direct naar inhoud van 3.4 Ecologie
Plan: Vollenhove, Noordwal west herziening 2010
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1708.VLHnwwest2010HZ01-VA01

3.4 Ecologie

In Nederland is het rijksbeleid voor natuur vormgegeven via de Ecologische Hoofdstructuur. Het beleid van de Europese Unie (Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn), heeft echter grote invloed op dit nationale natuurbeleid. Veel Natura 2000-gebieden (vogel- en habitatrichtlijngebieden, ook wel aangeduid als speciale beschermingszones) liggen dan ook binnen de Ecologische Hoofdstructuur.

Bij ruimtelijke planvorming moet aandacht worden besteed aan de natuurwetgeving. De in 2005 vastgestelde gewijzigde Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet vormen het belangrijkste juridische kader voor natuurbescherming in Nederland. De verplichtingen voor de bescherming van natuurgebieden zijn opgenomen in de Natuurbeschermingswet 1998 en de bescherming van plant- en diersoorten is vastgelegd in de Flora- en faunawet. Deze wetten kunnen worden gezien als een vertaling van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (Natura 2000).

In 2009 heeft bureau A&W beoordeeld in hoeverre het gebied Noordwal West, waar onderhavige plangebieden deel van uitmaken, op gespannen voet staat met de nabijgelegen Natura 2000-gebieden "Wieden" en "Zwarte Meer" (zie Bijlage 3 Ecologische beoordeling voor deze briefrapportage).

Vanwege het gebruik van het tussenliggende gebied en de afstand tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden, heeft het plangebied geen ecologische relaties met vrijwel alle natuurwaarden waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn opgenomen in de ontwerpbesluiten van de Natura 2000-gebieden "Wieden" en "Zwarte Meer". Uitzondering hierop zijn ganzen, zwanen en smienten. Deze vogels hebben een actieradius van 5 kilometer tussen rust- en fourageergebieden. Daarom genieten deze soorten ook buiten de Natura 2000-gebieden bescherming. Foerageergebieden mogen niet zodanig worden aangetast of verstoord dat negatieve effecten op de betreffende soorten optreden.

Geoordeeld wordt dat door de verstoringscontour rond de aangrenzende bebouwing het plangebied geen betekenis heeft als fourageergebied voor ganzen, zwanen en smienten uit de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het plan stuit niet op bezwaren vanuit de Natuurbeschermingswet.

Deze conclusie wordt nog steeds actueel geacht. Nader onderzoek in het kader van voorliggend bestemmingsplan wordt daarom niet nodig geacht. Ten aanzien van het aspect ecologie bestaan er geen bezwaren tegen vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.