direct naar inhoud van 6.3 De regels
Plan: Leemskuilen 21A Bladel
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1728.BPB1028Leemsk21A-VAST

6.3 De regels

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 van de regels geeft de inleidende regels. In de inleidende regels worden de gehanteerde begrippen gedefinieerd en is de wijze van meten bepaald.

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. Hierin worden per bestemming regels gegeven voor gebruik en bebouwing van de grond. Deze bestemmingsregelingen worden hierna besproken.

Bedrijf

Op de gronden met de bestemming 'Bedrijf' zijn bedrijfsactiviteiten uit categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. Bedrijfswoningen en volumineuze detailhandel zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding. Bedrijfwoningen zijn woningen die noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering of waarvan de bewoner duurzaam is betrokken bij het bedrijf op hetzelfde bedrijfsperceel. Dit is in de begripsbepaling vastgelegd. Het totaal aantal mag ten hoogste 3 bedragen.

De detailhandelsbedrijven moeten zich oriënteren op de provinciale weg. Dit is wenselijk om ruimte te bieden aan de ambitie voor Bladel met veel ruimte voor voorzieningen. Tevens zijn hier aanzienlijk betere vestigingsmogelijkheden voor dergelijke functies dan in het centrumgebied (bereikbaarheid, parkeren, omvang bebouwing). Het sluit ook aan op de zone aan de Rondweg die wordt gekenmerkt door meerdere vestigingen.

Daarnaast mag de bestemming worden gebruikt voor onder andere parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen.

De soorten volumineuze detailhandel zijn in de begripsbepalingen nader omschreven. In aanvulling hierop is ter plaatse van een perceel aan de westzijde van het plangebied, ook een detailhandelsvestiging in witgoed passend en als zodanig toegestaan (bestemmingsomschrijving). In de begripsbepaling is een omschrijving van deze detailhandelsvorm opgenomen. Alleen detailhandel in witgoed is toegestaan; de begripsbepalingen witgoed en bruingoed zorgen voor een duidelijk onderscheid tussen detailhandel in producten die wel zijn toegestaan (witgoed) en welke producten niet zijn toegestaan (bruingoed).

De oppervlakte van detailhandel in witgoed bedraagt ten minste 1.000 m2 en ten hoogste 1.200 m2. Hiermee wordt bereikt dat zich geen reguliere winkel vestigt, maar een zaak die is opgezet volgens de tegenwoordig en in de toekomst vaker toegepaste shop-formules. De oorspronkelijk gebruikelijke rijopstelling van bijvoorbeeld wasmachines en koelkasten worden getransformeerd naar keukenopstellingen. In die lijn past ook versterking van het segment inbouwapparatuur. Dit alles brengt met zich mee dat een aanzienlijk grotere oppervlakte als winkel nodig is dan bijvoorbeeld 300 m2 (gemiddelde winkelvloeroppervlakte witgoedwinkels). Door de minimale oppervlaktemaat van ten minste 1.000 m2 vast te leggen, wordt dit ook gewaarborgd. Een te grote winkelvestiging is ook niet wenselijk. Vandaar dat is gekozen voor een maximale oppervlakte van 1.200 m2. Voor de duidelijkheid is detailhandel in bruingoed als strijdig gebruik aangemerkt. Uit de hieraan gekoppelde begripsbepaling blijkt welke producten niet mogen worden verkocht.

Kleinere witgoedartikelen, de zogeheten accessoires, horen weliswaar bij deze formule. Met het maximeren van de winkeloppervlakte tot 100 m2 zal dit winkelonderdeel geen zelfstandige aantrekkingskracht krijgen. Dit blijft hiermee een ondergeschikte omvang van de vestiging; 10% wordt in jurisprudentie als zodanig aangemerkt.

Situering van dit onderdeel van het bedrijf wordt voorzien ter plaatse van een strook met een diepte gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw, georiënteerd op de zuidzijde van het bestemmingsvlak. Deze oriëntatie is in de regels vastgelegd.

De maatvoering van bedrijfsgebouwen, bedrijfswoningen (en bijbehorende bijgebouwen) en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is vastgelegd. In elk geval dienen gebouwen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. Het aantal bedrijfswoningen bedraagt in totaal niet meer dan 3 in totaal.

Als bijlage bij de regels is een Staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen. Als een bedrijf zich in het plangebied wil vestigen, wordt getoetst of het bedrijf in de toegestane milieucategorie valt. Daarnaast wordt getoetst of het type bedrijf is opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten.

De Staat van bedrijfsactiviteiten bestaat uit een selectie uit de VNG-bedrijvenlijst, die is afgestemd op de specifieke mogelijkheden en de gewenste invulling en de beoogde beeldkwaliteit van het bedrijventerrein. Uitgesloten van vestiging zijn (op enkele uitzonderingen na) activiteiten als landbouw, grond- en delfstoffenwinning, energieproductie, detailhandel, kantoren en sociaal-culturele en recreatieve voorzieningen. Daarnaast zijn fysiek op deze locatie 'onmogelijke' activiteiten uit de lijsten verwijderd.

Het bevoegd gezag kan afwijken van de Staat van bedrijfsactiviteiten voor bedrijven die hierin niet zijn opgenomen of voor bedrijvigheid die niet voorkomt in categorie 2. Bedrijvigheid moet naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met milieucategorie 2 of passen in categorie 3.1 waarvan vestiging niet bezwaarlijk is rekening houdend met actuele woningbouwplannen in de directe omgeving en het gemengde karakter van het gebied.

Om te veel versnippering van bedrijfspercelen te voorkomen, is een minimale perceelsoppervlakte van 1.000 m² opgenomen, met dien verstande dat voor ten hoogste twee bedrijfspercelen de minimale oppervlakte ten minste 650 m2 bedraagt (inclusief ontsluiting). Om te grootschalige bedrijven te voorkomen is 5.000 m² de bovengrens voor de perceelsoppervlakte.

Verkeer

Op de gronden met de bestemming 'Verkeer' zijn voorzieningen voor verkeer en verblijf, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming 'Verkeer' mogen uitsluitend nutsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Deze bestemming is opgenomen voor de nieuwe ontsluitingsweg parallel aan de Rondweg.

Wonen 2 (W2)

De tot 'Wonen 2' bestemde gronden zijn onder andere bedoeld voor woondoeleinden in de vorm van open en halfopen bebouwing. Onder voorwaarden en uitsluitend met ontheffing zijn bedrijfs-/beroepsmatige activiteiten aan huis, categorieën A, B en C toegestaan.

Binnen de bestemming zijn ontheffingmogelijkheden opgenomen ten behoeve van vergroten van de diepte van een woning tot 15 m, oprichten van een carport voor de voorgevelrooilijn, bewonen van een aangebouwd bijgebouw en nog een aantal ontheffingen voor de situering van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen.

Op de verbeelding zijn bouwvlakken aangegeven, waarbinnen de hoofdgebouwen moeten worden gerealiseerd. Tevens zijn de goot- en bouwhoogte op de verbeelding aangegeven. In de regels zijn bouwregels gegeven.

Algemene regels en overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 3 (Algemene regels) zijn regels opgenomen die gelden voor alle bestemmingen. Hoofdstuk 4 bevat het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik en de titel van het bestemmingsplan.