direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Reparatieplan Buitengebied Overbetuwe
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1

Toelichting

Samenvatting
In de afgelopen jaren is gebleken dat het bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe', dat in 2013 is vastgesteld, een aantal kleine gebreken bevat. Ook in twee daarop gebaseerde postzegelplannen zijn kleine gebreken geconstateerd. Daardoor zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden op een aantal locaties in het buitengebied niet geheel correct opgenomen. Dit reparatieplan is opgesteld om deze gebreken te herstellen, zodat de bouw- en gebruiksmogelijkheden weer overeenkomen met de bedoeling. Het gaat in alle gevallen om duidelijk kenbare gebreken, waarbij geen nadelen voor derden optreden.

Dit reparatieplan heeft betrekking op 6 locaties. Hoofdstuk 2 van de toelichting bij dit bestemmingsplan beschrijft de huidige en de toekomstige situatie per locatie. Paragraaf 5.2 geeft een overzicht van de reparaties per locatie. Hieronder volgt een korte samenvatting.

  • 1. Wolfhoeksestraat 11-13 te Elst

Op dit moment is het bouwvlak verdeeld over twee percelen: nummer 11 en nummer 13. Vanuit een zienswijze op het bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' is destijds met de eigenaar van nummer 13 afgesproken dat hij de mogelijkheid krijgt om zijn bedrijfsbebouwing uit te breiden. In het geldende bestemmingsplan geldt deze uitbreidingsmogelijkheid echter voor het hele bouwvlak (dus voor nummer 11 én nummer 13). Hierdoor kan nummer 13 niet meer uitbreiden als nummer 11 deze mogelijkheid al heeft gebruikt. In het reparatieplan krijgen beide huisnummers een eigen bouwvlak met aparte oppervlaktemaatvoering voor bebouwing.

  • 2. Bredestraat-Zuid 44 te Herveld

Voor dit perceel is een apart bestemmingsplan opgesteld waarin een woonbestemming met de bouw van één woning mogelijk is gemaakt. De procedure van dit bestemmingsplan liep gelijk op met de procedure voor bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe'. De woonbestemming is overruled door het bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe'. Het perceel heeft daarom nu weer een agrarische bestemming. Het reparatieplan herstelt de woonbestemming op deze locatie.

  • 3. Kerkstraat 9 te Herveld

De huidige bestemming op het voorste gedeelte van dit perceel is 'Wonen'. Het achterste gedeelte van het perceel heeft de bestemming 'Agrarisch met waarden'. De functieaanduiding 'agrarisch met waarden - kleinschaligheid' is gekoppeld aan de bestemming 'Agrarisch met waarden', maar is op dit perceel ook toegekend aan de grond met woonbestemming. Het reparatieplan verwijdert deze functieaanduiding voor het gedeelte van het perceel dat een woonbestemming heeft.

  • 4. Moordakkerstraat 14 te Herveld

De analoge versie van het bestemmingsplan geeft als aard van bedrijvigheid 'koerier, vervoer over de weg'. Met het reparatieplan wordt de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – koerier, vervoer over de weg' ook in het digitale plan opgenomen.

  • 5. Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren

Ten aanzien van vrijstaande bergingen bij de recreatieverblijven op het perceel laten we het verschil tussen bestaande en nieuwe bergingen vervallen. Vrijstaande bergingen van 6 m2 worden bij alle recreatieverblijven toegestaan. Met de eigenaar is afgesproken om ten aanzien van de oppervlakte van de groepsaccommodatie aan te sluiten bij de huidige praktijk. Opgenomen wordt dat een oppervlakte van 250 m2 voor de groepsaccommodatie is toegestaan.

  • 6. Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout

Voor deze locatie is een aparte bestemmingsplanprocedure doorlopen. Voor dit bestemmingsplan is aangesloten bij de planregeling uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe'. De systematiek van de verbeelding is bij deze locatie echter anders, waardoor er geen bouwregels voor aan- en uitbouwen zijn. Aan- en uitbouwen zijn nu dus niet zijn toegestaan. Met het reparatieplan voegen we deze mogelijkheid toe.

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Op 5 maart 2013 is het bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' vastgesteld door de gemeenteraad van Overbetuwe en op 30 april 2014 is het plan na een beroepsperiode onherroepelijk geworden. Het bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' beslaat nagenoeg het gehele buitengebied van de gemeente Overbetuwe. In de afgelopen jaren is gebleken dat er op een aantal locaties kleine gebreken in de planregels en/of de verbeelding staan. Daardoor is de bedoeling van het bestemmingsplan niet geheel correct opgenomen, wat een beperking in de bouw- of gebruiksmogelijkheden kan betekenen, die niet is gewenst. De gemeente wil deze gebreken herstellen, zodat de betrokken eigenaren en gebruikers hierdoor niet worden benadeeld. Hiervoor is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Daarom is het voorliggende reparatieplan opgesteld. Met dit bestemmingsplan worden de geconstateerde gebreken hersteld, zodat op de locaties weer een correcte bestemmingsplanregeling geldt. Het gaat in totaal om 6 locaties in het buitengebied. In alle gevallen gaat het om duidelijk kenbare gebreken. Met het herstellen van de gebreken worden geen derden benadeeld. In deze toelichting wordt dat aangetoond.

1.2 Ligging en beschrijving plangebied

Het plangebied bestaat uit 6 locaties, die verspreid in het buitengebied van Overbetuwe liggen. Het gaat om de volgende locaties:

  • 1. Wolfhoeksestraat 11-13 te Elst;
  • 2. Bredestraat-Zuid 44 te Herveld;
  • 3. Kerkstraat 9 te Herveld;
  • 4. Moordakkerstraat 14 te Herveld;
  • 5. Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren;
  • 6. Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout.

Op afbeelding 1 is de ligging van de planlocaties binnen de gemeente Overbetuwe zichtbaar. De nummering komt overeen met de bovenstaande opsomming. In hoofdstuk 2 is de huidige situatie op de planlocaties en in de directe omgeving daarvan beschreven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1_0001.png"  
Afbeelding 1: ligging plangebieden in de gemeente Overbetuwe (bron: Bing Maps)  

1.3 Huidig bestemmingsplan

In het plangebied gelden momenteel de volgende bestemmingsplannen:

  • Buitengebied Overbetuwe (vastgesteld op 5 maart 2013), op alle locaties met uitzondering van Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren en Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout;
  • Buitengebied, Uilenburgsestraat 1-3, Heteren (vastgesteld op 26 augustus 2014), op de gelijknamige locatie;
  • Buitengebied, Krakenburgsestraat 4, Oosterhout (vastgesteld op 12 januari 2016), op de gelijknamige locatie.


In hoofdstuk 2 wordt per planlocatie beschreven welke bestemmingen er gelden en welke omissie er is geconstateerd.

1.4 Leeswijzer

Deze toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk, wordt in hoofdstuk 2 per planlocatie de bestaande en toekomstige feitelijke en planologische situatie beschreven. Daarbij is ook aangegeven welke omissies er zijn geconstateerd en hoe deze worden hersteld. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het voor dit bestemmingsplan van toepassing zijnde rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt of de wijzigingen (reparaties) in ruimtelijk en milieuhygiënisch opzicht aanvaardbaar en haalbaar is en voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. In hoofdstuk 6 is de juridische planopzet beschreven en in hoofdstuk 7 is de financiële toelichting opgenomen.

Hoofdstuk 2 Bestaande en toekomstige situatie

In dit hoofdstuk worden de bestaande en toekomstige feitelijke en planologische situatie per locatie beschreven. Daarbij wordt ook aangegeven welke reparaties in dit bestemmingsplan worden doorgevoerd.

2.1 Locatie Wolfhoeksestraat 11-13 te Elst

Deze locatie ligt ongeveer 1,3 kilometer ten zuiden van de kern Elst en 0,8 kilometer zuidwestelijk van het bedrijventerrein van Elst. Ten zuiden van de planlocatie liggen de Betuweroute en de Rijksweg A15. Verder zijn in de directe omgeving agrarische percelen en enkele woonpercelen aanwezig.

De planlocatie zelf bestaat uit de twee aan elkaar grenzende percelen Wolfhoeksestraat 11 en 13, die van twee verschillende eigenaren zijn. Aan de Wolfhoeksestraat 13 is een autoreparatiebedrijf gevestigd met bedrijfsbebouwing en bijbehorende verharding. De achterkant van het perceel is momenteel onbebouwd en ingericht als grasland. Op Wolfhoeksestraat 11 is een bedrijfslocatie met een bedrijfswoning en tuin aanwezig.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1_0002.png"  
Afbeelding 2: huidige situatie locatie Wolfhoeksestraat 11-13 te Elst  

De gronden op deze locatie zijn in het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' bestemd als 'Bedrijf', waarbij ter plaatse een autoreparatiebedrijf is toegestaan. Er is 1.125 m² bedrijfsbebouwing toegestaan (middels een afwijking is 1.294 m² toegestaan). Er is een bouwvlak opgenomen, dat een groot deel van de planlocatie beslaat. Verder zijn de bestaande bedrijfswoningen toegestaan; er is één bedrijfswoning (Wolfhoeksestraat 11) aanwezig. Ten slotte geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' op de planlocatie.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1_0003.png"  
Afbeelding 3: uitsnede huidig bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' locatie Wolfhoeksestraat 11-13 te Elst  

Hoewel de planlocatie uit twee afzonderlijke percelen bestaat, is in het bestemmingsplan één bestemmingsvlak met één bouwvlak opgenomen. Ook in de tabel behorende bij de regels zijn de adressen Wolfhoeksestraat 11 en 13 in één regel benoemd. Hierdoor gelden de bebouwings- en uitbreidingsmogelijkheden voor beide percelen gezamenlijk. Dit betekent dat een uitbreiding op één locatie de mogelijkheden voor de andere locatie zou beperken. Omdat dit niet de bedoeling en niet wenselijk is, wordt de regeling hierop aangepast. Daardoor zijn op de planlocatie twee bedrijven toegestaan met bijbehorende bouw- en uitbreidingsmogelijkheden. Zowel op Wolfhoeksestraat 11 als 13 kan nog in beperkte mate bebouwing worden toegevoegd. De bedrijfswoning Wolfhoeksestraat 11 blijft behouden.

2.2 Locatie Bredestraat-Zuid 44 te Herveld

De locatie Bredestraat-Zuid 44 ligt op de grens tussen de bebouwde kom van Herveld en het buitengebied en ligt tussen de woonkavels Bredestraat-Zuid 42 (ten zuiden) en 46 (ten noorden van de planlocatie) in.

Momenteel is het perceel onbebouwd en ingericht als weide. In de directe omgeving zijn woningen en enkele agrarische bedrijven en agrarische percelen aanwezig. Ongeveer 300 meter ten noorden van de planlocatie ligt de Rijksweg A15 en noordelijk daarvan de Betuweroute.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1_0004.png"  
Afbeelding 4: huidige situatie locatie Bredestraat-Zuid 44 te Herveld  

Op deze locatie is de bestemming 'Agrarisch' opgenomen zonder bouwvlak. Verder geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2'. Voor dit perceel is een apart bestemmingsplan opgesteld, waarin een woonbestemming voor één nieuwe woning mogelijk is gemaakt. De procedure van deze bestemmingsplanherziening liep vrijwel gelijktijdig met de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe', waarin deze ontwikkeling niet is meegenomen. Laatstgenoemd bestemmingsplan is uiteindelijk later vastgesteld dan het bestemmingsplan voor Bredestraat-Zuid 44. De woonbestemming van het aparte bestemmingsplan is daardoor per abuis 'overruled'. De huidige bestemming is hierdoor niet in overeenstemming met de gewenste situatie. Dit wordt met het reparatieplan hersteld. De bouw van de woning met bijbehorende voorzieningen (tuinen, erven, bijbehorende bouwwerken) wordt juridisch-planologisch weer toegestaan, zodat de ontwikkeling daadwerkelijk kan plaatsvinden. De maatvoerings- en situeringseisen komen overeen met het oorspronkelijk opgestelde separate bestemmingsplan. Hierdoor vormt de woning een ruimtelijk-stedenbouwkundig en functioneel logische opvulling in het bebouwingslint aan de Bredestraat-Zuid, tegen de kern Herveld aan.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1_0005.png"  
Afbeelding 5: uitsnede huidig bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' locatie
Bredestraat-Zuid 44 te Herveld  

2.3 Locatie Kerkstraat 9 te Herveld

De locatie Kerkstraat 9 te Herveld is een woonperceel in het buitengebied, circa 325 meter zuidoostelijk van de kern Herveld. Het perceel vormt samen met het aangrenzende woonperceel Kerkstraat 7 een cluster van 2 woonpercelen, omgeven door agrarische gronden. Op het perceel zelf is een vrijstaande woning aanwezig met een bijgebouw nabij de woning en een bijgebouw verder achter op het erf. De omliggende gronden worden gebruikt als tuin en voor hobbymatig agrarisch gebruik.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1_0006.png"  
Afbeelding 6: huidige situatie locatie Kerkstraat 9 te Herveld  

Op de planlocatie geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' en is de bestemming 'Wonen' opgenomen zonder specifiek bouwvlak. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2'. Op het perceel is tevens de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - kleinschaligheid' opgenomen. Het opnemen van deze aanduiding is een omissie in het plan. Deze aanduiding is namelijk gekoppeld aan de bestemming 'Agrarisch met waarden', die op de naastgelegen gronden geldt. Voor de bestemming 'Wonen' op de planlocatie heeft deze echter geen betekenis. Daarom wordt de functieaanduiding in dit reparatieplan verwijderd.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1_0007.png"  
Afbeelding 7: uitsnede huidig bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe'
locatie Kerkstraat 9 te Herveld  

2.4 Locatie Moordakkerstraat 14 te Herveld

De planlocatie Moordakkerstraat 14 ligt in een bebouwingscluster (Moordakkerstraat - Lechstraat - Brandenhofstraat) op ruim 900 meter zuidwestelijk van de kern Herveld. De planlocatie ligt nabij het knooppunt Valburg (circa 500 meter), waar de A15 en A50 elkaar kruisen. In de directe omgeving zijn voornamelijk woningen en enkele agrarische en niet-agrarische bedrijven aanwezig.

Op het perceel is een koeriersbedrijf aanwezig met drie bedrijfsgebouwen en een oprit.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1_0008.png"  
Afbeelding 8: huidige situatie locatie Moordakkerstraat 14 te Herveld  

Op deze locatie zijn de bestemmingen 'Bedrijf' en 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Binnen de bestemming bedrijf is op de digitale versie van de verbeelding (dit is de juridisch bindende versie) per abuis geen functieaanduiding opgenomen. De analoge verbeelding bevat de functieaanduiding 'koerier, vervoer over de weg'. Dit type bedrijvigheid is ook in de tabel bedrijven, die een bijlage bij de regels vormt, opgenomen. De omissie op de digitale verbeelding wordt met dit reparatieplan hersteld, zodat de beoogde bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het koeriersbedrijf op het perceel alsnog correct zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Verder is geconstateerd, dat het bestemmingsvlak 'Bedrijf' in het huidige bestemmingsplan aan de achterkant (zuidwestkant) de perceelsgrens overschrijdt. Dit is niet wenselijk en wordt in dit reparatieplan ook gecorrigeerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1_0009.png"  
Afbeelding 9: uitsnede huidig bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' locatie Moordakkerstraat 14 te Herveld  

2.5 Locatie Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren

De planlocatie Uilenburgsestrat 1-3 betreft een recreatiecentrum met onder meer een camping, chaletpark, bed & breakfast, recreatie-appartementen, een kinderboerderij en zorgboerderij. Er bevinden zich op het terrein ook enkele waterpartijen die zijn ontstaan door de voormalige kleiwinning in dit gebied. Het plangebied wordt begrensd door de Uilenburgsestraat aan de westzijde, de Heterense Leigraaf en de provinciale weg N837 aan de zuidzijde en ligt temidden van een open poldergebied ten oosten van de kern Heteren (ruim 500 meter). Ook ligt de Rijksweg A50 in de nabijheid van de planlocatie.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1_0010.png"  
Afbeelding 10: huidige situatie locatie Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren  

Voor deze locatie is in 2014 een afzonderlijk bestemmingsplan opgesteld ('Buitengebied, Uilenburgsestraat 1-3, Heteren') na vernietiging van dit planonderdeel door de Raad van State in haar uitspraak inzake het bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe'. De bestemming is 'Recreatie - Verblijf'. Ook zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 2 en 3' en de gebiedsaanduiding 'overige zone - waardevol landschap' opgenomen.

Binnen de bestemming 'Recreatie - Verblijf' is verblijfsrecreatie in de vorm van de bedrijfsmatige exploitatie van een recreatieterrein toegestaan met:

  • maximaal 10 recreatiewoningen;
  • maximaal 1 groepsaccommodatie;
  • stacaravans, chalets en toeristische plaatsen voor toercaravans, vouwwagens, campers, tenten, huifkarren, trekkershutten, tenthuisjes, bed & breakfast;
  • 2 bedrijfswoningen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1_0011.png"  
Afbeelding 11: uitsnede huidig bestemmingsplan 'Buitengebied, Uilenburgsestraat 1-3, Heteren'.  

De bouwmogelijkheden voor een groepsaccommodatie (maximaal 75 m²) blijken niet goed aan te sluiten op de huidige praktijk. Een vergroting van de toegestane oppervlakte hiervoor is dan ook gewenst. Daarnaast wordt het verschil in bouwmogelijkheden tussen bestaande en nieuwe bergingen bij de recreatieverblijven als onnodig beperkend ervaren. Daarom wordt hiervoor een eenduidige en passende regeling opgenomen.

De bestaande recreatieve voorzieningen op deze locatie blijven behouden en veruit de meeste planologische bouw- en gebruiksmogelijkheden blijven ongewijzigd. Daarnaast kan er een groepsaccommodatie worden gerealiseerd. Daarvoor wordt een oppervlakte van maximaal 250 m², die beter past binnen de huidige praktijk voor dergelijke voorzieningen, toegestaan. Tegen het oprichten van een groepsaccommodatie van deze omvang bestaan geen overwegende bezwaren. Deze is qua omvang en functie passend op het terrein. Daarnaast worden de bouwmogelijkheden voor bestaande en nieuwe bergingen bij de recreatieverblijven eenduidig en passend gemaakt. Bij alle recreatieverblijven wordt een vrijstaande berging van maximaal 6 m² toegestaan.

2.6 Locatie Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout

De locatie Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout ligt in het zuidoostelijke deel van de gemeente Overbetuwe, ongeveer 400 meter westelijk van de kern Oosterhout en maakt onderdeel uit van het buitengebied.

Het plangebied is omgeven door woningen, agrarische gronden en enkele (agrarische) bedrijven. In de omgeving bevinden zich vooral tuinbouwbedrijven met kassen. Het plangebied zelf is gedeeltelijk bebouwd met kassen (circa 4.000 m²) op het noordelijke en oostelijke gedeelte van het plangebied. De agrarische bedrijfsvoering is inmiddels beëindigd. Op het westelijke gedeelte van het perceel bevindt zich de (voormalige) bedrijfswoning.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1_0012.png"  
Afbeelding 12: huidige situatie locatie Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout  

Voor deze locatie is in 2016 een apart bestemmingsplan vastgesteld om de bouw van een nieuwe vrijstaande woning mogelijk te maken na sloop van de glasopstanden op het perceel. De bestemming is 'Wonen', met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 1' (noordwestelijke strook) en 'Waarde - Archeologische verwachting 4' (rest van de planlocatie). Aan de zuidoostkant is een strook aangeduid waar geen vrijstaande bijgebouwen zijn toegestaan. De bouwregels van de bestemming 'Wonen' bevatten een omissie met betrekking tot de bouwmogelijkheden voor aan- en uitbouwen, die per abuis niet zijn toegestaan binnen de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten'. Beoogd was om deze toe te staan, mits er minimaal 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw wordt gebouwd. In dit reparatieplan wordt deze omissie hersteld. De bouwmogelijkheden sluiten hiermee weer aan op de beoogde mogelijkheden, die overeenkomen met andere woonpercelen in het buitengebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1_0013.png"  
Afbeelding 13: uitsnede huidig bestemmingsplan 'Buitengebied, Krakenburgsestraat 4, Oosterhout'.  

De eigenaar van het perceel heeft de agrarische bedrijfsactiviteiten al geruime tijd beëindigd en heeft vervolgens een vrijstaande woning gerealiseerd. Daarvoor is een omgevingsvergunning verleend. Ter compensatie zijn de glasopstanden (circa 4.000 m²) geheel gesloopt. De voormalige bedrijfswoning is behouden als burgerwoning. Verder wordt het perceel landschappelijk ingepast. De landschappelijke inpassing bestaat uit de volgende elementen (zie ook afbeelding 14 met overeenkomstige nummering van de landschapselementen):

  • 1. knip- en scheerheg;
  • 2. solitaire boom;
  • 3. knip- en scheerheg;
  • 4. hoogstamboomgaard;
  • 5. twee bomen ten noorden van de hoogstamboomgaard;
  • 6. drie bomen aan de noordwestelijke rand van het perceel;
  • 7. vogelbosje;
  • 8. struweelhaag.

De woning heeft een inhoud van 700 m³ met een aangebouwde berging. De woning is ontsloten op de Dijkstraat. Met deze bestemmingsplanherziening wordt het gebrek in de bouwregels hersteld, waardoor de planologische situatie overeenkomt met de vergunde bebouwing. De overige eisen (maatvoering, landschappelijke inpassing, sloopplicht, situering bebouwing) worden in dit bestemmingsplan overgenomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1_0014.png"  
afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1_0015.png"  
Afbeelding 14: aanzicht woning en plattegrond locatie Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout.  

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte staan de plannen van de Rijksoverheid voor ruimte en mobiliteit. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Om dit te bereiken, laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

Beoordeling en conclusie
Dit bestemmingsplan maakt, gezien de aard van de wijzigingen, geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk waarbij nationale belangen gemoeid zijn. De ontwikkelingen en wijzigingen conflicteren niet met het nationaal ruimtelijke ordeningsbeleid, zoals vastgelegd in de SVIR.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels van het Barro worden gerespecteerd.

Beoordeling en conclusie
Er is uitsluitend sprake van lokale ontwikkelingen, waarbij er in principe geen nationale belangen in het geding zijn. Met betrekking tot het thema elektriciteitsvoorziening zijn in het Barro nog geen regels opgenomen. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit bestemmingsplan.

Ladder voor duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een verplicht motiveringsinstrument, dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn (ECLI:NL:RVS:2016:1503).

Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering als de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro).

Beoordeling
Dit bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Per planlocatie wordt dit toegelicht.

Locatie Wolfhoeksestraat 11-13 te Elst
Op deze locatie blijft de bestaande bedrijfsbestemming (autoreparatiebedrijf) met de bestaande bouwmogelijkheden behouden. Het perceel wordt in planologische zin gesplitst. Er is geen sprake van een uitbreiding van het ruimtebeslag.

Locatie Bredestraat-Zuid 44 te Herveld
Op deze locatie wordt één nieuwe woning op een agrarisch perceel mogelijk gemaakt. Volgens vaste jurisprudentie is de ontwikkeling van één nieuwe woning geen stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in het Bro. Daarnaast is de woning op basis van een eerdere bestemmingsplanherziening al mogelijk gemaakt, maar per abuis is deze mogelijkheid weer vervallen met de inwerkingtreding van het huidige bestemmingsplan.

Locatie Kerkstraat 9 te Herveld
De bestaande woonbestemming met één woning blijft behouden en verandert niet in omvang of bouwmogelijkheden.

Locatie Moordakkerstraat 14 te Herveld
De huidige bedrijfsbestemming met de bijbehorende bouwmogelijkheden blijft behouden. Uitsluitend wordt het aanwezige bedrijf (koerier) correct bestemd. Er is geen sprake van een uitbreiding van het ruimtebeslag.

Locatie Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren
Op deze locatie zijn verschillende verblijfsrecreatieve voorzieningen aanwezig en planologisch toegestaan in het huidige bestemmingsplan (recreatieterrein met maximaal 10 recreatiewoningen, maximaal 1 groepsaccommodatie, stacaravans, chalets en toeristische plaatsen voor toercaravans, vouwwagens, campers, tenten, huifkarren, trekkershutten, tenthuisjes, bed & breakfast). Daarnaast zijn er 2 bedrijfswoningen toegestaan. Met dit reparatieplan worden deze bestaande mogelijkheden intact gehouden. De bouwmogelijkheden worden op twee onderdelen kleinschalig verruimd: de maximale oppervlakte van de groepsaccommodatie wordt vergroot van 75 naar 250 m² en bij alle recreatieverblijven wordt een berging van maximaal 6 m² toegestaan. De planologische bebouwingscontouren worden niet vergroot. Er is enkel sprake van een beperkte intensivering van bebouwing, die naar aard en omvang niet als een stedelijke ontwikkeling aan te merken is.

Locatie Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout
Het huidige bestemmingsplan maakt twee woningen mogelijk (één bestaande voormalige bedrijfswoning en één nieuwe woning onder de voorwaarde van sloop van circa 4.000 m² aan kassen). Dit blijft onveranderd. De enige wijziging die plaatsvindt, is het opnemen van een correcte regeling voor aan- en uitbouwen bij de woningen. Daarmee is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling.

Conclusie
De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing op dit bestemmingsplan. Op deze locatie is de beoogde ontwikkeling in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2 Provinciaal en regionaal beleid

Omgevingsvisie Gelderland
Provinciale Staten hebben op 9 juli 2014 de Omgevingsvisie Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Nadien zijn nog enkele actualisatieplannen vastgesteld. Het actuele beleid is opgenomen in de geconsolideerde versie van januari 2018. De provincie kiest er in de Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn:

  • een duurzame economische structuur(versterking);
  • het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving.


Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en de kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat, een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Dit betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn uitgewerkt en vertaald in provinciale ambities, die moeten resulteren in een divers, dynamisch en mooi Gelderland.

Beoordeling en conclusie
De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze bevat concrete regels, waaraan het bestemmingsplan wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen aanduidingen, die voor dit bestemmingsplan van belang zijn. Het plan is dan ook in overeenstemming met de Omgevingsvisie.

Omgevingsverordening Gelderland
Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de verordening of de Omgevingsverordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt regelmatig geactualiseerd. In januari 2018 is een geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening gepubliceerd.

De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften.

Beoordeling
Het plangebied ligt geheel of gedeeltelijk binnen de volgende aanduidingen:

  • Tijdelijk verbod hervestiging/nieuwvestiging/uitbreiding (bestaande) glastuinbouw (alle locaties). Dit verbod is niet van toepassing voor de planlocaties, omdat er geen sprake is van glastuinbouw.
  • Plussenbeleid (alle locaties, met uitzondering van Bredestraat-Zuid 44 te Herveld). Het plussenbeleid heeft betrekking op ontwikkelingen voor veehouderijen. Daarvan is op de planlocaties geen sprake.
  • Intrekgebieden (alle locaties, met uitzondering van Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout). In dit gebied mag geen bestemming mogelijk worden gemaakt, die voorziet in de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas. Dit bestemmingsplan voorziet hier niet in.
  • KWO-vrije zone/Boringsvrije zone (locatie Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren). Binnen deze zonemag geen koudewarmteopslag (KWO) worden gerealiseerd. Ook mogen geen schadelijke vloeibare stoffen, zwaarder dan water, worden gebruikt, worden vervoerd of in de bodem worden gebracht. Dit bestemmingsplan voorziet hierin ook niet.
  • Romeinse Limes (locatie Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren). Gelet op de aard en omvang van de ontwikkelingen op deze locatie, waarbij sprake is van kleinschalige herstructurering door toevoeging van bebouwingsmogelijkheden op het bestaande bouwperceel, kan worden gesteld dat de kernkwaliteiten van de Romeinse Limes niet worden aangetast door de ontwikkeling.

Verder is het thema 'wonen' uit de Omgevingsverordening van belang. Nieuwe woonlocaties zijn uitsluitend toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma en de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio (artikel 2.2.1.1). De gemeente Overbetuwe heeft haar woningbouwprogramma, zowel kwalitatief als kwantitatief, vastgelegd in de Woonagenda 2020.

In dit bestemmingsplan wordt één nieuwe woning mogelijk gemaakt op de locatie Bredestraat-Zuid 44 te Herveld. Daarvoor is eerder al een bestemmingsplanherziening doorlopen. In de woningbouwprogrammering, zoals vastgelegd in de Woonagenda 2020, is met deze woonlocatie rekening gehouden. De ontwikkeling past daarmee in het woonprogramma. In kwalitatief opzicht is van belang dat de locatie direct grenst aan de bebouwde kom van Herveld en dat met de beoogde woning een gat in het bebouwingslint wordt opgevuld. Het is daarmee een passende en logische ontwikkeling ten opzichte van de omliggende percelen en functies.

Conclusie
Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.

3.3 Gemeentelijk beleid

Toekomstvisie 2020+ Overbetuwe verbindt..
Op 8 september 2009 heeft de gemeenteraad van de Overbetuwe de 'Toekomstvisie 2020, Overbetuwe verbindt..' (hierna: de Toekomstvisie+) vastgesteld. De Toekomstvisie+ is het kader voor de ontwikkeling van de gemeente Overbetuwe tot 2020. De visie geeft een richting voor de ruimtelijke, maatschappelijke en economische ontwikkeling. De Toekomstvisie+ omvat het gehele gemeentelijke beleidsterrein. Voor wat betreft de ruimtelijke onderdelen is de Toekomstvisie+ te zien als structuurvisie in de zin van artikel 2.1 Wro voor het grondgebied van de gemeente Overbetuwe. In de Toekomstvisie+ zijn de aspecten leefomgeving, vergrijzing, economische gesteldheid (werk en werkgelegenheid) en duurzaamheid opgenomen om een gewenste identiteit uiteen te zetten.

In de gemeente Overbetuwe zijn 11 kernen van verschillende grootte en met verschillende identiteiten aanwezig. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen is een speerpunt in het beleid.

Een andere belangrijke ontwikkeling is het kleiner worden van huishoudens. Hierdoor zijn, ook bij een gelijk blijvend aantal inwoners, meer woningen nodig en is dus meer ruimte nodig. Ook het toenemende belang van de kwaliteit van de woonomgeving leidt tot een grotere ruimtebehoefte voor wonen. Extra aandacht moet worden besteed aan kwaliteitsaspecten, zoals een attractief, gezond en veilig woonmilieu. Verder moet rekening worden gehouden met de sterker wordende wens om op een herkenbare en 'eigen' plek te wonen. Ten slotte leiden de ontwikkelingen op de woningmarkt tot extra aandacht voor levensloopbestendige woningen.

Beoordeling
Locatie Wolfhoeksestraat 11-13 te Elst
Op deze locatie blijft de bestaande bedrijfsbestemming (autoreparatiebedrijf) met de bestaande bouwmogelijkheden behouden. Het perceel wordt in planologische zin gesplitst. Er is geen sprake van een uitbreiding van het ruimtebeslag. Kenmerkende kwaliteiten worden niet aangetast. De wijziging conflicteert niet met de doelstellingen van de Toekomstvisie+.

Locatie Bredestraat-Zuid 44 te Herveld
Op deze locatie wordt één nieuwe woning op een agrarisch perceel mogelijk gemaakt. Deze woning is op basis van een eerdere bestemmingsplanherziening al mogelijk gemaakt, maar per abuis is deze mogelijkheid weer vervallen met de inwerkingtreding van het huidige bestemmingsplan. Het perceel grenst aan de bebouwde kom en de op de Visiekaart aangegeven bebouwingscontour. Ontwikkeling van een woning op dit perceel, waarbij een gat in het bebouwingslint wordt opgevuld, past in de uitgangspunten voor nieuwe woningen. Er worden geen karakteristieke of kenmerkende kwaliteiten aangetast.

Locatie Kerkstraat 9 te Herveld
De bestaande woonbestemming met één woning blijft behouden en verandert niet in omvang of bouwmogelijkheden. De waarden van het omliggende waardevolle landschap worden niet aangetast. De wijziging conflicteert niet met de doelstellingen van de Toekomstvisie+.

Locatie Moordakkerstraat 14 te Herveld
De huidige bedrijfsbestemming met de bijbehorende bouwmogelijkheden blijft behouden. Uitsluitend wordt het aanwezige bedrijf (koerier) correct bestemd. Er is geen sprake van een uitbreiding van het ruimtebeslag. Omdat er geen kenmerkende kwaliteiten worden aangetast, conflicteert de planwijziging niet met de doelstellingen van de Toekomstvisie+.

Locatie Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren
Op deze locatie zijn verschillende verblijfsrecreatieve voorzieningen aanwezig en planologisch toegestaan in het huidige bestemmingsplan, alsmede twee bedrijfswoningen. Met dit reparatieplan worden deze bestaande mogelijkheden intact gehouden. De bouwmogelijkheden worden op twee onderdelen kleinschalig verruimd: de maximale oppervlakte van de groepsaccommodatie wordt vergroot van 75 naar 250 m² en bij alle recreatieverblijven wordt een berging van maximaal 6 m² toegestaan. De planologische bebouwingscontouren worden niet vergroot, maar er is enkel sprake van een beperkte intensivering van bebouwing. Deze planlocatie ligt aan de rand van een gebied waar ingezet wordt op behoud en versterking van doorzichten. Met de planontwikkeling vindt daarvan geen aantasting plaats.

Locatie Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout
Het huidige bestemmingsplan maakt twee woningen mogelijk (één bestaande voormalige bedrijfswoning en één nieuwe woning onder de voorwaarde van sloop van circa 4.000 m² aan kassen). Dit blijft onveranderd. De enige wijziging die plaatsvindt, is het opnemen van een correcte regeling voor aan- en uitbouwen bij de woningen. Die wijziging conflicteert niet met de belangen en doelstellingen van de Toekomstvisie+.

Conclusie
De reparaties, die in dit bestemmingsplan worden doorgevoerd, zijn passend binnen de Toekomstvisie+.

Woonagenda Overbetuwe 2020
In de Woonagenda 2020 verwoordt de gemeente Overbetuwe haar doelen en ambities op het gebied van wonen. Als basis voor deze woonagenda is een opgavennotitie opgesteld. Deze woningmarktanalyse geeft zicht op huidige en toekomstige kansen en knelpunten en is het startpunt voor de uitwerking van de woonagenda. De woonagenda bevat geen gedetailleerd uitvoeringsprogramma, maar de koers waarbinnen de komende jaren plannen voor kernen en locaties kunnen worden uitgewerkt. De ontwikkelingen, die de komende jaren afkomen op de gemeente (vergrijzing, gezinsverdunning), vragen om meer variatie in het woonaanbod. Over het algemeen zijn inwoners tevreden over hun woonsituatie. Niet voor iedereen is het echter even makkelijk om een woning naar wens te vinden. De gemeente wil over voldoende woningen met de juiste kwaliteit beschikken om huishoudens de gewenste stappen in hun wooncarrière te laten maken. Dat wil zeggen voor iedere stap in de levensloop een geschikt woonalternatief.

Accentpunten zijn:

  • Aandacht voor urgente huisvestingsnood: inzetten op geschikte woningen voor bijzondere doelgroepen;
  • Betaalbaarheid en beschikbaarheid: meer betaalbare huurwoningen beschikbaar;
  • Wijs omgaan met de bestaande woningvoorraad: inzetten op verduurzaming;
  • Een levensloopvriendelijke gemeente: langer thuis wonen en er op uit;
  • Een gezonde woningmarkt in balans: prioriteren én versnellen van onze woningbouwplannen.


Het aantal huishoudens binnen de gemeente neemt in de periode 2015-2040 naar verwachting toe met ca. 2.250. Tot 2025 is een uitbreiding van de woningvoorraad met 1.400 woningen nodig voor het oplossen van bestaande tekorten en voor het opvangen van de autonome huishoudengroei.

Beoordeling
Het gemeentelijk beleid, zoals vastgelegd in de Woonagenda 2020, is gericht op kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad en op mogelijkheden voor inbreiding en intensivering. In dit geval is er enkel op de locatie Bredestraat-Zuid 44 te Herveld sprake van het toevoegen van één woning. Omdat deze woning in een eerdere bestemmingsplanherziening al mogelijk gemaakt is, is hiermee al rekening gehouden. Daarnaast betreft het een geschikte locatie om te wonen vanwege de ligging grenzend aan de bebouwde kom van Herveld in een woonomgeving. Ook is de locatie goed bereikbaar. Dit plan past daarom in kwantitatief en kwalitatief opzicht in het woningbouwbeleid.

Conclusie
De ontwikkeling op de locatie Bredestraat-Zuid 44 te Herveld is in kwalitatieve en kwantitatieve zin in overeenstemming met de gemeentelijke Woonagenda 2020. De overige reparaties zijn in het kader van de Woonagenda 2020 niet van belang.

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

4.1 Milieueffectrapportage

Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r. wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom vanaf 1 april 2011 ook bij kleine projecten beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is.

Ook de Implementatiewet 'herziening m.e.r. richtlijn' kan gevolgen hebben voor bestemmingsplannen. Sinds 16 mei 2017 is deze wet in werking. De richtlijn wijzigt de procedure en de inhoud van het MER en de m.e.r.-beoordeling, maar ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit heeft gevolgen voor de inhoud en procedure van de ruimtelijke plannen. Voor activiteiten, die zijn opgenomen in onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. en waarvan de omvang beneden de in kolom 2 genoemde drempel ligt, geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Beoordeling en conclusie
Met uitzondering van de beperkte extra bouwmogelijkheden voor de verblijfsrecreatieve voorzieningen aan de Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren, is er in dit bestemmingsplan enkel sprake van het herstellen van ommissies in de geldende bestemmingsplannen. De ontwikkeling op de locatie Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren leidt niet tot een uitbreiding van het ruimtebeslag. De wijzigingen waarin het plan voorziet, worden niet genoemd in lijst D van het Besluit m.e.r. De wijzigingen in totaliteit zijn, gezien de aard van de wijzigingen en kleinschalige omvang van de ontwikkelingen, niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r..

Er is daarom geen sprake van m.e.r.-plichtige activiteiten in dit bestemmingsplan.

4.2 Geluid

Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor:

  • de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg;
  • de aanleg van een nieuwe weg;
  • de reconstructie van een bestaande weg.

De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. Alle wegen hebben geluidzones, met uitzondering van wegen die in een als 'woonerf' aangeduid gebied liggen en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.

In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor moet met een ontheffing een hogere waarde worden vastgesteld.

Beoordeling
Dit bestemmingsplan maakt uitsluitend op de locatie Bredestraat-Zuid 44 te Herveld planologisch een nieuwe woning mogelijk. Op de Bredestraat-Zuid en de omliggende wegen geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. Deze wegen hebben geen geluidzone. De geprojecteerde woning ligt binnen de geluidzone van de Rijksweg A15. In het kader van de eerder doorlopen bestemmingsplanherziening (bestemmingsplan 'Bredestraat-Zuid 44, Herveld') is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 1). Uit het onderzoek is gebleken, dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de woning wordt overschreden. Met toepassing van dove gevels aan de noordelijke en oostelijke gevels en een adequate geluidwering in de bouwfase, kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd en wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid. Naar aanleiding van het onderzoek is een hogere waarde van 53 dB verleend met een separaat besluit. Daarin zijn voorwaarden opgenomen om een aanvaardbare akoestische situatie te garanderen. Daardoor zijn er geen akoestische belemmeringen.

Voor de overige planlocaties is een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk, omdat er geen nieuwe geluidsgevoelige objecten worden toegestaan.

Conclusie
Het aspect akoestiek vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.3 Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hierna: Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen.

Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;
  • het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
  • het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;
  • het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.

Om te bepalen of een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:

  • het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM;
  • het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2ìg/m3).


Beoordeling
Voor de wijzigingen in dit bestemmingsplan, geldt dat deze dermate kleinschalig zijn, dat deze qua verkeersaantrekkende werking ruimschoots minder verkeer aantrekken dan de gevallen genoemd in de Regeling NIBM, zowel afzonderlijk als in samenhang bezien. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarom voor geen van de wijzigingen een belemmering.

Conclusie
De luchtkwaliteit wordt met de wijzigingen in het plangebied niet in betekenende mate aangetast en een luchtkwaliteitsonderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.4 Bedrijven en milieuzonering

Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies, zoals woningen. Bij de planontwikkeling moet rekening worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren.

Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Als bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).

De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. In gemengde gebieden kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.

Beoordeling
Op de planlocaties Wolfhoeksestraat 11-13 te Elst, Kerkstraat 9 te Herveld, Moordakkerstraat 14 te Herveld, Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren en Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout hebben de juridisch-planologische wijzigingen in dit bestemmingsplan geen invloed op het aspect bedrijven en milieuzonering. Er worden geen nieuwe milieugevoelige functies mogelijk gemaakt en er vindt geen uitbreiding of wijziging van de bebouwings- of gebruikscontouren van de bedrijfsmatige functies plaats.

Bredestraat-Zuid 44 te Herveld
Op deze planlocatie wordt de agrarische bestemming gewijzigd naar 'Wonen', waarbij er één (planologisch) nieuwe woning mogelijk wordt gemaakt. Daarmee wordt een nieuwe milieugevoelige functie toegestaan. In de omgeving van de planlocatie is één bedrijf aanwezig, namelijk een antiekhandel aan de achterzijde van Bredestraat-Zuid 49. Gelet op de aard en omvang van het bedrijf, kan dit worden geschaald in milieucategorie 1 (richtafstand 10 meter in gebiedstype 'rustige woonwijk'). De afstand van de woning tot dit bedrijf bedraagt ten minste 45 meter. Daarmee ligt de woning ruimschoots buiten de richtafstand. Belemmeringen over en weer zijn dus niet aan de orde.

De planlocatie ligt binnen 50 meter van een fruitboomgaard. Door het bespuiten van een fruitteeltperceel kan drift optreden, afhankelijk van de weersomstandigheden. In het kader van het eerder opgestelde separate bestemmingsplan is daarom een spuitzone-onderzoek verricht (zie Bijlage 3). Uit dit onderzoek blijkt, dat op het bouwperceel van de woning geen overschrijdingen van de blootstellingscriteria zullen voorkomen als gevolg van bespuitingen in de boomgaard. Daarom zijn er geen belemmeringen ten aanzien van de spuitzone.

Conclusie
Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de wijzigingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt.

4.5 Geurhinder

Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (hierna: Wgv). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking.

Beoordeling en conclusie
Dit bestemmingsplan maakt enkel op de locatie Bredestraat-Zuid 44 te Herveld een nieuw geurgevoelig object mogelijk. In de omgeving van deze planlocatie zijn geen veehouderijen aanwezig. Belemmeringen treden dan ook niet op. Op de overige planlocaties treden geen relevante wijzigingen voor het aspect geurhinder op.

Vanuit het aspect geurhinder zijn er geen belemmeringen voor de wijzigingen in het plangebied.

4.6 Bodem

De bodemkwaliteit vormt een belangrijk aspect bij bouwontwikkelingen. In het kader van functiewijziging en herinrichting vormt de bodemkwaliteit bij ontwikkeling van ruimtelijke functies een belangrijke afweging. De Bouwverordening bevat een verbod voor het bouwen van woningen op verontreinigde grond.

Beoordeling en conclusie
Dit bestemmingsplan maakt enkel op de locatie Bredestraat-Zuid 44 te Herveld een functiewijziging mogelijk. Er wordt één nieuwe woning mogelijk gemaakt. In het kader van de eerder doorlopen bestemmingsplanherziening is de bodemkwaliteit ter plaatse onderzocht (zie Bijlage 2). De bodem is geschikt bevonden voor de beoogde woonfunctie. Het gebruik van het perceel is na uitvoeren van het betreffende onderzoek niet gewijzigd. Daarom kunnen de conclusies redelijkerwijs worden gehandhaafd en is er geen sprake van belemmeringen.

Voor de overige planlocaties is nader onderzoek naar de bodemkwaliteit niet noodzakelijk. Het aspect bodemkwaliteit vormt daarom geen belemmering in het kader van dit bestemmingsplan. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.7 Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's moeten worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron is, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico.

Plaatsgebonden risico
Het plaatsgebonden risico (PR) heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het PR beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn, etc.), waarbij de 10-6-contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.

Groepsrisico
Het groepsrisico (GR) is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het GR beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het GR wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm).

Voor elke verandering van het GR (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken.

Samen met de hoogte van het GR moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegenomen in de beoordeling van het GR. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer.

Beoordeling
Op de planlocaties Wolfhoeksestraat 11-13 te Elst, Kerkstraat 9 te Herveld, Moordakkerstraat 14 te Herveld, Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren en Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout worden geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk gemaakt en treden geen wijzigingen op, die van invloed zijn op het GR. De ontwikkeling aan de Bredestraat-Zuid 44 is met betrekking tot het externe veiligheidsaspect wel relevant. Op afbeelding 15 is een uitsnede van de risicokaart opgenomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1734.0208BUITbuitgebovb-VSG1_0016.png"  
Afbeelding 15: uitsnede risicokaart locatie Bredestraat-Zuid 44 te Herveld (bron: http://nederland.risicokaart.nl)  


Locatie Bredestraat-Zuid 44 te Herveld
Op deze locatie wordt één nieuwe woning mogelijk gemaakt en is daarmee sprake van een nieuw kwetsbaar object. De planlocatie ligt buiten de risicocontouren en invloedsgebieden van buisleidingen en Bevi-inrichtingen. Wel ligt de planlocatie binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem-Nijmegen, de Betuweroute en de Rijksweg A15. De afstand tussen het plan en de risicobronnen is echter dusdanig (namelijk groter dan 200 meter), dat de wetgever heeft aangegeven dat het groepsrisico alleen beperkt verantwoord hoeft te worden. Hierdoor hoeft niet de hoogte van het groepsrisico in beeld te worden gebracht, maar enkel nog de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.

Bestrijdbaarheid
Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van een incident met toxische stoffen te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij de planlocatie. De mogelijkheden voor de bestrijding van een incident op de spoorlijnen en de autosnelweg A15 zijn voldoende.

Zelfredzaamheid
Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS palen) of NL-alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen, is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid op het woonperceel zullen voldoende zijn. Op voorhand zijn daarvoor geen belemmeringen te verwachten.

Conclusie
Het aspect externe veiligheid levert geen belemmeringen op voor de wijzigingen in dit bestemmingsplan. Voor de planlocatie Bredestraat-Zuid 44 heeft een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaatsgevonden.

4.8 Kabels en leidingen

Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten en -kabels en dergelijke kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken, moet de leidingbeheerder aangeven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig kunnen plaatsvinden.

Beoordeling
Op de planlocaties zijn er geen werkzaamheden aan de orde, die gevaar ten aanzien van kabels en leidingen met zich mee kunnen brengen.

Conclusie
Dit aspect levert geen belemmeringen op voor dit bestemmingsplan.

4.9 Waterparagraaf

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang.

Rijksbeleid
Nationaal waterplan
In december 2015 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen.

Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie.

Provinciaal beleid
Provinciaal Waterplan
In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen voor 2027 en 2015 er liggen. Daarbij is beschreven hoe de provincie voor de planperiode de uitvoering van acties ziet om die doelstellingen te bereiken. Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies.

Waterschap Rivierenland
Waterbeheerplan 2016-2021
Dit plan, vastgesteld op 27 november 2015, gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkering en waterketen. In het Waterbeheerplan staat wat Waterschap Rivierenland de komende periode gaat doen om inwoners van het rivierengebied veiligheid en voldoende schoon en mooi water in sloten en plassen te kunnen blijven bieden. Het plan is in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe opgesteld.

Keur Waterschap Rivierenland 2014
Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Keur Waterschap Rivierenland 2014' van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het Waterschap. De wateren en waterkeringen, waarop de keur van toepassing is, zijn vastgelegd in de legger wateren.

Realisatie van nieuwe bebouwing en/of verhard oppervlak moet hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Bij het toevoegen van bebouwing of verharding geldt een compensatieplicht. Er geldt een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht wanneer minder verharding dan 500 m² in stedelijk gebied of minder dan 1.500 m² in landelijk gebied wordt toegevoegd.

Gemeente Overbetuwe
Waterplan Overbetuwe
In 2008 stelde de gemeente Overbetuwe in samenwerking met het Waterschap Rivierenland het Waterplan Overbetuwe vast. Het waterbeheerplan van het waterschap is nadien geactualiseerd (zie hierboven), ook in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe. Beide plannen gelden naast elkaar.

In het Waterplan Overbetuwe wordt het beleidskader geschetst en worden concrete maatregelen voor het watersysteem uitgewerkt. Naast het waterplan wordt parallel een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) opgesteld waarin de maatregelen voor de riolering (waterketen) worden uitgewerkt.
Met het opstellen van een waterplan wordt inzicht gegeven in de relevante wateropgaven voor de gemeente Overbetuwe, zoals:

  • wateroverlast, het zoeken van oplossingen om wateroverlast tegen te gaan;
  • waterkwaliteit, het onderzoeken van mogelijkheden voor het verbeteren van de waterkwaliteit;
  • grondwater, het inventariseren van grondwateroverlast;
  • beleving van water, burgers betrekken bij water;
  • afspraken en taken van waterschap en gemeente.


Beoordeling (watertoets)
Op de planlocaties Wolfhoeksestraat 11-13 te Elst, Kerkstraat 9 te Herveld, Moordakkerstraat 14 te Herveld en Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout is geen sprake van een toename van verharding. Voor deze locaties heeft uitsluitend een correctie van ommissies in de planregels plaatsgevonden. Deze wijzigingen hebben geen invloed op de waterhuishouding.

Locatie Bredestraat-Zuid 44 te Herveld
Dit perceel is momenteel onbebouwd, maar het realiseren van één woning met bijbehorende bouwwerken is toegestaan. Er geldt een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht op basis van de Keur. Nadere maatregelen zijn daarom niet vereist. Hemelwater en vuilwater moeten gescheiden worden afgevoerd bij de realisatiie van de woning.

Locatie Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren
De bebouwingsmogelijkheden voor de verblijfsrecreatieve voorzieningen worden in beperkte mate verruimd (175 m² extra bebouwing voor een groepsaccommodatie en generiek toestaan van een berging bij recreatieverblijven van maximaal 6 m²). Overschrijding van de compensatiedrempel uit de Keur (1.500 m²) is hiermee niet aan de orde. Gezien de relatief beperkte toename van bebouwingsmogelijkheden is hier geen sprake van waterhuishoudkundig relevante effecten.

Conclusie
De wijzigingen waarin dit bestemmingsplan voorziet, zijn in de meeste gevallen kleinschalig van aard en vanuit waterhuishoudkundig oogpunt niet relevant. Bij de daadwerkelijke verwezenlijking van de bestemmingen op de locatie Bredestraat-Zuid 44 dient hemelwater en vuilwater gescheiden afgevoerd te worden. Daarvoor zijn op voorhand geen belemmeringen te verwachten. Op de locatie Uilenburgsestraat 1-3 is de ontwikkeling kleinschalig van aard en is geen compensatieplicht aan de orde.

Gezien het bovenstaande heeft het plan geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding en vormt het aspect water dan ook geen belemmering in het kader van dit bestemmingsplan.

4.10 Flora en fauna

De bescherming van de natuur is sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Deze heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet vervangen. De Wnb geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of de Wnb ten aanzien van de bescherming van gebieden en dier- en plantensoorten aan de uitvoering van het plan niet in de weg staat. De provincies zijn het bevoegd gezag voor de ontheffingverlening met betrekking tot zowel de gebieds- als de soortenbescherming.

Gebiedsbescherming
In de Wnb is de bescherming opgenomen van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet worden onderzocht of dit plan, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan, dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan alleen worden vastgesteld, indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen, dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Als deze zekerheid er niet is, kan het plan worden vastgesteld als wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:

  • alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden;
  • het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en
  • de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) met de bijbehorende Groene Ontwikkelingszones (GO). Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

Soortenbescherming
In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  • 1. soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;
  • 2. soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn;
  • 3. de bescherming van overige soorten.

Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag.

Beoordeling
Gebiedsbescherming
In de gemeente Overbetuwe ligt het Natura 2000-gebied Rijntakken aan de uiterste noord- en zuidkant van de gemeente. Daarnaast ligt het Natura 2000-gebied Veluwe juist ten noorden van de gemeente. De meeste planlocaties liggen op ruime afstand van beschermde natuurgebieden. De planlocatie Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren ligt ruim 850 meter zuidelijk van het Natura 2000-gebied Rijntakken en de locatie Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout ongeveer 350 meter noordwestelijk van dit gebied. Dit gebied behoort ook tot het Gelders Natuurnetwerk. In de omgeving van de planlocaties zijn ook geen andere GNN-gebieden aanwezig.

Gezien de aard en omvang van de wijzigingen waarin dit bestemmingsplan voorziet en de afstand tot beschermde natuurgebieden, kunnen negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden en het GNN op voorhand worden uitgesloten. Er is ook geen sprake van een grootschalige ontwikkeling, die de kenmerken van de GO, waartoe de planlocatie behoort, zou kunnen aantasten. De planlocaties liggen daarmee buiten de invloedssfeer van beschermde natuurgebieden.

Vanuit een oogpunt van gebiedsbescherming bestaan er geen belemmeringen voor de ontwikkelingen en wijzigingen in het plangebied.

Soortenbescherming
Op de planlocaties Wolfhoeksestraat 11-13 te Elst, Kerkstraat 9 te Herveld, Moordakkerstraat 14 te Herveld en Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout is geen sprake van functiewijzigingen of toevoeging van bebouwing ten opzichte van de huidige situatie. Er worden geen werkzaamheden of ingrepen verricht die negatieve effecten op beschermde soorten kunnen opleveren.

Bredestraat-Zuid 44 te Herveld
Op deze planlocatie wordt een nieuwe woning opgericht op een onbebouwd agrarisch perceel. In het kader van de separate bestemmingsplanherziening, die eerder is doorlopen, is een flora- en fauna-onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 4). Uit het onderzoek komt naar voren, dat rekening moet worden gehouden met broedvogels zonder jaarrond beschermde nestplaats. Het eventueel verwijderen van groen of het slopen van bebouwing moet daarom buiten het broedseizoen (circa half maart tot half juli) worden uitgevoerd. De ingrepen kunnen een negatief effect hebben op algemene, licht beschermde zoogdieren en amfibieën, waarvoor een algemene vrijstelling geldt. Een ontheffing is niet aan de orde. Gezien de vrijwel onveranderde inrichting van de planlocatie en de directe omgeving na uitvoering van het onderzoek, kan de aanwezigheid van andere beschermde soorten redelijkerwijs worden uitgesloten.

Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren
Op deze locatie worden kleinschalige extra bouwmogelijkheden geboden. Het gehele terrein is reeds bestemd voor en ingericht met verschillende verblijfsrecreatieve voorzieningen. De huidige wijziging is bovendien van zodanig kleinschalige aard, dat negatieve effecten op beschermde soorten niet aan de orde zijn.

Conclusie
Het aspect flora en fauna levert geen belemmering op voor de wijzigingen op de planlocaties. Negatieve effecten op beschermde natuurgebieden of soorten zijn op voorhand redelijkerwijs uit te sluiten.

4.11 Archeologie en cultuurhistorie

De bescherming van archeologisch en cultureel erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet, die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving, gaan naar de Omgevingswet die in 2019 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode 2016-2019 een overgangsregeling opgenomen. Op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Besluit ruimtelijke ordening moet in het plan rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden.

De gemeente Overbetuwe heeft voor haar gemeentelijk grondgebied een erfgoedplan en een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt. Het erfgoedplan beoogt versterking van de plaats en betekenis van cultuurhistorie als factor in het ruimtelijk beleidsproces.

Beoordeling
In het plangebied zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' (locaties Moordakkerstraat 14 te Herveld en Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren), 'Waarde - Archeologische verwachting 1' (locatie Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout), 'Waarde - Archeologische verwachting 2' (locaties Wolfhoeksestraat 11-13 te Elst, Bredestraat-Zuid 44 te Herveld, Kerkstraat 9 te Herveld, Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren) en 'Waarde - Arcehologische verwachting 4' (locaties Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren en Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout) opgenomen. Voor bodemingrepen van bepaalde omvang is volgens deze dubbelbestemmingen een archeologisch onderzoek noodzakelijk.

Op de locaties Wolfhoeksestraat 11-13 te Elst, Kerkstraat 9 te Herveld en Moordakkerstraat 14 te Herveld vinden geen bodemingrepen plaats. Voor deze locaties is dus geen onderzoek noodzakelijk.

Ter plaatse van Bredestraat-Zuid 44 te Herveld wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Daarmee zal de drempelwaarde voor archeologisch onderzoek (100 m²) vermoedelijk worden overschreden. Voordat een omgevingsvergunning voor het bouwen van de woning wordt verleend, dient in dat geval een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.

Op de locatie Uilenburgestraat 1-3 te Heteren worden kleinschalige extra bouwmogelijkheden geboden. Afhankelijk van de situering van de groepsaccommodatie en de exacte omvang van de bouwwerkzaamheden, zal een archeologisch onderzoek moeten plaatsvinden.

De ontwikkeling die op het perceel Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout mogelijk wordt gemaakt, betreft de de realisatie van een woning binnen de bestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 4'. Er vinden geen bodemverstorende ingrepen plaats met een diepte van meer dan 30 cm onder maaiveld en met een oppervlakte van meer dan 2.500 m². Daarom is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk.

Conclusie
Het plangebied ligt in gebieden met archeologische (verwachtings)waarden. Met het opnemen van archeologische dubbelbestemmingen in dit bestemmingsplan, wordt de bescherming van de archeologische waarden voor de toekomst gewaarborgd. Voordat bouwwerkzaamheden en/of andere grondingrepen worden verricht, moet daar waar dat aan de orde is een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Eventueel aanwezige archeologische waarden zijn in dit bestemmingsplan adequaat beschermd. Daar waar nodig, zijn de bestemmingen gecorrigeerd, zodat deze overeenkomen met de (verwachtings)waarde volgens de archeologische beleidskaart.

4.12 Verkeer en parkeren

Parkeren
De gemeente Overbetuwe heeft haar parkeerbeleid en -normen vastgelegd in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016. Uitgangspunt is dat parkeren op eigen terrein plaatsvindt. In de meeste gevallen is er geen sprake van ontwikkelingen, die een relevante invloed op de parkeerbehoefte hebben. Op de locaties Bredestraat-Zuid 44 te Herveld en Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout worden nieuwe woningen gerealiseerd. Er is voldoende ruimte voor parkeergelegenheid op eigen terrein. Belemmeringen worden dan ook niet verwacht. De planontwikkelingen zullen niet leiden tot een toename van de parkeerdruk op openbaar gebied.

Verkeer
Voor het bepalen van de verkeersgeneratie, kan gebruik worden gemaakt van de kencijfers van CROW-publicatie 317 ('Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie').

Ten opzichte van de huidige bestemmingen en planologische mogelijkheden, is er op de planlocaties geen sprake van een relevante of merkbare toename van het aantal verkeersbewegingen. Vanuit verkeerskundig oogpunt zijn er geen belemmeringen te verwachten om de verkeersbewegingen op te vangen.

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet

5.1 Algemene opzet

Inleiding
Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte en de gewenste ontwikkelingen en reparaties (voorafgaande hoofdstukken) in het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels).

Het bestemmingsplan 'Reparatieplan Buitengebied Overbetuwe' bestaat uit de volgende onderdelen:

De toelichting
In de toelichting zijn de planbologische wijzigingen beschreven en verantwoord, zowel op basis van het beleid als op basis van milieu-hygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet.

De regels
Deze bevatten de bouw- en gebruiksregels binnen de verschillende bestemmingen en algemene regels die in het gehele plangebied gelden. Daarnaast zijn waar nodig afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen, om het plan de benodigde flexibiliteit te geven.

De verbeelding
Op de verbeelding zijn de bestemmingen 'Agrarisch', 'Bedrijf', 'Recreatie - Verblijf', 'Wonen', 'Waarde - Archeologie' en 'Waarde - Archeologische verwachting 1, 2 en 4' opgenomen. Ook zijn enkele maatvoeringsaanduidingen en een bouwvlak opgenomen.

De opzet van het plan
Het bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor de inwoners en voor de overheid. Qua systematiek is, gezien de aard en achterliggende redenen voor de planherziening, aangesloten bij de huidige bestemmingsplannen 'Buitengebied Overbetuwe' en 'Buitengebied, Uilenburgsestraat 1-3, Heteren'.

Bouwplan
Indien een aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend, zijn in eerste instantie de bestemming met bijhorende regels van belang. Als het nieuwe en het beoogde gebruik past binnen de toegekende bestemming, dan kan de omgevingsvergunning worden verleend.

5.2 Toelichting op de verbeelding en regels

Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige functies). De bestemmingen vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken. Hierna worden de in het plan opgenomen bestemmingen per locatie nader toegelicht.

Locatie Wolfhoeksestraat 11-13 te Elst
Op deze locatie is, evenals in het huidige bestemmingsplan, de bestemming 'Bedrijf' opgenomen. Het bouwvlak is ongewijzigd. De locatie is opgesplitst in twee bestemmings- en bouwvlakken, zodat op beide locaties afzonderlijke bouw- en gebruiksmogelijkheden gelden, overeenkomstig de feitelijke situatie. Met een functieaanduiding is de specifieke bedrijfsvorm (autoreparatiebedrijf) aangegeven en met maatvoeringsaanduidingen is op de verbeelding zichtbaar hoeveel bedrijfsbebouwing per perceel mag worden opgericht. Deze systematiek is iets gewijzigd ten opzichte van het huidige bestemmingsplan om de mogelijkheden beter zichtbaar te maken. De bestaande bedrijfswoning (nr. 11) blijft behouden.

Locatie Bredestraat-Zuid 44 te Herveld
Op deze locatie is de bestemming 'Wonen' opgenomen. Er is een ruim bouwvlak opgenomen, dat overeenkomt met het eerder opgestelde separate bestemmingsplan. De uiterste situering van de voorgevel is hiermee vastgelegd. Op het perceel is één woning toegestaan met bijbehorende voorzieningen (tuinen en erven, een beroep aan huis, bijbehorende bouwwerken).

Locatie Kerkstraat 9 te Herveld
De huidige bestemming 'Wonen' is gehandhaafd. Er is geen specifiek bouwvlak opgenomen. De aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - kleinschaligheid' is in dit bestemmingsplan verwijderd; voor het overige zijn er geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht. Er is en blijft één woning met bijbehorende voorzieningen op het perceel toegestaan.

Locatie Moordakkerstraat 14 te Herveld
Op deze locatie worden de bij de bestemming 'Bedrijf' beoogde bouw- en gebruiksregels voor deze locatie in overeenstemming gebracht met de analoge versie van het huidige bestemmingsplan. Dit betekent dat er ter plaatse een koeriersbedrijf is toegestaan met 68 m² bedrijfsbebouwing. Het bestemmingsvlak 'Bedrijf' wordt teruggebracht tot de perceelsgrens. Het resterende hoekje heeft de bestemming 'Agrarisch' gekregen.

Locatie Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren
De gehele planlocatie blijft bestemd als 'Recreatie - Verblijf'. Inhoudelijk wijzigen de bouw- en gebruiksmogelijkheden slechts zeer beperkt: de maximale oppervlakte van de groepaccommodatie wordt vergroot van 75 naar 250 m². Daarnaast wordt een generieke regeling voor bergingen bij de recreatieverblijven opgenomen.

Locatie Krakenburgsestraat 4 te Oosterhout
Op deze locatie worden de planregels, zoals opgenomen in het separate bestemmingsplan 'Buitengebied, Krakenburgsestraat 4, Oosterhout', integraal opgenomen. Dit betekent dat er één nieuwe woning in het daarvoor aangeduide bouwvlak is toegestaan, mits de bestaande glasopstanden op het perceel gesloopt zijn. Tevens dient de landschappelijke inpassing (bijlage bij de regels) tijdig te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden. De aanpassing betreft het opnemen van een regeling voor aan- en uitbouwen. Deze zijn binnen het bouwvlak toegestaan, alsmede buiten het bouwvlak achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw. Deze regeling komt overeen met de bouwregels elders in het buitengebied. Omdat de goothoogten en de inhoud van de nieuwe woning afwijken van de standaard maatvoering, zijn hiervoor specifieke maatvoeringsaanduidingen op de verbeelding opgenomen.

Archeologische dubbelbestemmingen
In het plan zijn de geldende archeologische dubbelbestemmingen ('Waarde - Archeologie' en 'Waarde - Archeologische verwachting 1, 2, 3 en 4') overgenomen, ten behoeve het behoud en de bescherming van archeologische waarden in of nabij het plangebied. Naast de betreffende dubbelbestemming hebben de betrokken gronden altijd nog de betreffende hoofdbestemming. De regels van de hoofdbestemming en de dubbelbestemming zijn beide van toepassing, maar bij strijd tussen deze bepalingen prevaleren de bepalingen van de dubbelbestemming. De reden hiervoor is dat de belangen van de dubbelbestemming zwaarder wegen dan die van de hoofdbestemming. De dubbelbestemming bevat een omgevingsvergunningplicht en plicht tot het doen van archeologisch onderzoek voor bodemingrepen dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld, met een oppervlakte van meer dan 50, 100, 500 of 2.500 m², afhankelijk van de bestemming. Voordat een omgevingsvergunning voor het 'bouwen' wordt verleend, moet een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Algemene bouwregels
In dit artikel is een regeling met betrekking tot ondergronds bouwen opgenomen. Dit is in beginsel uitsluitend toegestaan, daar waar bovengronds ook gebouwen zijn toegestaan. Tevens is een regeling opgenomen ten aanzien van bestaande afwijkende maatvoeringen, zoals hoogten en oppervlakten.

Algemene gebruiksregels
Dit artikel bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan.

Algemene aanduidingsregels
Dit artikel bevat de regels die gelden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - waardevol landschap', die is opgenomen op de locatie Uilenburgsestraat 1-3 te Heteren.

Algemene afwijkingsregels
In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Het gaat hier onder meer om kleinschalige afwijkingen van de voorschreven maatvoering, overschrijdingen van de bouwgrenzen, de maximale inhoud van (bedrijfs)woningen, tijdelijk kamperen.

Algemene wijzigingsregels
In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een wijzigingsplan afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Dit betreft kleine wijzigingen van de bestemmingsgrenzen en het bouwen van kleine gebouwen voor openbare nutsvoorzieningen.

Algemene procedureregels
In dit artikel is de procedure in geval van toepassing van de in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheden beschreven.

Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Het voor alle bestemmingsplannen verplichte overgangsrecht is opgenomen. Bouwwerken, welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is aangevraagd), mogen blijven bestaan, ook al zijn deze in strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet.

Slotregel
Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

Hoofdstuk 6 Financiële toelichting

Kostenverhaal
Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkelingen is dat deze voor de gemeente budgetneutraal worden ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeenteraad van Overbetuwe verplicht om, als sprake is van een bouwplan, de gemeentelijke kosten te verhalen. In dit geval is er geen sprake van een nieuw bouwplan, maar worden er uitsluitend gebreken in de juridisch-planologische situatie hersteld of zeer kleinschalige extra bouwmogelijkheden geboden. Een exploitatieplan is dan ook niet verplicht. De kosten voor de herziening van het bestemmingsplan komen gezien de aard van het plan voor rekening van de gemeente.

Financiële haalbaarheid
Voor de herziening van het bestemmingsplan is een budgetreservering opgenomen. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten vanwege de aard van het plan (reparatieplan). Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

Hoofdstuk 7 Overleg en inspraak

7.1 Inleiding

De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd voordat een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien kan het noodzakelijk zijn om belanghebbenden de gelegenheid te bieden om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dit is afhankelijk van de inspraakverordening van de gemeente. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.

7.2 Inspraak

De Wro zelf bevat geen bepalingen over inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrijstaat toch inspraak te verlenen op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Voor dit bestemmingsplan heeft, gezien de aard en kleinschalige omvang van de wijzigingen die met deze bestemmingsplanherziening doorgevoerd zijn, geen inspraak plaatsgevonden.

7.3 Overleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen. Ook moet overleg worden gepleegd met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen, welke in het plan in het geding zijn. Er is vroegtijdig overleg geweest met het waterschap en met de Veiligheids- en Gezondheidsregio Midden-Gelderland.

7.4 Vaststellingsprocedure

De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken vanaf 20 juni 2018. Gedurende deze periode kon een ieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Er is één zienswijze ingediend. Deze heeft betrekking op de locatie Verbindingsweg 2a te Herveld, die als planlocatie in het ontwerpbestemmingsplan was opgenomen. Naar aanleiding van de zienswijze is besloten om de locatie Verbindingsweg 2a uit het plan te verwijderen om te voorkomen dat de overige initiatieven/wijzigingen vertraging oplopen. De regels, toelichting en verbeelding van het bestemmingsplan zijn op dit onderdeel aangepast.

Het plan is vervolgens door de gemeenteraad op 29 januari 2019 gewijzigd vastgesteld.

7.5 Beroep

Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.