7.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Agrarisch - Akkerbouwbedrijf’.
7.2 Functieomschrijving
Een locatie met de functie Agrarisch – Akkerbouwbedrijf heeft de volgende functies:
- Het uitoefenen van een agrarisch bedrijf gericht op akker- en vollegrondstuinbouw en op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen of riet;
- Het hobbymatig houden van dieren;
- Een zorgboerderij, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifiek vorm van agrarisch – agrarische nevenactiviteit – zorgboerderij’;
- Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifiek vorm van agrarisch –agrarische nevenactiviteit – verblijfsrecreatie’ is uitsluitend verblijfsrecreatie mogelijk;
- Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifiek vorm van agrarisch –agrarische nevenactiviteit – verblijfsrecreatieve voorzieningen’ zijn uitsluitend verblijfsrecreatieve voorzieningen mogelijk;
- Buitenopslag van door het ter plaatse gevestigde akkerbouwbedrijf geteelde of gekweekte gewassen, alsmede van agrarische werktuigen en machines die functioneel zijn voor het bedrijf;
- Wonen in een bedrijfswoning.
Met de daarbij behorende:
- Tuinen en erven;
- Ontsluitings- en parkeervoorzieningen;
- Watervoorzieningen;
- Groenvoorzieningen.
7.3 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken
7.3.1 Beoordelingsregels.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels, behorende bij de binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteiten bouwwerken
7.3.2 - Algemeen
Op de gronden met de functie Agrarisch - Akkerbouwbedrijf mogen uitsluitend de volgende bouwwerken worden gebouwd:
- Gebouwen ten behoeve van de in artikel 7.2 genoemde functie, uitsluitend binnen de aanduiding ‘bouwvlak’; (7.3.3)
- Bedrijfswoningen, uitsluitend binnen de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’; (7.3.4)
- Recreatiewoningen, uitsluitend binnen de functieaanduiding ‘specifiek vorm van agrarisch – agrarische nevenactiviteit – verblijfsrecreatie’; (7.3.5)
- Bijbehorende bouwwerken behorende bij de bedrijfswoning uitsluitend binnen de aanduiding ‘bouwvlak’; (7.3.6)
- Bijbehorende bouwwerken behorende bij de recreatiewoningen uitsluitend binnen de functieaanduiding ‘specifiek vorm van agrarisch – agrarische nevenactiviteit – verblijfsrecreatie’; (7.3.7)
- Bouwwerken geen gebouw zijnde, waaronder begrepen mestopslagplaatsen en buitenopslag, uitgezonderd vlaggenmasten en erfafscheidingen, uitsluitend binnen de aanduiding ‘bouwvlak’; (7.3.8)
- Bouwwerken geen gebouw zijnde bij de recreatiewoningen uitsluitend binnen de aanduiding ‘bouwvlak’. (7.3.9)
7.3.3 – Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen:
- Bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen de aanduiding ‘bouwvlak’;
- Het bouwvlak mag voor maximaal 100% worden bebouwd;
- de voorgevels worden geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens of evenwijdig aan de voorgevelrooilijn van de bestaande bebouwing;
- De goothoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan maximaal 5 meter, tenzij de bestaande legale goothoogte groter is;
- De bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 12, tenzij de bestaande legale bouwhoogte groter is;
- Bedrijfsgebouwen worden met een kap van minimaal 12* en maximaal 60* afgedekt.
7.3.4 – Bedrijfswoning
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:
- Een bedrijfswoning mag uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ worden gebouwd;
- Per bedrijf is slechts één bedrijfswoning toegestaan;
- De inhoud van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 600 m3, dan wel maximaal de bestaande inhoud indien deze groter is;
- De goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 5,50 meter, dan wel maximaal de bestaande goothoogte indien deze groter is;
- De bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10,00 meter, dan wel maximaal de bestaande bouwhoogte indien deze groter is;
- De bedrijfswoning wordt met een kap van minimaal 30* en maximaal 60* afgedekt.
7.3.5 – Recreatiewoningen
Voor het bouwen van recreatiewoningen gelden de volgende bepalingen:
- Het aantal recreatiewoningen mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximaal aantal recreatiewoningen’;
- Recreatiewoningen mogen alleen worden gebouwd ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifiek vorm van agrarisch – agrarische nevenactiviteit – verblijfsrecreatie’;
- De maximale oppervlakte per recreatiewoning, inclusief bijbehorende bouwwerken, is 70m2
- De goothoogte bedraagt maximaal 5,20 meter;
- De bouwhoogte bedraagt maximaal 7,00 meter.
7.3.6. – Bijbehorende bouwwerken behorende bij de bedrijfswoning
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken behorende bij de bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen:
- Bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van tenminste 3,00 meter achter de voorgevel van de bedrijfswoning te worden gebouwd;
- De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, met uitzondering van carports, bedraagt maximaal 75m2;
- De goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,50 meter;
- De bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 80% van de bouwhoogte van de bedrijfswoning;
- Bijbehorende bouwwerken worden met een kap van minimaal 30* en maximaal 60* afgedekt.
7.3.7 - Bijbehorende bouwwerken behorende bij de recreatiewoningen
- Bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd aan of in directe aansluiting op een recreatiewoning;
- De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per recreatiewoning bedraagt maximaal 20 m²;
- De goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,00 meter;
- De bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 4,00 meter;
- Vrijstaande bijbehorende bouwwerken zijn niet toegestaan, behoudens kleine bergingen of fietsenstallingen van maximaal 6 m² en 3 m hoog;
- De architectonische vormgeving van bijbehorende bouwwerken sluit aan bij die van de recreatiewoning.
7.3.8 – Bouwwerken geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende bepalingen:
- Bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen uitsluitend in het achtererfgebied worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen en een vlaggenmast;
- Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet specifiek hieronder gedefinieerd geldt dat de hoogte maximaal 3 meter mag bedragen;
- De bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2,00 meter bedragen, met uitzondering van de erfafscheidingen die zich in het voorerfgebied bevinden, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1,00 meter mag bedragen;
- Een carport wordt op een afstand van minimaal 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van een carport maximaal 3,00 meter bedraagt en de oppervlakte van een carport maximaal 20 m² bedraagt;
- De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan de hieronder aangegeven hoogte;
- De hoogte van sleufsilo’s bedraagt maximaal 2,00 meter;
- De hoogte van mestsilo’s bedraagt maximaal 4,00 meter;
- De hoogte van voersilo’s bedraagt maximaal 10,00 meter;
- De hoogte van (mono-)vergisters bedraagt maximaal 10,00 meter.
7.3.9 – Bouwwerken geen gebouw zijnde behorende bij de recreatiewoningen
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende bepalingen:
- per recreatiewoning is maximaal één overkapping toegestaan met in acht name van de volgende regels:
- de hoogte van een overkapping bedraagt maximaal 3,00 meter;
- de oppervlakte van een overkapping bedraagt maximaal 20 m2;
- de overkapping wordt uitsluitend aangebouwd aan de recreatiewoning;
- de afstand tussen de overkapping en een ander recreatiewoning bedraagt minimaal 3,00 meter;
7.4 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
7.4.1 Vergroten van de inhoud van een bedrijfswoning
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de inhoud van de bedrijfswoning te vergroten.
7.4.2. Grotere hoogte silo’s
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning hogere silo’s te plaatsen dan aangeduid onder artikel 7.3.8.
7.4.3. Nevenactiviteiten bij de functie ‘Agrarisch – Akkerbouwbedrijf’
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een nevenactiviteit naast de agrarische akkerbouwfunctie uit te oefenen.
- Bedrijfsactiviteiten behorende tot de milieucategorie 1 en 2;
- Complementaire daghoreca, inclusief terras,
- Toonzalen, expositieruimten, ateliers, praktijkruimten;
- Detailhandel, in ter plaatse vervaardigde of bewerkte producten.
7.4.4. Minicamping
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een minicamping te exploiteren, ondergeschikt aan de functie ‘Agrarisch – Akkerbouwbedrijf’.
7.5 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit
7.5.1 Beoordelingsregels.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels, behorende bij de binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteiten bouwwerken
7.5.2 Vergroten van de inhoud van een bedrijfswoning
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1. wordt alleen verleend als er toepassing gegeven wordt aan de onderstaande regels:
- Ter plaatse van de (dubbel)functie ‘waarde – cultuurhistorie’ dient de karakteristieke hoofdvorm van de oorspronkelijke bedrijfswoning behouden te blijven;’
- Een dient sprake te zijn van een goede landschappelijke- en stedenbouwkundige inpassing;
- De inhoud van de bedrijfswoning mag maximaal 750 m3 bedragen.
7.5.3. Grotere hoogte silo’s
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.2. wordt alleen verleend als er toepassing gegeven wordt aan de onderstaande regels:
- De hoogte van de silo bedraagt maximaal 15 meter;
- geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- het woon- en leefklimaat;
- de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
7.5.4 Nevenactiviteiten bij de functie agrarisch bedrijf – akkerbouw
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.3. wordt alleen verleend als er toepassing gegeven wordt aan de onderstaande regels:
- In totaal wordt maximaal 35% van de oppervlakte van bedrijfsbebouwing gebruikt ten behoeve van de in 7.4.3 genoemde activiteiten;
- De nevenactiviteiten worden uitgevoerd in bestaande bebouwing;
- Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van:
- De verkeersveiligheid;
- De milieusituatie;
- Bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden;
- Er wordt in voldoende mate voorzien in de parkeerbehoefte, overeenkomstig met de parkeernota Steenwijkerland 2015, of diens rechtsopvolger.
7.5.5. Minicamping
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.4. wordt alleen verleend als er toepassing gegeven wordt aan de onderstaande regels:
- Het totaal aantal overnachtingsplekken op minicampings binnen de gemeente niet meer dan 750 bedraagt;
- Het maximaal aantal kampeerplaatsen per minicamping maximaal 20 bedraagt;
- De oppervlakte van een kampeerplaats bedraagt minimaal 80m2;
- Er mogen uitsluitend kampeermiddelen worden geplaatst;
- Een goede landschappelijke inpassing dient te worden gewaarborgd;
- Er wordt in voldoende mate voorzien in de parkeerbehoefte, overeenkomstig met de parkeernota Steenwijkerland, of diens rechtsopvolger;
- De afstand van de minicamping tot de perceelsgrens met de aangrenzende woningen met een woonfunctie minimaal 25 meter bedraagt;
- Nieuwe minicampings zijn niet toegestaan in het Natura-2000 gebied en EHS gebieden;
- Er is uitsluitend sprake van seizoensgebonden recreatie.
7.6 Specifieke functieregels
7.6.1. Beroep of bedrijf aan huis
Een beroep of bedrijf aan huis bij de bedrijfswoning, zoals benoemd in bijlage A bij de regels, is toegestaan, mits;
- Een aan huis verbonden beroep of bedrijf wordt uitsluitend uitgeoefend in de bedrijfswoning of de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken;
- Maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep;
- De woonfunctie wordt in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet wezenlijk aangetast;
- Er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens 1 persoon tevens de bewoner van de woning is;
- Er is maximaal één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20x30 cm;
- Er wordt in voldoende mate voorzien in de parkeerbehoefte, overeenkomstig met de parkeernota Steenwijkerland, of diens rechtsopvolger;
- Er geen detailhandel plaatsvindt, behoudens beperkte verkoop van aan het betreffende beroep/bedrijf aan huis gerelateerde producten. Met dien verstande dat maximaal 10% van de vloeroppervlakte waar een beroep/bedrijf aan huis uitgeoefend mag worden gebruikt mag worden voor detailhandel;
- Er geen buitenopslag plaatsvindt;
- Er geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking.
7.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.7.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
1. Het is verboden op of in de gronden als bedoeld in artikel 7.1 zonder een omgevingsvergunning
de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
- het aanleggen en verharden van wegen en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen;
- het verlagen van de bodem en het afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden;
- het onttrekken van grondwater, anders dan ten behoeve van de veedrenking.
2. Het in lid 1 opgenomen verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
- het normale beheer en/of onderhoud betreffen;
- reeds in uitvoering zijn op het tijdstip waarop dit hoofdstuk rechtskracht verkrijgt;
- betrekking hebben op het aanbrengen van verhardingen ten behoeve van in- en/of uitritten, tot een oppervlakte van ten hoogste 10 m²;
- betrekking hebben op de aanleg van natuurvriendelijke oevers.
7.7.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
zijnde, of van werkzaamheden
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van
werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:
- de werken en werkzaamheden, waarop de vergunning betrekking heeft, noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van de gronden overeenkomstig hun functie;
- geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de ruimtelijke kwaliteiten van het terrein;
- geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waterhuishoudkundige situatie met betrekking tot de waterkwaliteit en -kwantiteit;
- geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de historisch-ruimtelijke, cultuurhistorische- en/of archeologische waarden van het terrein.
7.7.3 Advies
Alvorens omtrent een aanvraag omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te beslissen, winnen burgemeester en wethouders, indien
nodig, advies in bij de met betrekking tot het betreffende terrein meest aangewezen instantie.