Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22i Diepenheimsestraat 61 Hengevelde
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1735.HExDiepenheimses61-VS10
1 Inleidende regels
 
Artikel 1 Toepassingsbereik
 
1.1 Omgevingsplan Hof van Twente
Dit plan wijzigt het omgevingsplan Hof van Twente in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan Hof van Twente [een hoofdstuk 22i] wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als paragrafen van [hoofdstuk 22i] van het omgevingsplan Hof van Twente. In de artikelkop van de artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22i.] gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22i.] gelezen worden.
 
1.2 Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4.
 
1.3 Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat
De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit plan.
 
1.4 Verwijzing naar verbeelding
De regels van dit plan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1735.HExDiepenheimses61-VS10.
Artikel 2 Begrippen
 
In deze regels wordt verstaan onder:
 
2.1 Van toepassing verklaring
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan;
 
2.2 Aanvullende begrippen
In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.52 gehanteerd;
 
2.3 Plan
Het Tam-omgevingsplan Diepenheimseweg 61, Hengevelde met identificatienummer NL.IMRO.1735.HExDiepenheimsest61-VS10 van de gemeente Hof van Twente;
 
2.4 Locatievlak
een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel;
 
2.5 Aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
 
2.6 aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
 
2.7 aan huis verbonden beroep:
een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, vastgesteldtechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, alsmede nevenactiviteiten in de vorm van kappers, autorijscholen, assurantiekantoren, verzekeringskantoren, schoonheidsspecialistes, hondentrimsalons, kindercrèches, pedicures en naar de aard daarmee qua uitstraling op het woonmilieu vergelijkbare activiteiten en met uitzondering van detailhandel en webwinkels, maar inclusief internetverkoop, dat in (bijgebouwen bij) de eigen woning wordt uitgeoefend, waarbij ten hoogste 25% van de oppervlakte van de woning inclusief (bij)gebouwen wordt gebruikt met een maximum van 50 m2 en de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is;
 
2.8 achtererfgebied
erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant van het hoofdgebouw;
 
2.9 bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
 
2.10 bebouwingspercentage:
een in het plan aangeduid percentage, dat de grootte van het in de regels aangegeven bouwvlak of erf aangeeft dat ten hoogste mag worden bebouwd;
 
2.11 bedrijf:
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen;
 
2.12 bedrijfsgebouw:
een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten;
 
2.13 bedrijfsmatige exploitatie van recreatiebedrijven:
het via een bedrijf, stichting of ander rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/ exploitatie, dat in de recreatieverblijven daadwerkelijk recreatief gebruik plaatsvindt;
 
2.14 bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de functie van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is;
 
2.15 bestaand en legaal:
  • bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald;
  • bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldende planologische regime, met dien verstande dat voor zover het gebruik betrekking heeft op nevenactiviteiten, deze nevenactiviteiten mogen worden uitgeoefend in de vorm en omvang zoals toegestaan op grond van het voorheen geldend planologisch
 
2.16 bevoegd gezag:
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
 
2.17 bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;
 
2.18 bijgebouw:
een bovengronds vrijstaand gebouw, dat door zijn vorm, functie, situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;
 
2.19 bos:
elk terrein waarop al dan niet bedrijfsmatig activiteiten worden uitgevoerd gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (een of meerdere van de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu (waaronder begrepen waterhuishouding) en extensieve recreatie;
 
2.20 bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
 
2.21 bouwgrens:
de grens van een bouwvlak;
 
2.22 bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
 
2.23 bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel;
 
2.24 bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
 
2.25 bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
 
2.26 bouwwijze:
de wijze van bouwen van een woning, waarbij:
  1. onder aaneengebouwd wordt verstaan een woning, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen en/of andere functies, waarvan het hoofdgebouw aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd;
  2. onder gestapeld wordt een gebouw verstaan, dat uit meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen (appartementen) bestaat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd;
  3. onder twee-aaneen wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van maximaal twee direct aaneengebouwde hoofdgebouwen (twee-onder-één-kap);
  4. onder vrijstaand wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen gebouw is aangebouwd;
 
2.27 cultuurhistorische waarde:
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied, zoals dat ondermeer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur;
 
2.28 dagrecreatie:
activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan; huifkarren worden hier mede onder begrepen;
 
2.29 detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
 
2.30 extensief recreatief medegebruik:
die vormen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, picknicken, kanoën, survivaltochten en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie;
 
2.31 extensieve dagrecreatie
recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte;
 
2.32 functiegrens:
de grens van een functievlak;
 
2.33 functievlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie ;
 
2.34 gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
 
2.35 gebruik:
het gebruiken, doen gebruiken en/of laten gebruiken;
 
2.36 groepsaccommodatie
een gebouw dat is bestemd voor periodiek recreatief nachtverblijf door groepen, met permanent daarvoor ingerichte ruimten met gemeenschappelijke voorzieningen;
 
2.37 hobbymatig agrarisch gebruik
het gebruik van grond ten behoeve van agrarische activiteiten in een omvang die niet als bedrijfsmatig kan worden beschouwd;
 
2.38 hoofdgebouw:
Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is;
 
2.39 huishouden
een persoon die of groep personen die gezamenlijk een huishouding voert;
 
2.40 inrichtingsplan
een plan bij realisering van nieuwe bouw- en/of gebruiksmogelijkheden waarin de ruimtelijke inpassing hiervan in de bestaande situatie wordt beschreven;
 
2.41 inwoning
maximaal drie huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van een of meerdere voorzieningen (zoals een gezamenlijke rioolaansluiting en/of hemelwatervoorziening en/of ruimte) en waarbij de woning uiterlijk uit één bouwmassa bestaat;
 
2.42 kampeermiddel:
tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
 
2.43 kampeerplaats:
standplaats voor een kampeermiddel;
 
2.44 kampeerseizoen:
de periode tussen 15 maart en 31 oktober;
 
2.45 kampeerterrein:
terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief verblijf;
 
2.46 kelder
een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen;
 
2.47 kleinschalig kampeerterrein
het houden van een kampeerterrein voor ten hoogste 25 kampeermiddelen, met dien verstande dat buiten de periode van 15 maart tot en met 31 oktober geen kampeermiddelen aanwezig mogen zijn, met uitzondering van campers. Deze mogen jaarrond aanwezig zijn op kleinschalige kampeerterreinen;
 
2.48 minicamping:
een kleinschalig kampeerterrein als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf of een burgerwoning;
 
2.49 nevenactiviteit:
activiteiten die in ruimtelijke en/of bedrijfseconomische zin een ondergeschikt bestanddeel vormen van de totale bedrijfsactiviteiten op een bouwperceel;
 
2.50 omgevingsvergunning:
vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 5.1 van de Omgevingswet;
 
2.51 overig bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
 
2.52 overkapping
een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omgeven (hieronder mede begrepen carports);
 
2.53 recreatiewoning:
een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, bestemd om uitsluitend door (het huishouden van) een persoon of groep van personen dat/die zijn hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt voor weekend en/of verblijfsrecreatie;
 
2.54 stacaravan:
een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat mede, gelet op de afmetingen, niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen over grote afstanden als aanhangsel van een auto te worden voortbewogen;
 
2.55 staat van bedrijfsactiviteiten:
een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen;
 
2.56 verblijfsrecreatie:
recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie/logeergebouw, pension, bed & breakfast, kampeermiddel of trekkershut door personen die hun hoofdwoonverblijf elders hebben, en waarbij er geen sprake is van permanente bewoning;
 
2.57 vloeroppervlak(te):
de totale oppervlakte, gemeten op vloerniveau, die voor een functie wordt gebruikt;
 
2.58 voorgevel:
de gevel van een gebouw die in architectonisch opzicht, dan wel gelet op de functie, als voorkant van dat gebouw kan worden aangemerkt;
 
2.59 voorgevelbouwgrens:
het naar de weg gekeerde deel van de bouwgrens;
 
2.60 voorgevelrooilijn:
de denkbeeldige lijn die de voorgevels van gebouwen en indien (nog) geen gebouwen aanwezig zijn, de voorgevelbouwgrenzen verbindt;
 
2.61 woning:
een complex van ruimten, als een zelfstandig gedeelte van een gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep of bedirjf;
 
2.62 woonoppervlak:
zowel de oppervlakte van de woning zelf als de bij de woning begrepen (bij)gebouwen.
Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen
 
3.1 Meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
 
3.1.1 de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
 
3.1.2 de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
 
3.1.3 de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
 
3.1.4 de inhoud van een bouwwerk:
tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken van dakkapellen;
 
3.1.5 de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
 
3.1.6 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens:
vanaf de zijdelingse grens van een bouwperceel tot enig punt van een gebouw;
 
3.1.7 peil:
  1. voor een bouwwerk in een bouwvlak, waar het peil ter plaatse is aangeduid: het niveau van 15 cm tot 35 cm boven de kruin van de bij deze aanduiding gelegen aanliggende weg;
  2. indien ter plaatse geen aanduiding in een bouwvlak is aangegeven: het niveau van 15 cm tot 35 cm boven de kruin van de aanliggende weg, dan wel de bestaande afwijking tot de mate waarin een bouwwerk van het in de aanhef genoemde niveau afwijkt.
 
3.2 Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of functievlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw c.q. functiegrens met niet meer dan 1 m wordt overschreden.
2 Specifieke regels over functies
Artikel 4 Bedrijf - 1
 
4.1 Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1735.HExDiepenheimsest61-VS10 is aangewezen voor het gebruiksdoel Bedrijf - 1.
 
4.2 Functieomschrijving Bedrijf - 1
Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Bedrijf - 1 heeft de volgende functies:
  1. bedrijven en instellingen zoals vermeld in de categorieën 1 en 2 van de bij deze regels behorende Bijlage 1 'Staat van bedrijven';
  2. een machinefabriek met SBI code 28;
  3. opslag, met dien verstande dat:
    1. opslag uitsluitend is toegestaan binnen het bouwvlak dan wel ter plaatse van de aanduiding 'opslag';
  4. groenvoorzieningen;
  5. water, afvoer van water, tijdelijke berging en infiltratie van hemelwater;
  6. verkeers- en verblijfsdoeleinden;
  7. parkeervoorzieningen;
  8. openbare nutsvoorzieningen;
  9. een geluidscherm ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm';
 
4.3 Bouwregels
Het bouwen op de gronden met de functie 'Bedrijf - 1' is aan een aantal regels gebonden.
 
4.3.1 Gebouwen en overkappingen, niet zijnde bedrijfswoningen
  1. de gebouwen en overkappingen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  2. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt;
  3. het bebouwingspercentage van het bouwvlak bedraagt niet meer dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven percentage.
 
4.3.2 Overige bouwwerken
  1. per erf mag niet meer dan twee vlaggenmasten worden geplaatst;
  2. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2,5 m bedragen;
  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 6 m bedragen;
  4. in aanvulling op het bepaalde onder c bedraagt de bouwhoogte van het geluidscherm ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' minimaal 4 m en maximaal 6 m.
 
4.4 Afwijken van het bouwregels
4.4.1 Afwijken
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 4.3.2 sub a voor het plaatsen van meer dan 2 vlaggenmasten per erf.
 
4.4.2 Toetsingscriteria
De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
  1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de verkeersveiligheid.
 
4.5 Specifieke gebruiksregels
Onder gebruik in strijd met de functie wordt in ieder geval verstaan een gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van:
  1. detailhandel, met uitzondering van ondergeschikte productiegebonden detailhandel;
  2. bedrijven die niet zijn genoemd in Bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2.
 
4.6 Afwijken van de gebruiksregels
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.5 sub b in die zin dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in Bijlage 1 onder categorieën 1 en 2, mits:
  1. het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in Bijlage 1 maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven die wel worden genoemd in Bijlage 1 onder een grotere categorie dan 2, maar in een individueel geval een lagere milieubelasting hebben;
  2. het geen inrichtingen als bedoeld in artikel 40 juncto artikel 1 van de Wet geluidhinder en/of risicovolle inrichtingen betreffen.
 
4.7 Voorwaardelijke verplichting geluidsmaatregelen
Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm bedrijf – voorwaardelijke verplichting geluidsmaatregelen' overeenkomstig de in lid 4.2 opgenomen functieomschrijving zonder de uitvoering en instandhouding van de geluidsreducerende maatregelen conform de in bijlage 2 opgenomen lijst met geluidsreducerende maatregelen, teneinde te komen tot een goed woon- en leefklimaat op de woningen in het plangebied, alsmede de woningen in de wijk De Marke III.
Artikel 5 Groen
 
5.1 Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1735.HExDiepenheimsest61-VS10 is aangewezen voor het gebruiksdoel Groen.
 
5.2 Functieomschrijving Groen
Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Groen heeft de volgende functies:
  1. groenvoorzieningen;
  2. voet- en fietspaden, alsmede toegangspaden en inritten naar omliggende functies;
  3. speelvoorzieningen;
  4. water in de vorm van waterlopen en -partijen;
  5. openbare nutsvoorzieningen en energieopslagsysteem;
  6. een geluidscherm ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm';
  7. landschappelijke inpassing van het naastgelegen bedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing'
Onder water worden de doeleinden voor afvoer, tijdelijke berging en infiltratie van hemelwater begrepen. In afwijking van het bepaalde in artikel 5.2 zijn ter plaatse van de aanduiding 'groenvoorziening' uitsluitend groenvoorzieningen toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'pad' één pad is toegestaan.
 
5.3 Bouwregels
Het bouwen op de gronden met de functie 'Groen' is aan een aantal regels gebonden.
 
5.3.1 Gebouwen en overkappingen
Op deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
 
5.3.2 Overige bouwwerken
De bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt niet meer dan 3,5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van een geluidscherm ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' minimaal 4 m en maximaal 6 m bedraagt.
 
5.4 Afwijken van het bouwregels
5.4.1 Afwijken
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.2.2 voor het toestaan van een bouwhoogte van niet meer dan 6 m.
 
5.4.2 Toetsingscriteria
De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
  1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de verkeersveiligheid.
Artikel 6 Wonen
 
6.1 Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1735.HExDiepenheimsest61-VS10 is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen.
 
6.2 Functieomschrijving Wonen
Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen heeft de volgende functies:
  1. wonen, waaronder ook het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep valt en een bed & breakfast-voorziening;
  2. groenvoorzieningen;
  3. speelvoorzieningen;
  4. water, afvoer van water, tijdelijke berging en infiltratie van hemelwater;
  5. verkeers- en verblijfsdoeleinden;
  6. parkeervoorzieningen;
  7. openbare nutsvoorzieningen.
  8. maximaal één woning per functievlak, waarbij inwoning is toegestaan;
 
6.3 Bouwregels
Het bouwen op de gronden met de functie 'Wonen' is aan een aantal regels gebonden.
 
6.3.1 Gebouwen ten behoeve van het wonen
  1. de gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  2. het aantal woningen bedraagt per bouwvlak maximaal één;
  3. de goot- en bouwhoogten bedragen niet meer dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangeduid, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogten indien deze meer bedragen;
  4. het bebouwingspercentage van het achtererf bedraagt niet meer dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven percentage, met dien verstande dat de bebouwde oppervlakte van het achtererf niet meer mag bedragen dan 150 m2.
 
6.3.2 Overkappingen ten behoeve van het wonen
  1. overkappingen ten behoeve van het wonen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  2. overkappingen ten behoeve van het wonen worden op niet minder dan 1 m achter de voorgevelrooilijn gebouwd;
  3. de bouwhoogte van overkappingen ten behoeve van het wonen bedraagt niet meer dan 3 m.
 
6.3.3 Gebouwen en overkappingen voor verkeers- of verblijfsdoeleinden of voor openbare nutsdoeleinden
  1. de inhoud bedraagt per gebouw maximaal 50 m3;
  2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 m.
 
6.3.4 Overige bouwwerken
  1. de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt voor de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 m en daarachter niet meer dan 2,2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbare weg (niet zijnde een brandgang tussen twee gebouwen) of openbaar groengebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens niet meer dan 1 m bedraagt;
  2. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verkeers- en verblijfsdoeleinden, openbare nutsvoorzieningen bedraagt niet meer dan 6 m;
  3. per erf mag niet meer dan één vlaggenmast worden geplaatst;
  4. de bouwhoogte van een vlaggenmast bedraagt niet meer dan 6 m;
  5. de bouwhoogte van andere overige bouwwerken bedraagt niet meer dan 3 m.
 
6.4 Specifieke gebruiksregels
Het gebruik van de gronden en bouwwerken, met de functie 'Wonen' is aan een aantal beperkingen gebonden.
 
6.4.1 Strijdig gebruik
De gronden en bouwwerken mogen niet worden gebruikt voor inrichtingen als bedoeld in artikel 40 juncto artikel 1 van de Wet geluidhinder en/of risicovolle inrichtingen.
 
6.4.2 Bed & breakfastvoorziening
Het gebruik van de hoofdgebouwen voor een bed & breakfastvoorziening is toegestaan, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden;
  1. er mag aan niet meer dan vijf personen nachtverblijf worden verschaft;
  2. de vestiging van een bed & breakfast wordt gerealiseerd binnen het bestaande hoofd- en/of bijgebouw;
  3. een bed & breakfast mag geen tekenen van een wooneenheid vertonen, zoals een keuken;
  4. de woonfunctie moet in ruimtelijke en visuele zin primair blijven;
  5. niet meer dan 30% van de bestaande vloeroppervlakte van het hoofd- en bijgebouw mag worden gebruikt voor de bed & breakfastvoorziening, met een maximum van 45 m2;
  6. degene die de gebruiker is van de woning, moet ook degene zijn die de bed & breakfast uitoefent;
  7. de ruimtelijke uitstraling van de activiteiten moet qua aard, omvang en intensiteit verenigbaar zijn met de omringende woonomgeving;
  8. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeersituatie ter plaatse; ten aanzien van het laatste geldt als uitgangspunt dat er dient te worden geparkeerd op eigen terrein.
 
6.5 Voorwaardelijke verplichting geluidsmaatregelen
Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting geluidsmaatregelen' overeenkomstig de in lid 6.2 opgenomen functieomschrijving zonder de uitvoering en instandhouding van de geluidsreducerende maatregelen conform de in bijlage 2 opgenomen lijst met geluidsreducerende maatregelen, teneinde te komen tot een goed woon- en leefklimaat op de woningen in het plangebied, alsmede de woningen in de wijk De Marke III.
3 Algemene regels over functies
Artikel 7 Toepassingsbereik
 
De regels van dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het plangebied zoals opgenomen in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1735.HExDiepenheimsest61-VS10.
Artikel 8 Aanvraagvereisten
 
  1. De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat:
    1. het bepaalde in artikel 22.284 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit in dit plan; en
    2. het bepaalde in 22.286 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in dit plan.
  2. In aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de beoordelingsregels.
Artikel 9 Anti-dubbeltelregel
 
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 10 Bouwactiviteit - algemeen
 
10.1 Bestaande afwijkende maatvoering
Bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die zijn opgericht in overeenstemming met de Omgevingswet of diens rechtsopvolgers respectievelijk de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, maar waarvan de maatvoering afwijkt van de regels van dit plan, zijn toegestaan in de bestaande maatvoering.
Artikel 11 Maatwerkvoorschrift
 
Burgemeester en wethouders kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van het bepaalde in Hoofdstuk 2 van dit plan, teneinde toestemming te verlenen voor de plaatsing van een antennemast voor mobiele telecommunicatie, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de antennemast wordt geplaatst binnen een locatievlak waarin geen woningen aanwezig zijn;
  2. de antennemast leidt ook overigens niet tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefmilieu in de omgeving;
  3. de antennemast is aantoonbaar noodzakelijk voor een adequaat dekkend netwerk voor mobiele telecommunicatie en site-sharing behoort aantoonbaar niet tot de mogelijkheden;
  4. de antennemast is niet hoger dan noodzakelijk voor een adequaat dekkend netwerk voor mobiele telecommunicatie met een maximum van 40 m.
4 Overgangsregels
Artikel 12 Overgangsrecht
 
12.1 Overgangsrecht bouwwerken
12.1.1 Algemeen
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
  1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
 
12.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 12.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 12.1.1 met maximaal 10 %.
 
12.1.3 Uitzondering
Het bepaalde in 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan.
 
12.2 Overgangsrecht gebruik
12.2.1 Algemeen
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
 
12.2.2 Strijdig gebruik
Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
 
12.2.3 Onderbroken gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in 12.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
 
12.2.4 Uitzondering
Het bepaalde in 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit plan.