direct naar inhoud van 4.1 Water
Plan: Leemskuilen 21A Bladel
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1728.BPB1028Leemsk21A-VAST

4.1 Water

Kader

Beleid van Waterschap De Dommel: Waterbeheerplan III

Het Waterbeheerplan III beschrijft de doelen en inspanningen van Waterschap De Dommel voor de periode 2010-2015. Hierbij is de volgende indeling in thema's gehanteerd

  • Voor Droge voeten legt het waterschap gestuurde waterbergingsgebieden aan, zodat de kans op regionale wateroverlast in 2015 in bebouwd gebied en een deel van de kwetsbare natuurgebieden acceptabel is.
  • Voor Voldoende water worden de plannen voor het gewenste grond- en oppervlakteregime (GGOR) in zowel landbouw- als natuurgebieden uiterlijk in 2015 vastgesteld.
  • Voor thema Natuurlijk water richt het waterschap zich op de inrichting en het beheer van watergangen op het halen van de ecologische doelen uit de Europese Kaderrichtlijn Water en de functies 'waternatuur' en 'verweven' uit het Provinciaal Waterplan.
  • Voor Schoon water zet het waterschap het proces van samenwerking met gemeenten in de waterketen door. Verder wil het waterschap een deel van de rioolwaterzuiveringen vergaand verbeteren.
  • Bij het thema Schone waterbodems pakt het waterschap vervuilde waterbodems aan in samenhang met beekherstel.
  • Voor Mooi water wordt bij inrichtingsprojecten de waarde van water voor de mens vergroot.


In het watertoetsproces is 'hydrologisch neutraal ontwikkelen' een belangrijk kwantitatief beleidsuitgangspunt. Hydrologisch neutraal ontwikkelen houdt in dat de ontwikkeling geen hydrologische achteruitgang ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg heeft. Er mogen geen hydrologische knelpunten worden gecreëerd voor de te handhaven en de vastgelegde toekomstige landgebruikfuncties in het plangebied en het beïnvloedingsgebied. Concreet betekent dit dat:

  • de afvoer uit het gebied niet groter is dan in de referentiesituatie;
  • de omvang van grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt;
  • de grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties;
  • de (grond)waterstanden in het plangebied moeten aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied zelf;
  • het plangebied zo moet worden ingericht, dat de gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving, die van invloed zijn op de (grond)waterstanden, niet leiden tot knelpunten in het plangebied.


Gemeentelijk beleid Stedelijk waterplan Bladel

Het Stedelijk waterplan Bladel bevat een streefbeeld dat zich richt op het watersysteem (de soorten water) en de waterketen (het gebruik van dat water) in 2015. Het streefbeeld luidt: watersysteem en waterketen zijn in het stedelijk gebied van Bladel in 2015 dusdanig ingericht dat in een optimaal gesloten waterbalans met een minimale verontreinigingsgraad met maximale mogelijkheden voor natuur een zuinig en efficiënt gebruik van het beschikbare water plaatsvindt.

Voor de waterketen en de organisatie van het waterbeheer; factoren die vrijwel onafhankelijk zijn van gebiedskenmerken, gelden de volgende uitgangspunten.

  • De waterketen kenmerkt zich allereerst door een 100% aansluitgraad op het drinkwaternet.
  • Het aantal privéonttrekkingen (eigen waterwinning) is toenemend, maar dit vindt vooral plaats in het niet-stedelijke gebied. Hergebruik van water komt nauwelijks voor. Inzameling en transport van afvalwater vindt plaats met een voor verbetering vatbaar rioolstelsel.
  • De organisatie van het waterbeheer kan worden verbeterd, speciaal de afstemming van de visies van gemeente en waterschap, de communicatie onderling tussen die instanties, en de communicatie naar burgers toe.

Voor het stedelijk gebied van Bladel is het streefbeeld geconfronteerd met de (bodem) kenmerken van het plangebied, watersysteem en waterketen, en aspecten van de organisatie van het waterbeheer. Deze confrontatie heeft geleid tot een lijst van knelpunten c.q. verbeterpunten. Oude en nieuwe maatregelen zijn gegroepeerd naar 6 thema's die kunnen worden gezien als integrale aandachtsgebieden in de planperiode tot 2015.

  • Thema 1: Vasthouden (hemel)water.
  • Thema 2: Brongerichte aanpak.
  • Thema 3: Kwaliteit water.
  • Thema 4: Wateroverlast en –risico.
  • Thema 5: Natuur en recreatie.
  • Thema 6: Organisatie waterbeheer.

Het voornaamste streven van de gemeente is afkoppeling van het regenwater door middel van infiltratie. Mocht infiltratie niet haalbaar zijn, bijvoorbeeld in dicht bebouwd gebied, dan wordt gestreefd naar een gescheiden rioolstelsel. Bij nieuwbouw dient zoveel mogelijk rekening gehouden te worden met dit streven.

Voor de hele gemeente is een Waterkansenkaart opgesteld waarop de mogelijkheden voor afkoppeling van het hemelwater binnen het stedelijk gebied worden aangegeven. Bij grote ontwikkelingen binnen het stedelijk gebied dienen deze kansen als uitgangspunt.

Watertoets

De watertoets is ingesteld om het aspect water in een vroeg stadium mee te nemen bij ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets is wettelijk verplicht en heeft als doel om gezamenlijk met de waterbeheerders de waterhuishoudkundige doelstellingen in een zo vroeg mogelijk stadium in ruimtelijke ontwikkelingen op te nemen. De gemaakte afspraken worden in de waterparagraaf van het bestemmingsplan opgenomen.

Voor het plangebied is van betekenis dat het in de huidige situatie een geheel bebouwd en verhard gebied betreft. Hierin komt op hoofdlijnen geen verandering. Er treedt in ieder geval geen verslechtering op.

Enige verbetering wordt bereikt door de situering van drie woonkavels aan Leemskuilen. Ter plaatse wordt verharding verwijderd, hiervoor komen woonpercelen terug. Deze zijn over het algemeen beduidend minder verhard. Er ontstaan mogelijk kansen voor plaatselijke infiltratie.

Het Waterschap De Dommel heeft een HNO-tool op de website beschikbaar. Dit vloeit voort uit het Toetsinstrumentarium Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen. Daarmee kunnen de effecten op de waterhuishouding worden berekend. Deze HNO-tool is voor het plangebied op 2 augustus 2012 ingevuld. Als bestaand verhardingsoppervlak is 10.151 m2 ingevoerd, als toekomstig verhard oppervlak 9.325 m2. De afvoercoëfficiënt voor het projectgebied is 1,67. Het resultaat is 'Geen compensatie nodig. Er is sprake van een afname van verhard oppervlak. In het kader van hydrologisch neutraal ontwikkelen is er vanuit het waterschap geen formele compensatie nodig. Let op: de gemeente of het waterschap kan desondanks om berging vragen'. De uitkomst is zodanig dat duidelijk dat er op het gebied van de waterhuishouding geen nadelige veranderingen zijn te verwachten, dat uitvoeriger onderzoek onnodig is.

Er wordt aangesloten op het gemengd verbeterd gescheiden stelsel voor de riolering. Dit stelsel is toereikend voor de te verwachten afvoer. Voorts is van belang dat bij de bouw geen uitlogende materialen worden toegepast.

Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro toegezonden aan het waterschap. Er is bij e-email van 3 september 2012 een positief wateradvies afgegeven.