Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c woningbouw Hofstad/Schepenstraat Bladel
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1728.TOBSchepenerf-VAST

Regels

 
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan maakt het woningbouwplan aan de Schepenstraat en de Hofstad mogelijk. Het TAM-omgevingsplan is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22c) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Bladel.
 
Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid van het Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
 
De in dit deel van het omgevingsplan weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22c van het omgevingsplan van de gemeente Bladel. In de artikelkop van de weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22c.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22c.’ gelezen worden.
1 Inleidende regels
 
Artikel 1 Begripsbepalingen
 
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
  1. De bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij onder b daarvan is afgeweken.
  2. Voor de toepassing van hoofdstuk 22c van dit omgevingsplan wordt, in aanvulling op het onder a bepaalde, verstaan onder:
    1. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c woningbouw Hofstad/Schepenstraat Bladel: de onderhavig wijziging van het Omgevingsplan gemeente Bladel die volgens de technische standaarden van IMRO tot stand komt;
    2. aan huis gebonden beroep: een dienstverlenend beroep op administratief, juridische, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, niet gericht op consumentverzorging, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend;
    3. aan huis verbonden bedrijf: een bedrijf of het bedrijfsmatig uitoefenen van bedrijvigheid, gericht op consumentenverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk of het verstrekken van logies en ontbijt (bed and breakfast) dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van woonfunctie, kan worden uitgeoefend. Hiertoe behoort geen detailhandel;
    4. aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
    5. aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
    6. achtergevelrooilijn:
      1. de achterste grens van een bouwvlak, gezien vanaf de weg waarop het hoofdgebouw is georiënteerd;
      2. indien geen sprake is van een achterste grens van een bouwvlak dan wel geen bouwvlak op de verbeelding is aangegeven: de denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het hoofdgebouw -zonder aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen- alsmede het verlengde daarvan;
    7. aaneengesloten woningen: twee of meer woningen met de hoofdgebouwen aaneengebouwd;
    8. agrarisch bedrijf: inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf;
    9. agrarisch verwant bedrijf: bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking;
    10. archeologische waarden: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in het gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden;
    11. bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde;
    12. bebouwingspercentage: het percentage van de oppervlakte van een bouwperceel, dat mag worden bebouwd;
    13. bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten;
    14. bedrijfs- of dienstwoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon, waarbij de bewoner daadwerkelijk en duurzaam bij de dagelijkse bedrijfsvoering van het bedrijf is betrokken;
    15. bedrijfsgebouw: een gebouw dat noodzakelijk is voor de uitoefening van ter plaatse toegestane (bedrijfs-)activiteiten, hieronder wordt geen bedrijfs- of dienstwoning verstaan;
    16. bedrijfsverzamelgebouw:een bedrijfsgebouw, waarbinnen meerdere zelfstandige bedrijven zijn gehuisvest;
    17. beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een bedrijf of aan huis verbonden beroep, inclusief opslagruimten, sanitaire ruimten en dergelijke;
    18. bestaand(e situatie):
      1. v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning;
      2. v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen;
    19. bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;
    20. bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
    21. bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk, met een dak, dat zowel qua afmetingen als architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
    22. bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
    23. bouwgrens: de grens van een bouwvlak;
    24. bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
    25. bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel;
    26. bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegelaten;
    27. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect, met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
    28. carport/overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestaande uit een vrijstaande dakconstructie met maximaal twee wanden;
    29. culturele voorzieningen: voorzieningen gericht op kunst, ontspanning, vrijetijdsbesteding en vermaak, zoals theaters, bioscopen, musea, ateliers en muziekcentra;
    30. cultuurhistorische waarden en kenmerken: de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied;
    31. detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder volumineuze detailhandel;
    32. dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel, met uitzondering van een seksinrichting;
    33. erker: een ondergeschikte uitbouw op de begane grond van de woning, die strekt ter vergroting van het woongenot. Een erker is gelegen aan de verblijfsruimte (woonkamer of keuken);
    34. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend (escortservices, bemiddelingsbureaus, overige);
    35. garagebedrijf: een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor verkoop, onderhoud en reparatie van motorvoertuigen, alsmede voor de verkoop van olie en smeermiddelen, met dient verstande dat de verkoop van motorbrandstoffen is uitgezonderd;
    36. gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
    37. gesloten bebouwing: bebouwing welke wordt gekenmerkt door aaneengebouwde hoofdgebouwen;
    38. gestapelde bebouwing: bebouwing bestaande uit zich in één hoofdgebouw boven en/of naast elkaar bevindende zelfstandige woningen en/of bijzondere woonruimten;
    39. halfopen bebouwing: bebouwing in overwegend halfvrijstaande en/of geschakelde hoofdgebouwen en incidenteel vrijstaande en aaneengebouwde (maximaal 3 aaneen) hoofdgebouwen;
    40. halfvrijstaande of twee-onder-een-kap woning: een woning waarvan het hoofdgebouw aan één zijde is verbonden met het hoofdgebouw van een andere woning;
    41. hoofdgebouw: een gebouw dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een bouwperceel en, gelet op die bestemming, het belangrijkste is;
    42. horeca: een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor consumptie ter plaatse worden verstrekt en/of waar bedrijfsmatig logies (uitgezonderd bed and breakfast) wordt verstrekt;
    43. horecacategorie:
      1. categorie 1: een horecabedrijf dat qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen waarbij de activiteiten primair zijn gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van etenswaren en dranken voor nuttiging, al dan niet ter plaatse en een horecabedrijf waarin maaltijden en logies worden verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans geen overlast voor het leefklimaat veroorzaakt, waaronder: ijssalons, lunchrooms, restaurants, en hotels;
      2. categorie 2: een horecabedrijf dat geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, alsmede de gelegenheid bieden tot dansen, waaronder: cafés, bars, snackbars en cafetaria's.
      3. categorie 3: een horecabedrijf dat geheel of in overwegende mate is gericht op het bieden van vermaak, ontspanning, entertainment en/of het geven van gelegenheid tot dansen en het geven van feesten al dan niet met live muziek en waarbij alcoholische en niet-alcoholische dranken en kleine etenswaren en voedingsmiddelen ter plaatse kunnen worden versterkt en ter plaatse worden genuttigd, waaronder: bardancings, zalencentra en discotheken.
    44. hotel: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van nachtverblijf met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse;
    45. kamergewijze verhuur: de verhuur van een woning of woongebouw geheel of nagenoeg geheel via kameruitgifte, waarbij kamers geen zelfstandige woonruimte vormen door het ontbreken van wezenlijke voorzieningen zoals een eigen kook- of wasgelegenheid of toilet;
    46. kantoor: voorzieningen gericht op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen;
    47. lichte bedrijvigheid: het op ambachtelijke wijze vervaardigen, herstellen, onderhouden of bewerken van producten en/of diensten in de vorm van bedrijven die voorkomen in de van deze regels deel uitmakende Staat van bedrijfsactiviteiten;
    48. maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, religieuze, onderwijs-, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, als ook ondergeschikte detailhandel- en horeca ten dienste van deze voorzieningen;
    49. omgevingsplan: het omgevingsplan van de gemeente Bladel;
    50. onder voorwaarden toegelaten bedrijfs-/beroepsmatige activiteiten aan huis: een beroep of het bedrijfsmatig verlenen van diensten dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend zoals opgenomen in de lijst van toelaatbare aan huis verbonden activiteiten;
    51. ondergeschikte functie: een activiteit die ondergeschikt is aan de hoofdfunctie en dat deze niet los kan worden gezien van de hoofdactiviteit. De ondergeschikte functie beslaat slechts een beperkt deel van de vloeroppervlakte van de bebouwing. De hoofdfunctie blijft qua aard, omvang en verschijningsvorm herkenbaar;
    52. open bebouwing: bebouwing bestaande uit overwegend vrijstaande hoofdgebouwen;
    53. opvang: een georganiseerde dagbesteding voor kinderen, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en/ of voor ouderen. Voor de tijdsbesteding wordt gebruikgemaakt van gebouwen en buitenruimte en deze vindt gedurende de dagperiode plaats;
    54. patiowoning: een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnentuin, gevormd door de gevels van belendende, dan wel op het eigen bouwperceel aanwezige bebouwing;
    55. peil:
      1. voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
      2. voor gebouwen in het talud van de dijk: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van de van de dijk afgekeerde zijde van het gebouw;
      3. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld;
    56. plan: het ‘TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c woningbouw Hofstad/Schepenstraat Bladel’;
    57. productiegebonden detailhandel: detailhandel betreffende:
      1. goederen die ter plaatse worden vervaardigd/geproduceerd, bewerkt, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;
      2. een beperkte verkoop van goederen die functioneel rechtstreeks verband houden met de bedrijfsactiviteiten;
    58. prostitutie: het zich ten behoeve van een ander tegen vergoeding beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten;
    59. raamprostitutie: het etaleren van prostituees achter vensters, met de kennelijke intentie passanten te werven voor prostitutie;
    60. recreatiebedrijf: bedrijf dat voorziet in activiteiten die in de vrije tijd ter ontspanning plaatsvinden;
    61. recreatief medegebruik: een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan;
    62. seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
    63. twee-aaneen (gebouwde bebouwing): bebouwing van halfvrijstaande hoofdgebouwen, met dient verstande dat de eindwoning vrijstaand mag worden gebouwd;
    64. veehouderij: agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren;
    65. verkoopvloeroppervlakte: de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel; (let op: dit is dus de netto-vloeroppervlakte);
    66. volumineuze detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van volumineuze goederen voor gebruik, verbruik of aanwending, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder volumineuze goederen wordt verstaan goederen die per eenheid een groot vloer- en/of grondoppervlak nodig hebben, zoals meubelen, auto’s, keukens, badkamers, boten, caravans, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen en uit dien hoofde moeilijk inpasbaar zijn in een traditioneel winkelgebied;
    67. voorgevellijn: de lijn waarin de voorgevel van een bouwwerk is gelegen alsmede het verlengde daarvan;
    68. voorgevelrooilijn: de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd;
    69. vrijstaande woning: woning waarvan het hoofdgebouw niet aan het hoofdgebouw van een andere woning is gebouwd;
    70. water en waterhuishoudkundige voorzieningen: oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen, alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, e.d.;
    71. wonen: een perceel ten behoeve van het hoofdverblijf van één huishouden per woning;
    72. woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
    73. zeer open bebouwing: bebouwing bestaande uit uitsluitend vrijstaande hoofdgebouwen;
    74. zorgwoning: een zelfstandige woning bedoeld voor de huisvesting van personen die bij hun normale, dagelijks functioneren huishoudelijke begeleiding en/of verzorging behoeven.
 
Artikel 2 Toepassingsbereik
 
  1. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het vierde lid.
  2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de bestemmingsplannen “Kom Bladel 2019” (NL.IMRO.1728.BPB1059KomBlad2019-VAST) en het “Parapluplan parkeren 2018 analoog” (NL.IMRO.1728.BPO6001parkerenana-VAST).
  3. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het vierde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
  4. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c woningbouw Hofstad/Schepenstraat Bladel, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1728.TOBSchepenerf-VAST zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
 
Artikel 3 Algemeen gebruiksverbod
 
Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
Artikel 4 Voorrangsbepalingen
 
De regels in artikel 5, 6, 7, 8 en 9 gaan voor op de regels van het bestemmingsplan “Kom Bladel 2019” (NL.IMRO.1728.BPB1059KomBlad2019-VAST) dat onderdeel is van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet.
2 Inhoudelijke regels
 
Artikel 5 Inhoudelijke regels – Groen
 
In afwijking van het bepaalde in artikel 2 eerste lid zijn de regels in artikel 7 Groen van het bestemmingsplan “Kom Bladel 2019” (NL.IMRO.1728.BPB1059KomBlad2019-VAST), dat onderdeel is van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet, van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Groen’.
Artikel 6 Inhoudelijke regels – Verkeer
 
In afwijking van het bepaalde in artikel 2 eerste lid zijn de regels in artikel 14 Verkeer van het bestemmingsplan “Kom Bladel 2019” (NL.IMRO.1728.BPB1059KomBlad2019-VAST), dat onderdeel is van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet, van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Verkeer’.
Artikel 7 Inhoudelijke regels – Wonen
 
  1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2 eerste lid zijn de regels in artikel 16 Wonen van het bestemmingsplan “Kom Bladel 2019” (NL.IMRO.1728.BPB1059KomBlad2019-VAST), dat onderdeel is van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet, van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Wonen’ met uitzondering van artikel 16.2.1 onder h.
  2. Artikel 16 Wonen van het bestemmingsplan “Kom Bladel 2019” (NL.IMRO.1728.BPB1059KomBlad2019-VAST), dat onderdeel is van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet, wordt daarnaast aangevuld met het volgende artikel:
 
16.5 Specifieke gebruiksregels
 
16.5.1 Voorwaardelijke verplichting 1
De gronden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overig zone – voorwaardelijke verplichting 1' mogen pas in gebruik worden genomen overeenkomstig artikel 7 indien er kan worden aangetoond dat er geen planologische milieuhygiënische belemmeringen bestaan vanuit de agrarische bedrijfsactiviteit van Hofstad 23 Bladel.
 
Artikel 8 Inhoudelijke regels – Archeologie 4.1
 
In afwijking van het bepaalde in artikel 2 eerste lid zijn de regels in artikel 21 Waarde - Archeologie 4.1 van het bestemmingsplan “Kom Bladel 2019” (NL.IMRO.1728.BPB1059KomBlad2019-VAST), dat onderdeel is van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet, van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Archeologie 4.1’.
 
Artikel 9 Inhoudelijke regels – Archeologie 5.1
 
In afwijking van het bepaalde in artikel 2 eerste lid zijn de regels in artikel 23 Waarde - Archeologie 5.1 van het bestemmingsplan “Kom Bladel 2019” (NL.IMRO.1728.BPB1059KomBlad2019-VAST), dat onderdeel is van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet, van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Archeologie 5.1’.
 
Artikel 10 Inhoudelijke regels – Voorwaardelijke verplichting bodemkwaliteit
 
  1. Het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van “wonen” en “groen” is uitsluitend toegestaan indien is aangetoond dat de bodem milieuhygiënisch geschikt is voor het beoogde gebruik.
  2. Aan het bepaalde in lid a wordt voldaan indien:
    1. een bodemonderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de geldende NEN-normen; en
    2. uit dit onderzoek blijkt dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik, dan wel de bodem door het treffen van sanerings- of beheersmaatregelen geschikt is gemaakt.
  3. Zolang niet aan het bepaalde in lid a wordt voldaan, is het gebruik van de gronden en bouwwerken in strijd met dit artikel.
 
3 Overgangsregels
Artikel 11 Overgangsrecht
 
11.1 Overgangsrecht bouwwerken
  1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
 
11.2 Overgangsrecht gebruik
  1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.