| Plan: | Tam-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Chaamseweg 26 Alphen |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1723.TAMChmsewg26Alphen-VG01 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het mogelijk maken van de herontwikkeling van een veehouderij naar een niet-agrarische bedrijfslocatie ten behoeve van statische opslag van campers, caravans en oldtimers. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22i) in het omgevingsplan van de gemeente Alphen-Chaam. Technisch is het nog vormgegeven en gepubliceerd als een bestemmingsplan. Dus is het niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOPTPOD beschikbaar te stellen. Daarom moeten de hoofdstukken van dit plan worden gelezen als paragrafen van hoofdstuk 22i van het omgevingsplan van de gemeente Alphen-Chaam. Dus:
In dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten en bouwactiviteiten binnen 'Agrarisch - Landelijke gebieden'.
Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in 4.2 is verboden. In ieder geval omvat het verbod:
De omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt verleend als:
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten en bouwactiviteiten binnen 'Bedrijf - Landelijke gebieden'.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten:
Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in 5.2 en 5.3 is verboden. In ieder geval omvat het verbod:
De omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt verleend als:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsgebouw wordt verleend als:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning wordt verleend als:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning wordt verleend als:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt verleend als:
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.5.1 onder b voor het uitbreiden van de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen waarbij moet worden voldaan aan de volgende bepalingen:
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 voor het vestigen van een ander soort bedrijf dan op basis van de toegestane gebruiksactiviteiten is toegestaan, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten, bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden binnen 'Groen - Landschappelijke inpassing'.
Het is toegestaan de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten:
Alsmede voor:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag andere landschapsmaatregelen te treffen dan de landschapsmaatregelen zoals bedoeld in 5.2 onder a.
Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in 6.2 en 6.3 is verboden. In ieder geval omvat het verbod:
De omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt verleend als:
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2.
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten, bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 3b'.
Het is toegestaan de volgende sloop- en bouwactiviteiten te verrichten of te laten verrichten:
Het is verboden een sloop- en/of bouwactiviteit te verrichten en het bouwwerk in stand te houden en te gebruiken, zonder omgevingsvergunning, of anders dan is bedoeld in 7.4.
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.
De omgevingsvergunning voor een sloop- en/of bouwactiviteit voor het bouwen ten dienste van andere functies wordt verleend als:
Het is verboden een bouwactiviteit te verrichten en het bouwwerk in stand te houden en te gebruiken, anders dan de bouwactiviteiten als bedoeld in 7.4.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden te verrichten of te laten verrichten:
Het in artikel 7.7.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien:
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 7.5.1 wordt verleend als:
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
Bij de beoordeling van een archeologissch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.7.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 3b' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen voor zover deze niet binnen 7.4 passen of zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
In die gevallen, dat de (goot)hoogte, de oppervlakte, de inhoud, een bebouwingspercentage en/of de afstand tot de weg of perceelsgrenzen, en andere maten, voor zover in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die bestaande maatvoering in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.
Gebruiksactiviteiten die betrekking hebben op het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor niet reeds bestaande activiteiten die voldoen aan de omschrijvingen in kolom 1 (type projecten) en aan de bijbehorende omschrijvingen in kolom 2 (mer-plicht) van bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn verboden.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Voordat op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt beslist, wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit over de welstandsaspecten.
Ter plaatse van de aanduiding veiligheidszone - munitie - A/B/C gelden de volgende bepalingen:
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden een omgevingsvergunning verlenen:
De regels in dit TAM-omgevingsplan gaan – voor zover deze in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet - voor op het tijdelijke deel van het omgevingsplan.