direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Woningbouwlocaties Dorpstraat en Hubertusstraat
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1711.BP20150902-VG01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding planherziening

Op 16 mei 2013 is door de raad van de gemeente Echt-Susteren het bestemmingsplan 'Echt Stedelijk Gebied 2013' vastgesteld. Bij de vaststelling van dit bestemmingsplan is een aantal geldende woonbestemmingen voor bestaande en nieuwe woningen abusievelijk niet goed overgenomen. Bij het inventariseren van de geldende woningbouwmogelijkheden is de directe bouwmogelijkheid ter plaatse van de Hubertusstraat (ten oosten van huisnummer 23) uit het voorheen geldende bestemmingsplan, in het bestemmingsplan 'Echt Stedelijk Gebied 2013' met een uitwerkingsplicht opgenomen. Daarnaast is een bestaand woonperceel aan de Dorpstraat 64 abusievelijk bestemd als 'Agrarisch' met bedrijfswoning.

De onbedoelde gevolgen van deze omissie, het vervallen van de directe woonbestemming van beide woonpercelen, worden door middel van deze herziening van het bestemmingsplan ongedaan gemaakt. Dit bestemmingsplan draagt derhalve zorg voor het herstellen van de voorheen geldende situatie.

Momenteel is een algehele reparatie van meerdere kernplannen in voorbereiding. Onderhavige planherziening zal integraal worden overgenomen in het reparatieplan 'Stedelijk Gebied'.

1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied

afbeelding "i_NL.IMRO.1711.BP20150902-VG01_0001.jpg"

Ligging en begrenzing plangebied op luchtfoto

Het plangebied bestaat uit een tweetal deelgebieden, te weten de locatie aan de Dorpstraat 64 en de locatie aan de Hubertusstraat ten oosten van huisnummer 23.

afbeelding "i_NL.IMRO.1711.BP20150902-VG01_0002.jpg"

Het plangebied aan de Dorpstraat is kadastraal bekend gemeente Pey, sectie K, perceelsnummers 6146, 6894, 6921 en 6922.

afbeelding "i_NL.IMRO.1711.BP20150902-VG01_0003.jpg"

Het plangebied aan de Hubertusstraat is kadastraal bekend gemeente Pey, sectie K, perceelsnummer 6216.

1.3 Bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ‘Woningbouwlocaties Dorpstraat en Hubertusstraat' bestaat uit:

  • een digitale (en analoge) verbeelding;
  • planregels:
  • toelichting, met de volgende bijlagen:
    • 1. Eindverslag zienswijzenprocedure artikel 3.8 Wro.

1.4 Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk zal in hoofdstuk 2 allereerst worden ingegaan op de voorheen geldende, de thans geldende en de toekomstige planologische situatie. In de hoofdstukken 3 en 4 wordt vervolgens aangegeven dat in dit bestemmingsplan geen nadere onderbouwing met betrekking tot het beleid en sectorale aspecten zal plaatsvinden. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de juridische aspecten van dit bestemmingsplan. Tot slot zal de uitvoerbaarheid en de te volgen procedure ten behoeve van deze herziening in beeld worden gebracht.

Hoofdstuk 2 Voormalige, geldende en toekomstige planologische situatie

2.1 Voormalige planologische situatie

Het voormalige bestemmingsplan voor beide locaties is de partiële herziening bestemmingsplan 'Kern Pey' -ex artikel 30 WRO/Actualisering, vastgesteld d.d. 30 juni 2005 en goedgekeurd 6 september 2005.

2.1.1 Dorpstraat

afbeelding "i_NL.IMRO.1711.BP20150902-VG01_0004.png"

Uitsnede plankaart partiële herziening bestemmingsplan 'Kern Pey' -ex artikel 30 WRO/Actualisering ter plaatse van Dorpstraat

In het bestemmingsplan 'Kern Pey' was voor het destijds aanwezige agrarisch bedrijf aan de Dorpstraat 64 een agrarische bestemming opgenomen. Met de planherziening van dat bestemmingsplan is, door de beëindiging van die agrarische bedrijfsactiviteiten, ter plaatse de bestemming gewijzigd in de bestemming 'Woondoeleinden W' (oranje vlak bovenstaande plankaart). Op basis van deze bestemming mogen de gronden worden gebruikt voor wonen, waarbij de bestaande woning en bijgebouwen gehandhaafd, hersteld en vervangen mogen worden.

Het gebruik van de gronden voor wonen is bij de inwerkingtreding van het bestemmingsplan 'Echt Stedelijk Gebied 2013' als rechtstreeks via de bestemming toegelaten gebruik komen te vervallen, doordat de oude agrarische bestemming abusievelijk weer is overgenomen.

2.1.2 Hubertusstraat

afbeelding "i_NL.IMRO.1711.BP20150902-VG01_0005.png"

Uitsnede plankaart partiële herziening bestemmingsplan 'Kern Pey' -ex artikel 30 WRO/Actualisering ter plaatse van Hubertusstraat

In de partiële herziening bestemmingsplan 'Kern Pey' -ex artikel 30 WRO/Actualisering zijn onder andere de uit te werken woonbestemmingen uit het bestemmingsplan 'Kern Pey' voorzien van een concrete woonbestemming met bijbehorende voorschriften.

Overeenkomstig deze herziening gold op de locatie aan de Hubertusstraat de bestemming 'Woondoeleinden W' (oranje vlak bovenstaande plankaart). Op basis van deze bestemming mochten de gronden worden gebruikt voor wonen. Hier was geen bestaande woning aanwezig, maar mocht ingevolge de voorschriften wel een nieuwe woning worden gebouwd. Voor nieuwe woningen gold dat deze mochten worden gebouwd waar op de plankaart de aanduiding 'bouwgrens nieuwbouw woningen toegestaan' (stippellijn op bovenstaande plankaart) was aangegeven, waarbij het maximale aantal nieuwe woningen niet meer mag bedragen dan op de plankaart is aangegeven. In onderhavig geval gaat het om één woning (1).

De directe mogelijkheid voor de nieuwbouw van een woning ter plaatse is bij de inwerkingtreding van het bestemmingsplan 'Echt Stedelijk Gebied 2013' per abuis komen te vervallen, doordat de oude uit te werken woonbestemming is overgenomen.

2.2 Geldende planologische situatie

Het geldende bestemmingsplan ter plaatse betreft het bestemmingsplan 'Echt Stedelijk Gebied 2013', dat door de raad van de gemeente Echt-Susteren d.d. 16 mei 2013 is vastgesteld.

2.2.1 Dorpstraat

afbeelding "i_NL.IMRO.1711.BP20150902-VG01_0006.png"

Uitsnede bestemmingsplan 'Echt Stedelijk Gebied' ter plaatse van Dorpstraat 64

De locatie aan de Dorpstraat 64 is conform dit bestemmingsplan bestemd als 'Agrarisch' met een bouwvlak en de aanduiding 'bedrijfswoning'. Ingevolge deze bestemming is ter plaatse agrarisch grondgebruik en agrarische bedrijfsuitoefening toegestaan met de daarbijbehorende bedrijfswoning.

Op de locatie is een bestaande woning aanwezig. Het gaat hier niet om een bedrijfswoning en ook niet om een agrarisch bedrijf. Zoals reeds aangegeven is hier abusievelijk de agrarische bestemming opgenomen. Dit dient te worden hersteld, waarbij het bestaand gebruik van wonen met tuin wordt geregeld.

2.2.2 Hubertusstraat

afbeelding "i_NL.IMRO.1711.BP20150902-VG01_0007.png"

Uitsnede bestemmingsplan 'Echt Stedelijk Gebied' ter plaatse van Hubertusstraat

De locatie aan de Hubertusstraat is conform dit bestemmingsplan bestemd als 'Wonen uit te werken' met een bouwvlak en de aanduidingen 'vrijstaand'. Dit betreft een algemene woonbestemming waar een uitwerkingsverplichting aan is gekoppeld. Op grond van deze uitwerkingsverplichting mag binnen deze bestemming alleen worden gebouwd nadat een uitwerkingsplan is opgesteld conform de in het bestemmingsplan opgenomen uitwerkingsregels.

Zoals reeds aangegeven is hier abusievelijk deze uit te werken woonbestemming opgenomen. Er is geen reden de voorheen geldende, directe bouwtitel weg te bestemmen. Dit dient dan ook te worden hersteld.

2.2.3 Overig

Ter plaatse van beide percelen is naast de enkelbestemmingen ook de gebiedsaanduiding 'milieuzone - roerdalslenk' van kracht. Ter plaatse van de Dorpstraat is tevens de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' van toepassing. De regelingen die zijn opgenomen binnen deze dubbelbestemming en gebiedsaanduiding blijven ter plaatse gelden en zullen dan ook overeenkomstig het geldend bestemmingsplan worden overgenomen.

2.3 Toekomstige planologische situatie

Door middel van onderhavige herziening van het bestemmingsplan 'Echt Stedelijk Gebied 2013' wordt de voorheen geldende planologische situatie hersteld op basis van de bestemming 'Wonen', die voor de de overige woonpercelen binnen het plangebied 'Echt Stedelijk Gebied 2013' geldt. Daarmee worden beide woonpercelen, één voor een bestaande woning en één met de directe mogelijkheid tot de bouw van een woning, teruggebracht.

Momenteel is een algehele reparatie van meerdere kernplannen in voorbereiding, te weten het reparatieplan 'Stedelijk Gebied'. In deze algehele reparatie van de kernplannen, waarin ook het bestemmingsplan 'Echt Stedelijk Gebied 2013' wordt meegenomen, zal onderhavige planherziening integraal worden opgenomen.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

In deze bestemmingsplanherziening worden de abusievelijk verwijderde woonpercelen/woningbouwmogelijkheden teruggebracht. Daarmee blijven de beide woonpercelen/woningbouwmogelijkheden, zoals steeds bedoeld, intact.

Aangezien het in beide gevallen om vigerende rechten gaat, wordt het niet noodzakelijk geacht deze uitgebreid te onderbouwen. De beleidsafweging voor beide woningbouwmogelijkheden heeft reeds in de voorheen vigerende bestemmingsplannen plaatsgevonden. Het is dan ook niet noodzakelijk deze afweging in dit bestemmingsplan opnieuw te onderbouwen.

Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten

In deze bestemmingsplanherziening worden de abusievelijk verwijderde woonpercelen/woningbouwmogelijkheden teruggebracht. Daarmee blijven de beide woonpercelen/woningbouwmogelijkheden, zoals steeds bedoeld, intact.

Aangezien het in beide gevallen om vigerende rechten gaat, wordt het niet noodzakelijk geacht deze uitgebreid te onderbouwen. De onderbouwing, inclusief eventueel noodzakelijk onderzoeken heeft in het verleden reeds plaatsgevonden. Het is dan ook niet noodzakelijk deze aspecten in dit bestemmingsplan opnieuw te onderbouwen.

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet

5.1 Feitelijke planopzet

5.1.1 Algemeen

In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied door voor de gronden bestemmingen aan te wijzen. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In deze paragraaf wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht.

5.1.2 Wettelijk kader

Het wettelijk kader voor de inhoud en de vaststellingsprocedure van een bestemmingsplan wordt sinds 1 juli 2008 gevormd door de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en is verder ingevuld door het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro). De Wro, het Bro en de Rsro bevatten regels ten aanzien van de (digitale) vormgeving, inhoud en raadpleegbaarheid van bestemmingsplannen, met als doel bestemmingsplannen uniform vergelijkbaar en uitwisselbaar te maken.

5.1.3 Planonderdelen

Een bestemmingsplan bestaat in elk geval uit een verbeelding en planregels, die samen het juridisch deel van het bestemmingsplan vormen. Daarnaast gaat het bestemmingsplan vergezeld van een toelichting (zoals onderhavige toelichting), die voorziet in de motivatie en onderbouwing van en de toelichting op de keuzes die zijn gemaakt om te komen tot de verbeelding en regels. Een bestemmingsplan kan ook bijlagen bevatten. Indien de bijlagen een relatie hebben met de regels worden ze opgenomen als bijlage bij de regels. Indien de bijlagen bijdragen aan de onderbouwing dan wel motivatie van het plan worden ze opgenomen als bijlage bij de toelichting.

5.1.4 Inhoud algemeen

Bij het opstellen van de verbeelding en regels van het bestemmingsplan is voldaan aan het bepaalde in de Wro, Bro en de Rsro. Voor het overige is zoveel mogelijk aangesloten bij de gemeentelijke standaarden en plansystematiek. De structuur van het plan is zodanig dat de kaart de primaire informatie geeft over de van toepassing zijnde bestemming. In de regels kan vervolgens worden teruggelezen welke gebruiks- en bouwmogelijkheden voor de betreffende bestemming gelden. Behalve bestemmingen kan de verbeelding onder meer aanduidingen en maatvoeringsvlakken bevatten om binnen een bestemming te kunnen voorzien in maatwerk voor een bepaalde locatie. In dat geval zijn steeds ook regels verbonden aan deze aanduidingen en maatvoeringsvlakken.

5.2 Juridische planopzet

5.2.1 Toelichting op de regels

De regels zijn opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012), welke als bijlage onderdeel uitmaakt van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro). De regels bevatten allereerst begripsomschrijvingen en meetvoorschriften om respectievelijk interpretatie- en meetverschillen uit te sluiten (hoofdstuk 1). Vervolgens zijn in hoofdstuk 2 de regels voor de afzonderlijke bestemmingen en dubbelbestemmingen opgenomen, waarbij voor elke bestemming is voorzien in een apart artikel. Voor zover behoefte bestaat aan het opnemen van regels die niet zijn gebonden aan een specifieke bestemming, maar gelden voor het gehele dan wel een gedeelte van het plangebied, dan zijn de betreffende regels opgenomen in hoofdstuk 3 van de regels. Indien de betreffende regels betrekking hebben op slechts een gedeelte van het plangebied, dan wordt dat op de verbeelding aangegeven door middel van een zogenoemde gebiedsaanduiding.

De bestemmingsregels zijn in beginsel steeds op dezelfde manier opgebouwd:

  • 1. Bestemmingsomschrijving;
  • 2. Bouwregels;
  • 3. Nadere eisen;
  • 4. Afwijken van de bouwregels;
  • 5. Specifieke gebruiksregels;
  • 6. Afwijken van de gebruiksregels;
  • 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;
  • 8. Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk;
  • 9. Wijzigingsbevoegdheid.

Hoe gronden met een bepaalde bestemming mogen worden gebruikt is primair beschreven in de bestemmingsomschrijving. Eventuele aanvullingen of uitzonderingen zijn opgenomen in de specifieke gebruiksregels. De bouwregels bevatten de regels ten aanzien van de mogelijkheden om gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde op te richten. Zowel ten aanzien van gebruik als bouwen geldt dat binnen een bepaalde marge kan worden voorzien in mogelijkheden om af te wijken van de bouw- en gebruiksregels. Deze mogelijkheden zijn opgenomen onder respectievelijk 'Afwijken van de bouwregels' en 'Afwijken van de gebruiksregels'.

5.2.2 Bestemmingen

Hierna zijn de binnen het plangebied gelegen (dubbel)bestemmingen en gebiedsaanduidingen afzonderlijk opgenomen. Daarbij wordt ingegaan op het van toepassing zijnde beleid en de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen de desbetreffende bestemming.

Het beleid dient ertoe om de toegankelijkheid en de begrijpbaarheid van de regels te vergroten. Op basis hiervan is het mogelijk om te bepalen of een bouwplan of ontwikkeling in de geest van het bestemmingsplan past. Het vastgestelde beleid vormt in geval van een gewenste afwijking de basis voor een gemotiveerde weigeringsgrond.

De in het plangebied aanwezige gronden zijn als ‘Wonen’ bestemd. Hierin worden tevens de voor- en achtertuin geregeld. De bestemming ‘Wonen’ is opgenomen voor alle bestaande woningen. Binnen de bestemming zijn grondgebonden woningen toegestaan.

De regeling binnen de bestemming ‘Wonen’ is flexibel gehouden, met als gevolg dat er bij het verbouwen of veranderen van een woning maar aan weinig voorwaarden voldaan hoeft te worden. Binnen het bestemmingsvlak is een bouwvlak getekend waarin het hoofdgebouw is opgenomen. Per bouwvlak is op de verbeelding de toegestane goot- en bouwhoogte aangegeven.

 

Op het perceel aan de Hubertusstraat is een bouwvlak opgenomen waarin nog geen hoofdgebouw aanwezig is. Ter plaatse is tevens de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – nieuwe woning’ opgenomen. Op deze locatie is het toegestaan om een nieuwe woning op te richten in de bebouwingstypologie en tot maximaal het aantal zoals is aangeduid.

De gemeente Echt-Susteren beschikt over een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Met dit beleid zijn de archeologische verwachtingswaarden vastgelegd. Door middel van verschillende dubbelbestemmingen wordt de archeologische verwachtingswaarde vertaald naar de bestemmingsplannen en worden de in de betreffende gronden (mogelijk) aanwezige archeologische waarden beschermd. In geval van een bouwplan dient afhankelijk van de verwachtingswaarde een archeologisch onderzoek uit te wijzen of en zo ja welke waarden aanwezig zijn. Eventueel aanwezige waarden mogen geen schade oplopen, dan wel dienen veilig te worden gesteld. Voor werken en werkzaamheden in deze gronden geldt ook een omgevingsvergunningenplicht voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden opgenomen.

'Waarde - Archeologie 1' geldt voor de terreinen van hoge en zeer hoge archeologische waarde (bodemingreep is dieper dan 40 cm beneden MW en de omvang van de bodemingreep is groter dan 100 m2).

Het plangebied maakt deel uit van de boringsvrije zone van de Roerdalslenk. Boringen dieper dan 30 m beneden maaiveld zijn ter bescherming van de strategische grondwatervoorraad in principe verboden. Met een afwijking van de Omgevingsverordening Limburg kan toestemming verkregen worden voor deze boringen.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

In onderhavig bestemmingsplan wordt de voorheen vigerende situatie hersteld. Voor de gemeente Echt-Susteren zijn aan het planvoornemen geen kosten verbonden, behalve de kosten van het opstellen van het plan en het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure (ambtelijke voorbereiding en procesbegeleiding).

6.2 Handhaving

6.2.1 Handhavingsbeleid

Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Een aantal factoren is van belang voor een goed handhavingsbeleid.

Kenbaarheid bestemmingsplan

Bekendmaking van de plannen voor het gebied aan de omliggende bewoners en waar mogelijk rekening te houden met de ingebrachte opmerkingen.

Inzichtelijke en realistische regelgeving

Een bestemmingsplan is een juridische regeling welke inzichtelijk en realistisch dient te zijn. Het plan moet helder van opzet en niet onnodig beperkend of star zijn. Daarbij zullen de regeling en de bepalingen welke hierin zijn opgenomen handhaafbaar moeten zijn. Dit betekent dat de voorschriften duidelijk zijn en niet meerdere interpretaties kunnen voortvloeien uit de omschrijvingen. Daarvoor zullen de voorschriften ook inhoudelijk getoetst worden op de handhaafbaarheid hiervan.

Het bestemmingsplan 'Woningbouwlocaties Dorpstraat en Hubertusstraat' is onder meer voorzien van een duidelijke plankaart.

Actief handhavingsbeleid

Het handhavingsbeleid van de gemeente Echt-Susteren zal worden vastgelegd in een beleidsvisie omgevingsrecht gemeente Echt-Susteren. In deze beleidsvisie en de bijbehorende stukken wordt de totale handhaving van wet en regelgeving welke binnen de gemeente wordt uitgevoerd gereguleerd. Ook de handhaving van dit bestemmingsplan zal in deze beleidsvisie worden meegenomen.

Onderstaande tekst is een toelichting op de conceptbeleidsvisie omgevingsrecht Echt-Susteren.

6.2.2 Beleidsvisie omgevingsrecht

Landelijk, provinciaal en ook door de gemeente zelf zijn tal van regelingen en wetten in het leven geroepen met ieder voor zich een bepaald doel. Deze regels zijn er niet zomaar, maar hebben ieder op hun eigen terrein als hoofduitgangspunt het maatschappelijk leven in ons land in goede banen te leiden en ervoor te zorgen dat de doelen en wensen die we met ons allen hebben afgesproken zoveel mogelijk worden bereikt.

De gemeente is veelal belast met het concreet uitvoeren van een groot aantal van deze regels middels het verlenen van vergunningen of ontheffingen alsmede met het houden van toezicht op de uitvoering van deze regels en het handhaven daarvan.

Dit geldt voor het uitvoeren van de regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Denk hierbij aan regelgeving op het gebied van bouwen, wonen, milieu, ruimtelijke ordening, openbare orde en veiligheid en dergelijke.

Op dit gebied doen zich momenteel bovendien nog enkele ingrijpende ontwikkelingen voor die pleiten voor een heroverweging van het gemeentelijk beleid op het gebied van de fysieke leefomgeving. Hierbij wordt met name gedoeld op de introductie van de zogenaamde “omgevingsvergunning” per 1 januari 2008 en de wens om te komen tot een meer integrale aanpak op het gebied van handhaving en toezicht.

Mede op basis van de missie en visie, opgesteld bij de gemeentelijke fusie in 2003, is aangegeven wat de hoofddoelstellingen zijn van de gemeente. Waar willen we naar toe op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen, wat moet er bijzonder beschermd worden en wat moet er meer of kan minder aandacht krijgen.

Vervolgens is er middels een onderbouwde risicoanalyse per taakveld concreet inzicht gegeven in de zaken die een hogere of lagere prioriteit moeten c.q. kunnen krijgen bij de uitvoering. Zoals aangegeven is dit inzicht gebaseerd op eigen ervaringen alsmede op een gedegen risicoanalyse. Door deze aanpak worden we in staat gesteld de zaken die we echt belangrijk vinden, zoals de instandhouding van het mooie buitengebied, de risicobeheersing bij grotere bouwwerken, brandveiligheid, het voorkomen van echte overlast voor onze burgers etcetera, ook die aandacht te geven die ze verdienen. Zaken die minder of helemaal niet belangrijk worden geacht, zoals vergunningsvrije of kleinere bouwwerken, het toezicht op de bestaande woningbouw en dergelijke, krijgen navenant veel minder of nauwelijks aandacht.

Door rekening te houden met de risico's welke voortvloeien uit de voorgeschreven regels van de binnen de gemeente geldende bestemmingsplannen is in de beleidsvisie omgevingsrecht van de gemeente Echt-Susteren en het op grond daarvan jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma een afweging gemaakt worden hoe de capaciteit van de handhavingsorganisatie zal worden ingezet. Ook het bestemmingsplan 'Woningbouwlocaties Dorpstraat en Hubertusstraat' zal hierin worden opgenomen en zal volgens het uitvoeringsprogramma worden meegenomen in het uit te voeren toezicht. In de voornoemde beleidsvisie omgevingsrecht zijn de volgende uitgangspunten meegenomen voor het toezicht op ruimtelijke c.q. gebruikswaarden van bestemmingsplannen.

Het toezicht op ruimtelijke waarden c.q. gebruikswaarden leent zich goed voor integratie met andere gemeentelijke toezichtstaken. Op dit terrein zal dan ook nadrukkelijk aandacht worden gegeven aan de integratiemogelijkheden.

Het toezicht op de ruimtelijke regelgeving gaat vooral over de gebruiksvoorschriften die in de bestemmingsplannen zijn opgenomen. De gemeente moet dit toezicht zelf actief organiseren; het is niet aan vergunningen gekoppeld. Er zijn vier gebieden genoemd (buitengebied, bebouwde kom, bedrijfsterreinen en overig) die elk een eigen toezichtfrequentie zullen krijgen. Bovendien zal worden bezien in welke tijd van het jaar specifieke onderwerpen aandacht moeten krijgen. Vooral in het buitengebied zijn overtredingen nogal eens seizoensgebonden en vinden overtredingen nogal eens plaats buiten de kantooruren ('s avonds, in het weekeinde). Daarop wordt in het uitvoeringsprogramma van de gemeente Echt-Susteren ingespeeld.

Ten behoeve van de handhaving verdient het aanbeveling om regelmatig luchtfoto's van het plangebied te laten maken.

6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.3.1 Procedure

Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedure:

  • a. Ontwerp:
    Publicatie en terinzagelegging overeenkomstig afdeling 3.4 Awb en Wro.
    Een ieder kan gedurende deze terinzagelegging een zienswijze indienen.
  • b. Vaststelling:
    Vaststelling door de gemeenteraad.
    Mogelijkheid reactieve aanwijzing.
    Publicatie en terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan gedurende de beroepstermijn.
  • c. Inwerkingtreding:
    Na afloop van de beroepstermijn (tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan) .
  • d. Eventueel beroep:
    Beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

In het kader van het ontwerp is het voor eenieder mogelijk om zijn/haar zienswijze bij de gemeenteraad kenbaar te maken. Na vaststelling van het bestemmingsplan kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Raad van State. Hiervoor dient in de fase van het ontwerp een zienswijze te zijn ingediend of dient het plan ten opzichte van het ontwerp te zijn gewijzigd (of dient het anderszins verschoonbaar te zijn dat niet tijdig een zienswijze is ingediend). In publicaties met betrekking tot de diverse stappen die het plan moet doorlopen, wordt daarvan steeds melding gemaakt.

6.3.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient vooroverleg plaats te vinden met de overheidsinstanties waarvan de belangen in het geding zijn bij de ontwikkeling. In dit geval is gezien de aard van het plan, vooroverleg niet noodzakelijk.

6.3.3 Zienswijzenprocedure

Het ontwerp bestemmingsplan heeft ter inzage gelegen vanaf ____________ tot en met ____________.

p.m.

 

Het bestemmingsplan is in de raadsvergadering van ________ behandeld. Tijdens deze vergadering is het bestemmingsplan ‘Woningbouwlocaties Dorpstraat en Hubertusstraat’ vastgesteld.

Bijlagen bij de toelichting

Bijlage 1 Eindverslag zienswijzenprocedure