| Plan: | Berkenlaan e.o. Westerbork |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1731.BerkenlaaneoWB-VST1 |
HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS
In hoofdstuk 1 worden enkele in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen worden voorkomen. Daarnaast wordt een omschrijving gegeven van de te gebruiken wijze van meten.
Artikel 1 Begripsbepaling
In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik.
Behalve de eerste twee begrippen zijn deze omschrijvingen alfabetisch gerangschikt. Zij zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt.
Artikel 2 Wijze van meten
De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.
HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS
In hoofdstuk 2 worden de op de kaart aangegeven bestemmingen omschreven. De bestemmingsregels zijn opgenomen in artikel 3 en 4. De bestemmingsomschrijving betreft de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin limitatief de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan.
De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van gronden en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. In de bouwregels staan uitsluitend bepalingen die betrekking hebben op het bouwen. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen om bouwvergunning. De ontheffing van de bouwregels geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om onder voorwaarden ontheffing te verlenen van een specifieke regel. De specifieke gebruiksregels vormen een nadere concretisering van het toegestane gebruik.
Artikel 3 Groen
Binnen deze bestemming zijn groen(voorzieningen), parkeervoorzieningen, plantsoen, water; voet- en fietspaden en in- en uitritten toegestaan.
Artikel 4 Verkeer
Binnen deze bestemming zijn wegen, fietspaden, voetpaden en straten met hoofdzakelijk een functie voor het doorgaande verkeer met bijbehorende:andere bouwwerken, kunstwerken en waterwerken, toegangswegen, in- en uitritten, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan.
Artikel 5 Wonen
Binnen deze bestemming zijn wonen en aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen toegestaan met daaraan ondergeschikt infrastructurele voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen, met de daarbijbehorende tuinen, erven en terreinen en bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde.
Op de bestemming wonen zijn bouwvlakken aangeduid waarbinnen het hoofdgebouw moeten worden opgericht. In de bouwregels zijn regels ten aanzien van bouw- en goothoogte en plaatsing opgenomen van hoofdgebouwen en aan- uit- en bijgebouwen. Eveneens is een een maximale bouwhoogte voor bouwwerken geen gebouwen zijnde (waaronder overkappingen) opgenomen in de bouwregels.
In de specifieke gebruiksregels zijn voorwaarden gesteld aan het gebruik van de woning ten behoeve van de uitoefening van een beroep. Hieraan worden beperkingen opgelegd om hinder in de woonwijk te voorkomen. Door middel van een ontheffing kunnen burgemeester en wethouders deze gebruiksregels soepeler toepassen in het geval dit niet tot leidt tot onevenredige overlast voor omwonenden.
HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS
In hoofdstuk 3 van de regels is een aantal standaardbepalingen opgenomen te weten, de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene ontheffingsregels en de algemene procedureregels.
Artikel 6 Anti-dubbeltelregel
De anti-dubbeltelbepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
Artikel 7 Algemene bouwregels
In dit artikel wordt, bij de toepassing van bepalingen van het bestemmingsplan, de aanvullende werking van de bouwverordening uitgesloten. Verder wordt in dit artikel een opsomming gegeven van onderwerpen, waarop de bouwverordening wel van toepassing is.
Artikel 8 Algemene gebruiksregels
In dit artikel wordt het gebruik als seksinrichting verboden.
Artikel 9 Algemene ontheffingsregels
In dit artikel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om ontheffing te verlenen van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om ontheffingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Met deze ontheffingsbepalingen wordt meer flexibiliteit aan het plan gegeven. Dit voorkomt dat bij kleine ondergeschikte afwijkingen van het bestemmingsplan een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk is. Bij kleine afwijkingen kan worden volstaan met een binnenplanse ontheffing.
Artikel 10 Algemene procedureregels
In dit artikel zijn de regels opgenomen die van toepassing zijn op de procedure die moet worden gevolgd alvorens Burgemeester en Wethouders een ontheffing van de bouwregels of een algemene ontheffing verlenen.
HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS
In hoofdstuk 4 zijn twee artikelen opgenomen, het overgangsrecht ten aanzien van bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de slotregel waarin de citeertitel van het bestemmingsplan wordt aangehaald.
Artikel 11 Overgangsrecht
In deze bepaling is vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht.
Artikel 12 Slotregel
Als laatste is de slotregel opgenomen. Deze bepaling omschrijft de titel van het plan.