direct naar inhoud van Regels
Plan: Herontwikkeling De Hoge Wal 17 te Heesch
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1721.BPDeHogeWal17HSC-vg01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 plan

het bestemmingsplan 'Herontwikkeling De Hoge Wal 17 te Heesch' van de gemeente Bernheze;

1.2 bestemmingsplan

het geometrische bepaalde planobject als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1721.BPDeHogeWal17HSC-vg01 met bijbehorende regels en bijlagen;

1.3 de verbeelding

de analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie;

1.4 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.5 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.6 aanduidingsvlak

een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.7 aan huis verbonden beroep

een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden beroep;

1.8 aan huis verbonden bedrijf

een bedrijf dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruik(st)er van de woning, en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingplichtig is;

1.9 activiteiten met externe veiligheidsrisico's

Risicovolle Risicovolle activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is verleend en risicovolle activiteiten waarvoor een melding is gedaan. Als risicovolle activiteiten worden ook het transporteren van gevaarlijke stoffen door buisleidingen of over het water, het spoor of de weg aangemerkt. De aan te houden veiligheidsafstanden zijn te vinden in het Activiteitenbesluit, Bevi, Bevb en Bevt.;

1.10 afwijking van de bouwregels en/of de gebruiksregels

een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening;

1.11 ander-werk

een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid;

1.12 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

1.13 bebouwingspercentage

een in dit plan aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd;

1.14 beperkt kwetsbare gebouwen

Een gebouw met een van de volgende gebruiksfuncties, alleen voor zover het betreft die gebruiksfunctie:

  • a. een woonfunctie, met uitzondering van een woonfunctie in een woongebouw:
    • 1. op een locatie met een dichtheid van ten hoogste 2 woningen of woonwagens per ha;
    • 2. om te worden gebruikt in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf, of;
    • 3. die onderdeel is van lintbebouwing die loodrecht of nagenoeg loodrecht is gelegen op een buisleiding als bedoeld in artikel 3.101 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het betreft het risico op een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit.
  • b. een bijeenkomstfunctie, met uitzondering van een bijeenkomstfunctie:
    • 1. voor kinderopvang;
    • 2. voor dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking, of;
    • 3. waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is.
  • c. een industriefunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwen leefomgeving, met uitzondering van gebouwen waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is.
  • d. een kantoorfunctie met een bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 1.500 m2.
  • e. een logiesfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving:
    • 1. op een locatie een dichtheid van ten hoogste 2 logiesfuncties per ha, en ten hoogste 5 logiesverblijven als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwen leefomgeving per gebouw, of;
    • 2. met een bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 1.500 m2.
  • f. een onderwijsfunctie voor volwassenenonderwijs, met uitzondering van een onderwijsfunctie waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is.
  • g. een sportfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, met uitzondering van een sportfunctie waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is.
  • h. een winkelfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, met uitzondering van een winkelfunctie in een gebouw waarin een supermarkt of warenhuis is gevestigd:
    • 1. met meer dan vijf winkels en met een totale bruto-vloeroppervlakte van meer dan 1.000 m2, of;
    • 2. met een winkel met een bruto-vloeroppervlakte van meer dan 2.000 m2.
1.15 beperkt kwetsbare locaties
  • 1. Een locatie voor recreatief nachtverblijf voor ten hoogste 50 personen;
  • 2. Een locatie voor sport, spel, recreatief dagverblijf of evenementen in de open lucht, met uitzondering van locaties waar doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is.
1.16 bestaand
  • a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald;
  • b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald;
1.17 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak;

1.18 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.19 bijgebouw

een gebouw, dat in bouwkundig en visueel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;

1.20 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.21 bouwgrens

de grens van een bouwvlak;

1.22 bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;

1.23 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.24 bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel;

1.25 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.26 bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.27 carport

een overdekte stallingsgelegenheid voor auto's, met niet meer dan twee gesloten wanden;

1.28 eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond;

1.29 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.30 gebruiken

gebruiken, het doen gebruiken, het laten gebruiken en het in gebruik nemen;

1.31 geluidsbelasting vanwege het wegverkeer

de gemiddelde geluidsbelasting over de dag-, avond- en nachtperiode (Lden) uitgedrukt in dB op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten, zoals bedoeld in de Wet Geluidhinder;

1.32 gevellijn

De denkbeeldige lijn op een bouwperceel die in het verlengde ligt van de voorgevel van de bebouwing;

1.33 hoofdgebouw

een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;

1.34 huishouden

één persoon of een aantal, aan elkaar door familieband of anderszins gerelateerde, personen, die alleen of gezamenlijk een eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van één woning;

1.35 kwetsbare gebouwen

Een gebouw met een van de volgende gebruiksfuncties, alleen voor zover het betreft die gebruiksfunctie:

  • a. een woonfunctie:
    • 1. op een locatie met een dichtheid van meer dan 2 woningen of woonwagens per ha, of;
    • 2. voor zover het betreft een woongebouw.
  • b. een bijeenkomstfunctie waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is, met uitzondering van een bijeenkomstfunctie:
    • 1. voor kinderopvang, en;
    • 2. voor dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking.
  • c. een industriefunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is, met uitzondering van een lichte industriefunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.
  • d. een gezondheidszorgfunctie zonder een bedgebied.
  • e. een kantoorfunctie met een bruto-vloeroppervlakte van meer dan 1.500 m2.
  • f. een logiesfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving:
    • 1. op een locatie met een dichtheid van meer dan 2 logiesfuncties per ha;
    • 2. in een gebouw met meer dan 5 logiesverblijven als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwen leefomgeving, of;
    • 3. met een bruto-vloeroppervlakte van meer dan 1.500 m2.
  • g. een onderwijsfunctie:
    • 1. voor volwassenenonderwijs waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is, of;
    • 2. voor minderjarigen, met uitzondering van basisschoolonderwijs, en van minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking.
  • h. een sportfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is.
  • i. een winkelfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving in een gebouw waarin een supermarkt of warenhuis is gevestigd:
    • 1. met meer dan vijf winkels en met een totale bruto-vloeroppervlakte van meer dan 1.000 m2, of;
    • 2. met een winkel met een bruto-vloeroppervlakte van meer dan 2.000 m2.
1.36 kwetsbare locaties
  • 1. Een locatie voor recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen;
  • 2. Een locatie voor sport, spel, recreatief dagverblijf of evenementen in de open lucht, waar doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is.
1.37 maatvoeringsgrens

de grens van een maatvoeringsvlak;

1.38 maatvoeringsvlak

een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt;

1.39 mantelzorg

zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relatie. bijvoorbeeld door gezinsleden, buren of vrienden;

1.40 nevenactiviteiten

een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel omvang (m2), omzet (€) als de effecten op het woon- en leefklimaat;

1.41 normaal onderhoud, gebruik en beheer

een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt;

1.42 omgevingsvergunning

een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.43 peil
  • a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeerderd met maximaal 20 cm;
  • b. in andere gevallen: de hoogte van de weg ter plaatse van de toegang tot het gebouw vermeerderd met 2 cm per meter afstand van het gebouw tot die weg (hemelsbreed gemeten);
  • c. deze bepaling geldt niet voor bouwwerken geen gebouw zijnde; hiervoor wordt de hoogte gemeten vanaf het aansluitende maaiveld;
1.44 plaatsgebonden risico

Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel is betrokken.

1.45 PR 10-6/jaar contour

Op deze plaatsgebonden risicocontour is de kans 1 op de 1.000.000 per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats buiten een inrichting zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel is betrokken.

1.46 regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi)

Regeling van de Staatssecretaris van VROM, houdende regels met betrekking tot afstanden en de wijze van berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico ter uitvoering van het Besluit externe veiligheid inrichtingen als opgenomen in bijlage 4 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zoals deze luidde op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan

1.47 seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.48 Staat van Bedrijfsactiviteiten

een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen;

1.49 uitvoeren

uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven;

1.50 veiligheidszone – brandaandachtsgebied

De Veiligheidszone – brandaandachtsgebied betreft het effectgebied vanwege een (fakkel-) brand zoals genoemd is de 'Circulaire LPG-tankstations'. Deze afstand betreft 60 meter, gemeten vanaf het vulpunt LPG.

1.51 veiligheidszone – explosieaandachtsgebied

De Veiligheidszone – explosieaandachtsgebied betreft het effectgebied vanwege een explosie (BLEVE) zoals genoemd is de 'Circulaire LPG-tankstations'. Deze afstand betreft 160 meter, gemeten vanaf het vulpunt LPG.

1.52 vloeroppervlakte

de totale oppervlakte van alle vloeren op alle verdiepingen in een woning;

1.53 voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt;

1.54 voorgevelrooilijn

de denkbeeldige lijn op een bouwperceel zoals op de verbeelding is aangeduid als 'gevellijn';

1.55 vrijstaand bijgebouw

een bijgebouw, dat gesitueerd is op een afstand van het hoofdgebouw en dat in functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;

1.56 woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

1.57 zeer kwetsbaar gebouw

Een gebouw met een van de volgende gebruiksfuncties, alleen voor zover het betreft die gebruiksfunctie:

  • a. een woonfunctie voor zorg.
  • b. een bijeenkomstfunctie:
    • 1. voor kinderopvang, of;
    • 2. voor dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking.
  • c. een celfunctie.
  • d. een gezondheidszorgfunctie met een bedgebied.
  • e. een onderwijsfunctie:
    • 1. voor basisschoolonderwijs, of;
    • 2. voor onderwijs aan minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking.

Artikel 2 Wijze van meten

2.1 Algemeen

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens

tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is;

2.1.2 de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.1.3 de hoogte van een windturbine

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine;

2.1.4 de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.1.5 de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van dakkapellen;

2.1.6 de horizontale diepte van een gebouw

de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd;

2.1.7 de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.1.8 de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.1.9 de oppervlakte van een overkapping

tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping.

2.1.10 de oppervlakte van een dak

de oppervlakte van de projectie van de buitenafmetingen van het dak met inbegrip van de randen en goten, op een horizontaal vlak.

2.2 ondergeschikte bouwonderdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

2.3 meten

Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de kaart en op de schaal waarin het plan is vastgesteld.

2.4 afstemming peil

Bij de afstemming met het peil, zoals omschreven in artikel 1.29, wordt bij nieuwe gebouwen de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer aangehouden.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Tuin

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Tuin” aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal:

  • a. erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn van de op het bouwperceel gelegen woningen: 1m;
  • b. erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn van de op het bouwperceel gelegen woningen: 2m, met dien verstande dat in hoeksituaties (de zijgevel van de woning grenst aan een straat, openbaar groen of water) de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vanaf de voorgevelrooilijn tot 4 m daarachter maximaal 1m bedraagt;
  • c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3m.

Artikel 4 Woongebied

4.1 Bestemmingsomschrijving
4.1.1 Algemeen

De voor “Woongebied” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het wonen;
  • b. aan huis verbonden beroepen, met dien verstande dat per woning maximaal 40% van de vloeroppervlakte mag worden gebruikt voor het aan huis verbonden beroep tot een maximum van 50 m2.;
  • c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting': de toe- en uitrit van de interne ontsluitingsweg van het woongebied.
  • d. bij de bestemming horende wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, tuinen, erven, nutsvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding.
4.2 Bouwregels

Op deze gronden mogen gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd en gelden de volgende regels:

4.2.1 Algemeen
  • a. a. hoofdgebouwen, bijgebouwen, aan- en uitbouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  • b. b. de totale oppervlakte van gebouwen bedraagt per bouwperceel ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwperceel;
  • c. de afstand tot gebouwen tot perceelgrenzen bedraagt 0 m of ten minste 1 m.
  • d. bebouwing dient gericht te zijn op de voorgevelrooilijn en aansluitend hieraan te worden opgericht;
4.2.2 Hoofdgebouwen
  • a. het aantal woningen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximaal aantal wooneenheden' aangegeven aantal;
  • b. per bouwperceel is één hoofdgebouw toegestaan;
  • c. goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte.
4.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen
  • a. bijgebouwen, aan- en uitbouwen worden achter (het verlengde) van de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd;
  • b. goot- en bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3,5 m.
4.2.4 Carports en overkappingen

Carports en overkappingen mogen binnen het bouwvlak worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken:

  • a. per hoofdgebouw zijn maximaal 2 carports en/of overkappingen toegestaan voor de bestemmingen “Woongebied”;
  • b. oppervlakte maximaal 30 m2;
  • c. hoogte maximaal 3,5 m.
4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal:

  • a. erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn van de op het bouwperceel gelegen woningen: 1m;
  • b. erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn van de op het bouwperceel gelegen woningen: 2m, met dien verstande dat in hoeksituaties (de zijgevel van de woning grenst aan een straat, openbaar groen of water) de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vanaf de voorgevelrooilijn tot 4 m daarachter maximaal 1m bedraagt;
  • c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3m.
4.3 Specifieke gebruiksregels
4.3.1 Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor bedrijfsmatige activiteiten.
4.3.2 Parkeren
  • a. Voor het parkeren gelden de volgende regels:
    • 1. per wooneenheid dient voldoende parkeergelegenheid te worden gerealiseerd binnen de bestemming 'woongebied', conform het gemeentelijk parkeerbeleid en de daarbij behorende Parkeernormennota gemeente Bernheze;
    • 2. de afmeting van een parkeerplaats is ten minste 2,5 meter breed en 5 meter lang;
    • 3. een garage wordt niet meegeteld bij de bepaling van het aantal parkeerplaatsen.
  • b. Nieuwbouw en/of wijziging van het gebruik binnen dit bestemmingsplan is slechts toegestaan indien voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de Parkeernormennota Gemeente Bernheze.
4.3.3 Voorwaardelijke verplichting waterberging

Een op grond van lid 4.2 toelaatbaar hoofdgebouw mag uitsluitend worden gebruikt als woning indien er per wooneenheid 18 m3 regenwaterberging, dat regenwater vertraagd afvoert, werkend aanwezig is binnen de bestemming 'woongebied' en/of 'tuinen'.

4.3.4 Geluid
  • a. De volgens de NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied mag aantoonbaar niet kleiner zijn dan het verschil tussen de gecumuleerde geluidsbelasting voor wegverkeer exclusief aftrek volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder en 33 dB. De gecumuleerde geluidbelasting door wegverkeer exclusief aftrek volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder is opgenomen in het geluidsrapport “Akoestisch onderzoek – Geluidsbelasting Bouwplan De Hoge Wal Heesch”, met kenmerk 15774-02, Rap-01 van 10 januari 2020”.
  • b. De uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte heeft volgens de NEN 5077 een bepaalde karakteristieke geluidwering die maximaal 2 dB lager is dan karakteristieke geluidwering bedoeld in lid 3.3.4a.
4.3.5 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing

Bij het bouwen van gebouwen of bouwwerken, als bedoeld onder het lid 4.2 binnen de bestemming 'woongebied', dient binnen een jaar na verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen, doch uiterlijk binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan de landschappelijke onderdelen te worden aangebracht en in stand te worden gehouden op de wijze zoals is aangegeven in de landschappelijke inpassing dat als bijlage bij deze regels is opgenomen.

4.4 Afwijking van de gebruiksregels
4.4.1 Aan huis verbonden bedrijf

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.1.1 onder b jo. artikel 4.3.1 voor het toestaan van een aan huis verbonden bedrijf, mits:

  • a. het een bedrijf betreft genoemd in de categorieën 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten of voor wat betreft de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf genoemd in de categorieën 1 of 2;
  • b. de oppervlakte maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de bebouwing bedraagt tot een maximum van 50 m2;
  • c. er geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;
  • d. de activiteiten alleen in gebouwen plaatsvinden;
  • e. er geen detailhandel plaatsvindt behalve als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf.
4.4.2 Voorwaarden voor afwijking

Afwijking als bedoeld in artikel 4.4.1 is slechts mogelijk indien:

  • a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
  • b. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.

Hoofdstuk 3 algemene regels

Artikel 5 Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 Algemene bouwregels

6.1 Ondergrondse bouwwerken

Ten aanzien van het oprichten van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende bouwregels:

  • a. ondergrondse bouwwerken mogen uitsluitend binnen de aanduiding 'parkeerkelder' worden opgericht;
  • b. de maximale bouwdiepte, inclusief de fundering, bedraagt 3,5 meter onder peil.

Artikel 7 Algemene gebruiksregels

Tot een gebruik in strijd met de bestemmingen wordt in ieder geval begrepen:

  • a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud;
  • b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud;
  • c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie.

Artikel 8 Algemene aanduidingsregels

8.1 Veiligheidszone – plaatsgevonden risico
8.1.1 Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone – plaatsgebonden risico' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van het woon- en leefmilieu in verband met de aanwezigheid van een plaatsgebonden risicocontour van een activiteit met externe veiligheidsrisico's. Het is niet toegestaan om ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone – plaatsgebonden risico':

  • a. nieuwe zeer kwetsbare of kwetsbare objecten in gebruik te nemen;
  • b. nieuwe beperkt kwetsbare objecten in gebruik te nemen;
  • c. nieuwe activiteiten te ontplooien die kunnen leiden tot een verhoogd risico, zoals het gebruik van bovengrondse installaties en opslagtanks voor brandbare, explosieve en giftige stoffen.
8.1.2 Bouwregels

Het is ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone – plaatsgebonden risico' niet toegestaan om:

  • a. nieuwe zeer kwetsbare of kwetsbare objecten te bouwen;
  • b. nieuwe beperkt kwetsbare objecten te bouwen;
  • c. objecten te plaatsen die kunnen leiden tot een verhoogd risico, zoals bovengrondse installaties en opslagtanks voor brandbare, explosieve en giftige stoffen.
8.1.3 Afwijking van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.1.2, sub b en toestaan dat een nieuw beperkt kwetsbaar object wordt gebouwd, onder voorwaarde dat:

  • a. het beperkt kwetsbare object voldoet aan de van toepassing zijnde regels van de bestemming;
  • b. advies is ingewonnen bij een externe veiligheidsspecialist;
  • c. voldaan is aan de eisen van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
8.1.4 Afwijking van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.1.1, sub b en toestaan dat een nieuw beperkt kwetsbaar object in gebruik wordt genomen, onder voorwaarde dat:

  • a. het beperkt kwetsbare gebruik voldoet aan de van toepassing zijnde regels van de bestemming;
  • b. advies is ingewonnen bij een externe veiligheidsspecialist;
  • c. voldaan is aan de eisen van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
8.1.5 Wijzigingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag is bevoegd om het plan te wijzigen in die zin dat de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone – plaatsgebonden risico' geheel of gedeeltelijk komt te vervallen, onder voorwaarde dat het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een activiteit met externe veiligheidsrisico's definitief is beëindigd of een wijziging in regelgeving of vergunningverlening daartoe aanleiding geeft.

Artikel 9 Algemene afwijkingsregels

9.1 Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van:
  • a. in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlaktematen, percentages en afstandseisen, mits dit noodzakelijk is vanuit constructieve vereisten, architectonisch belang of oogpunt van duurzaamheid, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen;
  • b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een geringe mate van afwijking is toegestaan, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing;
  • c. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van kunstwerken, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m, mits er geen belemmering plaatsvindt van het radarverstoringsgebied in verband met de vliegbasis Volkel;
  • d. de regels en toestaan dat bouwwerken voor het verkrijgen van duurzame energie zoals zonnecollectoren en windturbines worden gebouwd, met een maximale bouwhoogte van 10 m;
  • e. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot maximaal 10 m.
9.2 Afwijking als bedoeld in artikel 9.1 is slechts mogelijk indien:
  • a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
  • b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

Artikel 10 Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening

De voorschriften van de bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen:

  • a. de richtlijnen voor het verlenen van vrijstelling van de stedenbouwkundige bepalingen;
  • b. de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer;
  • c. de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten;
  • d. het bouwen bij hoogspanningsleidingen en ondergrondse hoofdtransportleidingen;
  • e. de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden;
  • f. de ruimte tussen bouwwerken.

Hoofdstuk 4 overgangs- en slotregels

Artikel 11 Overgangsrecht

11.1 Overgangsrecht bouwwerken
11.1.1 Algemeen

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
11.1.2 Afwijking

Bij omgevingsvergunning kan eenmalig worden afgeweken van het bepaalde in artikel 11.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 11.1.1 met maximaal 10%.

11.1.3 Uitzondering

Artikel 11.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

11.2 Overgangsrecht gebruik
11.2.1 Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

11.2.2 Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 11.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

11.2.3 Onderbroken gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in artikel 11.2.1, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

11.2.4 Uitzondering

Artikel 11.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 12 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Herontwikkeling De Hoge Wal 17 te Heesch.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …………………

De voorzitter, De griffier,

……………… ………………