direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Chw parapluplan implementatie Omgevingswet Rijssen-Holten
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1742.BP2023001-0401

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Algemeen

De Omgevingswet per 1 januari 2023 in werking. Daarmee verandert de procedure voor het wijzigen van het juridisch bindende bestemmingsplan. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in een bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid worden opgenomen. Deze wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan brengen met zich mee dat het college van burgemeester en wethouders (B&W) het bestemmingsplan, mits aan de voorwaarden zoals in het bestemmingsplan opgenomen, wordt voldaan, zelfstandig kunnen wijzigen, via een wijzigingsplan op basis van artikel 3.6 Wro.

Onder de Omgevingswet verdwijnt deze wettelijke wijzigingsbevoegdheid uit de Wro en er wordt niet voorzien in overgangsrecht. Wijzigingsbevoegdheden die nog in het bestemmingsplan zitten en nog niet gebruikt zijn, worden niet waardeloos, maar onder een andere juridische procedure gaan vallen. De wetgever heeft namelijk voorzien in een andersoortige overgangsregeling. De wetgever heeft beoogt de wijzigingsbevoegdheden uit de bestaande bestemmingsplannen onder de Omgevingswet gelijk te moeten stellen met de binnenplanse beoordelingstoets (artikel 22.32 Invoeringsbesluit Omgevingswet).

Het verschuiven van de wijzigingsbevoegdheden naar de binnenplanse beoordelingsregels is niet voor alle wijzigingsbevoegdheden wenselijk. Daarom heeft de gemeente Rijssen-Holten gemeend een delegatiebepaling op te moeten stellen: het Delegatiebesluit omgevingsplan gemeente Rijssen-Holten. Met dit delegatiebesluit wordt hetzelfde beoogd als met de wijzigingsbevoegdheden uit het bestemmingsplan onder de Wro.

Om dit juridisch te regelen, worden de wijzigingsbevoegdheden die zich niet lenen voor de binnenplanse beoordelingsregels geschrapt. Dit doen we door het opstellen van het Chw veegplan schrappen wijzigingsbevoegdheden. Het is de bedoeling de bevoegdheden daarna op te nemen in het Delegatiebesluit omgevingsplan gemeente Rijssen-Holten, zodat deze juridisch bindend worden.

1.2 Ligging plangebied

De artikelen uit de parpuplan hebben verschillende werkingsgebieden. Hoofdstuk 2 geldt alleen voor de op de plankaart aangeduide enkelbestemmingen. De artikelen uit hoofdstuk 3 hebben wisselende werkingsgebieden. Een gedeelte geldt voor de gehele gemeente, een gedeelte voor gedeelten. Voor welke gedeelten volgt uit de gebiedsaanduiding op de plankaart.

1.3 Huidig planologisch regime

Onderhavig bestemmingsplan voorziet in voor sommige bestemmingsplannen in een aanvullende regeling ten aanzien van het geldende bestemmingsplan.Uit de kaart volgt voor welke gebieden welke regels aanvullend werken. Overige regels uit deze bestemmingsplannen blijven onverminderd van kracht.

Hoofdstuk 2 Planopzet

2.1 Planopzet

Het bestemmingsplan 'Chw parapluplan implementatie Omgevingswet' bestaat uit een verbeelding (plankaart), planregels en deze plantoelichting. De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridische deel van het bestemmingsplan. Deze vormen het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van gronden en bebouwing. in de regels worden mogelijkheden in artikelen vastgelegd. Op de verbeelding worden de bestemmingen, bouw- en gebruiksmogelijkheden per locatie aangeduid. Het bestemmingsplan is opgesteld in aansluiting op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012.

Het parapluplan voorziet in diverse artikelen die naar onderwerp gerubriceerd zijn in hoofdstukken.

Het plan bevat in hoofdstuk 2 regels voor het actualiseren van bestemmingen voor stukjes in het verleden verkochte gemeentegrond. In de overeenkomst bij de grondtransactie is als inspaningsverplichting voor de gemeente opgenomen de bestemming in overeenstemming met het gebruik te brengen. In het overgrote deel van de stukjes grond gaat het om aanpassen ten behoeve van gebruik als tuin bij een woning. Het is wenselijk deze opschoonactie voor inwerkingtreding van de Omgevingswet door te voeren. Het nieuwe stelsel bevat grote technische uitdagingen. Door een zo actueel mogelijjk bestemmingsplanbestand te hebben, wordt de complexiteit niet nog groter.

In hoofdstuk 3 zijn in aanvulling op enkele bestemmingsplannen regels opgenomen die nu in de zogenaamde 'kruimellijst' zijn opgenomen. Met de kruimellijst kan er voor vooraf afgebakende gevallen afgeweken worden van een geldend bestemmingsplan. De kruimellijst vervalt van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor een aantal gedeelten van de kruimellijst wordt met wisselende regelmaat gebruik gemaakt. Als niets geregeld wordt, vervalt de bevoegdheid af te wijken van het omgevingsplan niet van rechtswege. De procedure kent alleen wel meer stappen. Dat is voor een aantal onderwerpen minder gewenst. Het is daarom wenselijk de vaker voorkomende gevallen onder het huidige recht om te zetten naar een omgevingsvergunning op basis van het bestemmingsplan.
Deze gevallen gaan daarmee straks onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan en kunnen gebruikt worden zoals we dat nu gewend zijn. Het betreft in feite dus een technisch-juridisch verplaatsing om onze huidige werkwijze te kunnen continueren. Een beperkt aantal gevallen van de bestaande kruimellijst worden niet of nauwelijk gebruikt. Deze worden niet overgenomen naar dit parapluplan. Eventuele initiatieven kunnen via een buitenplanse omgevingsplan activiteit beoordeeld worden.

2.2 Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1 Algemene regels


Artikel 3 Toepassingsbereik

Dit artikel verduidelijkt de status van het parapluplan ten opzichte van bestaande vigerende bestemmingsplannen. Het parapluplan is een aanvulling of verbijzondering op bestaande regels. Alle overige regels uit vigerende bestemmingsplan blijven ongewijzigd van kracht.

Hoofdstuk 2 Vegen groen- en reststroken

Dit hoofdstuk bevat regels voor specifieke locaties waar groen- reststroken verkocht zijn.

Hoofdstuk 3 Voormalige kruimellijst

Dit hoofdstuk bevat de meest gebruikte juridische regels uit het bestaande gemeentelijke beleid 'Planologisch afwijkingsbeleid gemeente Rijssen - Holten 2021'.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 15 en 16 Overgangsrecht

Het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat deze regels (letterlijk) in een bestemmingsplan moeten worden opgenomen om op juiste wijze om te kunnen gaan met een veranderd planologisch regiem. Gevestigde belangen blijven gelden, maar hiervoor geldt wel een uitsterfbeleid.

Artikel 17 Slotregel

In artikel 17 wordt kenbaar gemaakt dat de regels in dit bestemmingsplan worden aangehaald als 'Regels van het Chw parapluplan implementatie Omgevingswet'.

Hoofdstuk 3 Uitvoerbaarheid

3.1 Economische uitvoerbaarheid

In artikel 3.1.6 lid 1, aanhef en onder f van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat onderzocht moet worden of een bestemmingsplan uitvoerbaar is. Hieronder wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid.

Het is met het oog op de geplande ontwikkeling van onderliggend bestemmingsplan niet nodig om een grondexploitatie vast te stellen. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat een grondexploitatie dient te worden opgesteld voor gronden met een door algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan. Dit is in onderliggend bestemmingsplan niet het geval en een grondexploitatie is daarom niet nodig.

Het parapluplan bevat geen uitvoeringsaspecten. Voor de gemeente Rijssen-Holten zijn aan zowel de opstelling als de uitvoering van dit bestemmingsplan geen kosten verbonden, ander dan de begrote kosten voor de planvorming. De economische uitvoerbaarheid is daarmee aangetoond.

3.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In artikel 3.1.6 lid 1, aanhef en onder e van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat een beschrijving dient te worden opgenomen van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereidingen van het bestemmingsplan zijn betrokken.

Inspraak

Voor dit bestemmingsplan is geen inspraakronde gehouden. Dit plan past binnen het vastgestelde beleid en betreft een aanpassing richting nieuwe wetgeving. Verder voorziet het plan in een het publiekrecht vastleggen van bestaande privaatrechtelijke afspraken. Om deze reden kan dit plan als onomstreden worden beschouwd. Het is vanzelfsprekend dat de mogelijkheid voor het indienen van een zienswijze aanwezig blijft.

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient de gemeente bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met betrokken Waterschappen en diensten van Rijk en Provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn.

Dit plan bevat geen uitvoeringsaspecten en maakt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Met dit veegplan zijn geen nationale, provinciale, dan wel waterschapsbelangen in het geding. Om die reden heeft geen vooroverleg plaatsgevonden met het rijk, de provincie en de waterschappen.

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan “Chw parapluplan implementatie Omgevingswet Rijssen-Holten” heeft met ingang van donderdag 7 september 2023 tot en met woensdag 18 oktober 2023 voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren te brengen. Er zijn twee zienswijzen ingediend en deze zijn in beschouwing genomen, voor de nadere uitzeenzetting wordt verwezen naar de zienswijzennota zoals opgenomen in bijlage 4.