| Type plan: | bestemmingsplan |
|---|---|
| Naam van het plan: | Galderseweg 50 |
| Status: | vastgesteld |
| Plan identificatie: | NL.IMRO.1723.bpgalderseweg50-VS01 |
| 1. | plan: | het bestemmingsplan 'Galderseweg 50' (NL.IMRO.1723.bpgalderseweg50-VS01 ) van de gemeente Alphen-Chaam; | |
| 2. | bestemmingsplan: | de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1723.bpgalderseweg50-VS01 met de daarbij behorende regels en bijbehorende bijlage; | |
| 3. | aanbouw: | een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; | |
| 4. | aanduiding: | een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; | |
| 5. | aan huis gebonden bedrijfsmatige activiteiten: | het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend; | |
| 6. | aan huis gebonden beroepsmatige activiteiten: | een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebieden dat door zijn beperkte omvang in woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; | |
| 7. | afhankelijke woonruimte: | een aanbouw of een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; | |
| 8. | bebouwing: | één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; | |
| 9. | bebouwings- percentage: | een in de regels en/of met aanduidingen aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwperceel c.q. bouwvlak (bouwzone) of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; hierbij worden ondergrondse bouwwerken meegerekend; | |
| 10. | bestemmingsgrens: | de grens van een bestemmingsvlak; | |
| 11. | bestemmingsvlak: | een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; | |
| 12. | bijgebouw: | een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig (constructie) architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; | |
| 13. | bouwen: | het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; | |
| 14. | bouwgrens: | de grens van een bouwvlak; | |
| 15. | bouwperceel: | een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten; | |
| 16. | bouwperceelsgrens: | een grens van een bouwperceel; | |
| a. | voorste bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel gelegen aan een weg waaraan wordt gebouwd, tenzij door burgemeester en wethouders een andere perceelsgrens als zodanig wordt aangewezen; | ||
| b. | zijdelingse bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel die loodrecht of nagenoeg loodrecht staat op de voorste perceelsgrens; | ||
| c. | achterste bouwperceelsgrens : de meest van de weg af gelegen bouwperceelsgrens, evenwijdig of nagenoeg evenwijdig aan de voorste bouwperceelsgrens; | ||
| 17. | bouwvlak: | een geometrisch bepaald, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; | |
| 18. | bouwwerk: | elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; | |
| 19. | detailhandel: | het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, alsmede anders dan voor verbruik ter plaatse; | |
| 20. | erker: | een aan nader bepaalde maatvoeringseisen verbonden ondergeschikt aangebouwd gedeelte (aanbouw) van een woning aan een gevel in één bouwlaag, eventueel met een schuin kapje; | |
| 21. | gebouw: | elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; | |
| 22. | halfvrijstaande woning: | een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van maximaal twee aaneengebouwde woningen; | |
| 23. | handel: | elke vorm van handel dat wil zeggen het bedrijfsmatig ten verkoop uitstallen, te koop aanbieden, verkopen of leveren van goederen; | |
| 24. | hoekperceel: | een bouwperceel dat zowel aan de zijde van de voorgevel als aan één zijdelingse zijde grenst aan de weg of het openbaar groen; | |
| 25. | mantelzorg: | het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; | |
| 26. | ondergeschikt bouwdeel: | - | een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak en/of; |
| - | ondergeschikte delen van een ondergronds bouwwerk die zichtbaar zijn boven peil; | ||
| 27. | ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden: | werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden; | |
| 28. | ondergronds bouwwerk: | een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen onder peil; | |
| 29. | opslag: | het bedrijfsmatig opslaan van goederen, grondstoffen, andere stoffen en materialen; | |
| 30. | parkeer- voorziening: | elke al dan niet overdekte stallingsgelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer: | |
| a. | openbare parkeerplaatsen: parkeerplaatsen die in beginsel openbaar (voor iedereen) toegankelijk zijn; | ||
| b. | particuliere parkeerplaatsen: parkeerplaatsen die in beginsel niet (voor iedereen) openbaar toegankelijk zijn, zoals bijvoorbeeld parkeerplaatsen op eigen terrein, voor eigen werknemers; | ||
| 31 | parkeren | het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; | |
| 32. | peil: | a. | voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; |
| b. | in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. | ||
| 33. | perceelsgrens: | grens van een perceel of bouwperceel; | |
| 34. | pergola: | een vrijstaand of aangebouwd bouwwerk, bestaande uit een constructie van verticaal geplaatste palen of kolommen, gekoppeld aan een bovenlegger met eventueel hierop onder een hoek van 90º geplaatste dwarsligger; de pergola mag tot maximaal 1 meter boven het maaiveld als een gesloten constructie worden uitgevoerd; | |
| 35. | seksinrichting: | de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; | |
| 36. | seksuele dienstverlening: | een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen en/of het verrichten van erotisch/pornografische vertoningen; | |
| 37. | voorgevel: | de op weg georiënteerde gevel van een hoofdgebouw dat maximaal één voorgevel heeft; | |
| 38. | voorgevellijn: | denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; | |
| 39. | voorgevelrooilijn: | a. denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen en/of; b. denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een gebouw die naar de weg of het openbaar groen is gekeerd tot aan de perceelsgrenzen; | |
| 40. | vrijstaande woning: | een woning die hoogstens door middel van de bijgebouwen met een andere woning verbonden is en waarvan geen van beide zijgevels in de zijdelingse perceelgrens staan; | |
| 41. | weg: | een voor het openbaar verkeer openstaande weg of pad, met inbegrip van de daarin liggen bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten; | |
| 42. | werk: | grondwerk, wegenbouwkundig werk, waterbouwkundig werk of bouwwerk; | |
| 43. | werken: | alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies of inrichtingen met toebehoren; | |
| 44. | woning: | een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de zelfstandige huisvesting van maximaal één huishouden. | |
| 45. | zijgevel: | een van weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw, niet zijnde de achtergevel of voorgevel; | |
| 46. | zijgevellijn: | denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. | |
| 1. | de dakhelling: | langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; |
| 2. | de goothoogte van een bouwwerk: | vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; |
| 3. | de inhoud van een bouwwerk: | tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; |
| 4. | de bouwhoogte van een bouwwerk: | vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; |
| 5. | de oppervlakte van een bouwwerk: | tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; |
| 6. | afstand tot de bouwperceelsgrens: | tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; |
| 7. | afstand tussen gebouwen: | de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; |
| 8. | lengte, breedte en diepte bouwwerk: | tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of harten van scheidsmuren; |
| 9. | oppervlak van bouwpercelen: | de maten van het kadastrale perceel, dan wel, wanneer er geen sprake is van een gedeeld kadastraal perceel, de feitelijke oppervlakte van het perceel behorend bij het hoofdgebouw; |
| 10. | breedte van bouwpercelen: | tussen de zijdelingse perceelsgrenzen van het bouwperceel in de naar de zijde van de weg gekeerde bestemmingsgrens; |
| 11. | bebouwd oppervlak: | de buitenmaats gemeten loodrechte projectie van de bebouwing op de ondergrond; |
| 12. | ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: | vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. |
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | Maximale bouwhoogte | ||
| terreinafscheidingen | 1 meter | ||
| pergola's | 2,5 meter | ||
| overige bouwwerken | 1,5 meter | ||
| Erker | Eis | ||
| diepte | niet meer dan 50% van de diepte van de tuin, gemeten ten opzichte van de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw, met een maximum van 1,5 meter | ||
| bouwhoogte | één bouwlaag eventueel met een schuine kap | ||
| breedte | ten hoogste 50% van de breedte van de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw | ||
| maximaal oppervlak | 5 m² | ||
| Maatvoering | Eis |
| totale maximale oppervlakte aan bijgebouwen: | |
| bouwpercelen tot en met 300 m² | 50 m² |
| bouwpercelen groter dan 300 m² | 50 m², vermeerderd met 10 % van het aantal m² dat het perceel groter is dan 300 m² tot een maximum van 150 m² |
| maximale goothoogte aanbouwen en bijgebouwen | 3 meter |
| maximale bouwhoogte aanbouwen en bijgebouwen | 5 meter |
| maximale diepte aanbouw | 5 meter |
| maximale diepte aanbouw aan de zijgevel | 5 meter (gemeten vanaf de achtergevel) |
| Situering | Eis |
| minimale afstand van een bijgebouw tot het hoofdgebouw | 2 meter |
| minimale afstand van een aanbouw achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw | 3 meter |
| minimale afstand van aanbouwen en bijgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens op hoekpercelen | 3 meter tot het openbaar gebied |
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | Maximale bouwhoogte | |
| terreinafscheidingen bij niet-hoekpercelen | 2 meter | |
| terreinafscheidingen bij hoek- percelen, vóór de voorgevellijn en tot 3 meter achter de voorgevellijn | 1 meter | |
| terreinafscheidingen bij hoek- percelen, vanaf 3 meter achter de voorgevellijn | 2 meter | |
| pergola's | 2,5 meter | |
| speeltoestellen | 3 meter | |
| overige bouwwerken | 1,5 meter | |
Maatvoeringseisen: hoofdgebouwen | |||||
| maximale goothoogte | 7 meter | ||||
| maximale bouwhoogte | 10 meter | ||||
| maximale ondergrondse bouwdiepte | 3 meter | ||||
| verplichte kapafdekking | ja | ||||
| maximale dakhelling | 65° | ||||
| minimale dakhelling | 15° | ||||
| Maatvoeringseisen: bijgebouwen en aanbouwen | |||||
| maximale goothoogte | 3 meter | ||||
| maximale bouwhoogte | 5 meter | ||||
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | Maximale bouwhoogte | ||
| terreinafscheidingen | 2 meter | ||
| pergola's | 2,5 meter | ||
| overige bouwwerken | 1,5 meter | ||