| Plan: | Berkenlaan e.o. Westerbork |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1731.BerkenlaaneoWB-VST1 |
In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht de Watertoets uit te voeren. De Watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. In het bestemmingsplan dient te worden aangegeven in hoeverre de waterhuishoudkundige belangen zijn of worden meegewogen bij de uitwerking van het plan.
Waterschap Reest & Wieden is doormiddel van de Digitale Watertoets geïnformeerd over het plan in het kader van de watertoets en is gevraagd naar haar uitgangspunten en wensen. Het waterschap heeft naar aanleiding hiervan een voorlopig positief wateradvies gegeven. Op basis van deze informatie, aangevuld met informatie van de gemeente Midden-Drenthe, is de waterparagraaf tot stand gekomen.
Hydrologische situatie plangebied
Huidige situatie
Het plangebied bevindt zich binnen het beheersgebied van waterschap Reest & Wieden. Binnen het plangebied worden de volgende peilen gehanteerd: zomerpeil NAP +13,20m en een van winterpeil NAP +12,40m. Binnen het plangebied liggen geen sloten of watergangen. De afwatering binnen het plangebied vindt plaats via de bodem. Hemelwater dat niet infiltreert, wordt momenteel afgevoerd door middel van een gemengd stelsel.
Bodem en hydrologie
Op basis van de bodemkaart kan vastgesteld worden dat het plangebied zich bevindt binnen grondwatertrap VIII*. Dit geeft een gemiddeld hoogste grondwaterstand dieper dan 1,40 meter onder maaiveld. Een infiltratieonderzoek zal moeten uitwijzen of infiltratie zinvol mogelijk is. De zandige bodemopbouw en periodiek lage grondwaterstanden biedt mogelijkheden voor verticale infiltratie.
Toekomstige situatie
De gemeente Midden-Drenthe is voornemens 18 oude woningen te vervangen door 16 ruimere twee-onder-één-kap woningen. De toename in verhard oppervlak is gering. Er wordt geen extra waterberging gecreëerd en het huidige gemengde rioolstelsel wordt niet aangepast. Mogelijk ontstaan er in de toekomst kansen (afkoppelplan) of een aanleiding (oplossingsmaatregelen (grond)wateroverlast) om verhard oppervlak alsnog af te koppelen.
Uitgangspunten en randvoorwaarden
In dit hoofdstuk worden de hydrologische uitgangspunten en randvoorwaarden voor de bouw van nieuwe woningen aan de Berkenlaan, Vogelkerslaan en Eikenlaan beschreven. Bij de totstandkoming van de uitgangspunten en randvoorwaarden is gebruik gemaakt van informatie van het waterschap Reest en Wieden en gemeente Midden-Drenthe. Daarnaast is gebruik gemaakt van de Handreiking Watertoets 3.
Riolering en berging
Bij nieuwbouw wordt de voorkeur gegeven aan het afkoppelen van het hemelwater. Het infiltreren van hemelwater in de bodem heeft de voorkeur. De lokale bodemopbouw en grondwatersituatie binnen het plangebied biedt mogelijkheden daartoe. Een infiltratieonderzoek zal moeten uitwijzen of infiltratie zinvol mogelijk is in verband met mogelijk ondiepe slecht doorlatende lagen en schijngrondwaterstanden. Bij eventuele infiltratie wordt uitgegaan van een duurzame oplossing, waarbij het hemelwater en daarmee het (grond)watersysteem niet negatief wordt belast. Tevens moet er ruimte zijn, bijvoorbeeld in de groenstroken om het water tijdelijk te kunnen bergen.
Geadviseerd wordt om waar mogelijk op korte termijn te onderzoeken of afkoppelen niet alsnog mogelijk is, al dan niet in combinatie met projecten elders in de kern (afkoppelplan).
Door het vervangen van 18 woningen is er sprake van een afname van het aantal vuilwater eenheden. Aanpassingen aan het huidige gemengde rioolstelsel zijn hierdoor naar verwachting niet nodig. Wel wordt geadviseerd hierover advies te vragen aan het waterschap.
Waterkwaliteit
Speciale aandacht dient te worden besteed aan duurzaam bouwen. Hierbij valt te denken aan goten, regenwaterafvoeren en dakbedekking die niet uitlogen.
Eventueel afkoppelen van hemelwater komt de waterkwaliteit ten goede. Bij een hevige regenbui kan riolering het aangevoerde regenwater soms niet verwerken, het water komt dan via riooloverstorten terecht in het open water dat hierdoor vervuild kan raken.
(Grond)wateroverlast
Grondwateroverlast dient te worden voorkomen door aanhouden van voldoende ontwateringsdiepte ter plaatse van wegen en bebouwing. De ontwateringsdiepte in het plangebied bedraagt meer dan 1,40 meter. Wel kunnen periodiek schijngrondwaterstanden voorkomen. Structurele grondwateroverlast wordt niet verwacht.
Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 0,80 meter ten opzichte van vloerpeil. Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte.