Artikel 1 Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
1.1 Plan:
het bestemmingsplan "Ochten, Bonegraafseweg 37a-41" van de gemeente Neder-Betuwe.
1.2 Bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1740.bpOCBonegraafsew41-vst1 met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3 Aan huis verbonden nevenactiviteit:
consumentenverzorgende, dienstverlenende en ambachtelijke activiteiten, die in de tot een (bedrijfs)woning behorende gebouwen worden uitgeoefend, vrijwel uitsluitend door de bewoner(s) van de desbetreffende woning.
1.4 Aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.5 Aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.6 Afhankelijke woonruimte:
een deel van de (bedrijfs)woning waarin een gedeelte van de huishouding uit oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.
1.7 Agrarisch bedrijf:
activiteiten die zijn gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren.
1.8 Agrarische gebouwen:
gebouwen ten dienste van een agrarisch bedrijf, niet zijnde een bedrijfswoning.
1.9 Agrarisch hulpgebouw:
een agrarisch bedrijfsgebouw dat is gesitueerd buiten een bouwvlak en dat bijvoorbeeld dient voor het melken van vee, voor de opslag van goederen en materieel en/of ter beschutting tegen weersinvloeden.
1.10 Agrarisch verwant bedrijf:
een niet-agrarisch, doch aan de agrarische productie verwant bedrijf, niet zijnde een landbouwmechanisatiebedrijf, waaronder begrepen een agrarisch loonbedrijf, een reparatie- en/of verhuurbedrijf van agrarische machines, een veehandelaarsbedrijf, een groothandel in agrarische gewassen, een fourageerbedrijf, een KI-station, een zorgboerderij en een dierenkliniek voor grootvee.
1.11 Bebouwd oppervlak:
het totaal van de oppervlakken van bouwwerken voor zover deze een grotere bouwhoogte hebben dan 1,2 m.
1.12 Bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.13 Bedrijfsbouwwerk c.q. bedrijfsgebouw:
een bouwwerk c.q. een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.
1.14 Bedrijfsmatige exploitatie:
het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer en/of exploitatie, dat er toe leidt dat daadwerkelijke recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden.
1.15 Bedrijfswoning:
een woning, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de aard van de bedrijfsvoering noodzakelijk is;
1.16 Bestaand:
- bij bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden krachtens een verleende omgevingsvergunning;
- bij gebruik: gebruik dat op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan bestond.
1.17 Bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak.
1.18 Bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.19 Bijgebouw:
een gebouw, dat in bouwkundig en functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw.
1.20 Bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
1.21 Bouwgrens:
de grens van een bouwvlak.
1.22 Bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.23 Bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel.
1.24 Bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.25 Bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.26 Buitengebied gebonden bedrijf:
een niet-agrarisch, doch aan het buitengebied gebonden bedrijf, waaronder begrepen een hoveniersbedrijf, een kennel, een manege/paardenstalling(verhuurbedrijf), een dierenpension/-asiel, een tuincentrum, een scouting- en een hondensportaccommodatie.
1.27 Dak:
iedere bovenbeëindiging van een gebouw.
1.28 Detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
1.29 Discotheek c.q. bardancing c.q. nachtclub:
een horecabedrijf, waarbij het doen beluisteren van overwegend mechanische muziek en gelegenheid geven tot dansen een wezenlijk onderdeel vormen.
1.30 Escortbedrijf:
een natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend.
1.31 Extensief dagrecreatief medegebruik:
een aan de bestemming ondergeschikt gebruik van dagrecreatie gericht op het rustig beleven en gebruikmaken van aanwezige specifieke omgevingskwaliteiten in de vorm van wandelen, fietsen, varen, vissen e.d.
1.32 Extensieve verblijfsrecreatie:
die vormen van recreatie gericht op verblijf buiten de eigen woning, waarbij ten minste één overnachting plaats vindt in een recreatief nachtverblijf en waarbij in het algemeen het beleven van rust voorop staat en het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid beperkt is. Voorbeelden zijn kampeerboerderijen en pensions.
1.33 Functieverandering:
vormen van hergebruik - al dan niet door middel van sloop of herbouw - waarvoor een bestemmingsverandering noodzakelijk is.
1.34 Gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.35 Geluidzoneringsplichtige inrichting:
een inrichting waarbij in een bestemmingsplan, op basis van de Wet geluidhinder en krachtens deze wet vastgestelde regels, rondom het terrein van vestiging een geluidzone moet worden vastgesteld.
1.36 Glastuinbouw:
een vorm van niet-grondgebonden agrarische productie, waarbij het voortbrengen van producten, door middel van het telen van gewassen, plaatsvindt in kassen en/of in permanente kunststoftunnels.
1.37 Grondgebonden agrarische productie:
de agrarische productie, waarbij het voortbrengen van producten afhankelijk is van de groeikracht van de bodem waarop de productie plaatsvindt en waarbij het voortbrengen van producten in hoofdzaak plaatsvindt in de openlucht.
1.38 Hoofdgebouw:
een gebouw, dat op een perceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken.
1.39 Hoofdwoonverblijf c.q. hoofdverblijf:
een gebouw of een deel van een gebouw dat:
òf door eenzelfde persoon of huishouden gebruikt wordt als woonruimte voor permanente bewoning;
òf indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres is waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten, met dien verstande dat van een gebruik als hoofdwoonverblijf voorts wordt geacht sprake te zijn wanneer buiten het zomerseizoen (dat loopt van 1 mei tot 1 oktober) in een kalenderjaar ter plaatse meer dan 70 maal nachtverblijf wordt gehouden en door betrokkene niet aannemelijk is of kan worden gemaakt, dat elders over een hoofdwoonverblijf kan worden beschikt.
1.40 Horecabedrijf:
een bedrijf of instelling, niet zijnde een discotheek/bardancing/nachtclub, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of logies worden verstrekt, waaronder begrepen een café, een restaurant, een cafetaria/snackbar en een pension/hotel.
1.41 Hoveniersbedrijf:
een niet-agrarisch, doch buitengebied gebonden bedrijf, gericht op:
- het kweken van bloemen, planten en bomen;
- de aanleg en het onderhoud van tuinen en andere groenvoorzieningen.
1.42 Huishouden:
één of meerdere personen die in vast verband samenleven (eventueel met (hun) kinderen) waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid.
1.43 Kamer:
een onzelfstandige woonruimte in een woning en/of vrijstaand bijbehorend bouwwerk, die geen eigen adres heeft en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wenselijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte.
1.44 Kamerbewoning:
bewoning van een kamer.
1.45 Kampeerauto:
een gemotoriseerd voertuig waarin voorzieningen voor dag- en/of nachtverblijf zijn getroffen en dat als zodanig over de openbare weg kan en mag rijden.
1.46 Kampeermiddelen:
een tent, tentwagen, vouwwagen, kampeerauto, toercaravan of enig ander onderkomen ten behoeve van recreatief nachtverblijf, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist.
1.47 Kampeerterrein c.q. kampeerplaats:
een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen, stacaravans en trekkershutten ten behoeve van recreatief nachtverblijf.
1.48 Kantoor- en praktijkruimte:
een ruimte waarvan de aard en indeling zijn afgestemd op de uitoefening van administratieve, (para)medische, sociaalwetenschappelijke, juridische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerptechnische en andere hiermede vergelijkbare beroepen, door de bewoner(s) van de desbetreffende (bedrijfs-)woning.
1.49 Kleinschalige horeca die gerelateerd is aan de recreatieve functie van het buitengebied:
kleinschalige horecabedrijven die gericht zijn op het verstrekken van maaltijden en dranken voor gebruik en waarvan de exploitatie direct afhankelijk is van de recreatieve functie van het buitengebied. Voorbeelden van kleinschalige horecabedrijven zijn (pannenkoeken)restaurants, eethuizen en ijssalons.
1.50 Kleinschalig kamperen:
een vorm van kamperen waarbij voor een korte periode en uitsluitend tussen 1 maart en 1 november, maximaal 25 kampeermiddelen mogen worden geplaatst.
1.51 Kunststoftunnels:
een bouwwerk, bestaande uit onder meer een steunconstructie en een afdichting van kunststoffolie, bedoeld om gewassen te beschermen tegen weersinvloeden.
1.52 Landschappelijke beplanting:
opgaande, uit houtgewas bestaande beplanting, in hoofdzaak bestaande uit streek-eigen soorten, ter verfraaiing van het landschap en/of ter inpassing van hierin voorkomende bouwwerken en werken.
1.53 Landschappelijke waarde:
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, welke waarde bepaald wordt door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur.
1.54 Loonwerkbedrijf:
een niet-agrarisch, doch agrarisch verwant bedrijf, dat in opdracht van andere werkzaamheden verricht, overwegend ten behoeve van de agrarische productie.
1.55 Manege:
een niet-agrarisch, doch buitengebied gebonden bedrijf, gericht op:
- het verschaffen van tijdelijk onderdak aan paarden en de bijbehorende verzorging;
- het verschaffen van gelegenheid tot het onderrichten in en het uitoefenen van de paardensport;
- het africhten van paarden.
1.56 Mantelzorg:
het bieden van zorg aan huis aan iemand die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, buiten bedrijfsmatig of organisatorisch verband;
1.57 Minicamping:
een terrein met daarbij behorende voorzieningen, zonder jaarstandplaatsen, ter beschikking gesteld voor het houden van maximaal 25 kampeermiddelen.
1.58 Natuurwaarde:
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang;
1.59 Niet-grondgebonden agrarische productie:
de agrarische productie, waarbij het voortbrengen van producten niet afhankelijk is van de bodem waarop de productie plaatsvindt, dan wel waarbij het voortbrengen van producten in hoofdzaak plaatsvindt in gebouwen.
1.60 Niet-permanente kunststoftunnel of -overkapping:
een kunststoftunnel of overkapping waarbij de afdichting of afdekking per jaar, gedurende de periode van 1 maart tot en met 30 november, niet langer dan 7 maanden is aangebracht.
1.61 Overig niet-agrarisch bedrijf:
een niet-agrarisch bedrijf, niet zijnde een agrarisch verwant bedrijf, een buitengebied gebonden bedrijf, een recreatieve voorziening, een horecabedrijf of een maatschappelijke voorziening.
1.62 Overige bedrijven:
andere vormen van bedrijvigheid die niet onder de andere genoemde categorieën vallen. Voorbeelden zijn architectenbureaus, grafische bedrijven, landbouwmechanisatiebedrijven, aannemersbedrijven en installatiebedrijven.
1.63 Overkapping:
een bouwwerk, bestaande uit onder meer een steunconstructie en een afdekking van kunststoffolie, (gaas)doek, hagelnetten of dergelijke, bedoeld om gewassen te beschermen tegen weersinvloeden.
1.64 Overnachtingsaccommodatie:
een overdekte en door wanden omsloten ruimte waarin door personen de nacht kan worden doorgebracht.
1.65 Peil:
- voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang van het perceel aan een weg grenst, mits het gebouw op een afstand van niet meer dan 12 m van die weg is gelegen: 35 cm boven de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel;
- in andere gevallen bij gebouwen: de gemiddelde bestaande hoogte van het aan het gebouw grenzende terrein;
- voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde bestaande hoogte van het aan het bouwwerken grenzende terrein.
1.66 Perceel:
een aaneengesloten stuk grond met een bepaald doel of eigendom.
1.67 Perceelgrens:
de scheiding tussen bouwpercelen, die niet aan éénzelfde eigenaar behoren dan wel niet door éénzelfde gebruiker worden benut.
1.68 Permanente bewoning c.q. gebruik hoofdwoonverblijf:
gebruik van een woning, zomerhuis of andere woonruimte door eenzelfde persoon of eenzelfde huishouden op een wijze die ingevolge het bepaalde in de artikelen 24 t/m 31 van de Wet gemeentelijke basisadministratie noopt tot inschrijving in het bevolkingsregister van de gemeente Neder-Betuwe.
1.69 Productiegebonden detailhandel:
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.
1.70 Prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
1.71 Publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis:
een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak publieksgericht zijn en waarvan de omvang en uitstraling zodanig is, dat de activiteit past binnen de desbetreffende woonomgeving en derhalve in een (bedrijfs)woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden toegestaan.
1.72 Recreatieve voorziening:
een bedrijf of activiteit gericht op kleinschalige overnachtingsmogelijkheden en/of dagrecreatieve activiteiten, waaronder begrepen een Bed and breakfast, een pension, een kampeerboerderij, groepsaccommodaties, sportvelden en -accommodaties.
1.73 Recreatiewoning c.q. recreatiebedrijf:
een recreatief woonverblijf waarvan de gebruikers slechts tijdelijk gebruik maken en hun hoofdwoonverblijf elders hebben.
1.74 Seksinrichting:
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
1.75 Stacaravan:
een recreatieverblijf, al dan niet in gedeelten verrijdbaar of verplaatsbaar, dat kan dienen als recreatief onderkomen, daaronder overnachting begrepen, met een lengte van meer dan 8 m en/of een breedte van meer dan 2,5 m, dan wel een ander, al dan niet in gedeelten verrijdbaar of verplaatsbaar, recreatief onderkomen, dat niet is of kan worden uitgerust om als aanhangwagen achter een motorvoertuig over de openbare weg te worden voortbewogen.
1.76 Standplaats:
de vrije ruimte welke de recreant ter beschikking staat voor zijn verblijf op het recreatieterrein en het plaatsen van zijn kampeermiddel of voor het plaatsen van stacaravans en trekkershutten.
1.77 Tent:
een in hoofdzaak van textiel of ander daarmee vergelijkbare materialen vervaardigd onderkomen voor dag- en/of nachtverblijf, dat gemakkelijk is op te bouwen en in te pakken.
1.78 Toercaravan c.q. vouwwagen c.q. tentwagen:
een aanhangwagen die kan dienen als recreatief onderkomen, overnachting daaronder begrepen, welke is/kan worden uitgerust om als zodanig zelfstandig achter een gemotoriseerd voertuig over de openbare weg te worden voortbewogen.
1.79 Trekkershut:
een hut van eenvoudige constructie en beperkte omvang die kan dienen als recreatief onderkomen, overnachting daaronder begrepen, ten behoeve van passanten.
1.80 Tuincentrum:
een niet-agrarisch bedrijf, gericht op:
- de detailhandel in bloemen, planten, bomen en andere tuinbenodigdheden;
al dan niet gecombineerd met:
- de aanleg en het onderhoud van tuinen en andere groenvoorzieningen;
- het kweken van bloemen, planten en bomen.
1.81 Verevening:
maatregelen ter versterking van natuur en landschap als compensatie voor bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen.
1.82 Vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing:
agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied die zijn functie waarvoor deze eerder is bestemd, vergund en gebruikt heeft verloren of op korte termijn gaat verliezen.
1.83 (Wind)molen:
een installatie die door middel van beweegbare wieken windkracht omzet in mechanische of elektrische energie.
1.84 Wonen:
het houden van verblijf, het huren of het gehuisvest zijn in een woning als bedoeld in 1.85.
1.85 Woning
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.
1.86 Woongebouw:
een gebouw waarin meerdere wooneenheden zijn gevestigd.
1.87 Woonunit:
een bouwwerk, dat kan dienen voor bewoning, dat in zijn geheel of in gedeelten over de weg kan worden vervoerd en dat niet is of kan worden uitgerust om als aanhangwagen achter een motorvoertuig over de openbare weg te worden voortbewogen.
Artikel 2 Wijze van meten
2.1 Algemeen
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
- de afstand van een gebouw tot de perceelgrens:
het buitenwerks meten van de kortste afstand van een gevel van het gebouw tot de perceelsgrens;
- de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
- de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
- de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
- de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
- de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
- beschermingszones van hoogspanningsleidingen:
vanuit de lijn door het hart van de hoogspanningsmasten
2.2 Ondergeschikte bouwdelen:
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en andere ondergeschikte (dak)opbouwen, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor '
Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- grondgebonden agrarische productie;
- teelt op folie, worteldoek of goten;
- het weiden van dieren;
- bijbehorende voorzieningen, huiserven, gaarden en opslag;
- landschappelijke beplanting;
- watergangen en daarbij behorende voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de waterberging daaronder mede begrepen;
- extensief dagrecreatief medegebruik.
3.2 Bouwregels
Op de gronden met de bestemming '
Agrarisch', voor zover niet ter plaatse van een bouwvlak, mogen uitsluitend worden gebouwd:
- een ei-automaat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - ei-automaat' waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,5 m;
- niet-permanente teeltondersteunende voorzieningen zoals hagelnetten waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 m en kunststoftunnels en -overkappingen waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m;
- constructies ten behoeve van de gotenteelt waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m;
- molens ten behoeve van de waterhuishouding waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 m;
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming, waarbij de volgende bepalingen in acht dienen te worden genomen:
- de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 10 m2;
- de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 2,5 m.
3.3 Specifieke gebruiksregels
Als gebruik in strijd met de bestemming '
Agrarisch' wordt in ieder geval begrepen:
- een gebruik als volkstuin;
- een gebruik voor niet-grondgebonden agrarische productie in de vorm van teelt op trayvelden of op stellingen en/of containerteelt op lavas of beton;
- een gebruik voor de verwerking van agrarisch producten en productiegebonden detailhandel, voor zover dit gebruik meer bedraagt dan 100 m2;
- de opslag van mest;
- de opslag van goederen en materieel in de openlucht, voor zover de oppervlakte van de opslag meer bedraagt dan 200 m2 en/of de hoogte van de opslag meer bedraagt dan 2,5 m;
- permanente bewoning in relatie tot de huisvesting van seizoenarbeiders.
Artikel 4 Agrarisch - Niet grondgebonden
4.1 Bestemmingsomschrijving
- één niet-grondgebonden agrarisch bedrijf per bestemmingsvlak, met dien verstande dat:
- ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' de gronden tevens bestemd zijn voor een intensieve veehouderij;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - buitenloop' de gronden uitsluitend bestemd zijn voor een buitenloop ten behoeve van het niet-grondgebonden agrarische bedrijf.
- grondgebonden agrarische productie;
- bijbehorende voorzieningen, huiserven, gaarden en opslag;
- bijbehorende verwerking van agrarische producten en productiegebonden detailhandel;
- bijbehorende bewoning in een bedrijfswoning;
- landschappelijke beplanting;
- watergangen en daarbij behorende voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de waterberging daaronder mede begrepen;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - duiker', een duiker.
4.2.1 Algemeen
- bedrijfsgebouwen en bedrijfsbouwwerken ten behoeve van de bestemming, uitgezonderd zijn:
- veestallen zijn ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geen veestallen toegestaan' niet toegestaan;
- één bedrijfswoning dan wel, in geval reeds meerdere bedrijfswoningen aanwezig zijn, het bestaande aantal bedrijfswoningen;
- bijgebouwen ten behoeve van de bedrijfswoning;
- overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming;
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - buitenloop' mag uitsluitend een hekwerk/omheining worden gebouwd van maximaal 1,5 m hoog.
4.2.2 Afstand perceelsgrens
Bij de bouw van de in
artikel 4.2.1 bedoelde bouwwerken, voor zover het betreft gebouwen, mag de afstand tot de perceelsgrens niet minder bedragen dan 5 meter.
4.2.3 Bedrijfsgebouwen en bedrijfsbouwwerken
Bij de bouw van de in
artikel 4.2.1 sub a bedoelde bedrijfsgebouwen en bedrijfsbouwwerken dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:
- de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 meter;
- de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 meter, met dien verstande dat indien de bestaande goothoogte hoger is, deze hoogte maatgevend is.
4.2.4 Bedrijfswoningen
Bij de bouw van de in
artikel 4.2.1 sub b bedoelde bedrijfswoningen dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:
- de inhoud mag niet meer bedragen dan 750 m3;
- de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 meter;
- de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 meter, met dien verstande dat indien de bestaande goothoogte hoger is, deze hoogte maatgevend is.
4.2.5 Bijgebouwen
Bij de bouw van de in
artikel 4.2.1 sub c bedoelde bijgebouwen dienen de volgende bepalingen in acht genomen te worden:
- per bedrijfswoning mag het totale oppervlak van de bijgebouwen niet meer bedragen dan 75 m2;
- de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 7 meter;
- de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter.
4.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Bij de bouw van de in
artikel 4.2.1 sub d bedoelde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen de volgende bepalingen in acht te worden genomen:
- de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 meter;
- de bouwhoogte van mestsilo's, voedersilo's en bio-installaties mag niet meer bedragen dan 4 meter;
- de bouwhoogte van de wand van mestbassins mag niet meer bedragen dan 4 meter;
- de bouwhoogte van vrijstaande antennemasten mag niet meer bedragen dan 15 meter;
- de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 9 meter.
4.3 Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Algemeen
Tot het verlenen van een omgevingsvergunning volgens het bepaalde in
artikel 4.3.2 en
artikel 4.3.3 wordt eerst overgegaan, indien hierdoor de functies en waarden die in het plan aan de desbetreffende en aan de omliggende gronden zijn toegekend, niet blijvend onevenredig worden geschaad.
4.3.2 Afstand perceelsgrens
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 4.2.2, voor de bouw van een gebouw tot op minder dan de toegestane afstand tot de perceelsgrens, indien en voor zover:
- dit gebouw niet of niet doelmatig elders binnen het desbetreffende bestemmingsvlak kan worden opgericht;
- de afstand tot de perceelsgrens niet minder bedraagt dan 2 meter.
4.3.3 Huisvesting van seizoensarbeiders
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in dit plan voor het verlenen van huisvesting van seizoensarbeiders, met dien verstande dat:
- de huisvesting uitsluitend bedoeld is voor seizoensarbeiders die tijdelijk werkzaam zijn voor het betreffende, of naastgelegen, agrarisch bedrijf;
- het betreft wisselend gebruik, afhankelijk van de bedrijfsmatige noodzaak in de productiegebonden seizoenen;
- aangetoond wordt dat de omvang van de overnachtingsaccommodatie en/of het aantal te realiseren woonunits is afgestemd op de behoefte aan tijdelijke arbeidskrachten;
- alle benodigde parkeervoorzieningen binnen het bestemmingsvlak worden gerealiseerd;
- de aanwezige bedrijfsgebouwen voor dit doel mogen worden ingericht voor een overnachtingsaccommodatie, die niet geschikt is voor zelfstandige bewoning, en/of daarbij behorende voorzieningen;
- indien aangetoond wordt dat onvoldoende ruimte aanwezig is binnen de aanwezige bedrijfsgebouwen deze voor dit doel ook mogen worden uitgebreid of nieuw gebouwd, waarbij de regelen voor bedrijfsgebouwen overeenkomstig dit voorschrift van toepassing zijn;
- indien mogelijkheden voor de in e genoemde overnachtingsaccommodatie redelijkerwijs ontbreken, in plaats daarvan en maximaal gedurende 4 aaneengesloten maanden per kalenderjaar, binnen een bestemmingsvlak tijdelijke woonunits mogen worden geplaatst, met geen hogere bouwhoogte dan 3 meter en mits wordt voorzien in een doeltreffende landschappelijke inpassing.
4.4 Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Strijdig gebruik
- een gebruik voor de verwerking van agrarische producten en productiegebonden detailhandel, voor zover dit gebruik meer bedraagt dan 100 m2;
- de opslag van goederen en materieel in de openlucht, voor zover de hoogte van de opslag meer bedraagt dan 4 meter.
4.4.2 Strijdig gebruik stallagen
Tot een strijdg gebruik wordt gerekend het uitvoeren van de stallen met meerdere verdiepingen, met uitzondering van de bestaande stallen die al meerder verdiepingen bevatten (in de vigerende vergunning aangdeduid met stal E en H).
4.4.3 Voorwaardelijke verplichting - landschappelijk inpassing
Als voorwaardelijke verplichting geldt dat binnen 1 jaar na ingebruikname van de gebouwen, de landschappelijk inpassing zoals opgenomen in
Bijlage 1 is gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
4.4.4 Voorwaardelijke verplichting - watercompensatie
Als voorwaardelijke verplichting geldt dat binnen 1 jaar na ingebruikname van de gebouwen, de watercompensatie zoals opgenomen in
Bijlage 3, is gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
4.4.5 Voorwaardelijke verplichting - beëindiging gebruik bedrijfswoning
Als voorwaardelijke verplichting geldt dat het gebruik van de woning ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - voormalige bedrijfswoning' wordt beëindigd zodra de nieuwe woning in gebruik wordt genomen.
4.4.6 Voorwaardelijke verplichting - Plussenbeleid
Als voorwaardelijke verplichting geldt dat binnen 1 jaar na ingebruikname van de gebouwen, het Plussenbeleid inclusief bijbehorende maatregelen zoals opgenomen in
Bijlage 4 wordt nageleefd.
5.1 Bestemmingsomschrijving
De voor '
Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
- waterpartijen, watergangen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
- instandhouding, dan wel herstel en ontwikkeling van de landschappelijke waarden en de natuurwaarden die eigen zijn aan waterpartijen, watergangen en bijbehorende oeverzones;
- extensief dagrecreatief medegebruik.
5.2 Bouwregels
Op de gronden met de bestemming '
Water' mag niet worden gebouwd.
Artikel 6 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan, waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7 Algemene gebruiksregels
7.1 Strijdig gebruik
Tot een gebruik strijdig met de regels van dit bestemmingsplan wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of de opstallen ten behoeve van:
- zelfstandige bewoning en afhankelijke woonruimte, voor zover het betreft vrijstaande bijgebouwen;
- het gebruik van ruimten binnen een (bedrijfs-)woning en/of bijgebouwen voor de uitoefening van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis;
- gebruik als seksinrichting en escortbedrijf;
- het gebruik van gronden en opstallen voor de plaatsing van kampeermiddelen, waaronder mede wordt verstaan het recreatief nachtverblijf in de vorm van kleinschalig kamperen, tenzij toepassing is gegeven aan de algemene afwijkingsregels van dit plan ten aanzien van kleinschalig kamperen;
- het gebruik ten behoeve van een geluidzoneringsplichtige inrichting;
- het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van kamerbewoning is niet toegestaan.
7.2 Strijdig gebruik stikstofdepositie
Tot een strijdig gebruik wordt gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken indien dit leidt tot een toename van stikstofemissie ten opzichte van de feitelijk bestaande en planologisch legale situatie uitsluitend binnen de geografische begrenzing van dit plan en ten tijde van vaststelling van dit plan, die wordt gevormd door de onherroepelijke vergunning Wet natuurbescherming (zaaknummer 2013-005617).
7.3 Parkeren
- een omgevingsvergunning voor het bouwen binnen de bestemming wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein overeenkomstig de door burgemeester en wethouders vastgestelde beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning;
- bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a:
- indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit;
- voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- en stallingsruimte wordt voorzien;
- afwijken van de regels, als bedoeld onder b is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- de parkeersituatie in de openbare ruimte;
- de woon- en leefsituatie.
Artikel 8 Algemene aanduidingsregels
8.1 Vrijwaringszone - weg
8.1.1 Algemeen
Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg', voor zover niet behorend tot gronden met de bestemming 'Verkeer', mogen geen bouwwerken worden gebouwd.
8.1.2 Verlenen omgevingsvergunning
Tot het verlenen van een omgevingsvergunning volgens het bepaalde in
artikel 8.1.3 wordt eerst overgegaan, indien hierdoor:
- de functies en waarden die in het plan aan de desbetreffende en aan de omliggende gronden zijn toegekend, niet blijvend onevenredig worden geschaad;
- gehoord de betrokken wegbeheerder, is gebleken dat hierdoor de belangen van de bescherming van de desbetreffende verkeerswegen, of de veiligheid van mensen, dieren en goederen, niet blijvend onevenredig worden geschaad.
8.1.3 Bouwwerken
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
artikel 8.1.1 voor de bouw van bouwwerken, indien en voor zover deze zijn toegestaan voor de voor deze gronden aangegeven bestemmingen.
Artikel 9 Algemene afwijkingsregels
9.1 Algemeen
Tot het verlenen van een omgevingsvergunning volgens het bepaalde in dit artikel wordt eerst overgegaan, indien hierdoor de functies en waarden die in het plan aan de desbetreffende en aan de omliggende gronden zijn toegekend, of de mogelijkheden tot het herstel of de ontwikkeling van deze waarden, niet blijvend onevenredig worden geschaad.
9.2 Aan huis verbonden nevenactiviteiten en kantoor- en praktijkruimten
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan voor een gebruik ten behoeve van aan huis verbonden nevenactiviteiten en kantoor- en praktijkruimten in een (bedrijfs)woning, indien en voor zover:
- de desbetreffende (bedrijfs)woning bewoond blijft;
- het vloeroppervlak van de gebouwen ten behoeve van het gebruik voor aan huis verbonden nevenactiviteiten en kantoor- en praktijkruimten niet meer bedraagt dan 50 m2;
- het onbebouwde gedeelte van het perceel niet wordt gebruikt voor de beoogde activiteit, met uitzondering van parkeervoorzieningen;
- de nevenactiviteit geen detailhandel betreft;
- de beoogde activiteit geen ontwikkeling tot gevolg heeft waarop de bestaande nutsvoorzieningen, wegen en parkeervoorzieningen niet zijn afgestemd;
- van tevoren in voldoende mate is verzekerd dat het beoogde gebruik geen ontoelaatbare invloed heeft op het woon- en leefmilieu in de omliggende woningen.
9.3 Antennemasten
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan voor de bouw van antennemasten, indien en voor zover:
- de antennemast wordt geplaatst binnen een afstand van 5 meter van een bestaande woning;
- de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 25 meter.
9.4 Bed & Breakfast in een (bedrijfs)woning en/of bijgebouwen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan voor de inrichting en het gebruik van een (bedrijfs)woning en/of een bijbehorend bijgebouw ten behoeve van bed & breakfast, indien en voor zover:
- de (bedrijfs)woning tevens bewoond blijft;
- van tevoren in voldoende mate is verzekerd dat de uiterlijke verschijningsvorm van de (bedrijfs)woning en/of het bijgebouw niet wordt veranderd;
- totaal niet meer dan 50 m2 van de (bedrijfs)woning en/of het bijgebouw wordt ingericht en gebruikt voor bed & breakfast;
- het beoogde gebruik geen ontwikkeling tot gevolg heeft waarop de bestaande parkeervoorzieningen niet zijn afgestemd;
- van tevoren in voldoende mate is verzekerd dat het beoogde gebruik geen ontoelaatbare invloed heeft op het woon- en leefmilieu van de omliggende woningen.
9.5 Kleine uitbouwen (bedrijfs)woning
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan voor de bouw van kleine uitbouwen aan (bedrijfs)woningen, indien en voor zover:
- de overschrijding van de lijn door de bestaande gevels van de (bedrijfs)woning niet meer bedraagt dan 2 meter;
- de oppervlakte van de uitbouw niet meer bedraagt dan 6 m2.
9.6 Kleinschalig kamperen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan voor de aanleg en het gebruik van gronden als recreatief nachtverblijf in de vorm van kleinschalig kamperen, indien en voor zover:
- het een nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf of bij een (bedrijfs)woning met een huiskavel van tenminste 1 ha betreft;
- van tevoren in voldoende mate is verzekerd dat het beoogde gebruik geen ontoelaatbare invloed heeft op het woon- en leefmilieu van de omliggende woningen en/of agrarische en andere bedrijven;
- het kleinschalig kamperen uitsluitend aan de bijbehorende bestaande bebouwing dient plaats te vinden;
- voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid en deze geheel op eigen erf wordt gerealiseerd;
- van tevoren, op basis van een inrichtingsplan, in voldoende mate wordt verzekerd dat wordt voorzien in de ruimtelijke en/of landschappelijke inpassing ter plaatse;
- sanitaire voorzieningen binnen de bestaande (bedrijfs)bebouwing worden gerealiseerd of, indien dit niet mogelijk is, binnen maximaal één extra gebouw of uitbreiding van een bestaand gebouw, met geen groter oppervlak dan 30 m2, geen grotere goothoogte dan 3 meter en geen grotere bouwhoogte dan 7 meter.
9.7 Mantelzorg/inwoning
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan voor de verbouw van een (bedrijfs)woning tot meer dan de toegestane inhoud, indien en voor zover:
- de bouw noodzakelijk is om te voorzien in de behoefte aan een woonruimte voor inwonende personen;
- de inwoning plaats vindt in het hoofdgebouw en/of de aanbouw op maximaal 30% van de grondoppervlakte en uitsluitend op de begane grond;
- de (bedrijfs)woning met maximaal 50 m2 extra wordt vergroot tot een absoluut maximum van 750 m3;
- er sprake is van een gemeenschappelijke entree;
- het nieuwe gedeelte voor inwoning technisch/functioneel eenvoudig weer bij de oorspronkelijke woning kan worden betrokken;
- minimaal één directe verbinding tussen beide wooneenheden aanwezig is.
9.8 Nutsvoorzieningen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan voor de bouw van kleine bouwwerken voor nutsvoorzieningen, indien en voor zover:
- de oppervlakte niet meer bedraagt dan 25 m2;
- de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4 meter.
Artikel 10 Algemene wijzigingsregels
10.1 Algemeen
Het wijzigen van het plan volgens de bepalingen in dit artikel geschiedt met in achtneming van het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, waarbij tevens in acht wordt genomen dat hierdoor:
- het gestelde in de eventuele overigens voor de gronden opgenomen bestemmingen eveneens in acht wordt genomen;
- de functies en waarden die in het plan aan de desbetreffende en aan de omliggende gronden zijn toegekend, of de mogelijkheden tot het herstel of de ontwikkeling van deze waarden, niet blijvend onevenredig worden geschaad.
10.2 Verschuiven bestemmingsgrenzen en/of bouwgrenzen
Bevoegd gezag kan het plan wijzigen ten aanzien van het gehele plangebied, voor een verschuiving van bestemmingsgrenzen en/of bouwgrenzen, indien en voor zover:
- de verschuiving noodzakelijk is voor een goede realisatie van het plan, voor een aanpassing aan de nader ingemeten situatie, of als gevolg van afwijkingen of onnauwkeurigheid ten opzichte van de werkelijke situatie;
- de structurele opzet van het plan niet wordt aangetast;
- de totale verdeling van de aangegeven bestemmingen met niet meer dan 10% wordt gewijzigd;
- de verschuiving niet meer bedraagt dan 20 meter.
10.3 Afvoeren (agrarische) bedrijfsbestemming; functiewijziging ten behoeve van bewoning bij bedrijfsbeëindiging
Bevoegd gezag kan het plan wijzigen ten aanzien van de gronden met de bestemming '
Agrarisch - Niet grondgebonden' voor de functiewijziging naar 'Wonen', indien en voor zover:
- ter plaatse sprake is van een bestaande (bedrijfs)woning(en);
- voor de woning(en) de bepalingen van toepassing zullen zijn zoals opgenomen in de bestemming 'Wonen' van het bestemmingsplan "Buitengebied Dodewaard en Echteld", vastgesteld op 30 mei 2013 door de gemeenteraad van Neder-Betuwe;
- de wijziging geschiedt door het verwijderen van de bestaande bestemming, tezamen met het gehele bouwvlak indien daar sprake van is, door het aangeven van de nieuwe bestemming 'Wonen' en, voor de overige binnen de bestaande bestemming opgenomen en niet voor 'Wonen' te bestemmen gronden, van een van de agrarische bestemmingen die reeds aan de om- en aanliggende gronden is opgenomen.
10.4 Niet-agrarische nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf
Bevoegd gezag kan het plan wijzigen ten aanzien van de gronden met de bestemming '
Agrarisch - Niet grondgebonden', voor het toestaan van een nevenactiviteit bij een functionerend agrarisch bedrijf, indien en voor zover:
- in geval van een agrarisch verwante, buitengebied gebonden of recreatieve nevenactiviteit de oppervlakte niet meer bedraagt dan 350 m2;
- in geval van een ambachtelijk bedrijf de detailhandel in streekeigen agrarische producten de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m2;
- de nevenactiviteit plaatsvindt in de bestaande bedrijfsbebouwing;
- in geval van opslag dit plaatsvindt in maximaal 1 bestaand gebouw;
- geen buitenopslag van goederen, materiaal of materieel is toegestaan;
- geen sprake is van een onevenredige toename van een publieks- en/of verkeersaantrekkende werking;
- in geval sprake is van een ambachtelijke nevenactiviteit, uitsluitend bedrijvigheid is toegestaan die behoort tot een van de categorieën 1 en 2, waaronder die bedrijven worden verstaan die op de tot het plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn vermeld;
- de wijziging geschiedt door de gronden te voorzien van een aanduiding met betrekking tot de toegestane nevenactiviteiten en voor zover nodig nadere regels worden opgenomen.
10.5 Hergebruik/functiewijziging ten behoeve van een agrarisch verwant of buitengebied gebonden bedrijf
Bevoegd gezag kan het plan wijzigen ten aanzien van de gronden met de bestemming '
Agrarisch - Niet grondgebonden' voor functiewijziging naar een (ander) agrarisch verwant bedrijf, een (ander) buitengebied gebonden bedrijf of wonen, indien en voor zover:
- het legale (agrarische) bebouwing betreft die minstens 5 jaar rechtmatig is gebruikt;
- de bedrijfsontwikkeling van agrarische en/of andere bedrijven in de omgeving niet onevenredig wordt belemmerd;
- toegestaan zijn agrarisch verwante bedrijven, buitengebied gebonden bedrijven of niet-agrarische bedrijven in maximaal categorie 2 volgens de VNG richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering'. Bedrijven in categorie 3 zijn enkel toegestaan indien verwant aan de agrarische sector;
- hergebruik is toegestaan tot de volgende maximale gebruiksoppervlakten:
| hergebruik in bestaande bedrijfsgebouwen | 100% van de bestaande m2 |
| hergebruik in nieuwe bedrijfsgebouwen, bij volledige sloop van bedrijfsgebouwen | 75% van de bestaande m2 |
| hergebruik bij volledige sloop glasopstallen | 500 m2 bij sloop van tenminste 3.500 m2 en ten hoogste 20.000 m2 1.000 m2 bij sloop van tenminste 20.000 m2 |
- er mag nooit sprake zijn van een toename van het aantal m3 aan bedrijfsbebouwing;
- cumulatie van functies is niet toegestaan;
- de omvang van het bestemmingsvlak wordt afgestemd op de nieuwe functie en de bestaande of geprojecteerde bebouwing;
- de wijziging geschiedt door het verwijderen van de bestaande bestemming, door het, voor zover nodig opnemen van e nieuwe bestemming 'Bedrijf - Agrarisch verwant' of 'Bedrijf - Buitengebied gebonden' waarbij met een aanduiding de aard en functie van het toegestane bedrijf wordt aangegeven en door het, voor de overige binnen de bestaande bestemming opgenomen gronden, opnemen van een van de agrarische bestemmingen die reeds voor de om- of aanliggende gronden is opgenomen;
- van tevoren, op basis van een inrichtingsplan, in voldoende mate wordt verzekerd dat wordt voorzien in de ruimtelijke en/of landschappelijke inpassing ter plaatse;
- geen buitenopslag van goederen, materiaal of materieel wordt toegestaan;
- geen detailhandel wordt toegestaan, uitgezonderd detailhandel voor kleinschalige verkoop van ter plaatse geproduceerde producten waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de hoofdfunctie;
- van tevoren in voldoende mate is verzekerd dat geen sprake zal zijn van een onevenredige nadelige invloed op het woon- en leefmilieu in de omliggende woningen;
- in het wijzigingsplan voor zover nodig nadere regels worden opgenomen;
- in het wijzigingsplan inzicht wordt gegeven in de uitkomsten van onderzoek naar bodemverontreiniging, flora en fauna en regenwaterretentie en is gebleken dat de betreffende belangen in voldoende mate zijn verzekerd.
10.6 Hergebruik/functiewijziging ten behoeve van een niet-agrarisch bedrijf
Bevoegd gezag kan het plan wijzigen voor hergebruik/functiewijziging van voormalige bedrijfsgebouwen ten behoeve van een niet-agrarisch bedrijf, indien en voor zover:
- de bedrijfsontwikkeling van agrarische en/of andere bedrijven in de omgeving niet onevenredig wordt belemmerd;
- het bedrijf voorziet in een plaatsgebonden behoefte welke niet of niet doelmatig op een bedrijventerrein kan worden gevestigd;
- er sprake is van een ambachtelijk bedrijf, een kunstnijverheidsbedrijf, een bedrijf ten behoeve van de extensieve dag- of verblijfsrecreatie, kleinschalige horeca gerelateerd aan de recreatieve functie van het buitengebied, een opslagbedrijf of overige bedrijven in maximaal categorie 2 volgens de VNG richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering';
- het legale agrarische bebouwing betreft die minstens 5 jaar rechtmatig is gebruikt;
- hergebruik is toegestaan tot e volgende maximale gebruiksoppervlakten:
| categorie | maximale gebruiksoppervlakte bij hergebruik bestaande gebouwen | maximale gebruiksoppervlakte bij volledige sloop en herbouw | maximale gebruiksoppervlakte bij sloop van alle glasopstanden |
| opslagbedrijven | 500 m2 + 75% van de overtollige opstallen | 75% van bestaand | bij sloop tussen 3.500 m2 en 20.000 m2 glasopstanden: maximaal 250 m2 bij sloop van meer dan 20.000 m2 glasopstanden: maximaal 500 m2 |
| ambachtelijke bedrijven en kunstnijverheid | 500 m2 | 75% van bestaand tot maximaal 375 m2 | bij sloop tussen 3.500 m2 en 20.000 m2 glasopstanden: maximaal 250 m2 bij sloop van meer dan 20.000 m2glasopstanden: maximaal 500 m2 |
| extensieve verblijfsrecreatie | 500 m2 | 75% van bestaand tot maximaal 190 m2 | bij sloop tussen 3.500 m2 en 20.000 m2 glasopstanden: maximaal 250 m2 bij sloop van meer dan 20.000 m2glasopstanden: maximaal 500 m2 |
| kleinschalige horeca die gerelateerd is aan de recreatieve functie van het buitengebied | 500 m2 | 75% van bestaand tot maximaal 190 m2 | bij sloop tussen 3.500 m2 en 20.000 m2 glasopstanden: maximaal 250 m2 bij sloop van meer dan 20.000 m2glasopstanden: maximaal 500 m2 |
| extensieve dagrecreatie | 500 m2 | 75% van bestaand tot maximaal 375 m2 | bij sloop tussen 3.500 m2 en 20.000 m2 glasopstanden: maximaal 250 m2 bij sloop van meer dan 20.000 m2glasopstanden: maximaal 500 m2 |
| overige bedrijven | 500 m2 | 75% van bestaand tot maximaal 375 m2 | bij sloop tussen 3.500 m2 en 20.000 m2 glasopstanden: maximaal 250 m2 bij sloop van meer dan 20.000 m2glasopstanden: maximaal 500 m2 |
- er mag nooit sprake zijn van een toename van het aantal m3 aan bedrijfsbebouwing;
- cumulatie van functies is niet toegestaan;
- van tevoren in voldoende mate is verzekerd dat de aanwezige (voormalige) bedrijfsbebouwing, voor zover meer dan onder sub e is bedoeld, wordt afgebroken, behalve indien het bedrijfsbebouwing betreft welke als Rijks- of gemeentelijk monument is aangemerkt;
- van tevoren, op basis van een inrichtingsplan, in voldoende mate wordt verzekerd dat wordt voorzien in de ruimtelijke en/of landschappelijke inpassing ter plaatse;
- geen buitenopslag van goederen, materiaal of materieel is toegestaan;
- geen detailhandel is toegestaan, uitgezonderd detailhandel voor kleinschalige verkoop van ter plaatse geproduceerde producten waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de hoofdfunctie;
- van tevoren in voldoende mate is verzekerd dat geen sprake zal zijn van een zodanige toename van een publieks- en/of verkeersaantrekkende werking dat sprake zal zijn van een onevenredige nadelige invloed op het woon- en leefmilieu in de omliggende woningen;
- de omvang van het bestemmingsvlak wordt afgestemd op de nieuwe functie en de bestaande of geprojecteerde bebouwing;
- de wijziging geschiedt door het verwijderen van de bestaande bestemming en door het opnemen van de nieuwe bestemming(en) het verwijderde gedeelte volledig betreffende, waarbij het maximaal aantal m2 aan bedrijfsvloeroppervlakte en de categorie voor de functie van het toegestane bedrijf wordt aangegeven en, in voor zover nodig, het geven van regels;
- in het wijzigingsplan inzicht wordt gegeven in de uitkomsten van onderzoek naar bodemverontreiniging, flora en fauna en regenwaterretentie en is gebleken dat de betreffende belangen in voldoende mate zijn verzekerd.
10.7 Functiewijziging naar wonen (na sloop) van voormalige bedrijfsgebouwen
Bevoegd gezag kan het plan wijzigen voor de bouw van een woning of woningen in geval van sloop van alle voormalige bedrijfsbebouwing van een agrarisch bedrijf, agrarisch verwant bedrijf, buitengebied gebonden bedrijf, niet-grondgebonden agrarisch bedrijf of niet-agrarisch bedrijf, in het geval sprake is van de aanwezigheid van (voormalige) bedrijfsgebouwen, indien en voor zover:
- het geen bebouwing betreft welke als Rijks- of gemeentelijk monument is aangemerkt;
- het legale bebouwing betreft die minstens 5 jaar rechtmatig is gebruikt;
- van tevoren in voldoende mate is verzekerd dat alle aanwezige (voormalige) bedrijfsbebouwing, inclusief bouwwerken en bijbehorende voorzieningen, wordt gesloopt;
- het plan ertoe strekt te voorzien in de bouw van één of meerdere individuele woningen, worden de volgende regels gehanteerd:
| bij sloop van | toegestane aantal woningen |
| 1.000 - 2.500 m2 bedrijfsgebouwen | 1 vrijstaande woning van ten hoogste 750 m3 |
| 2.500 - 5.000 m2 bedrijfsgebouwen | 2 vrijstaande woningen van ten hoogste 750 m3 of 1 woning van ten hoogste 1.500 m3 |
| > 5.000 m2 bedrijfsgebouwen | 3 vrijstaande woningen van ten hoogste 750 m3 of 2 vrijstaande woningen van ten hoogste 1.500 m3 |
| 3.500 - 20.0000 m2 glasopstallen | 1 vrijstaande woning van ten hoogste 750 m3 |
| 20.0000 - 40.000 m2 glasopstallen | 2 vrijstaande woningen van ten hoogste 750 m3 of 1 woning van ten hoogste 1.500 m3 |
| > 40.000 m2 glasopstallen | 3 vrijstaande woningen van ten hoogste 750 m3 of 2 vrijstaande woningen van ten hoogste 1.500 m3 |
- per woning ten hoogste één bijgebouw wordt toegestaan met een oppervlakte van ten hoogste 75 m2, met dien verstande dat, indien het bij de woning behorende, direct aansluitende perceel een omvang heeft van tenminste 1 ha, het totale oppervlak van de bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 150 m2 per woning;
- de nieuwbouw dient plaats te vinden in de directe nabijheid van het reeds aanwezige hoofdgebouw, waarvan kan worden afgeweken indien op basis van een advies van een onafhankelijke stedenbouwkundige of landschappelijke deskundige is gebleken dat de bouw van (een) woning(en) in de directe nabijheid onevenredige afbreuk doet aan de ruimtelijke en/of landschappelijke waarden ter plaatse en dat nieuwbouw op een andere locatie vanuit het oogpunt van ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit de voorkeur verdient;
het gestelde in dit artikellid geldt ook indien sprake is van saldering van mogelijkheden op meerdere percelen, tot een maximum van 2 percelen, met dien verstande dat:
- per perceel minimaal 250 m2 aan bedrijfsgebouwen, danwel minimaal 1.000 m2 glasopstanden moet worden gesloopt;
- voor elk perceel geldt dat alle aanwezige bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt;
- de vervangende nieuwbouw dient gebouwd te worden op het perceel waar dat uit ruimtelijk oogpunt het meest wenselijk is;
- in het wijzigingsplan inzicht wordt gegeven in de gewenste beeldkwaliteit van de nieuw te realiseren bebouwing, waaruit blijkt op welke wijze voorzien wordt in een zorgvuldige landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing in de omgeving en de daarmee samenhangende gewenste verschijningsvorm van de bebouwing en waaruit tevens blijkt, in het geval de nieuw te realiseren bebouwing niet in de directe nabijheid van de te slopen bedrijfsgebouwen tot stand komt, waarom hieraan niet kan worden voldaan;
- de beoogde woonfunctie geen ontwikkeling tot gevolg heeft waarop de bestaande nutsvoorzieningen, wegen en parkeervoorzieningen niet zijn afgestemd;
- de bedrijfsontwikkeling van agrarische en/of andere bedrijven in de omgeving niet onevenredig wordt belemmerd;
- de wijziging geschiedt door het voor zover nodig verwijderen van de bestaande bestemming en door het opnemen van de nieuwe bestemming(en), tenminste het verwijderde gedeelte volledig betreffende en, voor zover nodig, het geven van regels;
- in het plan van wijziging inzicht wordt gegeven in de uitkomsten van onderzoek naar bodemverontreiniging, archeologische waarden, flora en fauna, geluidhinder ten gevolge van wegverkeer en/of spoorwegverkeer, hemelwaterretentie en financieel-economische uitvoerbaarheid en is gebleken dat de betreffende belangen in voldoende mate zijn verzekerd.
4 Overgangs- en slotregels
Artikel 11 Overgangsrecht
11.1 Overgangsrecht bouwwerken
11.1.1 Algemeen
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, danwel een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
- gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
- na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
11.1.2 Inhoud van een bouwwerk
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in
artikel 11.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in
artikel 11.1.1 met maximaal 10%.
11.1.3 Bestaande bouwwerken
Het bepaalde in
artikel 11.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
11.2 Overgangsrecht gebruik
11.2.1 Bestaande bouwwerken
Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
11.2.2 Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in
artikel 11.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
11.2.3 Onderbroken gebruik
Indien het gebruik, als bedoeld in
artikel 11.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
11.2.4 Strijdig gebruik bestaande bebouwing
Het bepaalde in
artikel 11.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Artikel 12 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan 'Ochten, Bonegraafseweg 37a-41'.