Parapluherziening wonen en bijbehorende bouwwerken
| Status: | vastgesteld |
| Identificatie: | NL.IMRO.1724.BPBpwb1091-VAST |
| Plantype: | bestemmingsplan |
Inhoud
Artikel 3 Herziening van de regeling voor wonen
Artikel 4 Herziening van de regeling voor bijbehorende bouwwerken
Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels
Bijlagen:
Bijlage 1: Overzicht bestemmingsplannen herziening regeling wonen
Bijlage 2: Overzicht bestemmingsplannen herziening regeling bijbehorende bouwwerken
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
plan:
het bestemmingsplan Parapluherziening wonen en bijbehorende bouwwerken met identificatienummer NL.IMRO.1724.BPBpwb1091-VAST van de gemeente Bergeijk.
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.
Artikel 2 Toepassingsbereik
Dit plan heeft betrekking op de bestemmingsplannen zoals opgenomen in de tabellen in bijlage 1 en bijlage 2 van de regels.
De regels van de bestemmingsplannen zoals bedoeld onder a worden herzien zoals aangegeven in hoofdstuk 2 van de regels van dit plan. Voor het overige blijven de regels van deze bestemmingsplannen ongewijzigd van toepassing.
De verbeeldingen van de bestemmingsplannen die in bijlage 2 zijn gemarkeerd met een * worden herzien doordat aan de verbeelding de aanduiding 'overige zone - buiten stedelijk gebied' wordt toegevoegd overeenkomstig de verbeelding van dit plan. Voor het overige blijven de verbeeldingen van deze bestemmingsplannen en van de overige bestemmingsplannen zoals bedoeld onder a ongewijzigd van toepassing.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Herziening van de regeling voor wonen
De regels van de bestemmingsplannen die zijn opgenomen in bijlage 1 van de planregels worden als volgt herzien.
3.1 Toevoegen/vervangen van begrippen
Aan artikel 1 van de planregels worden de volgende begrippen toegevoegd. Indien in artikel 1 van de planregels al een begrip voor 'wonen' en/of 'huishouden' is opgenomen, worden deze begrippen vervangen door de volgende begrippen.
huishouden:
één of meer personen die een gezamenlijke huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid.
wonen:
het bewonen van een woning door niet meer dan één afzonderlijk huishouden.
3.2 Afwijkende regeling Woonbos/Hooge Berkt en omgeving
Aan artikel 1 van de planregels van het bestemmingsplan 'Woonbos/Hooge Berkt en omgeving' wordt tevens het volgende begrip toegevoegd.
wonen in een leefgemeenschap:
het bewonen van gebouwen door een leefgemeenschap waarbij een woongebouw door meer dan één huishouden mag worden bewoond.
Artikel 4 Herziening van de regeling voor bijbehorende bouwwerken
De regels van de bestemmingsplannen die zijn opgenomen in bijlage 2 van de planregels worden als volgt herzien.
4.1 Vervangen van de regeling voor bijbehorende bouwwerken
De artikelen die in bijlage 2 zijn opgenomen in de kolom 'te vervangen artikelen bijbehorende bouwwerken' komen te vervallen en worden met behoud van de artikelnummering vervangen door de volgende regeling:
x.x.x. Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, inclusief carports en overkappingen, gelden de volgende bepalingen:
|
Situering |
zowel binnen als buiten het bouwvlak, met dien verstande dat:
|
|
Bebouwingspercentage |
maximaal 80% van het bouwperceel binnen de bestemming 'Wonen' tot een maximum van 200 m2, uitgezonderd het bouwvlak, met dien verstande dat op bouwpercelen die volledig binnen de aanduiding 'overige zone - buiten stedelijk gebied' liggen een maximum geldt van:
|
|
Goothoogte |
maximaal 3,2 m |
|
Bouwhoogte |
maximaal 5,5 m, met dien verstande dat indien het hoofdgebouw is uitgevoerd met een plat dak voor het met het hoofdgebouw verbonden bijbehorend bouwwerk een maximum bouwhoogte van 3,2 m geldt |
|
Dakhelling |
maximaal 60° of plat dak, met dien verstande dat voor een bijbehorend bouwwerk gebouwd op de perceelsgrens geldt dat het schuine dak vanuit de perceelsgrens dient op te lopen |
4.2 Afwijkende regelingen voor bijbehorende bouwwerken
In de volgende bestemmingsplannen wordt de tabel met de regeling voor bijbehorende bouwwerken zoals opgenomen in lid 4.1 aangepast, dan wel aangevuld met een rij waarin afwijkende regelingen zijn opgenomen:
4.2.1 De Ploeg 2016
In het bestemmingsplan 'De Ploeg 2016' worden de rijen 'Goothoogte' en 'Bouwhoogte' niet opgenomen, maar worden deze vervangen door de volgende rij:
|
Goothoogte en bouwhoogte |
maximaal 3,5 m |
4.2.2 Centrum Bergeijk, herziening Burgemeester Magneestraat 9-11
In het bestemmingsplan 'Centrum Bergeijk, herziening Burgemeester Magneestraat 9-11' wordt de tabel aangevuld met de volgende rij:
|
Afwijkende regels |
in aanvulling op het hierboven bepaalde mogen bijbehorende bouwwerken uitsluitend binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd |
4.2.3 Westerhoven en De Kempervennen 2012
In het bestemmingsplan 'Westerhoven en De Kempervennen 2012' wordt de tabel aangevuld met de volgende rij:
|
Afwijkende regels |
|
4.2.4 Riethoven/Walik 2012
In het bestemmingsplan 'Riethoven/Walik 2012' wordt de tabel aangevuld met de volgende rij:
|
Afwijkende regels |
|
4.2.5 Luyksgestel en De Zwarte Bergen 2012
In het bestemmingsplan 'Luyksgestel en De Zwarte Bergen 2012' wordt de tabel aangevuld met de volgende rij:
|
Afwijkende regels |
|
4.2.6 Weebosch 2011
In het bestemmingsplan 'Weebosch 2011' wordt de tabel aangevuld met de volgende rij:
|
Afwijkende regels |
|
4.3 Vervangen van de regeling voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De artikelen die in bijlage 2 zijn opgenomen in de kolom 'te vervangen artikelen bouwwerken, geen gebouwen zijnde' komen te vervallen en worden met behoud van de artikelnummering vervangen door de volgende regeling:
x.x.x Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende bepalingen:
|
Situering |
zowel binnen als buiten het bouwvlak |
|
Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen |
maximaal 2 m |
|
Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn |
maximaal 1 m |
|
Specifiek voor zwembaden |
a. maximaal 1 zwembad per bouwperceel en uitsluitend voor hobbymatig gebruik b. situering: minimaal 2,5 m achter de voorgevelrooilijn en minimaal 1 m van de zijdelingse en achterste perceelsgrens c. oppervlakte: maximaal 50 m2 |
|
Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouw zijnde |
maximaal 5 m |
|
Verbod |
tennisbanen en paardenbakken zijn niet toegestaan |
4.4 Vervangen van afwijkingsmogelijkheden
De leden en subleden die in bijlage 2 zijn opgenomen in de kolom 'te vervallen afwijkingsbevoegdheden' komen te vervallen. In plaats van deze vervallen regelingen worden de volgende afwijkingsbevoegdheden toegevoegd:
|
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de bouwregels ten behoeve van: |
mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: |
|
vergroting van de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op bouwpercelen binnen de aanduiding 'overige zone - buiten stedelijk gebied' tot ten hoogste 200 m2 |
a. Er vindt kwaliteitsverbetering van het landschap plaats overeenkomstig de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen (24 augustus 2012) of diens opvolger. b. Maximaal 80% van het bouwperceel binnen de bestemming 'Wonen' wordt bebouwd. |
|
(bijbehorende) bouwwerken met een grotere bouwhoogte |
a. De omgevingsvergunning heeft niet tot gevolg dat in stedenbouwkundig en/of landschappelijk opzicht een onaanvaardbare situatie ontstaat. b. De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken worden niet onevenredig aangetast. |
|
een schuin dak dat niet vanuit de perceelsgrens oploopt |
a. Aan weerszijden van de perceelsgrens worden bijbehorende bouwwerken aaneengesloten gebouwd. b. De omgevingsvergunning heeft niet tot gevolg dat in stedenbouwkundig en/of landschappelijk opzicht een onaanvaardbare situatie ontstaat. |
|
een tennisbaan
|
a. Situering: minimaal 2,5 m achter de voorgevellijn en minimaal 1 m van de zijdelingse en achterste perceelsgrens. b. De tennisbaan mag niet overdekt zijn. c. Bouwhoogte omheining bij tennisbaan: maximaal 5 m, mits het gedeelte boven 2 m over de gehele oppervlakte transparant is. d. De tennisbaan wordt uitsluitend voor hobbymatig gebruik benut. e. Maximaal 1 tennisbaan per bouwperceel. f. De omgevingsvergunning heeft niet tot gevolg dat in stedenbouwkundig en/of landschappelijk opzicht een onaanvaardbare situatie ontstaat. g. Het bouwwerk veroorzaakt geen onevenredige milieuhinder. |
|
een paardenbak
|
a. Situering: minimaal 2,5 m achter de voorgevellijn en minimaal 5 m van de zijdelingse en achterste perceelsgrens. b. De paardenbak mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijbehorende bouwwerken in acht wordt genomen. c. De paardenbak mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut. d. Maximaal 1 paardenbak per bouwperceel. |
4.5 Toevoegen van begrip
Indien in een bestemmingsplan dat is opgenomen in bijlage 2 geen begrip is opgenomen voor 'bijbehorend bouwwerk', wordt aan artikel 1 van de planregels van dat bestemmingsplan het volgende begrip toegevoegd:
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk, met een dak.
Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels
Artikel 5 Overgangsrecht
5.1 Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%.
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
5.2 Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 6 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan
‘Parapluherziening wonen en bijbehorende bouwwerken'.
Vastgesteld: 26 november 2020