direct naar inhoud van Artikel 6 Wonen - 1
Plan: De Wijer - De Kuil te Hapert
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1728.BPA5015DeWijDeKui-VAST

Artikel 6 Wonen - 1

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Wonen – 1” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen;
  • b. onder voorwaarden toegelaten bedrijfs-/beroepsmatige activiteiten aan huis, categorie A (uitsluitend met ontheffing);
  • c. tuinen, erven en verharding;
  • d. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • e. ontsluiting van percelen met dien verstande dat dit slechts rechtstreeks mogelijk is op de openbare weg.
6.2 Bouwregels
6.2.1 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. ter plaatse van de aanduiding vrijstaand, vrijstaande woningen;
  • b. ter plaatse van de aanduiding twee-aaneen, twee aaneengebouwde woningen;
  • c. ter plaatse van de aanduiding aaneengebouwd, drie of meer aaneengebouwde woningen;
  • d. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat niet meer hoofdgebouwen per bouwvlak mogen worden opgericht dan in het betreffende bouwvlak is aangeduid.
    de voorgevelrooilijn en de zijdelingse begrenzing van het bouwvlak mogen worden overschreden in de vorm van een erker, balkon of luifel, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
    • 1. de diepte gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer dan 1,5 m bedragen;
    • 2. de afstand tot de bestemmingsgrens mag niet minder dan 2 m bedragen;
    • 3. bij hoekwoningen mogen erkers niet worden gebouwd vóór het verlengde van de voorgevellijn van een om de hoek gelegen hoofdgebouw;
  • e. de voorgevel moet worden gesitueerd in de voorgevelrooilijn, dan wel op een afstand van maximaal 3 m daarachter.
  • f. de goot- en bouwhoogte zijn maximaal de ter plaatse van de aanduiding maximale goot- en bouwhoogte aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte;
  • g. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen voor hoofdgebouwen in de vorm van:
    • 1. vrijstaande woningen mag aan beide zijden niet minder dan 3 m bedragen;
    • 2. twee-aan-eengebouwde woningen mag aan één zijde niet minder dan 3 m bedragen;
    • 3. aaneengebouwde woningen mag alleen bij de eindwoningen niet minder dan 3 m bedragen, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven.
6.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen:

  • a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen op een afstand van tenminste 3 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd, met dien verstande dat aan- en uitbouwen en bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 1 tenminste 5 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw dienen te worden gebouwd;
  • c. overkappingen mogen worden gesitueerd maximaal 3 m voor de voorgevellijn, met dien verstande dat:
    • 1. de (bouw)hoogte van een overkapping maximaal 3 m bedraagt;
    • 2. de overkapping voor de voorgevellijn geen gesloten wanden heeft;
  • d. bij vrijstaande woningen dient één der zijstroken vrij van aan- en uitbouwen en bijgebouwen te blijven voor tenminste 3 m tot de zijdelingse perceelgrens en tot de lijn evenwijdig aan en op een afstand van 3 m achter de achtergevelrooilijn;
  • e. bij hoekwoningen mogen géén aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden gebouwd vóór het verlengde van de voorgevelrooilijn van de om de hoek gelegen hoofdgebouwen;
  • f. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, voor zover gesitueerd buiten het bouwvlak, mag niet meer bedragen dan 85 m²;
  • g. de gronden gelegen achter de achtergevelrooilijn van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mogen voor maximaal 55% worden bebouwd;
  • h. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • i. voor zover de oppervlakte van de strook grond achter de achtergevelrooilijn van het hoofdgebouw meer bedraagt dan 200 m² mag de onder g geregelde gezamenlijke oppervlakte worden vermeerderd met 10% van deze overmaat, met dien verstande dat de totale bebouwde oppervlakte aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen niet meer mag bedragen dan 115 m²;
  • j. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 5,5 m;
  • k. ter plaatse van de aanduiding specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 2, mag de hoogte van de muur van de aan- of uitbouw, welke gesitueerd is in de achterste perceelsgrens, maximaal 5,5 meter bedragen.
6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd binnen en buiten het bouwvlak;
  • b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel niet meer dan 1 m mag bedragen;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.
6.2.4 Ondergronds bouwen

Voor het ondergronds bouwen geldt de volgende bepaling:

  • a. de verticale diepte van een ondergronds bouwwerk mag niet meer bedragen dan 4 m beneden peil.
6.3 Afwijken van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken:

  • a. van het bepaalde in 6.2.1 onder d voor overschrijding van de achterste begrenzing van het bouwvlak, ten behoeve van vergroten van de diepte van het hoofdgebouw, met dien verstande dat de totale diepte van het hoofdgebouw niet meer dan 15 m mag bedragen;
  • b. van het bepaalde in 6.2.1 onder d sub 3, ten behoeve van het oprichten van erkers bij hoekwoningen voor het verlengde van de voorgevelrooilijn van de om de hoek gelegen hoofdgebouwen, met dien verstande dat dit uit stedenbouwkundig en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar is;
  • c. van het bepaalde in 6.2.2 onder c, ten behoeve van het oprichten van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij hoekwoningen voor het verlengde van de voorgevelrooilijn van de om de hoek gelegen hoofdgebouwen, met dien verstande dat dit uit stedenbouwkundig en verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar is;
  • d. van het bepaalde in 6.2.2 onder h ten behoeve van het verhogen van de goothoogte tot 5,5 meter voor bijgebouwen, welke gebouwd zijn in de achterste perceelsgrens ter plaatse van de aanduiding specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen 2, waarbij de oppervlakte van deze bijgebouwen maximaal 10 m2 mag bedragen.
6.4 Afwijken van de gebruiksregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.1 tot de uitoefening van een onder voorwaarden toegelaten bedrijfs-/beroepsmatige activiteiten aan huis, categorie A, met dien verstande dat:

    • 1. de omvang van de activiteit (beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte) mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 30 m²;
    • 2. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken;
    • 3. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving;
    • 4. detailhandel is niet toegestaan;
    • 5. de activiteit wordt uitgeoefend door één bewoner;