direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Echteld, verleggen gasleiding Waalbandijk - Spijkersestraat
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1740.tamECgaswaalbndijk-vst1

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Toepassingsbereik

1.1 Onderdeel omgevingsplan Neder-Betuwe

Dit plan wijzigt het omgevingsplan Neder-Betuwe in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan Neder-Betuwe een hoofdstuk 22u wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk '22u' van het omgevingsplan Neder-Betuwe. In de artikelkop van de artikelen moet na het 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22u' gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22u' gelezen worden.

1.2 Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4

1.3 Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat

De regels in afdeling 22.2 en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.

1.4 Verwijzing naar verbeelding

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Echteld, verleggen gasleiding Waalbandijk - Spijkersestraat (Hoofdstuk 22u omgevingsplan Neder-Betuwe), waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1740.tamECgaswaalbndijk-vst1.

1.5 Voorrangsbepaling

Binnen de locatie 'Leiding – Gas' die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1740.tamECgaswaalbndijk-vst1 is aangewezen, gaan regels in deze titel voor op de regels die zijn openomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan zoals bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.

Artikel 2 Begripsbepalingen

2.1 Van toepassing verklaring

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn ook van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij artikel 2.2 een afwijkende of aanvullende begripsomschrijving bevat.

2.2 Afwijkende en aanvullende begrippen

In aanvulling op het bepaalde in artikel 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit hoofdstuk de begrippen als bedoeld in 2.3 en 2.4 gehanteerd.

2.3 Plan

Het TAM omgevingsplan Gasleiding, Echteld (Hoofdstuk 22u omgevingsplan Neder-Betuwe) met identificatienummer NL.IMRO.1740.tamECgaswaalbndijk-vst1van de gemeente Neder-Betuwe bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten zoals vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1740.tamECgaswaalbndijk-vst1 met de in dit plan opgenomen regels en de daarbij behorende bijlagen.

2.4 Locatievlak

Een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel.

Artikel 3 Meet- en regelbepalingen

3.1 Meetbepalingen

In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meetbepalingen:

3.2 Bebouwingspercentage

een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.

3.3 (straat)peil

de hoogte gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven.

Hoofdstuk 2 Specifieke regels over functies

Artikel 4 Leiding - Gas

4.1 Voorrangsregel

De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels die gelden voor iedere andere functie waarmee dit artikel samenvalt, voor zover deze regels betrekking hebben op dezelfde activiteit of locatie.

4.2 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1740.tamECgaswaalbndijk-vst1 is aangewezen voor het gebruiksdoel 'Leiding – Gas'.

4.3 Beschrijving gebruiksdoel

De gronden die op de locatie zijn aangewezen voor het gebruiksdoel 'Leiding – Gas' hebben de functie van transport van gas en zijn mede bestemd voor:

  • a. het realiseren, in stand houd en in werking hebben van een buisleiding voor het transport van gas, inclusief bijbehorende voorzieningen
  • b. de aan en instandhouding van ondergrondse hogedruk gastransportleidingen met de daarbij behorende belemmeringenstroken;
  • c. bijbehorende activiteiten die rechtstreeks verband houden met het functioneren van de leiding.
4.4 Gebruiksactiviteit - verboden

Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat vande in 4.3 genoemde functies van gronden.

4.5 Bouwactiviteit - algemeen

In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de in 4.3 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) mogen worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid.

4.6 Bouwactiviteiten - vergunningplicht
  • a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende functie(s) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant.
  • b. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare, beperkt kwetsbare gebouwen en/of locaties worden toegelaten.
4.7 Aanlegactiviteiten binnen 'Leiding - Gas' - vergunningplicht

Het is binnen de locatie 'Leiding – Gas' verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:

  • a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • b. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • c. het aanplanten van een houopstand, waaroner begrepen een productieboomgaard, een zacht-fruitopstand, een (boom)kwekerij of een windsingel;
  • d. het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, ontginnen, ophogen of egaliseren van gronden;
  • e. aanleggen van drainage;
  • f. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen;
  • g. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en straatmeubilair.
4.8 Aanlegactiviteiten binnen 'Leiding - Gas' - uitzondering

De omgevingsvergunning bedoeld in artikel 4.7 geldt niet voor:

  • a. aanlegactiviteiten die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de andere voorkomende functies betreffen;
  • b. graafwerkzaamheden als bedoeld in Wet informatie-uitwisseling bovengrondse- en ondergrondse netten en netwerken;
  • c. aanlegactiviteiten die bij het in werking treden van dit TAM-omgevingsplan reeds in uitvoering waren;
  • d. aanlegactiviteiten die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

4.9 Aanlegactiviteiten binnen 'Leiding - Gas' - beoordelingsregels
  • a. een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van activiteiten kan worden verleend indien de betreffende activiteiten de balangen van de leiding niet schaden;
  • b. alvarens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 4.7, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen activiteiten die belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.

Hoofdstuk 3 Algemene regels over functies

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 Bestaande maatvoering

Voor bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden krachtens een verleende omgevingsvergunning geldt dat indien de bestaande situering en/of maten afwijken van de ingevolge deze regels toegestane situering en/of maten, de bestaande situering tevens en/of bestaande maten als maximaal toegestaan worden beschouwd.

Artikel 7 Aanvraagvereisten

  • a. De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat:
    • 1. het bepaalde in artikel 22.284 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit inhoudende een aanlegactiviteit in dit plan: en,
    • 2. het bepaalde in artikel 22.286 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit inhoudende een gebruiksactiviteit of een bouwactiviteit in dit plan.
  • b. In aanvulling op het bepaalde onder a, worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de omgevingsvergunning verbonden beoordelingsregels.

Artikel 8 Overgangsrecht

8.1 Overgangsrecht bouwwerken
8.1.1 Algemeen

Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

8.1.2 Strijdig gebruik

Het is veroden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 8.1.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

8.1.3 Onderbroken gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in artikel 8.1.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

8.1.4 Uitzondering

Het bepaalde in artikel 8.1.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit artikel, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van het omgevingsplan.

8.2 Overgangsrecht gebruik
8.2.1 Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

8.2.2 Strijdig gebruik

Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 8.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

8.2.3 Onderbroken gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in artikel 8.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

8.2.4 Uitzondering

Het bepaalde in artikel 8.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit artikel, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van het omgevingsplan.