i. bouwwerken en voorzieningen
a. lichtmasten, verkeers- en verwijsborden;
b. weg- en waterbouwkundige kunstwerken;
c. zitbanken, beeldhouwwerken en daarmee gelijk te stellen kunstzinnige elementen
5.2.2 De bouwhoogte van de in lid 5.2.1 genoemde bouwwerken mag maximaal 3 m bedragen, met dien verstande dat voor
lichtmasten de bouwhoogte maximaal 10 m mag bedragen.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan:
- de bouwhoogte en/of goothoogte van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde;
- de situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
- de aanleg en omvang van parkeergelegenheid.
Indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van een onevenredige aantasting van:
a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken;
b. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de directe omgeving;
c. de milieukwaliteit;
d. de verkeersveiligheid;
e. de sociale veiligheid;
f. de brandveiligheid en rampenbestrijding;
g.het woon- en leefklimaat.
5.4 Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Tot een strijdig gebruik van bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
a. voorzieningen, anders dan van algemeen nut als bedoeld in 5.1.g;
b. de opslag en verkoop van motorbrandstoffen.
5.4.2 Tot een strijdig gebruik van gronden wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
a. de opslag en verkoop van motorbrandstoffen;
b. het opslaan, het opgeslagen houden of (laten) bergen van gebruikte, afgedankte c.q. aan de oorspronkelijke bestemming
onttrokken goederen, voorwerpen of materialen, behoudens voor zover noodzakelijk in verband met het op de bestemming
gerichte gebruik van de gronden;
c. het opslaan, het opgeslagen houden, (laten) storten of (laten) lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen, behoudens zover dat
noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden;
d. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens.
5.4.3 Het bepaalde in 5.4.2.b en 5.4.2.c is niet van toepassing voor zover het betreft:
a. tijdelijke opslag van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de in het plan
aangewezen bestemming;
b.opslag in het kader van het normale onderhoud van de gronden en gebouwen.