| Plan: | Fietspad Onnase Doodweg en Burgemeester Slompweg |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1708.BGBfietsponnaBP-VA01 |
Bij de juridische planopzet wordt een toelichting gegeven op de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de bestemming zoals die in het voorliggende bestemmingsplan zijn opgenomen. De bestemming is juridisch vastgelegd in de tekst van de planregels en op de verbeelding (formeel: geografische plaatsbepaling, voorheen plankaart genoemd). De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide onderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Het bestemmingsplan is opgezet volgens de verplichte landelijke Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2008). Deze standaard - welke slechts een systematische standaardisering betreft en geen inhoudelijke standaard is - is per 1 januari 2010 verplicht in het nieuwe Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro).
Het plan kan in het informatiesysteem van de gemeente en diverse andere overheden worden ingevoerd en worden ontsloten via internet conform de gemeentelijke Regeling standaarden ruimtelijke ordening (RSRO) 2008. De digitale versie is bedoeld om de burger "online" informatie te verschaffen omtrent het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. Hierdoor is het plan geschikt voor interactieve uitwisseling via het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO) 2008.
De toelichting heeft in beginsel geen rechtskracht. Niettemin vormt zij een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het plan ten grondslag liggen. Daarbij is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
Toelichting op de verbeelding
Alle gronden die binnen het plangebied vallen hebben een bestemming en / of aanduiding gekregen op de verbeelding. Deze bestemmingen en aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien in de regels hieraan een betekenis wordt gegeven. De begrenzingen van de bestemmingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. De schaal van de verbeelding kan met behulp van de computer door de gebruiker naar keuze worden ingesteld.
Toelichting op de regels
De planregels zijn ondergebracht in vier hoofdstukken. Daarbij dient een vaste volgorde te worden aangehouden:
Artikel 1: Begrippen
In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de regels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van de regels.
Artikel 2: Wijze van meten
In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. De regels inzake de wijze van meten voorkomen interpretatieverschillen bij de toepassing van de regels over maatvoeringen.
Bestemmingsregels
De regels bevatten allereerst een bestemmingsomschrijving. Hierin is uitgewerkt voor welk doel of doeleinden de gronden mogen worden benut. Naast de bestemmingsomschrijving zijn hierin de bouwregels en gebruiksregels opgenomen. In de bouwregels zijn - gerelateerd aan de toegelaten gebruiksfuncties - eisen gesteld aan onder andere de hoogte, aard, nadere situering en diepte. De gebruiksregels verbieden bepaalde vormen van gebruik binnen een bestemming (specifieke gebruiksregels) dan wel alle gebruik in strijd met de gegeven bestemming (algemene gebruiksregels). Daarnaast komen nadere eisen voor. Met de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen kunnen burgemeester en wethouders bewerkstelligen dat een aanvrager van een bouwvergunning het bouwwerk op een bepaalde wijze situeert, bijvoorbeeld met het oog op een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid.
Artikel 3: Agrarisch
De strook grond waar de nieuw te graven sloot komt te liggen heeft een agrarische bestemming gekregen. Deze strook sluit aan bij de agrarische bestemming van het aangrenzende gebied. Bebouwing is hier niet toegestaan.
Artikel 4: Verkeer
Het fietspad wordt bestemd als 'Verkeer'. Binnen deze bestemming is tevens de naastliggende berm geregeld. Ook een voetpad is toegestaan binnen de bestemming. Op de gronden bestemd als 'Verkeer' mogen geen gebouwen worden gebouwd. Wel zijn hier bouwwerken toegestaan ten behoeve van de bestemming, zoals kunstwerken en straatmeubilair Deze overige bouwwerken mogen maximaal drie meter hoog zijn. Overkappingen zijn niet toegestaan.
Op grond van het bestemmingsplan kan de 'bouw' (het plaatsen) van lantarenpalen niet verboden worden, omdat deze vergunningsvrij zijn. Bij de uitvoering zal daarom worden overeengekomen dat er geen verlichting geplaatst zal worden langs het fietspad. Daarnaast is in de gebruiksbepaling van de regels een verbod waarin is opgenomen dat straatverlichting alleen op een kruising van wegen is toegestaan.
In het bestemmingsplan kan geen verbod voor brommers worden opgenomen. Hiervoor zal een verkeersbesluit worden genomen op grond waarvan het fietspad verboden is voor brommers.
Artikel 5: Leiding -Gas
Aan de noordkant kruist het aan te leggen fietspad de ondergrondse gasleiding. De leiding is als dubbelbestemming opgenomen. Door de dubbelbestemming wordt gewaarborgd dat werkzaamheden die nodig zijn voor de aanleg van het fietspad gebeuren in overleg met de leidingbeheerder. Ter bescherming van de leiding is er voor het uitvoeren van werkzaamheden ter plaatse van de leiding een omgevingsvergunning nodig.
Artikel 6: Anti-dubbeltelregel
De anti-dubbeltelregel voorkomt dat dezelfde gronden meerdere keren in aanmerking mogen worden genomen bij het verlenen van (verschillende) bouwvergunningen, waardoor bebouwingsmogelijkheden onbedoeld kunnen worden verruimd. Het opnemen van deze regel is verplicht op grond van de Wet ruimtelijke ordening.
Artikel 7: Algemene gebruiksregels
In de algemene gebruiksregels wordt aangegeven welk gebruik strijdig is met de bestemming.
Artikel 8: Algemene afwijkingsregels
In de algemene afwijkingsregels is opgenomen dat met een omgevingsvergunning in geringe mate afgeweken kan worden van de maten en bestemmingsgrenzen zoals deze in het plan zijn opgenomen.
Artikel 9: Overgangsrecht
Het overgangsrecht is van toepassing op bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. Het opnemen van deze regel is verplicht op grond van de Wet ruimtelijke ordening, conform de daarin opgenomen tekst.
Artikel 10: Slotregel
De slotregel geeft aan hoe de regels van het plan moeten worden aangehaald.