direct naar inhoud van Artikel 3 Agrarisch
Plan: Ruimte voor Ruimte gemeente Bernheze 2011
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1721.BPRvR2011-VG01

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. agrarisch grondgebruik;
  • b. de uitoefening van een paardenhouderij;
  • c. een burgerwoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'wonen' of de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' op de verbeelding;
  • d. een bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' op de verbeelding;
  • e. natuur, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'natuur' op de verbeelding;
  • f. verkeersvoorzieningen, mede in de vorm van onverharde wegen en paden;
  • g. waterhuishoudkundige doeleinden;
  • h. groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen;
  • i. behoud van landschapselementen.

3.2 Bouwregels

Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, die ten dienste staan van de bestemming, waarbij de volgende eisen gelden:

3.2.1 Algemeen
  • a. in een bouwvlak met de aanduiding 'bedrijfswoning' op de verbeelding is maximaal één bedrijfswoning toegestaan;
  • b. in een bouwvlak met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' is maximaal 1 vrijstaande woning toegestaan;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij' op de verbeelding dienen de bedrijfsgebouwen binnen het op de verbeelding opgenomen bouwvlak te worden gebouwd;
  • d. het gebruik van een woning voor een aan huis gebonden beroep is toegestaan, mits:
    • 1. de functie ondergeschikt blijft aan de hoofdfunctie;
    • 2. er maximaal 100 m² van het totale vloeroppervlak als zodanig in gebruik wordt genomen;
    • 3. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd van ter plaatse vervaardigde producten.
  • e. inrichtingen ex. artikel 2.4 IVbM zijn niet toegestaan;
  • f. de oprichting van windturbines is niet toegestaan;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij' op de verbeelding mogen tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen met een maximale hoogte van 2,5 meter tevens worden opgericht buiten het op de verbeelding aangeduide bouwvlak;
  • h. buiten de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken zijn binnen de aanduidingen 'bedrijfswoning', 'wonen' en 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' toegestaan:
    • 1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en
    • 2. (vrijstaande) bijgebouwen, behoudens wanneer op de verbeelding de aanduiding 'bijgebouwen' is opgenomen; alsdan is het bouwen van (vrijstaande) bijgebouwen slechts mogelijk binnen de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'bijgebouwen';
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij'op de verbeelding is het toevoegen van verharding mogelijk.

3.2.2 Wonen

Voor het oprichten van hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ter plaatse van de aanduiding 'wonen' gelden de volgende eisen:

  • a. woningen, inclusief bijgebouwen

inhoud hoofdgebouw
 
maximaal 750 m³ (inclusief aangebouwde bijgebouwen  
goothoogte hoofdgebouw
 
maximaal 3,5 meter  
bouwhoogte hoofdgebouw   maximaal 10 meter
 
afstand bijgebouwen ten opzichte van de voorgevelrooilijn
 
minimaal 2 meter  
afstand bijgebouwen tot zijdelingse perceelsgrens   minimaal 3 meter, tenzij op de verbeelding de aanduiding 'bijgebouwen' is opgenomen, alsdan dienen de bijgebouwen gerealiseerd te worden binnen deze aanduiding
 
gezamenlijke oppervlakte vrijstaande bijgebouwen   maximaal 200 m²
 
goothoogte bijgebouwen   maximaal 3 meter
 
bouwhoogte bijgebouwen   maximaal 6 meter
 
afstand woning tot de vrijstaande bijgebouwen   minimaal 3 meter en maximaal 20 meter
 

  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde

  bouwhoogte   gezamenlijke oppervlakte   aantal  
erfafscheidingen
 
maximaal 2 meter,
vóór de voorgevelrooilijn maximaal 1 meter  
   
carport/overkapping   maximaal 3 meter
 
maximaal 30 m²   maximaal 2  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   maximaal 3 meter
 
   

  • c. ondergrondse bouwwerken tot een bouwdiepte van maximaal 3 meter zijn toegestaan daar waar bovengronds gebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd.

3.2.3 Specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte

Voor het oprichten van hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' gelden de volgende eisen:

  • a. woningen, inclusief bijgebouwen

inhoud hoofdgebouw   maximaal 1.000 m³ (inclusief aangebouwde bijgebouwen)
 
goothoogte hoofdgebouw   maximaal 3,5 meter
 
bouwhoogte hoofdgebouw   maximaal 10 meter
 
afstand bijgebouwen ten opzichte van de voorgevellijn
 
minimaal 2 meter  
afstand bijgebouwen tot zijdelingse perceelsgrens   minimaal 3 meter, tenzij op de verbeelding de aanduiding 'bijgebouwen' is opgenomen, alsdan dienen de bijgebouwen gerealiseerd te worden binnen deze aanduiding
 
gezamenlijke oppervlakte vrijstaande bijgebouwen   maximaal 100 m²
 
goothoogte bijgebouwen   maximaal 3 meter
 
bouwhoogte bijgebouwen   maximaal 6 meter
 
dakvorm   bijgebouwen mogen worden voorzien van zowel een plat dak als van een dak met kapvorm  
afstand woning tot de vrijstaande bijgebouwen   minimaal 3 meter en maximaal 20 meter, behoudens wanneer op de verbeelding de aanduiding 'bijgebouwen' is opgenomen, alsdan dienen de bijgebouwen binnen dit vlak te worden opgericht.  

  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde

  bouwhoogte   gezamenlijke oppervlakte   aantal  
erfafscheidingen
 
maximaal 2 meter,
vóór de voorgevelrooilijn maximaal 1 meter  
   
carport/overkapping   maximaal 3 meter
 
maximaal 30 m²   maximaal 2  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   maximaal 3 meter
 
   

  • c. ondergrondse bouwwerken tot een bouwdiepte van maximaal 3 meter zijn toegestaan daar waar bovengronds gebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd.

3.2.4 Paardenhouderij

Voor de bouwwerken gelegen binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij' op de verbeelding, gelden de volgende eisen;

  • a. bedrijfsgebouwen:

goothoogte   maximaal 6 meter
 
bouwhoogte   maximaal 12 meter
 

  • b. bedrijfswoningen inclusief aangebouwde bijgebouwen:

inhoud
 
maximaal 750 m³  
goothoogte
 
maximaal 6 meter  
bouwhoogte
 
maximaal 10 meter  
afstand aangebouwde bijgebouwen tot de voorgevelrooilijn
 
minimaal 2 meter  
afstand tot de zijdelingse perceelsgrens
 
minimaal 5 meter  
afstand woning tot de bedrijfsgebouwen
 
minimaal 3 meter  

  • c. vrijstaande bijgebouwen bij de bedrijfswoning

goothoogte   maximaal 3 meter
 
bouwhoogte
 
maximaal 6 meter  
afstand tot de voorgevelrooilijn
 
minimaal 2 meter  
afstand tot de zijdelingse perceelsgrens
 
minimaal 3 meter  
gezamenlijke oppervlakte bijgebouwen   maximaal 100 m²
 
afstand tot de bedrijfswoning   minimaal 3 meter en maximaal 20 meter
 

  • d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde

  bouwhoogte   gezamenlijke oppervlakte   aantal  
erfafscheidingen
 
maximaal 2 meter,
vóór de voorgevelrooilijn maximaal 1 meter  
   
carport/overkapping   maximaal 3 meter
 
maximaal 30 m²   maximaal 2  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   maximaal 6 meter
 
   

  • e. teeltondersteunende voorzieningen

overige teeltondersteunende voorzieningen
 
bouwhoogte maximaal 4,5 meter  
tijdelijke vraat- en hagelnetten en regenkappen   bouwhoogte maximaal 4,5 meter
 

  • f. ondergrondse bouwwerken tot een bouwdiepte van maximaal 3 meter zijn toegestaan daar waar bovengronds gebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd.

3.3 Nadere eisen
  • a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:
    • 1. het straat en bebouwingsbeeld;
    • 2. de milieusituatie;
    • 3. de verkeersveiligheid;
    • 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
    • 5. de externe veiligheid;
  • b. deze nadere eisen kunnen uitsluitend worden gesteld met het oog op de verbetering van landschappelijke en/of stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.

3.4 Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Algemeen

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van:

  • a. het bepaalde in 3.2.2 en 3.2.3 onder b ten aanzien van het bouwen van een niet overdekt zwembad (buiten het bouwvlak) met een oppervlakte van maximaal 100 m² mits:
    • 1. de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van (omliggende) agrarische bedrijven niet onevenredig worden beperkt;
    • 2. er sprake is van landschappelijke inpassing;
    • 3. de ontwikkeling geen onevenredige hinder op het gebied van milieu, ecologie en archeologie oplevert;
  • b. het bepaalde in 3.2.1 voor het oprichten van schuilgelegenheden ten behoeve van het hobbymatig houden van vee tot een maximum van 15 m², onder de voorwaarden dat:
    • 1. de oprichting van schuilgelegenheden niet mogelijk is binnen het bestaande bouwvlak;
    • 2. de hoogte maximaal 2,5 meter mag bedragen;
    • 3. het desbetreffende perceel een aaneengesloten oppervlakte heeft van tenminste 2.500 m²;
    • 4. er geen onevenredige aantasting van de open structuur van de omgeving is;
  • c. het bepaalde in 3.2.2 onder a, 3.2.3 onder a en 3.2.4 onder b en c ten aanzien van een kleinere afstand van bijgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens onder de voorwaarden dat:
    • 1. dit uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is;
    • 2. hierdoor de verkeersveiligheid niet wordt aangetast.

3.4.2 Aanvullend afwegingskader

Een onder 3.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan bovendien slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. het straat en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

3.5 Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.1 Wabo, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen anders dan het toegestane gebruik op grond van het bepaalde in 3.1, meer in het bijzonder:

  • a. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen, waaronder tevens caravans of woonunits ten behoeve van de bewoning door seizoensarbeiders of permanente bewoning;
  • b. het gebruik van de gronden als stort- of opslagplaats;
  • c. het gebruik van gronden en opstallen voor detailhandel behoudens detailhandel als bedoeld in 3.2.1onder e sub 3;
  • d. het gebruik van de gebouwen voor de tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders;
  • e. het gebruik van bedrijfsgebouwen (stallen) en bijgebouwen ten behoeve van bewoning;
  • f. het gebruik van de gronden voor de beoefening van lawaaisporten;
  • g. als specifieke nevenactiviteit bij paardenhouderijen is de verkoop van streek- of bedrijfeigen producten tot een verkoopvloeroppervlak van maximaal 100 m² toegestaan.

3.6 Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1 Afwijken ten behoeve van mantelzorg

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.5 onder e en toestaan dat bijgebouwen tot een maximum oppervlak van 100 m² gebruikt worden ten behoeve van mantelzorg onder de voorwaarden dat:

  • a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg;
  • b. de zorgbehoefte is aangetoond door een van gemeenteweg verkregen erkende instelling;
  • c. belangen van derden (natuur, veiligheid en milieu) niet worden geschaad;
  • d. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden;
  • e. er geen zelfstandige woonruimte ontstaat;
  • f. er een privaatrechtelijke overeenkomst (met boetebeding) is afgesloten om controle en beëindiging van het tijdelijke gebruik als woonruimte veilig te stellen;

De omgevingsvergunning wordt ingetrokken en het tijdelijke gebruik als woonruimte wordt beëindigd als, en zodra de noodzaak inzake mantelzorg komt te vervallen.

3.6.2 Afwijken ten behoeve van een kampeerterrein

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.5 onder a en toestaan dat gronden bij een paardenhouderij worden gebruikt als kampeerterrein onder de voorwaarden dat:

  • a. het maximaal 25 kampeerplaatsen betreft;
  • b. ten behoeve van het kampeerterrein geen extra bebouwing en/of verharding ten behoeve van het kleinschalig kamperen mag worden opgericht;
  • c. de kleinschalige kampeerplaats zorgvuldig dient te worden ingepast in het landschap;
  • d. de omliggende functies geen hinder ondervinden van het kamperen;
  • e. voor het kamperen geen stacaravans worden gebruikt;
  • f. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden.

3.6.3 Aanvullend afwegingskader

Een onder 3.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan bovendien slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. het straat en bebouwingsbeeld;
  • b. de milieusituatie;
  • c. de verkeersveiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

3.7 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestaande woning aan Dorpsstraat 84 splitsen in maximaal 2 woningen, onder de voorwaarden dat:

  • a. na splitsing de woningen elk een minimale inhoud hebben van 450 m³;
  • b. bewoning aanvaardbaar is uit oogpunt van een gezond woon- en leefklimaat;
  • c. omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd;
  • d. bijgebouwen bij de woning zijn toegestaan conform de maatvoering bij alle burgerwoningen zoals opgenomen in 3.2.2;
  • e. sprake is van sloop van overige niet cultuurhistorische waardevolle bebouwing;
  • f. sprake is van een goede ruimtelijke uitstraling;
  • g. een planschadeverhaalsovereenkomst met de gemeente wordt aangegaan.