingsplan formeel ter inzage is gelegd, is het bestemmingsplan nog op een aantal onderdelen aangevuld. Het gaat onder andere om het dereguleren van bestaande regels in de bestemmingsplannen voor de kernen om voor te sorteren op de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Vervolgens wordt voor de start van de wettelijke procedure op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening de Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) doorlopen. Hierbij wordt een ieder gedurende zes weken in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen over het ontwerpbestemmingsplan.

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 17 juli 2020 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ontvangen.

Nadat de gemeente op eventueel ingekomen zienswijzen heeft gereageerd en waar nodig het bestemmingsplan hierop heeft aangepast, wordt het plan door de gemeenteraad vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt samen met het bestemmingsplan ter inzage gelegd, waarbij voor belanghebbenden beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.