| Plan: | Fietspad Onnase Doodweg en Burgemeester Slompweg |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1708.BGBfietsponnaBP-VA01 |
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient de bodemkwaliteit ter plaatse te worden onderzocht. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. In de Wet bodembescherming is bepaald dat als de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd.
Plangebied Onnase Doodweg
Adviesbureau Tauw heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (L003-1210450HOV-gdj-V02-NL, 13 november 2012) (zie bijlage 1). Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd volgens de Nederlandse norm NEN 5725. Gezien de aanleiding van het bodemonderzoek is een standaard vooronderzoek uitgevoerd. Met het onderzoek is de bodemopbouw ter plaatse van het toekomstige fietspadtracé over de Onnase Doodweg en door het aangrenzende weiland vastgesteld. De vrijkomende grond mag volgens het Bodembeheerplan en de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Steenwijkerland worden hergebruikt binnen de gemeente zonder dat verder onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de grond nodig is. De uitgevoerde chemische analyses op een puinhoudend grondmonster geven ook geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend bodemonderzoek. De puinverharding ter plaatse van de Onnase Doodweg is op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit milieuhygiënisch gezien toepasbaar als bouwstof.
Plangebied Burgemeester Slompweg
Adviesbureau Tauw heeft in het kader van het bestemmingsplan een (water)bodemonderzoek uitgevoerd (L002-1210450HOV-gdj-V03-NL, 10 januari 2013) (zie bijlage 2).Voorafgaand aan het (water)bodemonderzoek heeft Tauw een vooronderzoek uitgevoerd volgens de Nederlandse norm NEN 5725 en de NEN 5717. Op grond van de bodemonderzoeken kan gesteld worden dat de onderzochte waterbodems verspreidbaar zijn op het aangrenzende perceel. De waterbodem van de sloot naast de Burgemeester Slompweg is vrij toepasbaar in oppervlaktewater en wanneer dit slib elders op de landbodem wordt toegepast, is het slib toepasbaar als klasse Wonen. Het slib naast de duikerbrug is toepasbaar in oppervlaktewater als klasse A en wanneer het slib elders op de landbodem wordt toegepast is het vrij toepasbaar.
Conclusie
Vanuit het aspect bodem zijn beide fietspadtracés uitvoerbaar.