Type plan: wijzigingsplan
Naam van het plan: Willibrordusstraat ong. Riethoven
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1724.WPRwil3024-VAST
1 Inleidende regels
 
Artikel 1 Begrippen
 
1.1 Plan
Het wijzigingsplan ‘Willibrordusstraat ong. Riethoven’ met identificatienummer NL.IMRO.1724.WPRwil3024-VAST van de gemeente Bergeijk.
 
1.2 Wijzigingsplan
De geometrische bepaalde planobjecten met bijbehorende regels.
 
2 Bestemmingsregels
 
Artikel 2 Toepassingsbereik
 
2.1 Toepassingsverklaring verbeelding
 
Dit wijzigingsplan wijzigt de verbeelding op de locatie Willibrordusstraat ong. te Riethoven behorende bij het bestemmingsplan 'Riethoven/Walik 2012' van de gemeente Bergeijk zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 31 mei 2012 (identificatienummerNL.IMRO.1724.BPRrhw3007-VAST) overeenkomstig de wijze, zoals vervat in de verbeelding behorende bij onderhavig wijzigingsplan. Voor het overige blijft de verbeelding van het bestemmingsplan 'Riethoven/Walik 2012’ ongewijzigd van toepassing.
 
2.2 Toepassingsverklaring regels
 
Op dit wijzigingsplan zijn de regels van de bestemmingsplannen van de gemeente Bergeijk ‘Riethoven/Walik 2012’ zoals vastgesteld op 31 mei 2012 (identificatienummer NL.IMRO.1724.BPRrhw3007-VAST) en ‘Riethoven/Walik 2012, herziening 2014’ zoals vastgesteld op 2 juli 2014 (identificatienummer NL.IMRO.1724.BPRhrw3013-VAST) en ‘Parapluplan parkeren Bergeijk 2018’ zoals vastgesteld op 26 juni 2018 (identificatienummer NL.IMRO.1724.BPBppb1078-VAST) en ‘Parapluherziening wonen en bijbehorende bouwwerken’ zoals vastgesteld 26 november 2020 (identificatienummer NL.IMRO.1724.BPBpwb1091-VAST) van toepassing.
 
Artikel 3 Aanvullende regels
 
Onderstaande regels worden aangevuld op de bestaande regels uit Artikel 19 Wonen.
 
3.1 Aanvulling op de bouwregels
 
3.1.1 Voorwaardelijke verplichting
 
Het bouwen van gebouwen conform de in 19.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is uitsluitend toegestaan, indien:
  1. Hemelwater, afkomstig van daken van nieuwe bebouwing en erfverharding, op eigen terrein wordt geborgen dan wel geïnfiltreerd, waarbij een bergingsvoorziening c.q. infiltratievoorziening met een minimale omvang van 60 m³ per 1.000 m² dakvlak en erfverharding dient te worden gerealiseerd en in stand gehouden.
  2. Indien geen hemelwatervoorziening is opgenomen in het bouwplan kan geen bouwvergunning verleend worden. 
3.2 Aanvulling op de gebruiksregels
 
3.2.1 Voorwaardelijke verplichting
 
Het gebruik van gronden en gebouwen conform de in 19.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is uitsluitend toegestaan, indien:
  1. Hemelwater, afkomstig van daken van nieuwe bebouwing en erfverharding, op eigen terrein wordt geborgen dan wel geïnfiltreerd, waarbij een bergingsvoorziening c.q. infiltratievoorziening met een minimale omvang van 60 m³ per 1.000 m² dakvlak en erfverharding dient te worden gerealiseerd en in stand gehouden
 
3 Overgangs- en slotregels
Artikel 4 Overgangsrecht
 
4.1 Overgangsrecht bouwwerken 
  1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%.
  3. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 
4.2 Overgangsrecht gebruik 
  1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  3. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  4. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
 
Artikel 5 Slotregel
 
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het wijzigingsplan ‘Willibrordusstraat ong. Riethoven’ van de gemeente Bergeijk.