direct naar inhoud van 4.6 Ecologie
Plan: Fietspad Onnase Doodweg en Burgemeester Slompweg
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1708.BGBfietsponnaBP-VA01

4.6 Ecologie

De huidige natuurbeschermingswetgeving kan worden onderverdeeld in soortbescherming en gebiedsbescherming.

Soortbescherming wordt gewaarborgd door de Flora- en faunawet. Deze wet beschermt inheemse dier- en plantensoorten waarbij onderscheid wordt gemaakt in verschillende beschermingscategorieën. Voor álle activiteiten met een mogelijk effect op beschermde dier- en plantensoorten is toetsing aan de Flora- en faunawet noodzakelijk.

Gebiedsbescherming wordt gewaarborgd door de Natuurbeschermingswet 1998. Deze wet beschermt Natura 2000-gebieden en Beschermde natuurmonumenten. Voor activiteiten met een mogelijk effect op deze gebieden is toetsing aan de Natuurbeschermingswet 1998 noodzakelijk. De planologische bescherming van gebieden aangemerkt als Ecologische Hoofdstructuur vindt primair plaats bij ruimtelijke procedures en andere vergunningaanvragen.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient altijd de Flora- en faunawet getoetst te worden. Afhankelijk van de locatie dienen ook de Ecologische Hoofdstructuur en de Natuurbeschermingswet 1998 getoetst te worden. De plangebieden liggen beiden op circa 2,5 kilometer afstand van de Ecologische Hoofdstructuur en op circa 2 kilometer afstand van Natura 2000-gebied ‘Wieden’ [Provincie Overijssel, 2011]. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling zullen over deze afstand geen effecten optreden. Daarom is alleen een toetsing aan de Flora- en faunawet noodzakelijk.

Plangebied Onnase Doodweg

Adviesbureau Tauw heeft in het kader van het bestemmingsplan een natuurtoets uitgevoerd (N001-1210450EDR-shp-V01, 27 december 2012) (zie bijlage 3). Uit het onderzoek blijkt dat indien er in de planning van de aanleg en de inrichting rekening wordt gehouden met onderstaande voorwaarden er geen sprake is van overtreding van de Flora- en faunawet.

  • Geen gebruik van bouwlicht en straatverlichting bij nacht (rekening houdend met grondgebonden zoogdieren)
  • Geen gebruik van bouwlicht en/of straatverlichting bij nacht, in de kwetsbare periode. Geen gat van meer dan 30 meter in de vegetatie (rekening houdend met vleermuizen)
  • Verwijdering vegetatie buiten broedseizoen (rekening houdend met Broedvogels, tijdens broedseizoen)

Vervolgonderzoek

Omdat de verbinding tussen de Onnase Doodweg en de Burgemeester G.W. Stroinkweg intussen verschoven is naar het oosten ten opzichte van het onderzoek van 11 oktober. Is het aspect ecologie opnieuw beschouwd. Het fietspad ligt nu langs een bomenrij in plaats van door het weiland.

Mogelijk worden de volgende soorten hierdoor benadeeld: de das, jaarrond beschermde vogelnesten of vleermuizen.

  • Das: De houtwallen is vrij smal en de omgeving is niet erg bosrijk. De kans op een Das is klein, maar bijburchten kunnen op gekke plekken zitten. Een veldbezoek is noodzakelijk.
  • Vogelnesten: In de toets staat beschreven dat er geen bomen worden gekapt. Ook staat er dat er niet mag worden gewerkt binnen het broedseizoen. Wanneer dit wordt nageleefd, wordt geen effecten verwacht op algemene broedvogels. Buizerdnesten zijn niet uitgesloten in dit gebied. De bomen zijn op die afstand niet bekeken. Een veldbezoek is daarom noodzakelijk.
  • Vleermuizen: In de toets staat dat er geen bouw- of straatverlichting bij nacht mag worden gebruikt, en dat er geen bomen worden gekapt. Zolang dit wordt nageleefd, zijn er geen effecten op vleermuizen.
  • Overige soorten: Langs het nieuwe tracédeel ligt geen water, dus effecten op vissen, amfibieën of juffers zijn uitgesloten. Het deelgebied is niet wezenlijk anders dan de rest van het plangebied, dus worden er ook geen effecten verwacht op zwaarder beschermde flora, dagvlinders, reptielen, overige libellen of overige ongewervelden.

Op basis van op 13 december 2012 (N009-1210450SIH-shp-V01) (zie bijlage 4) door adviesbureau Tauw uitgevoerde veldonderzoeken wordt de aanwezigheid van de Das en van vaste vogelverblijfplaatsen uitgesloten.

Plangebied Burgemeester Slompweg

Adviesbureau Tauw heeft in het kader van het bestemmingsplan een natuurtoets uitgevoerd (N002-1210450EDR-gdj-V02-NL, 16 november 2012) (zie bijlage 5). In verband met het dempen van een sloot kan de aanleg van het fietspad mogelijke effecten hebben voor de Kleine modderkruiper en Platte schijfhoren. De Flora- en faunawet stelt dat negatieve effecten met zekerheid op voorhand moeten kunnen worden uitgesloten. Op basis van de natuurtoets is het niet mogelijk effecten op Kleine modderkruiper en Platte schijfhoren uit te sluiten. De aanwezigheid van deze soorten moet dan ook nader onderzocht worden. Voor algemene broedvogels geldt dat de ontwikkeling kan worden gerealiseerd onder voorwaarden.

Nader onderzoek

Uit nader onderzoek moet blijken of de aanwezigheid van de Kleine Modderkruiper en Platte Schijfhoorn kan worden aangetoond. De verwachting is dat er geen belemmeringen zijn ten aanzien van beide soorten aangezien er mitigerende maatregelen worden getroffen wanneer aanwezigheid wordt aangetoond. Voorafgaand aan de uitvoering moet nader onderzoek uitgevoerd worden en worden eventuele mitigerende maatregelen in een werkprotocol beschreven. Als gewerkt wordt volgens het werkprotocol zal ontheffing op grond van de Flora en Faunawet kunnen worden verleend.

Conclusie

De platte schijfhoorn en Modderkruiper kunnen nu niet aangetoond worden. Onderzoek naar deze soorten is pas vanaf medio mei mogelijk. In geval van het aantreffen van de beide soorten zal op basis van een werkprotocol (mitigerende maatregelen) ontheffing aangevraagd moeten worden. Daarmee wordt de mitigatie vastgelegd in de ontheffingsaanvraag.