| Plan: | Blokzijl Noordermaten |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | beheersverordening |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1708.BVPBlokzijlNoordm-VA01 |
In deze regels wordt verstaan onder:
de beheersverordening 'Blokzijl Noordermaten' met identificatienummer NL.IMRO.1708.BVPBlokzijlNoordm-VA01 van de gemeente Steenwijkerland;
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw vvaarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist;
een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heet die met de woonfunctie in overeenstemming is;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde;
één of meer gebouwen en/of andere-bouwwerken;
de bebouwde oppervlakte van de gebouwen uitgedrukt;
een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bestemmingsvlak;
een op de plankaart aangegeven vlak met een zelfde bestemming;
bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
een grens van een bouwperceel;
een op de plankaart aangegeven vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid waarop gebouwen zijn toegelaten;
een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in d eloop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt;
het verlenen van een economische en maatschappelijke diensten aan derden;
de bouwlaag op de begane grond;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
een twee-onder-één-kapwoning;
een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;
educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen;
de kaart met bijbehorende verklaring, bestaande uit 1 blad, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangegeven, zoals opgenomen in Bijlage 1 Plankaart;
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
meerdere - doch ten minste drie - aaneen gebouwde woningen;
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
een op de plankaart blijkens de daarop voorkomende verklaring als zodanig aangewezen lijn, die binnen een bestemming een scheiding aangeeft tussen gronden waarop een opgenomen aanduiding wel respectievelijk niet van toepassing is;
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm en afmetingen onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist;
de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel;
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
een gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat.
Bij toepassing van deze voorschriften wordt als volgt gemeten:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren;
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
van het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
van het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een ander bouwwerk, met uitzondering van kleine bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevel versieringe, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlakken en bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
De op de plankaart voor 'Woondoeleinden' aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, alsmede indien de gronden zijn aangeduid met te handhaven hoofdvorm voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de cultuurhistorische waarden, met daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken, tuinen en erven.
Op de voor 'Woondoeleinden' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat:
voor hoofdgebouwen in casu woonhuizen de volgende bepalingen gelden:
voor aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen de volgende bepalingen gelden:
voor andere-bouwwerken de volgende bepalingen gelden:
Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor afwijking van:
De in 3.3.1 genoemde omgevingsvergunningen voor afwijking worden slechts verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
Onder strijdig gebruik als bedoeld in Artikel 12 lid a wordt in ieder geval verstaan het gebruik respectievelijk het laten gebruiken van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning.
Op deze bestemming is tevens het bepaalde in Hoofdstuk 1 Inleidende regels en Hoofdstuk 3 Algemene regels van deze regels van toepassing.
De op de plankaart voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuin behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, met daarbij behorende andere-bouwwerken, erven en parkeervoorzieningen.
Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd andere-bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 1 m mag bedragen.
Op deze bestemming is tevens het bepaalde in Hoofdstuk 1 Inleidende regels en Hoofdstuk 3 Algemene regels van deze regels van toepassing.
De op de plankaart voor 'Gemengde doeleinden' aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening en kantoren, al dan niet in combinatie met woningen, met daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken, erven, terreinen, parkeervoorzieningen, water en groenvoorzieningen.
Op de voor 'Gemengde doeleinden' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat:
voor gebouwen de volgende bepalingen gelden:
voor andere-bouwwerken de volgende bepalingen gelden:
Op deze bestemming is tevens het bepaalde in Hoofdstuk 1 Inleidende regels en Hoofdstuk 3 Algemene regels van deze regels van toepassing.
De op de plankaart voor 'Groenvoorzieningen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daarbij behorende andere-bouwwerken, bruggen, kunstwerken en verhardingen.
Op de voor 'Groenvoorzieningen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd andere-bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat de hoogte niet meer dan 6,50 m mag bedragen.
Op deze bestemming is tevens het bepaalde in Hoofdstuk 1 Inleidende regels en Hoofdstuk 3 Algemene regels van deze regels van toepassing.
De op de plankaart voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor waterberging, waterhuishouding en waterlopen; met daarbij behorende andere-bouwwerken, waaronder bruggen, dammen en/of duikers.
Op de voor 'Water' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd andere bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat de hoogte niet meer dan 6,50 m mag bedragen.
Op deze bestemming is tevens het bepaalde in Hoofdstuk 1 Inleidende regels en Hoofdstuk 3 Algemene regels van deze regels van toepassing.
De op de plankaart voor 'Verkeers- en verblijfsdoeleinden' aangewezen gronden zijn bestemd voor woonstraten en paden, alsmede, voor waterhuishoudkundige en waterkerende voorzieningen, met daarbij behorende andere-bouwwerken, parkeervoorzieningen, water, groenvoorzieningen en speelvoorzieningen.
Op de voor 'Verkeers- en verblijfsdoeleinden' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd andere-bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat de hoogte van andere-bouwwerken, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer niet meer dan 8,50 m mag bedragen.
Op deze bestemming is tevens het bepaalde in Hoofdstuk 1 Inleidende regels en Hoofdstuk 3 Algemene regels van deze regels van toepassing.
De op de plankaart voor 'Parkeerterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor parkeervoorzieningen, met daarbij behorende andere-bouwwerken, voorzieningen, water en groenvoorzieningen.
Op de voor 'Parkeerterrein' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd andere-bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat de hoogte van andere-bouwwerken niet meer dan 8,50 m mag bedragen.
Op deze bestemming is tevens het bepaalde in Hoofdstuk 1 Inleidende regels en Hoofdstuk 3 Algemene regels van deze regels van toepassing.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van de beheersverordening 'Blokzijl Noordermaten'.