direct naar inhoud van Artikel 3 Woongebied - 1
Plan: Bestemmingsplan Delden-Noord, herziening Peperkampweg
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1735.BPSDxPeperkamp2010-VS20

Artikel 3 Woongebied - 1

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Woongebied - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen en wonen met zorg;
  • b. verkeers- en verblijfsdoeleinden;
  • c. groenvoorzieningen, mede ter plaatse van de aanduiding 'groen' en water;
  • d. parkeerterrein, ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein';
  • e. openbare nutsvoorzieningen;
  • f. speelvoorzieningen;

met dien verstande dat:

  • onder water de doeleinden voor afvoer, tijdelijke berging van hemelwater worden begrepen;
  • ter plaatse van de aanduiding 'groen' uitsluitend groenvoorzieningen, inritten, ondergrondse afvalcontainers en speelvoorzieningen zijn toegestaan;
  • seksinrichtingen en het gebruik van de garageboxen voor handelsdoeleinden en reparatiebedrijven niet in de bestemming zijn begrepen.
3.2 Bouwregels
  • a. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van wonen gelden de volgende regels:
    • 1. de gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak, met dien verstande dat de gebouwen gestapeld worden gebouwd;
    • 2. het aantal wooneenheden per bouwvlak bedraagt niet meer dan het aantal dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven;
    • 3. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' aangeduide hoogte;
    • 4. de gebouwen worden voorzien van een platte afdekking;
    • 5. de dakrand in de voorgevel (straatgevel) moet over een lengte van ten minste 40% van de voorgevel, 1,25 m achter de straatbegrenzing van het bouwvlak liggen;
    • 6. in afwijking van het gestelde in artikel 3.2, lid a, onder 1 mag buiten het bouwvlak en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' een berging/bijgebouw, niet zijnde gebouwen ten behoeve van verkeers- en verblijfsdoeleinden en openbare nutsvoorzieningen, worden gebouwd met een oppervlakte van maximaal 30 m2 en een hoogte van maximaal 3 m.
  • b. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van verkeers- en verblijfsdoeleinden en openbare nutsvoorzieningen gelden de volgende regels:
    • 1. de inhoud bedraagt per gebouw niet meer dan 50 m³;
    • 2. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m.
  • c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en overkappingen gelden de volgende regels:
    • 1. per erf mag maximaal één vlaggenmast worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 6 m;
    • 2. de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt voor de voorgevel ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2,4 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbare weg (niet zijnde een brandgang tussen twee gebouwen) of openbaar groengebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt;
    • 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van verkeers- en verblijfsdoeleinden en openbare nutsvoorzieningen, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 6 m mag bedragen.
3.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • het bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;

bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

  • 1. lid 3.2, sub a, onder 4:

voor een gedeeltelijk platte afdekking, dan wel een (andere) dakhelling.

voor het realiseren van ondergrondse parkeervoorzieningen binnen het bouwvlak en met dien verstande dat ondergronds parkeren in ten hoogste één bouwlaag mag plaatsvinden.

Bij de toepassing van deze bevoegdheid om middels een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels dienen de effecten op het woongenot van aangrenzende percelen bij de beoordeling te worden betrokken.