direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1734.1421RANDKerkstr-VSG1

Regels

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Kerkstraat, Randwijk en is als een nieuw hoofdstuk 22o opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22o van het omgevingsplan van de gemeente Overbetuwe. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22o.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22o' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 plan

het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Woningbouw Kerkstraat, Randwijk met identificatienummer NL.IMRO.1734.1421RANDKerkstr-VSG1 van de gemeente Overbetuwe;

1.2 TAM-omgevingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels;

1.3 aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

een beroeps- of bedrijfsactiviteit die op een kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend. Onder een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit wordt ook een Bed & Breakfast verstaan;

1.4 aan- en uitbouw

een aan een hoofdgebouw gebouwde ruimte, die daaraan ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is, waarbij een aanbouw een zelfstandige ruimte is en een uitbouw een uitbreiding van een reeds bestaande ruimte van het hoofdgebouw is;

1.5 aaneengebouwde woning

een woning die onderdeel uitmaakt van minimaal drie aaneengebouwde woningen;

1.6 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.7 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.8 archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in de bodem voorkomende overblijfselen uit oude tijden;

1.9 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.10 bedrijf

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, alsook ondergeschikte detailhandel ten dienste van het bedrijf. Aan huis gebonden beroeps- of zijn daaronder niet begrepen;

1.11 begane grond

de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau;

1.12 bestaand
  • bij gebruik: legaal aanwezig op het moment van het van kracht worden van dit plan;
  • bij bouwwerken: legaal aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, alsmede bouwwerken die op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen worden gebouwd krachtens een daartoe verleende omgevingsvergunning;
1.13 bijgebouw

een vrijstaand gebouw, dat door zijn vorm, functie, situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;

1.14 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.15 bouwgrens

de grens van een bouwvlak;

1.16 bouwlaag

een gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een kelder en de ruimte(n) in de kap;

1.17 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.18 bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel;

1.19 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijn toegelaten;

1.20 bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.21 caravan

een ruimte, niet zijnde een gebouw (waaronder een stacaravan), in de vorm van een aanhangwagen, gefabriceerd, ingericht en bestemd voor het genieten van recreatief verblijf elders;

1.22 cultuurhistorische waarde

de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan en door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt;

1.23 dak

de gesloten bovenbeëindiging van een gebouw;

1.24 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop en/of te huur aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.25 dienstverlening

dienstverlening door een bedrijf met uitsluitend of in hoofdzaak een verzorgende taak met een publieksgerichte functie zoals kapsalon, schoonheidssalon, autorijschool, uitzendbureau, reisbureau, bank, makelaarskantoor, fotoatelier (inclusief ontwikkelen), cateringbedrijf en naar aard en uitstraling overeenkomstige bedrijven;

1.26 erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;

1.27 erfafscheiding

afscheidingen op de grens van percelen;

1.28 erker

een ruimte als uitbreiding van een ruimte of ander vertrek in een gebouw, die buiten de gevel uitsteekt en in open verbinding staat met het bedoelde vertrek, waarbij de buitenzijde wordt begrensd door kozijnen;

1.29 evenement

een georganiseerde gebeurtenis, (openlucht)manifestatie of themadag(en) in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering / verrichting van vermaak. Hierbij worden de volgende categorieën onderscheiden:

  • type 1: evenementen zonder geluid waarbij het aantal bezoekers per dag niet meer bedraagt dan of gelijk is aan 500 personen.
  • type 2: evenementen met geluid waarbij het aantal bezoekers per dag niet meer bedraagt dan of gelijk is aan 500 personen;
  • type 3: evenementen met of zonder geluid waarbij het aantal bezoekers per dag meer bedraagt dan 500 personen en niet meer bedraagt dan of gelijk is aan 3.000 personen;
  • type 4: evenementen met of zonder geluid waarbij het aantal bezoekers per dag meer bedraagt dan 3.000 personen en niet meer bedraagt dan of gelijk is aan 10.000 personen.
1.30 evenement met geluid

een evenement waarbij sprake is van versterkt geluid;

1.31 evenement zonder geluid

wen evenement waar alleen sprake is van onversterkt geluid;

1.32 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met (twee of meer) wanden omsloten ruimte vormt;

1.33 hoofdgebouw

een gebouw, of gedeelte daarvan, dat, gelet op de functie, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt, exclusief aan- en uitbouwen;

1.34 horeca

een bedrijf, gericht op het verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bieden van nachtverblijf;

De horecabedrijven zijn in vier categorieën te onderscheiden:

  • horeca in categorie 0: ondergeschikte horeca, zoals in een dorpshuis;
  • horeca in categorie 1: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen, waar naast kleinere etenswaren in hoofdzaak alcoholvrije dranken worden verstrekt, zoals een lunchroom, broodjeszaak, ijssalon, cafetaria, snackbar, afhaalcentrum, automatiek;
  • horeca in categorie 2: vormen van horeca-activiteiten waar in hoofdzaak maaltijden, (alcoholische) dranken en/of logies worden verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans in de avonduren plaatsvindt, zoals een café, restaurant, hotel en pension;
  • horeca in categorie 3: vormen van horeca-activiteiten waarbij in hoofdzaak alcoholische drank wordt verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans in de avonduren plaatsvindt, een aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt, zoals bar-dancings, discotheken, nachtclubs, alsmede horeca met zaalaccomodatie;
1.35 huishouden

een persoon of vaste groep personen die gezamenlijk en bestendig, voor onbepaalde tijd samenwonen;

1.36 inwoning

twee huishoudens die, in afwijking van het begrip woning, één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn;

1.37 kamerverhuur

het bedrijfsmatig verhuren of het aanbieden van kamers voor bewoning. Hieronder wordt niet verstaan de verhuur door particulieren van maximaal twee kamers in de door hen zelf bewoonde woning;

1.38 kiosk

een gebouw van beperkte omvang en eenvoudige constructie dat bedoeld is om de verblijfsfunctie te veraangenamen door het ter plaatse aan passanten te koop aanbieden van producten zoals souvenirs, kranten, tijdschriften, versnaperingen, niet-alcoholische en licht alcoholische dranken alsmede rookwaren;

1.39 kwetsbaar object

gebouwen, zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;

1.40 lawaaisporten

sportbeoefening die met veel lawaai gepaard gaat, zoals bijvoorbeeld motor- en autosport, karten, modelvoer- en vaartuigen;

1.41 luifel

afdak of overkapping aan of bij een gebouw, aan de openbare zijde, al of niet ondersteund;

1.42 normaal onderhoud en beheer

werkzaamheden die ter plaatse regelmatig terugkeren, teneinde tot een goed beheer van de gronden al dan niet met bebouwing te komen; hieronder vallen niet de incidentele ingrepen in bijvoorbeeld de cultuurtechnische situatie of werkzaamheden die een onherstelbare aantasting betekenen van de aan een gebied toegekende waarde;

1.43 nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen/installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen;

1.44 ondergeschikte bouwdelen

bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten het gebouw uitsteken, zoals schoorstenen, windvanen, dakoverstekken, balkons en liftschachten;

1.45 ondergeschikte detailhandel

detailhandel als activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de volgens het omgevingsplan toegestane hoofdfunctie. De detailhandelsactiviteit is van zulke beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft;

1.46 ondergronds

onder peil;

1.47 onderkomens

voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van recreatief buitenverblijf voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken;

1.48 ondersteunende horeca

een horecavoorziening binnen een functie waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men ten behoeve van de hoofdfunctie gelegenheid biedt voor de consumptie van drank en etenswaren;

1.49 overkapping

bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een dak en maximaal één gesloten wand;

1.50 peil
  • a. voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst, mits het gebouw op een afstand van niet meer dan 20 m van die weg is gelegen: 35 cm boven de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
  • b. voor overige bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het aansluitend terrein;
1.51 seksinrichting

een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang als zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.52 tent

een in hoofdzaak uit textiel of uit andere daarmee vergelijkbare materialen vervaardigd onderkomen voor recreatief dag- en/of nachtverblijf, dat gemakkelijk is op te vouwen en in te pakken;

1.53 tuin

een stuk grond in particulier eigendom dat ten dienste staat van het woon- of werkgenot;

1.54 twee-aaneen gebouwde woning

een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen;

1.55 verblijfsrecreatie

een vorm van recreatie die hoofdzakelijk is gericht op het verstrekken van nachtverblijf;

1.56 verdieping

de bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grond gelegen is/zijn;

1.57 voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt;

1.58 voorste gebouw

het gebouw dat het dichtst bij de voorste bouwperceelsgrens is gelegen;

1.59 vrijstaande woning

een woning die hoogstens door middel van aan- en uitbouwen met een andere woning verbonden is en waarvan geen van de beide zijgevels van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelgrens staan;

1.60 woning

een complex van ruimten inclusief aan- en uitbouwen, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

1.61 woonwagen

een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 De goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel met uitzondering van dakkapellen en wolfseinden.

2.2 De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.3 De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.4 De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.5 Het bebouwingspercentage

De gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken gelegen binnen een bepaald vlak gedeeld door de oppervlakte van dat vlak, uitgedrukt in procenten.

2.6 De horizontale diepte van een gebouw

De diepte, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd.

2.7 Ondergeschikte bouwdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1,5 m bedraagt.

2.8 Hart van de lijn

Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de kaart en op schaal waarin het plan is vastgesteld.

Hoofdstuk 2 Functieregels

 

Artikel 3 Buitenruimte

3.1 Toegestane functies en gebruik
    Functie(s)     Nadere uitleg of voorwaarden     Afwijken ten behoeve van:    
a.     Wegen, straten, voet- en fietspaden            
b.     Verblijfsvoorzieningen     Zoals pleinen, stoepen        
c.     Parkeervoorzieningen     Ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' is een parkeerterrein toegestaan.      
d.     Groen            
e.     Water en waterhuishoudkundige voorzieningen            
f.     Nutsvoorzieningen            
g.     Speelvoorzieningen     Oppervlakte maximaal 50 m².    
h.     Hondenuitlaatplaatsen     Alleen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - hondenuitlaatplaats'     Een hondenuitlaatplaats buiten de aanduiding 'specifieke vorm van groen - hondenuitlaatplaats', alleen als:
1. het woon- en leefmilieu van omwonenden niet onevenredig wordt aangetast.    

3.2 Bijbehorende functies

De volgende bijbehorende functies en voorzieningen zijn toegestaan:

  • a. geluidwerende voorzieningen;
  • b. straatmeubilair;
  • c. beeldende kunstwerken;
  • d. bij de functie behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.3 Verboden gebruik
    Functie(s) of gebruik     Nadere uitleg of voorwaarden    
a.     Het gebruiken van gronden en bouwwerken voor lawaaisporten        
b.   Het gebruiken van gronden voor buitenopslag    

3.4 Bouwen van gebouwen

Gebouwen zijn niet toegestaan, behalve nutsvoorzieningen. Hiervoor gelden de volgende bouwregels:

3.4.1 Nutsvoorzieningen
        Bouwregel     Afwijken mogelijk ten behoeve van    
a.     Bouwhoogte     max. 3 m   max. 5 m    
b.     Oppervlakte     max. 15 m²   max. 25 m²    
            Alleen als:
1. de verkeersveiligheid niet in het gedrang komt;
2. de afwijking niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving    

3.4.2 Afwijken ten behoeve van een kiosk

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bovenstaande voor het bouwen van kiosken, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. goothoogte maximaal 2,5 m;
  • b. bouwhoogte maximaal 3,5 m;
  • c. oppervlakte maximaal 20 m² per gebouw;
  • d. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  • e. de verkeersveiligheid mag niet in het gedrang komen.

3.5 Bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde
    Toegestane bouwwerken     Max. bouwhoogte     Afwijken mogelijk ten behoeve van:    
            Een hogere bouwhoogte, alleen als:
1. de stedenbouwkundige kwaliteit niet onevenredig wordt aangetast;
2. het woon- en leefmilieu van omwonenden niet onevenredig wordt aangetast;
3. de bouwhoogte niet meer is dan hieronder is aangegeven.    
a.     Bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van verkeersgeleiding en wegverlichting buiten een tuin     10 m     n.v.t.    
b.     Bruggen     8 m     n.v.t.    
c.     Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   6 m     n.v.t.    

Artikel 4 Water

4.1 Toegestane functies en gebruik
    Functie(s)     Nadere uitleg of voorwaarden    
a.     Water en waterhuishoudkundige voorzieningen        
b.     Waterstaatkundige kunstwerken, bruggen en andere waterstaatswerken        
c.     De aanleg, het behoud en de versterking van de natuurlijke en/of ecologische waarden        
d.     Extensieve dagrecreatie        
e.     (Beeldende) Kunstwerken        

4.2 Bijbehorende functies

De volgende bijbehorende functies en voorzieningen zijn toegestaan:

  • a. bij de functie behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en duikers;
  • b. groen;
  • c. bermen;
  • d. paden.

4.3 Verboden gebruik
    Functie(s) of gebruik     Nadere uitleg of voorwaarden    
a.     Het gebruiken van gronden voor buitenopslag      

4.4 Bouwen van gebouwen

Gebouwen zijn niet toegestaan.

4.5 Bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde
    Toegestane bouwwerken     Max. bouwhoogte    
a.     Bruggen     8 m    
b.     Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde     4 m    

Artikel 5 Wonen

5.1 Toegestane functies en gebruik
    Functie(s)     Nadere uitleg of voorwaarden    
a.     Wonen in een woning     Ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan is aangegeven met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden';
Ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' zijn 2 twee-aaneengebouwde woningen toegestaan';
Ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' is 1 vrijstaande woning toegestaan';
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woonwagen 1' is 1 woning toegestaan;
Inwoning is toegestaan.    
b.     Aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit     Alleen als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
1. de beroeps- of bedrijfsactiviteit qua aard, omvang en uitstraling past in een woonomgeving;
2. de woning in/op elke bouwlaag de uitstraling van een woonhuis behoudt;
3. de beroeps- of bedrijfsactiviteit niet leidt tot een onevenredige toename van de parkeerbehoefte;
4. er geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van ondergeschikte detailhandel als onderdeel van het aanwezige beroep of bedrijf aan huis;
5. maximaal 50 % van het woonoppervlakte mag worden gebruikt voor het beroep of bedrijf aan huis.    
c.     Water en waterhuishoudkundige voorzieningen      

5.2 Bijbehorende functies

De volgende bijbehorende functies zijn toegestaan:

  • a. tuinen;
  • b. parkeervoorzieningen;
  • c. nutsvoorzieningen;
  • d. groen;
  • e. speelvoorzieningen.

5.3 Verboden functies en gebruik
    Functie(s) of gebruik     Nadere uitleg of voorwaarden     Afwijken mogelijk ten behoeve van  
a.   Het gebruiken van gronden voor buitenopslag      
b.   Zelfstandige bewoning van bijgebouwen bij een woning      
c.     Standplaats voor onderkomens     Tenzij maximaal één caravan of kampeerauto en/of tent gelijktijdig wordt geplaatst en deze niet wordt/worden gebruikt voor permanente bewoning    
d.     Kamerverhuur      

5.4 Bouwen van hoofdgebouwen
        Bouwregel     Afwijken mogelijk ten behoeve van:    
a.     Situering     Binnen het bouwvlak     Het bouwen van hoofdgebouwen buiten het bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
1. de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast;
2. het woon- en leefmilieu van omwonenden wordt niet onevenredig aangetast;
3. de verkeersveiligheid wordt niet onevenredig aangetast;
4. de gebruikmogelijkheden van omliggende functies worden niet onevenredig beperkt;
5. er moet voldoende parkeergelegenheid aanwezig zijn, waarbij moet worden voldaan aan de parkeernormen, zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016. Indien deze nota bij een aanvraag is gewijzigd, moet met de wijziging rekening worden gehouden;
6. de uitbreiding vindt plaats ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'.    
b.     Goothoogte     Maximaal de op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte.        
c.     Bouwhoogte     Maximaal de op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte.        
d.     Type woning     Ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand': alleen vrijstaande woningen.

Ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen': alleen twee-aaneengebouwde woningen.

Ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd': alleen aaneengebouwde woningen. 

Ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - woonwagen 1': alleen één woonwagen.  
   

5.5 Bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
        Bouwregel     Afwijken mogelijk ten behoeve van:    
a.     Situering     Binnen het bouwvlak of ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'        
b.     Oppervlakte     Maximaal 50% van het erf, maar niet meer dan:
1. 90 m², voor zover het erf kleiner dan 200 m² is;
2. 120 m² voor zover het erf meer dan 200 m² en minder dan 500 m² is;
3. 150 m² voor zover het erf groter dan 500 m² is.    
Een grotere gezamenlijke oppervlakte, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
1. de gezamenlijke oppervlakte bedraagt niet meer dan 130 m², voor zover het erf kleiner dan 500 m² is en niet meer dan 180 m², voor zover het erf 500 m² of groter is, met dien verstande dat het erf voor maximaal 50% is bebouwd;
2. de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast;
3. het woon- en leefmilieu van omwonenden wordt niet onevenredig aangetast;
4. de gebruikmogelijkheden van omliggende functies worden niet onevenredig beperkt;
5. op eigen terrein moet voldoende parkeergelegenheid aanwezig zijn, waarbij moet worden voldaan aan de parkeernormen, zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016. Indien deze nota bij een aanvraag is gewijzigd, moet met de wijziging rekening worden gehouden.    
c.     Goothoogte     Maximaal 3,5 m        
d.     Bouwhoogte     Maximaal 4,5 m     Een hogere bouwhoogte, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
1. de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m;
2. de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast;
3. het woon- en leefmilieu van omwonenden wordt niet onevenredig aangetast.    

5.6 Bouwen van erkers
        Bouwregel    
a.     Horizontale diepte     Maximaal 1,5 m vanuit de gevel waaraan gebouwd wordt    
b.     Breedte     Maximaal 60% van de breedte van de gevel waaraan gebouwd wordt    
c.     Bouwhoogte     Maximaal 4 m.    

5.7 Bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
    Toegestane bouwwerken     Max. bouwhoogte     Afwijken mogelijk ten behoeve van:    
            Een hogere bouwhoogte, alleen als:
1. de stedenbouwkundige kwaliteit niet onevenredig wordt aangetast;
2. het woon- en leefmilieu van omwonenden niet onevenredig wordt aangetast;
3. de bouwhoogte niet meer is dan hieronder is aangegeven.    
a.     Erfafscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw     1 m     2 m    
b.     Erfafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw     2 m     3 m    
c.     Masten     6 m     n.v.t.    
d.     Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw     2 m     3 m    
d.     Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw     3 m     4 m    

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7 Algemene bouwregels

7.1 Bestaande maten

In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.

7.2 Overschrijding bouwgrenzen
    De bouwgrenzen, niet zijnde functiegrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door:     Nadere voorwaarden(n)    
a.     tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken     de overschrijding van de bouwgrenzen bedraagt maximaal 2,5 meter    
b.     andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen     de overschrijding van de bouwgrenzen bedraagt maximaal 1,5 meter    

7.3 Ondergronds bouwen
Toegestane bebouwing:     Nadere voorwaarde(n)     Afwijken mogelijk ten behoeve van:    
ondergrondse gebouwen (kelders) daar waar bovengronds gebouwen aanwezig zijn     Toegestaan tot maximaal één bouwlaag ondergronds        
ondergrondse gebouwen (kelders) daar waar bovengronds geen gebouwen aanwezig zijn     Toegestaan tot:
- maximaal één bouwlaag ondergronds;
- een oppervlakte van maximaal 25 m²;

Alleen als:
1. de ondergrondse ruimte vanuit de binnenzijde van de bebouwing, waaronder deze wordt gerealiseerd, toegankelijk is;
2. het peil rond de bebouwing niet kunstmatig wordt verhoogd.    
   

7.4 Parkeernormen
  • a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en voor het gebruiken van gebouwen waar al dan niet een omgevingsvergunning voor nodig is, wordt slechts verleend, indien is aangetoond dat wordt of zal worden voldaan aan de parkeernormen, zoals neergelegd in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016, aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Overbetuwe op 6 december 2016 en met dien verstande dat, indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging;
  • b. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a, mits:
    • 1. het voldoen aan deze bepaling door bijzondere omstandigheden op zwaarwegende bezwaren stuit; of
    • 2. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien.

Artikel 8 Algemene gebruiksregels

8.1 Verboden functies en gebruik

De volgende functies en het volgende gebruik zijn verboden binnen alle functies:

    Functie(s) of gebruik     Nadere uitleg of voorwaarden    
a.     Het gebruiken van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval     Dit geldt niet voor het normale op de functie gerichte gebruik en onderhoud.    
b.     Het gebruiken van gronden als stalling- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen     Dit geldt niet voor het normale op de functie gerichte gebruik en onderhoud.    
c.     Het gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor een seksinrichting dan wel voor prostitutie        
d.   Het gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor een coffeeshop    
e.   Het gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor lawaaisporten    

8.2 Evenementen
  • a. Voor het gebruiken van de gronden voor evenementen in overeenstemming met de in Hoofdstuk 2 opgenomen functies, moet worden voldaan aan het bepaalde in onderstaande tabel:
type evenement     maximaal aantal evenementen per jaar     maximale duur per evenement (exclusief op- en afbouw)    
1     geen maximum     3 aaneengesloten dagen    
2     15     3 aaneengesloten dagen    
3     3     3 aaneengesloten dagen    
4     5     3 aaneengesloten dagen  

  • b. de op- en afbouw van bij het evenement behorende voorzieningen mag maximaal 3 dagen duren;
  • c. evenementen van type 2, 3 en 4 moeten voldoen aan de geluidsnormen als opgenomen in onderstaande tabel:
etmaal- periode     maximaal geluidniveau op de gevel van geluidgevoelige gebouwen (in dB(A))     maximaal geluidniveau laag frequent geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen (in dB(C))    
07.00 - 19.00 uur     80     93    
19.00 - 23.00 uur     80     93    
23.00 - 01.00 uur     80     93    
01.00 - 07.00 uur     55     -    

  • d. in aanvulling op het bepaalde in bovenstaande tabel onder e. geldt dat het maximale geluidniveau ter plaatse van het evenement, niet meer mag bedragen dan 103 dB(A) en 116 dB(C) voor het laag frequent geluid;
  • e. in afwijking van het bepaalde onder a. kan middels een omgevingsvergunning worden afgeweken van het maximum aantal aaneengesloten dagen voor een evenement, mits:
    • 1. de afwijking niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving;
    • 2. de afwijking niet leidt tot onevenredig nadelige gevolgen voor de verkeerssituatie, waaronder de bereikbaarheid van in de omgeving aanwezige functies.

8.3 Parkeren
  • a. Het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bebouwing is slechts toegestaan onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan de parkeernormen, zoals neergelegd in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016, aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Overbetuwe op 6 december 2016 en met dien verstande dat, indien deze beleidsregels gedurende de planperiode en voor de betreffende gebruikswijziging worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging;
  • b. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a, mits:
    • 1. het voldoen aan deze bepaling door bijzondere omstandigheden op zwaarwegende bezwaren stuit; of
    • 2. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien.

Artikel 9 Algemene afwijkingsregels

    Afwijken met een omgevingsvergunning van het bepaalde in dit plan is mogelijk van:     Nadere voorwaarden:    
a.     de in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlaktematen en percentages en afstandseisen, tot maximaal 10% van deze hoogten, maten, percentages en afstandseisen     1. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden worden niet onevenredig geschaad;
2. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen worden niet onevenredig geschaad.    
b.     de regels voor het toestaan van het overschrijden van bouwgrenzen tot maximaal 2,5 m     1. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden worden niet onevenredig geschaad;
2. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen worden niet onevenredig geschaad.
3. de overschrijding is noodzakelijk in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of bebouwing.    
c.     de regels voor het toestaan van bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een bouwhoogte van maximaal 10 m, of een zend-, ontvang- en/of sirenemast met een bouwhoogte van maximaal 40 m     1. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden worden niet onevenredig geschaad;
2. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen worden niet onevenredig geschaad.    
d.     de regels voor het toestaan van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een inhoud van maximaal 50 m³ en een bouwhoogte van maximaal 5 m, ten dienste van openbaar nut, zoals schakelhuisjes, wachthuisjes, tranformatorhuisjes, alsmede andere bouwwerken, zoals muurtjes, standbeelden en lichtmasten     1. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden worden niet onevenredig geschaad;
2. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen worden niet onevenredig geschaad.    

Hoofdstuk 4 Overgangsregels

Artikel 10 Overgangsrecht

10.1 Overgangsrecht bouwwerken

Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt:

  • a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan;
  • b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid sub a met maximaal 10%;
  • c. dit lid sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

10.2 Overgangsrecht gebruik

Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt:

  • a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  • b. het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  • c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid sub a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  • d. dit lid sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.